Skip to content

De ziel

12 september 2010

In the Silmarillion van J.R.R. Tolkien wordt verteld hoe Ilúvatar (‘Alvader’) hemel en aarde schept en hoe hij de eerstgeborenen, oftewel de elven, wekt bij het meer Cuiviénen, het ‘Water van Ontwaken’. Van alle dingen zien zij eerst de sterren in de hemel en het eerste geluid dat zij horen is dat van water stromend en van water vallend over steen.

Deze voorstelling spreekt tot de verbeelding. In ons eigen woord ziel zit mogelijk een aanwijzing dat onze verre voorouders een vergelijkbare voorstelling hadden. Hoewel het niet zeker is lijkt het er namelijk wel sterk op dat ziel een afleiding is bij zee. Wie de Oudgermaanse vormen van beide woorden bekijkt zal eerder overtuigd raken: *saiwalō bij *saiwaz. Geloofden onze voorouders dat zielen hun oorsprong vinden in de zee (of anders in meren)?

De zee en de bomen
Deze gedachte lijkt enigszins te worden ondersteund door het verhaal van het ontstaan van de eerste man en vrouw, zoals te vinden in de IJslandse overlevering. In de zogenaamde Jongere Edda, een van de belangrijkste bronnen inzake de Noord-Germaanse godenwereld, wordt verteld hoe Borrs zonen (dat zijn Óðinn, Vili en Vé) op het strand twee bomen vinden en daar mensen van maken.

Þá er þeir gengu með sævarströndu Borssynir, fundu þeir tré tvau ok tóku upp trén ok sköpuðu af menn. Gaf inn fyrsti önd ok líf, annarr vit ok hræring, þriði ásjónu, mál ok heyrn ok sjón, gáfu þeim klæði ok nöfn. Hét karlmaðrinn Askr en konan Embla, ok ólst þaðan af mannkindin, sú er byggðin var gefinn undir Miðgarði.

~

Toen Borrs zonen over het zeestrand gingen, vonden ze twee bomen en pakten de bomen op en schiepen er mensen van. De eerste gaf hen adem en leven, de tweede verstand en gevoel, de derde aanzicht, taal en gehoor en zicht; ze gaven hen kleding en namen. De man heette Askr en de vrouw Embla, en van hen kwam de mensheid voort, waaraan woning in Midgaarde was gegeven.

Midgaard is Midden-aarde, oftewel de wereld van mensen. Nu wordt het woord önd ‘adem’ overigens vaak vertaald als ziel. Als hier inderdaad de ziel wordt bedoeld, dan wordt hier verteld dat de ziel niet uit de zee komt, maar door Óðinn wordt gegeven. De vraag is ook of men in die tijd werkelijk onderscheid maakte tussen ziel en adem. Toch is het opmerkelijk dat de twee bomen, waar de mensen uit worden geschapen, op het strand worden gevonden, oftewel aan zee. Hoe belangrijk is dit gegeven? Aangenomen dat dit ontstaansverhaal uit Oudgermaanse tijden stamt is de vraag of deze plaatsbepaling een oude, algemeen Germaanse gedachte was of een latere, IJslandse invulling. Voor de IJslanders, eilandbewoners bij uitstek, speelde het strand immers een betrekkelijk grote rol.

Askr betekent overigens letterlijk ‘es(boom)’. Embla is moeilijker te duiden; mogelijk is zij verwant aan olm, of anders aan Grieks ampelos ‘slingerplant’. Het is ook opmerkelijk dat de eerste twee mensen uit bomen zijn geschapen. Een dergelijk verband tussen (menselijk) leven en bomen lijkt elders ook te hebben bestaan. Een vroeger wijdverbreid Germaans woord voor ‘leven, levenskracht’ was namelijk *ferhwam; dit woord lijkt van dezelfde wortel te zijn als *ferhwuz ‘eik’ (in de verte verwant aan Latijn quercus ‘eik’) en *furhwōn ‘den, spar’. Wat, in de alledaagse beleving, leeft langer dan een boom? Wat is een betere vertegenwoordiging van levenskracht dan een boom? Eén ding staat vast: voor de oude Germanen was er een sterke band met de bomen om hen heen.

Eén en hetzelfde
Maar nog even terug naar ziel en zee. Als ziel werkelijk een afleiding bij zee is, dan kan het verband tussen die twee woorden ook anderszins worden geduid. Mogelijk is zee/*saiwaz in oorsprong hetzelfde woord als Latijn saevus ‘woedend, razend, heftig, onstuimig’; de grondbetekenis van zee zou dan iets als ‘het onstuimige, driftige’ kunnen zijn en de grondbetekenis van ziel vervolgens zo veel als ‘van het onstuimige, driftige’. Vergelijk hoe Grieks psūch niet alleen ‘ziel, geest’ betekende, maar ook ‘vlinder’; de beleving hierbij is dat zowel de ziel als de vlinder gekenmerkt worden door een mate van driftigheid, bewegelijkheid, onstuimigheid. En vergelijk ook de naam Óðinn. (De Nederlandse vorm daarvan is Woedan, nog verborgen in woensdag.) De naam is een afleiding bij woede, dat oorspronkelijk niet zozeer ‘toorn, razernij’ betekende, maar ‘drift, vervoering, onstuimigheid’. Óðinn/Woedan is de god van de drift en vervoering, en uitgerekend degene die volgens de IJslandse overlevering adem/ziel aan de mens geeft.

Men denke hierbij ook aan de opvattingen van Owen Barfield. Hij zou hier voorstellen dat onze verre voorouders de ziel en de zee niet wezenlijk los van elkaar konden zien; in de kindertijd van taal zagen zij de ziel en de zee als manifestaties van één en hetzelfde verschijnsel: het onstuimige, driftige, bewegende. In latere tijden zou men dan langzamerhand een onderscheid tussen de twee maken, maar nog wel een dieper verband ertussen herinneren, en zou men menen dat zielen hun oorsprong in de zee vinden. Weer later, zoals weergegeven in de IJslandse overlevering, zou men nog de vage beleving hebben dat de oorsprong van de mens met de zeeën en meren te maken heeft, dat de mens ooit ergens op een oever of strand is ontwaakt.

Advertisements
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s