Herrend met de heerlijke stem

Hij was “de beroemdste zanger uit de Germaanse Oudheid”, een man wiens heldere stem als toonbeeld gold in de landen om de Oostzee en Noordzee tot ver in de heuvels van Beieren. Herrend luidt zijn naam in onze taal, ook wel Harrend, en naar hem is nog vele eeuwen menig man vernoemd in Zuid-Holland en Zeeland, waar hij volgens een van de overgeleverde verhalen gevochten heeft voor zijn oom en heer, op het inmiddels lang verdronken eiland Wulpen.

Bovenstaande lier komt uit het rijke zesde eeuwse graf van een schop (niet Herrend) dat in 2001 is ontdekt in het stadje Trossingen, nabij het Zwarte Woud in Zuidwest-Duitsland. Het klanktuig was samengesteld uit esdoorn, wilg, hazelaar en es, en getooid met kenmerkend Germaans vlechtwerk en een afbeelding van twee heerscharen (zie onder).

Herrend was schop (meervoud schopen): een begenadigde dichter die in zijns heren dienst stafrijmende heldenliederen hief, doorgaans met de edele klanken van een lier, die hij meestal zelf speelde. De schop, van ouder skop, was de Westgermaanse tegenhanger van de Noordgermaanse skáld. Deze liederen draaiden vaak om een wrek: een krijger die om de een of andere reden gedwongen was om zijn vaderland te verlaten.

lier2

Noord en west
De vroegst bekende verwijzing naar Herrend is te vinden in de overgeleverde flarden van Ragnarsdrápa, een gedicht van de negende eeuwse skáld Bragi Boddason, zoals vier eeuwen later aangehaald en toegelicht door de bekende IJslandse geleerde Snorri Sturluson. Verhaald wordt van het zogenaamde Hjaðningavíg, destrijd der Hjaðningar’ die uitbreekt nadat de jonge Hildr tot woede van haar vader Hǫgni wordt geschaakt door Heðinn, zoon van Hjarrandi (de Oudnoordse vorm van Herrend). Doordat Hildr iedere nacht de gesneuvelden weer tot leven wekt zal deze beruchte slag geleverd worden tot aan de rampspoed van de Ragnarǫk.

Hoewel Bragi noch Snorri rept van de zangkunsten van Hjarrandi, althans in de delen van de vertelling die bewaard zijn gebleven, wordt in een ander verhaal, Bósa saga ok Herrauðs, terloops gewag gemaakt van een danslied of danswijze met de naam Hjarranda hljóð. Daarnaast was Hjarrandi één van de vele bijnamen van de god Óðinn. Diens verband met gezang blijkt anderszins onder meer uit de bijnaam Galdrafǫðr, de ‘vader van toverliederen’ dan wel ‘schikker van toverliederen’ – afhangende van de ware betekenis van fǫðr.

Een duidelijkere doch bondige bron inzake Herrend de zanger is ondertussen het tiende eeuwse Oudengelse gedicht Déor. Daarin gedenkt de verteller Déor enkele ongelukkige gebeurtenissen in het verleden, om te besluiten met zijn eigen tegenspoed. Ooit diende hij immers vele winters als scop van de Heodeningas, tot hij volgens het besluit van zijn heer zijn plek en landrechten verloor aan Heorrenda, een léoðcræftig monn ‘liedvaardig man’.

Nu is Heorrenda uiteraard de Oudengelse evenknie van Hjarrandi (en ons Herrend), maar evengoed beantwoordt de geslachtsnaam Heodeningas aan Hjaðningar bij Bragi en Snorri hierboven. Ze zijn afgeleid van Heoden, die afzonderlijk niet voorkomt in Déor, en Heðinn, de naam van een van de hoofdlieden in de Oudnoordse vertelling van Bragi en Snorri. Dit voorkomen van eigen vormen in beide zustertalen geeft al aan dat deze namen uit een gemeenschappelijk verleden stammen: de Germaanse oudheid.

