Skip to content

Jiel en Juil

17 november 2010

Spoedig zal het winterzonnewende zijn, en dan beleven noorderlingen de langste nacht van het jaar. De weken eromheen zijn mij uitermate lief. Het is een knusse en gemoedelijke tijd van lichtjes in het lange duister. Het is een raadselachtige en geheimzinnige, vooral als sneeuw valt en het land zich omgetoverd vindt tot een geheel andere wereld. Wie in deze tijd niet heimelijk de hoop koestert trollen en reuzen en aardmannetjes en andere wichten te vinden, die moet toch een hart van steen hebben?

Voor onze Germaanse voorouders was het ook een bijzondere tijd. Grote feesten vierden zij, nadat zij zich met volle schuren hadden voorbereid op overwintering. De winterzonnewende was hoogtijd, want daarna worden de dagen eindelijk weer langer. Zoals we mogen verwachten hadden de oude Germanen een bijzondere naam voor de winterzonnewende, of eigenlijk het feest dat erbij hoorde: het midwinterfeest.

Oudnoords jól was eigenlijk meervoud (van een onzijdig woord). Het feest duurde dan ook meerdere dagen. De huidige vorm jul wordt daarentegen als enkelvoud (en vrouwelijk) opgevat.

In de Scandinavische talen is deze naam behouden, in de vorm van jul, al bedoelt men er nu kerstmis mee. Zo vinden we in het Oudnoords de vorm jól ‘midwinterfeest’. Maar in het Oudengels was deze erventrouwe Germaanse naam ook overgeleverd; daar vinden we géol ‘midwinterfeest’ (nevenvorm geohol/geohhol). Of het huidige Engelse Yule ‘kerstfeest’ vanuit het Oudengels is overgeleverd of aan een Scandinavische taal is ontleend is niet helemaal wis.

In het Nederlands spreekt men nog wel eens van Joel(feest), maar dit is ontleend aan Duits Jul(fest), dat op diens beurt aan het Deens of Zweeds is ontleend. Zoals altijd verkies ik boven het achteloos ontleende woord het woord zoals dat zou zijn als het in de eigen taal was overgeleverd. De klankwettige Nederlandse vorm is namelijk Jiel (zie kader onderaan). Voor andere (streek)talen zijn ook klankwettige vormen te achterhalen: Duits Jiel, Twents Jeel, Gronings Jail en Fries Jaal.

De oude Germanen hadden ook voor de tijd rónd Jiel een bijzondere (en verwante) naam die letterlijk ‘de bij Jiel horende (tijd)’ betekende. We vinden het nog terug in Gotisch jiuleis (in fruma jiuleis ‘november’), Oudnoords ýlir ‘mid-november tot mid-december’ en Oudengels gīuli ‘december en januari tezamen’. Dankzij broeder Thomas is het woord ook in onze streken overgeleverd, in de vorm van Middelnederlands juul ‘januari’. Inmiddels zou de klankwettige Nederlandse vorm Juil zijn. Daarnaast: Duits Jeule, Twents Juul, Gronings Juul en Fries Joel.

Maar wat zou thans de betekenis zijn van Juil? Duiden we er de maand januari mee aan, zoals broeder Thomas dat ooit deed? Er is nog een andere mogelijkheid, en daarvoor moeten we nog even bij het Gotisch kijken. Want fruma jiuleis ‘november’ betekent letterlijk ‘eerdere Juil’, oftewel ‘eerdere Jielmaand’. Waar een eerdere is is ook een latere, en waarschijnlijk luidde die afarjiuleis ‘december’, letterlijk ‘latere Juil’, oftewel ‘latere Jielmaand’. Een dergelijk onderscheid vinden we ook in het Oudengels, want naast het voornoemde géol ‘midwinterfeest, Jiel’ en gíuli ‘december en januari tezamen’ is er nog overgeleverd het paar ǽrra géola ‘december’ (letterlijk ‘eerdere Jielmaand’) en æfterra géola ‘januari’ (letterlijk ‘latere Jielmaand’).

Het midwinterfeest, beste lezers, dat is Jiel! En december en januari, die heten tezamen Juil. Wellicht dat december en januari afzonderlijk Eerste Juil en Tweede Juil kunnen heten, naar voorbeeld van de Gotische en Oudengelse overlevering. Nu, het duurt nog een paar weken voordat Juil begint, laat staan Jiel, maar zo kan ik (en u ook wellicht) alvast aan de namen wennen.

