Skip to content

Goede Jiel!

21 december 2014

kaarsen

Over een enkele stonde, rond elven vanavond, is het winterzonnewende. Het is dan de langste nacht van het jaar, waarna de dagen weer lengen. De heidense Germanen vierden hierom groot feest en boden de goden geschenken voor vruchtbaarheid, voor nieuw leven. Ook werden de overleden voorouders herdacht, waarmee zij nog altijd in gemeenschap waren. Deze feestdagen noemden zij *jeulō (mv.), een woord dat in Scandinavië nog voortleeft in de vormen jul en jol, zij het als benaming voor Kerstmis. Het woord is in de Lage Landen jammer genoeg niet overgeleverd, maar zou in hedendaags Nederlands Jiel luiden. De herkomst van het woord is duister als de nacht zelve. Wat zouden wij met een kleine vorsing kunnen bevinden?

Het enkelvoud van *jeulō is *jehlan, een onzijdig woord. Om de betekenis hiervan te achterhalen, als dat mogelijk is, moeten we kijken of we verwante woorden kunnen vinden en het tot een wortel kunnen herleiden. Handig is het dan om de vóór-Germaanse, (plaatselijk) Proto-Indo-Europese vorm van het woord te beschouwen. Als we de klankverschuivingen in acht nemen ligt een vorm als *i̯ékwlom voor de hand, waarbij *-lo- een bekend achtervoegsel is. Opvallend is vervolgens de gelijkenis met *i̯ékwr, het algemene Proto-Indo-Europese woord voor de lever, dat is overgeleverd als o.a. Sanskriet yákṛt, Latijn iecur en Grieks hḗpar. Is hier sprake van één en dezelfde wortel? Wat zou het midwinterfeest met de lever te maken kunnen hebben? (Behalve drank dan!)

Voor menig volk in de oudheid was de lever niet zomaar een orgaan, maar een van de belangrijkste. De Griekse wijsgeer Plato bijvoorbeeld, die omtrent 400 voor Christus leefde, noemde de lever de zetel van de verlangende ziel. Een ernstige en gewichtige bezigheid van de Grieken was dan ook de hēpatoskopía, oftewel het onderzoeken van de lever om de wil van de goden te kennen en aldus de toekomst te voorspellen. De Romeinen en Etrusken hechtten eveneens zulk belang aan de lever en de Babyloniërs waren rond 2000 voor Christus al dusdanig gevorderd in deze tucht dat zij kleien modellen van schapenlevers gebruikten als hulpmiddel bij het lezen van de lever. Ook de Assyriërs en Sumeriërs hielden zich met deze vorm van waarzegging bezig en hadden net als de Egyptenaren verfijnde kennis van de eigenschappen van de lever.

De lever is onmisbaar in het lichaam en heeft te veel functies om op te noemen, maar ze is in elk geval van groot belang bij de stofwisseling. Wetenschappers hebben nog niet zo lang geleden vastgesteld dat de lever een wonderbaarlijk, vrijwel weergaloos vermogen tot hergroei heeft. Belangwekkend is dan de Griekse mythe van Prometheus. Voor het geven van vuur aan stervelingen werd hij door de goden gestraft en aan een bergwand geketend: iedere dag kwam er een adelaar aan zijn lever vreten en iedere nacht hergroeide zij weer geheel. Of de Grieken werkelijk wisten van het vermogen van de lever tot hergroei is moelijk te zeggen. Hoe zouden ze dit te weten zijn gekomen?

Of de Germanen aan leverschouw deden is niet bekend en van het besproken Proto-Indo-Europese woord *i̯ékwr ‘lever’ is in de Germaanse talen geen spoor. Het Oudgermaans had daarentegen *librō (Nederlands lever) en mogelijk is dit verwant aan *libēnan (Nederlands leven). Hoewel *librō ook anders wordt geduid is het helder dat veel oude volken een nauw verband zagen tussen lever en leven. Let ook hoe in Indiase talen Hindi en Urdu het woord voor de lever, jigar, overdrachtelijk ‘geest, verstand’ en ‘moed’ betekent.

Proto-Indo-Europees *i̯ékwr ‘lever’ heeft overigens een verwant, namelijk *ikwrós ‘(vis)kuit’, overgeleverd als o.a. Litouws ikras en Middeliers iuchair. Nu zijn lever en kuit beide glad en zacht, dus wellicht betekent dit oude woord voor (vis)kuit letterlijk ‘het leverige’. Anderszijds, (vis)kuit is een treffend zinnebeeld voor leven en voortbrenging.

