Skip to content

Linde

20 juni 2010

Het is bijna zover. Morgen (maandag 21 juni) om 13:28 is het midzomer, oftewel zomerzonnewende. Dat is wanneer Zonne haar meest noordelijke punt bereikt, en ons noorderlingen zo de langste dag van het jaar gunt.

Zoals voor de meeste oude volkeren was de zomerzonnewende voor onze Germaanse voorouders reden tot groot feest. Het is alleen niet helemaal duidelijk of ze er ook een naam voor hadden. Voor de dagen rond de wínterzonnewende hadden ze bijvoorbeeld zeker een naam. Deze dagen noemden ze de *jehulō (meervoud), vanwaar Oudengels geohol en Oudnoords jól. Dat laatste woord leidde tot de algemeen Scandinavische naam voor kerstmis: jul. Als het Nederlands dit Oudgermaanse woord had bewaard, dan zouden wij thans van (de) jiel of giel spreken. Een variatie die we ook vinden tussen jij en gij. Daar ik jij pleeg te zeggen, verkies ik ook jiel. Maar u moet het uiteraard zelf weten. Hoe dan ook: in beide gevallen is het dus eigenlijk een meervoud.

Maar genoeg over de winterzonnewende; is er geen enkele aanwijzing voor een oude naam voor de zomerzonnewende? Nou, niet voor de wende zelf, maar misschien wel voor de periode eromheen. Beda, de Angelsaksische monnik, geschiedschrijver en heilige die rond 700 na Christus leefde, heeft destijds een lijst met Angelsaksische (d.w.z. Oudengelse) maandnamen opgeschreven. Deze namen zullen vast niet allemaal de voortzettingen van dé Oudgermaanse maandnamen zijn geweest (als die al bestaan hebben), maar er is een goeie kans dat ze overeenkomen met de oude Saksische maandnamen van het vasteland. En zoals u weet: een groot gedeelte van Nederland is van oorsprong Saksisch gebied, namelijk daar waar men nog een Nedersaksische streektaal spreekt.

In elk geval: de maand vóór de zomerzonnewende heette in het Oudengels Ǽrra Líða, en de maand erna Æftera Líða. De woorden ærra en æftera betekenen respectievelijk eerdere en volgende. Wat Líða precies betekent is niet helemaal zeker, maar het lijkt erop dat het de voortzetting is van Oudgermaans *linþō ‘de zachte, milde’. De Nederlandse vorm zou dan Linde zijn. (Let wel: de naam lente is niet verwant; die van de lindeboom mogelijk wel.) Er was overigens ook een schrikkelmaand in de Angelsaksische kalender, tussen deze twee maanden in: Þrilíþa ‘drielinde’.

In The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien hebben de hobbits een kalender die nagenoeg overeenkomt met voornoemde Angelsaksische, naar de spelling en uitspraak van hedendaags Engels. Zo zijn er de maanden Forelithe en Afterlithe, met ertussen de losse dagen First Lithe, Midyear’s Day, de schrikkeldag Overlithe, en ten slotte Second Lithe. Naar voorbeeld van deze namen zouden we in het Nederlands van de maanden Voorlinde en Achterlinde kunnen spreken. Die komen ruwweg overeen met juni en juli; Voorlinde en Achterlinde beginnen en eindigen beide zo’n tien dagen eerder.

Ik zou zeggen: geniet van de Eerste Linde vandaag, van de Midzomerdag morgen en de Tweede Linde overmorgen!

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s