Skip to content

Natuur

5 juli 2010

Onlangs heeft lezer Lander een aantal leenwoorden voorgedragen om heemwoorden voor te bedenken. Voor de moeilijkere gevallen –en daar is natuur stellig één van, gezien de wijsgerige overwegingen die aan dat woord kleven– ga ik wat uitgebreider te werk. De rest van Landers woorden behandel ik in volgende berichten.

~

Stap 1: wat is de herkomst en betekenis van het leenwoord?

Al dan niet via Frans nature ontleend aan Latijn nātūra ‘natuurlijke wetmatigheid, loop der dingen; aard, gesteldheid, eigenschap; schepping, scheppende kracht’, van het verleden deelwoord nātus ‘geboren, geschapen; voorbestemd, geaard’, van nāscī ‘geboren worden, ontstaan’, uit ouder gnāscī (idem). Net als leenwoorden als natie en generatie en erfwoorden als kunne, kind en koning uiteindelijk van de Proto-Indo-Europese wortel *ǵenh1 ‘verwekken’.

Stap 2: bestaat er al een heemwoord voor?

De woorden aard en wildernis kunnen gebruikt worden voor bepaalde betekenissen van natuur, maar voor dé natuur bestaat nog geen ander woord.

Stap 3: hebben verwante talen er een heemwoord voor?

De Germaanse talen kennelijk niet.

Stap 4: hebben minder verwante en andere talen er een heemwoord voor?

Het Fins heeft luonto, een afleiding van de wortel van luoda ‘gooien; scheppen’. Het Mandarijn heeft ziran. Als we Wikipedia mogen geloven is dat een samenstelling van zi ‘neus; (zich)zelf; van(daan); sinds’ en ran ‘juist; correct; zo; ja’. Het is dan te vertalen als ‘het zelf zo’ of ruimer ‘het spontane’.

Stap 5: met (de wortels van) welke woorden zouden wij een eigen heemwoord kunnen smeden?

Gezien de verwantschap met natuur kunnen we misschien aan de slag met Oudgermaans *ken-, *kun- (vanwaar kunne, kind en koning). Daarnaast mogelijk bruikbaar: *selba- (vanwaar zelf), *wilþ- (vanwaar wild), *skap-, *skōp- (vanwaar scheppen), *werþ- ‘wenden, keren’ (vanwaar worden, -waarts en waard). Ook het voorvoegsel *uz- (vanwaar o.a. oorsprong en via Duits oerwoud) komt wellicht van pas. Het betekende oorspronkelijk ‘uit, van … af’, maar de Duitse vorm ervan (ur-) heeft meer de betekenis ‘oorspronkelijk, oud’ gekregen en is door het Nederlands ontleend als oer-.

Stap 6: gezien het voorgaande, wat zou een bondig doch welluidend heemwoord zijn?

  • gewild – afleiding van wild met het voorvoegsel ge- ‘geheel’; de gelijkenis met gewild van willen is waarschijnlijk te groot
  • gezelf – afleiding van zelf met het voorvoegsel ge- ‘geheel’; bijvoegelijk en bijwoordelijk te gebruiken als gezelvelijk ‘natuurlijk’; prettige bijkomstigheid dat het rijmt met gewelf
  • orin – vereenvoudiging van oorrin, een afleiding van *rinnan ‘gaan, stromen’ (vanwaar het voltooid deelwoord geronnen; verwant aan rennen) met het voorvoegsel oor- (< *uz­-), met als letterlijke betekenis ‘oergang (van zaken), oerstroom’; sierlijk doch ondoorzichtig; bijvoegelijk en bijwoordelijk te gebruiken als orins ‘natuurlijk’
  • zelvend – tegenwoordig deelwoord bij een voor de gelegenheid gesmeed werkwoord zelven ‘zichzelf zijn, spontaan zijn’; zelvend kan alle geslachten hebben; bijvoegelijk en bijwoordelijk te gebruiken als zelvend ‘natuurlijk’, zelvendig of zelvig; eventueel kan in plaats van een stomme e ook voor een volle, ronde klinker worden gekozen: zelvand (vergelijk vijand)
Advertenties
6 reacties leave one →
  1. 5 juli 2010 23:48

    Voor een volgende uitbreiding van de webstek van de Bond tegen Leenwoorden heb ik “aardschap” staan. Inderdaad een afleiding van “aard” dat in bepaalde betekenissen al als evenwoord voor natuur kan dienen. Als bijvoeglijk naamwoord doet “aardschappelijk” bijzonder inheems en ongekunsteld aan, en het is een geheel doorzichtige samenstelling.

    Er valt over te twisten of het de of het aardschap zou moeten zijn. In betekenis sluit het het meest aan bij verzamelende woorden op -schap zoals (het) landschap, toch heb ik de neiging er een vrouwelijk woord van te maken.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      7 juli 2010 21:42

      Hoewel ik het niet het meest welluidende woord vind, vind ik het zeker een mooie vondst, omdat het inderdaad een zeer doorzichtige en sprekende samenstelling is.

  2. 5 juli 2010 23:57

    Overigens heeft het IJslands het woord eðli (verwant met edel, adel), wat evenwel meer in de betekenis “aard”, “wezenlijk kenmerk” lijkt te worden gebruikt en minder voor “natuurlijke omgeving”.

    Het Oudengels had woorden als gesceap of gesceaft, afgeleid van scheppen, die in betekenis in de buurt komen. Ook het Nederlands heeft het woord “geschep” gekend, in de betekenis vorm, gedaante, al wat geschapen is.

  3. Olivier van Renswoude permalink*
    7 juli 2010 21:49

    Kleine aanvulling op het oorspronkelijke stuk:

    Zoals bond bij binden (en gebonden), zo ook *ron ‘gang, vloei’ bij rinnen ‘gaan, vloeien’ (en geronnen).

    Waarop oron (< oorron) in plaats van orin (< oorrin).

    Inderdaad zeer ondoorzichtig, maar wel heel welluidend. (Vind ik.)

  4. Peter Alexander permalink
    8 juli 2010 08:43

    completely off the point. Het is natuurlijk wel erg interessant dat de derivatie waardoor natura ontstaat (ik denk uit mijn hoofd gewoon /eH2/ en een rhotascisme van de /s/) exact dezelfde vorm heeft als de nom.F.sg van de Latijnse participium passivum futurum naturus, natura, naturum “zullende geboren zijn”. Middeleeuwse schrijvers spelen met een volksetymologische afleiding van deze ppf en halen er alle soorten poëtische fratsen mee uit. Zelfs op het gymnasium waar ik op heb gezeten vertelden ze me bij filosofie dat het woord natuur van de Latijnse ppf van nasci kwam.

  5. Anneke Meijer permalink
    24 januari 2015 21:21

    Wat denken jullie van “wezen”?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s