Laat ons dan voorzichtig stellen dat de Proto-Indo-Europese wortel *i̯ekw-, *i̯okw-, *ikw een betekenisveld omtrent leven, bezieling en verwekking heeft. En laat ons stellen dat hierbij ook hoort *i̯ékwlom, oftewel Oudgermaans *jehlan. Dan zij het Germaanse midwinterfeest op te vatten als een ‘levensfeest’. Het zijn immers de dagen waarop aan de goden werd geofferd voor nieuw leven na de winter en de viering van gemeenschap tussen de levenden en de overledenen – dat is een gemeenschap van leven, niet een van dood, daar de doden in enige zin worden geacht voort te leven. Maar anders betekent *i̯ékwlom, Oudgermaans *jehlan, misschien domweg ‘levendigheid, opgewektheid’ en bij uitbreiding ‘feestelijkheid, feestdag, feest’.

Het zou de aannemelijkheid ten goede komen als we meer woorden tot deze wortel *i̯ekw-, *i̯okw-, *ikw konden herleiden, in het beoogde betekenisveld. Nederlands jagen ‘achtervolgen om buit te maken’, jakken ‘vlug zijn’ en diens verlengde vorm jakkeren gaan net als Duits jagen e.a. terug op Oudgermaans *jagōnan/*jakkōnan ‘vlug zijn; achtervolgen’, een woord dat anders een bevredigende duiding moet ontberen. Welnu, het zou klankwettig terug kunnen gaan op (plaatselijk) Proto-Indo-Europees *i̯okwnéh2 (waarbij *-neh2 een gebruikelijk achtervoegsel is ter vervoeging van werkwoorden), met een betekenis als ‘levendig zijn, bezield zijn’. Vergelijk voor de betekenisontwikkeling hoe Engels quick ‘vlug’ afkomstig is van Oudgermaans *kwikwaz ‘kwiek, levend(ig)’.

Een andere mogelijk afleiding van deze wortel is Nederlands gek ‘dwaas’, dat beantwoordt aan Middelnederduits geck ‘dwaas’ en anders van onbekende herkomst is. Het woord zou de voortzetting van een Oudgermaans *jekkaz kunnen zijn, en dit op diens beurt van (plaatselijk) Proto-Indo-Europees *i̯ekwnós ‘bezield, levend’. De betekenisontwikkeling van ‘gek, dwaas’ uit ‘bezield’ vinden we ook in dwaas en vermoedelijk in oen.

Ten slotte, aangezien veel Proto-Indo-Europese wortels ook een vorm met ingevoegde neusklank hebben, zoals naast *leikw (Duits leihen ‘te leen geven’) ook *linkw (Latijn linquere ‘verlaten’), kunnen we ons afvragen of er bij onze wortel *iekw ook niet een vorm *inkw bestond. Een eenvoudige afleiding hiervan, in de vorm *inkwós, met een betekenis als ‘bezieler, verwekker’, zou de voorloper kunnen zijn van Oudgermaans *Ingwaz, de vooralsnog raadselachtige naam van een mythologische voorvader der Germanen, die onder andere als Oudengels Ing overgeleverd.

Wel, hoe het ook zij: ik wens allen Goede Jiel en verzoek het glas te heffen op voorouderlijk en nieuw leven. Maar drink in hemelsnaam met mate, om die arme lever te sparen!

Afbeelding

Gemaakt door L.C. Nøttaasen. Enige rechten voorbehouden.

Verwijzingen

Beekes, R., Etymological Dictionary of Greek (Leiden, 2010)

Bjorvand, H. & F.O. Lindeman, Våre Arveord, revidert og utvidet utgave (Oslo, 2007)

Derksen, R., Etymological Dictionary of the Slavic Inherited Lexicon (Leiden, 2008)

Krahe, H. & W. Meid, Germanische Sprachwissenschaft III: Wortbildungslehre (Berlijn, 1969)

Kroonen, G., Etymological Dictionary of Proto-Germanic (Leiden, 2013)

Kuntz, E. & H. Kuntz, Hepatology, Principles and Practice, 2nd edition (Heidelberg, 2006)

Matasović, R., Etymological Dictionary of Proto-Celtic (Leiden, 2009)