Achterhaling van de klankwettige vormen Jiel en Juil
Op grond van de overgeleverde woorden in de verschillende zustertalen hebben taalkundigen twee oorspronkelijke, Oudgermaanse woorden kunnen reconstrueren: *jeulō ‘midwinterdagen’ (ev. *jehlan) en *jeuljaz ‘de bij *jeulō horende (periode)’. Het accent aigu geeft hier de klemtoon aan.

Wel, om te zien waartoe Oudgermaans *jeulō nu in het Nederlands zou hebben geleid is het handig om een Oudgermaans woord erbij te nemen dat dezelfde klankencombinatie heeft: *hweulō. Zoals *hweulō tot Nederlands wiel, zo ook *jeulō tot Nederlands jiel.

In het geval van *jeuljaz is het eenvoudiger. Dat woord heeft het namelijk volgehouden tot Middelnederlands juul. De Nederlandse vorm zou dan vervolgens juil zijn, net zoals bijvoorbeeld Middelnederlands huus, muus en Duutsch nu Nederlands huis, muis en Duits zijn. Maar ook als er geen Middelnederlandse vorm was overgeleverd hadden we de Nederlandse vorm kunnen achterhalen. Zie bijvoorbeeld hoe het zeer vergelijkbare Oudgermaans *seunjan ‘gezicht’ heeft geleid tot Middelnederlands sune ‘gezicht’, vanwaar de Nederlandse afleiding zuinig.

Advertenties
8 reacties leave one →
  1. 18 november 2010 07:54

    Schoon geschreven en goed gedaan. Toch zou ik willen zeggen dat noch ik, noch onze voorouders graag trollen, reuzen en andere wichten van dergelijke aard tegen zouden komen. Vooral niet in Juil!. 😉

    • Olivier van Renswoude permalink*
      18 november 2010 16:18

      Dank. Maar: jij mijdt liever avontuur? 😉

      • 18 november 2010 21:45

        Tussen hen en de mens is het oorlog en oorlog is wat ze zullen krijgen, mocht ik ze tegenkomen. En je weet: “Wars are ugly affairs..” C.S. Lewis. 😛

      • Olivier van Renswoude permalink*
        19 november 2010 00:27

        En daarom dacht ik al dat jij, Willem Weiman, vrolijk op trollenjacht zou gaan. Er moeten immers reuzen en ettens en huinen geveld worden.

  2. Olivier van Renswoude permalink*
    7 december 2010 19:39

    Ik heb onderaan het oorspronkelijke bericht toegevoegd de uitleg hoe de klankwettige vormen Jiel en Juil te achterhalen zijn.

    • 31 januari 2014 09:35

      Ik ken die klankwetten niet zo, maar vraag me wel af of het Nederlands een woord beginnend met ‘jie’ wel accepteert. Er zijn meen ik geen andere woorden met die beginklanken, al komt ‘jicht’ in de buurt.

      • Olivier van Renswoude permalink*
        31 januari 2014 11:33

        Het verder niet voorkomen van jie- in het Nederlands maakt Jiel inderdaad een wat onwennig woord. Anderzijds, het heeft zich ontwikkeld uit een klankencombinatie die in het Oudgermaans hoe dan ook zeldzaam was: *je-. Zelfs de *j- als beginletter was al zeldzaam, dus een j-woord kan bij voorbaat wat onwennig zijn.

        We zouden voorbeeld kunnen nemen aan de ontwikkeling van *jēzō tot Nederlands gier ‘vloeibare mest’ (evenwel een streektalige vorm). Daarin is de oorspronkelijke *j- als een Nederlandse g- geëindigd, net als in gist en gene. Dan zouden we niet Jiel maar Giel krijgen.

        Aan de andere kant, de ontwikkeling van *j- tot g- (voor een frontale klinker) heeft het nooit tot klankwet geschopt. Jicht is een mooi voorbeeld van het tegendeel, maar ik dacht zelf reeds aan jij, uit Oud(west)germaans *jīz, dat eeuwenlang als jie is uitgesproken. Dat is evenwel een noordelijke vorm, tegenover gij. Zo zou Jiel op te vatten zijn als noordelijke vorm, tegenover Giel.

        Dan is er nog Middelnederlands juul ‘januari’, die tot Nederlands juil zou hebben geleid (eerder dan guil, dunkt mij), en wiens j- geholpen zou hebben die van Jiel te bestendigen.

        Ten slotte is er in deze streken (langs de kust althans) ook de tegenovergestelde neiging geweest, van *g- tot *j-, zoals in *gagin- tot Nederlands jegens.

Trackbacks

  1. Goede Jiel! | Taaldacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s