Skip to content

Waars

17 maart 2011

Lente komt!

En dat is goed nieuws. Niet alleen omdat de bloemen dan weer bloeien en de bomen zich weer in lover hullen, maar ook omdat lente een zeer welluidend woord is. Dat is althans de bescheiden mening van uw trouwe schrijver. De klank ervan is zacht, met een tinteling op het eind, als van de zonnestraal die wij van dit jaargetij zo goed kennen, of als van de vlinder die dan zachtjes rondfladdert.

Lente gaat langs Oudnederlands lentin vermoedelijk terug op Oudgermaans *langatinaz ‘periode van lange dagen’, al zou het juister zijn om te spreken van een periode van léngende dagen, maar dat terzijde. Het Duits en het Engels kennen het woord ook, maar Duits Lenz is enkel nog dichterlijk, naast het algemene Frühling, en Engels lent heeft inmiddels een andere betekenis, namelijk ‘vastentijd’.

De Scandinavische talen hebben van oudsher een heel ander woord voor de lente. Vor zeggen de IJslanders. Vår zeggen de Zweden en Noren. De Denen deden dat vroeger ook, maar gebruiken nu forår, naar voorbeeld van Noordduits Vorjahr. Dit vor/vår komt van Oudnoords vár, een woord dat zijn weerga niet kende in de andere oude Germaanse talen.

Behalve in het Oudfries! Want daar vinden we wers, alsook de latere variant wars. Hoe jammer en wat een groot verlies is het dan dat de Friezen dit geheimzinnig-bijzondere en zeer oude woord inmiddels hebben verruild voor de weinig prikkelende woorden maitiid en foarjier! Ik zeg zeer oud, omdat er buiten het Germaans ook verwanten van dit woord bestaan, zoals éar bij de oude Grieken, vēr bij de oude Romeinen, en gwanwyn bij de goede mensen van hedendaags Wales.

Afstoffing
De Oudgermaanse vorm is *wēsr. Door omwisseling van de laatste twee medeklinkers, een ontwikkeling die wel vaker voorkomt in dergelijke gevallen, ontstond de vorm *wērs, vanwaar Oudfries wers en later wars. Uit het meervoud van Oudgermaans *wēsr, te weten *wēsrō, ontstond uiteindelijk Oudnoords vár. Voor de Nederlandse vorm nemen we de Oudfriese ontwikkeling als uitgangspunt. En zo komen we bij waars. Een vergelijkbare ontwikkeling is die van Oudgermaans *haisraz naar Middelnederlands heersch (en diens variant haarsch).

Het lijkt er dan ook op dat het ooit een algemeen Oudgermaans woord was. Wel, wat mij betreft stoffen we het af, tot een mooie Nederlandse vorm, en doen we alsof we het nooit zijn vergeten. Hoe zou het dan luiden ware het overgeleverd? Waars lijkt mij het meest waarschijnlijk. Het woord is dan uiteraard niet ter vervanging van lente, maar bedoeld als dichterlijk evenwoord. Wie een beetje bekend is met talen als het Oudengels en het Oudnoords weet dat talen die gezegend zijn met veel evenwoorden een genot voor de zinnen zijn. Om diezelfde reden kwam ik enkele maanden geleden met gijm als evenwoord voor winter, en zo zal ik uiteindelijk ook met evenwoorden voor zomer en herfst komen.

Maar voor nu:

Waars komt!

Advertenties
2 reacties leave one →
  1. walter gauwloos permalink
    23 mei 2011 20:08

    Een prachtig woord, dat ik wel wil gebruiken. Jammer dat je de
    oorspronkelijke betekenis van dit woordje niet hebt opgegeven.
    In het Vlaams hebben we ook nog een woordje, zij het niet zo schilder-
    achtig als waars, nl ‘de uitkom’

    • Olivier van Renswoude permalink*
      24 mei 2011 14:42

      Voor zover etymologen het kunnen achterhalen heeft het woord altijd al ‘lente’ betekend, als afleiding bij een wortel.

      Die wortel is wellicht Proto-Indo-Europees *H2ew-s-/*H2w-es- ‘licht’, vanwaar o.a. ook Latijn aurōra en Oudgermaans *austaz (Nederlands oost). Vergelijk ook Middelnederlands orewoet. Het verband tussen lente en licht is gauw gelegd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s