Philippa, M., e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (webuitgave)

Power, C. & J. Rasko, “Whither Prometheus’ Liver? Greek Myth and the Science of Regeneration” in Ann Intern Med., 149(6) (2008) blz. 421-6

Simek, R., Lexikon der germanischen Mythologie, 3. Auflage (Stuttgart, 2006)

Vaan, M. de, Etymological Dictionary of Latin and the other Italic Languages (Leiden, 2008)

Vries, J. de, Altnordisches etymologisches Wörterbuch, 3. Auflage (Leiden, 1977)

Wodtko, D. e.a., Nomina im Indogermanischen Lexikon (Heidelberg, 2008)

Advertisements
10 reacties leave one →
  1. Walter permalink
    22 december 2014 13:59

    De Romeinen hadden de ingewandenschouw overgenomen van de Etrusken.
    Zij noemden hun ziener een ‘haru-spex’. Haru komt uit het Etruskiese ‘hira’ en betekent ‘lever of damkanaal’. Een haruga was een offerdier. Heeft misschien ook een verband met Grieks ‘hepa’?
    Onze woorden joelen, jolijt met de betekenis van feestelijk zijn verwant met Jiel, joel.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      23 december 2014 14:31

      In zijn Etymological Dictionary of Latin and the other Italic Languages uit 2008 duidt De Vaan het eerste deel van haruspex als de voortzetting van Proto-Indo-Europees hrH-u- ‘ingewanden’. Hiernaast bestond de vorm horH-neh2, de voorloper van Oudgermaans *garnō ‘ingewanden’ (IJslands görn). Nauw verwant in het Germaans is ook *garnan ‘draad’ (Nederlands garen).

      Ik vrees dat die (overtuigende) duiding geen verbinding toelaat met de hierbesproken wortel *iekw

  2. Jeroen H. permalink
    22 december 2014 18:28

    Kennen we alleen in Twente de Joelhoorn / Mirrewiinterhoorn nog (origineel in het hele (Neder)Saksische gebied)? Op deze blazen we, van Advent tot Driekoningen, “N Oaldn Roop” om kwade geesten te verjagen.

    Juulkesjacht (Weerseloos-Twents) => Joeltjesjacht? (NL) is één der vele (Twentse) namen voor de Wildejacht.

    Traditioneel wordt deze geleid door Wodan of Tiwas soms ook Fro, in Twente en (noordelijke)delen van de Achterhoek wordt deze ook wel eens door “Derk met den Beer (ever) geleid Derk is/was een boer-jager die door Fro vervloekt werd omdat hij Fro’s ever geschoten had tijden de zonnewende nu jaagt hij ten eeuwige dage.

    Andere Twentse namen voor de Wildejacht;

    – Hubertusjacht – naar de patroon der jagers, Hubertus.
    – Wilde Jacht van Tütü – naar het geluid en verwant aan het Meckelenburgse “De Wode Tüt”
    – Kefkesjacht – naam afkomst onduidelijk, (misschien uit Kefkeding => kef hond hond die veel blaft).
    – Jacht van Küpis/Tüpis – naar het wieland Tüpisgaard tussen de Haeckenberg en Tankenberg.
    – Jacht van Hakkelbeernd, een “sluiernaam” voor Wodan wand hij draagt de “gehakkelden” mantel, en de Haekenberg is zijn berg.

    verder hebben we nog;

    – Jacht van Schoolten Joost.
    – Höllekerjacht.
    – Stuethünekesjacht.
    – Juulkesjacht.
    – Telmsjacht.
    – Jifferkesjacht.
    – Seduumkesjacht.

    Veelal handelt het bij deze laatsten on verchristelijkte varianten van Derk met den Beer, welke zowel als “traditionele” als “christelijke” verzie de ronde doet.

    bron: “Overijsselsch Sagenboek p. 27/33”

    • Olivier van Renswoude permalink*
      23 december 2014 15:07

      Prachtige namen, Jeroen!

      Even voor de duidelijkheid, er waren in het Oudgermaans twee woorden:

      1. *jehwlan, mv. *jehwlō, de naam voor het midwinterfeest, overgeleverd als Oudnoords jól en Oudengels géol, geoh(h)ol, welke in het Nederlands Jiel zou luiden

      2. diens afleiding *jegwlijaz ‘de bij Jiel horende; Jielmaand’ > jonger *jeulijaz, overgeleverd als Oudengels gīuli, Oudnoords ýlir, Gotisch jiuleis en Middelnederlands juul, welke in het Nederlands juil zou luiden

      (De wisseling van h in het oorspronkelijke woord en g in de afleiding komt doordat de klemtoon verschilde.)

      Twents Juulke in Juulkesjacht zou in beginsel bij dit tweede woord kunnen horen, niet in de betekenis ‘Jielmaand’ maar meer oorspronkelijk ‘de bij Jiel horende’, en een oude bijnaam van Woen kunnen zijn. Vergelijk daarvoor Oudnoords Jólnir, een (laatgevormde) bijnaam van Óðinn/Woen. Maar zonder oudere overleveringen is het moeilijk te zeggen.

      Hakkel in Hakkelberend lijkt mij de voortzetting van Oudgermaans *hakulaz ‘mantel’, en berend letterlijk ‘dragend’. Dat is inderdaad een zeer toepasselijke naam voor Woen! Ik vraag me wel af hoe oud deze naam is.

      • Jeroen H permalink
        23 december 2014 19:26

        Door de vereenzelviging van Hakkelbeernd en Wodan meende ik dat “hakkel” een afgeleide was van Haeken(berg), wat de berg van Wodan is.
        “beernd” is dan een naamwoord, Twentse variant van Berend/Bernard is wel degelijk, Beernd. Dan werkt ’t net zo als Prussebeernd, Berend “van de Prusse”, die, eigenlijk Berend Jannink heet. (de Prusse is een erfnaam, hij is niet een Pruis (Duitser)).
        Maar het kan natuurlijk ook zijn dat deze verhalen, die relatief jong en uit zelfbehoud ontstaan zijn, een poging zijn om oude (verbannen) woorden en/of tradities een nieuwe verklaring te geven (ook de Sinterklaasviering is er hier één van).

        “hakkel” kan ook nog komen van “gehakkelden” een staat waarin zijn mantel verkeerd.
        Overigens kwam ik het woord “gehakkelde(n)” ook tegen in de vlinder namen Gehakkelde aurelia, Gehakkelde bladroller, Gehakkelde spanner
        en Gehakkelde vos, hier duid het op de gekartelde randen van de vleugels, zou het kunnen dat het iets betekend als gerafelde?

        nog even een doordenkertje:
        uitdr.: “Joost mag het weten” wordt vaak van beweerd dat Joost, God is. Welke god zeggen ze er echter niet bij.

        Uit een andere bron haal ik nog dat Scho(o)lten Joost ook wel Hakkelbeernd genoemd werd en in de eerdere bron wordt Hakkelbeernd vereenzelvigt met Wodan, Joost is dus Wodan.

        Vree end Good goan,

        Jeroen H.

  3. Daniel Sundt permalink
    23 december 2014 15:11

    ik denk, dat we ook nog het woord +joel+ kennen voor de zonnewendetijd (kerst)danielsundt

    • Olivier van Renswoude permalink*
      23 december 2014 15:49

      De vorm Joel is echter, hoogstwaarschijnlijk langs Duits Jul, overgenomen van Zweeds of Deens jul.

      Het Nederlands heeft wel een eigen werkwoord joelen, maar dit is niet verwant. Het heeft de ontlening niettemin vergemakkelijkt.

      • Kees Griengren permalink
        3 januari 2015 18:51

        Uw stelling dat ‘joelen’ niet verwant is aan jul is onjuist. Joelen/j~howl/huilen is een associatie die aan het wiel (wail) kleefde, omdat de strijdgoden [die joelden en huilden] hun rondjes liepen om het hemelgewelf, dat symbolisch als een molen en/of een wiel gezien werd. Je ziet dit ook aan ‘krijs'(~cry) en Duits ‘Kreis’ (cirkel). Cross/kruis zijn hier ook aan gerelateerd geweest.

        De figuur “Christ[us]” is gebaseerd op een kaping van een naam uit de voorchristelijke godenwereld. Maar aangezien deze zogenaamde ‘verlosser’ komt troosten, is deze symbolische figuur anti-krijs / anti-joel.

  4. 14 juni 2015 15:15

    Naam Oen (zie toneelstuk van Jan de Vos) is afkomstig van Oe(r)n
    Amstel-westfries voor Arend.

Trackbacks

  1. De echte Zwarte Piet | Taaldacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s