Overlevering in Zuid-Duitsland
De voornaamste verschijning van deze beroemde zanger is echter in het Middelhoogduitse gedicht genaamd Kûdrûn, dat in de eerste helft van de dertiende eeuw in Beieren of Oostenrijk is opgesteld. Zijn naam heeft hier echter de vorm Hôrant in stede van de verwachte vorm Herrant, die anderzins wel in die streken als mannennaam bestond, zoals ook bewaard in de Beierse oordnaam Herrantisperch (thans Hirnsberg). Hoe deze afwijking is ontstaan is duister, maar de verdere verbanden maken duidelijk dat het om dezelfde vermaarde man gaat.

Kûdrûn, het voornaamste Duitse heldendicht na het Nibelungenlied, bestaat uit drie delen, waarvan het tweede grotendeels gelijk loopt met het Oudnoordse verhaal over Hǫgni, Hildr en Heðinn. In dit geval gaat het om een koning genaamd Hagene wiens dochter Hilde ontvoerd wordt door Hetele, die zelf een koninkrijk heeft dat langs de Noordzee strekt van Denemarken tot aan de monding van de Schelde in Zeeland. Hôrant is hier neef en leenman van Hetele en heerst over Denemarken. Deze verhouding tussen de twee mannen komt meer overeen met de Oudengelse kenmerking van Heorrenda in dienst van de heer der Heodeningas, dan de Oudnoordse verwijzing naar Hjarrandi als Heðins vader.

Hôrant speelt een sleutelrol in de ontvoering van Hilde. Haar vader Hagene bewaakt haar als een draak zijn schat, waardoor Hetele een list nodig heeft om haar daar weg te krijgen en tot zijn vrouw te maken. Hij stuurt Hôrant met gezelschap vermomd als kooplui naar het vijandige hof, waar die met sô hêrlîcher stimme begint te zingen dat iedereen met stomheid is geslagen en zelfs de vogels er stil van zijn. Hilde raakt zo onder de indruk van deze “allerliefste wijs” dat zij haar vader overhaalt om deze bijzondere zanger uit te nodigen.

Nog enkele keren heft Hôrant daar een wonderschoon en lang lied aan, welna ter betovering van allen aanwezig, tot hij eindelijk de gelegenheid krijgt om met Hilde alleen in het geheim af te spreken. Hij vertelt over zijn koning Hetele, die haar wil huwen, en zij stemt in. Op de dag dat Hôrant en zijn mannen weer vertrekken en uitgezwaaid worden door het hof, trekken ze op het laatste ogenblik Hilde het schip op en varen weg, tot verrassing en woede van haar vader Hagene. Hij achtervolgt hen naar hun land en het komt tot een slag, waarbij hij Hetele verwondt doch zelf bedwongen wordt. Het eindigt in een verzoening en het huwelijk van Hetele en Hilde. Over hun dochter Kûdrûn gaat vervolgens het derde en grootste deel van het gedicht, waarin Hôrant van minder belang is.

Na haar verloving met Herwîc van Zeeland wordt Kûdrûn geschaakt door Hartmuot, de zoon van de Normandische koning Ludewîc. Nu is het Hetele zelf die met man en macht poogt zijn dochter terug te halen. Uiteindelijk komt hij tegenover de Normandiërs te staan op het Wülpensant oftewel de Wülpenwerde, waar hij in de bloedige strijd door Ludewîc geslagen wordt en levenloos ineenzijgt. Hôrant wordt in de verwarring door een van zijn eigen mannen in de borst geslagen maar overleeft ternauwernood. Koningin Hilde wijst hem later aan als de leider van de heervaart om haar dochter Kûdrûn alsnog te bevrijden.

Plekken
Waar Wülpensant/Wülpenwerde lag is voor de meeste geleerde besprekers van het gedicht een uitgemaakte zaak: het gaat hier om het Zeeuwse eiland Wulpen, dat als gevolg van meerdere stormvloeden voorgoed onder het water is verdwenen in het jaar 1513. Het is ook in Zeeland en Zuid-Holland waar vanouds de naam Herrend en diens nevenvorm Harrend (tevens gespeld als Herrent en Harrent) geliefd was. Ook in het Bildt te Friesland, dat ingepolderd is door mensen uit Zuid-Holland, komt de naam “gedurende de gehele geschiedenis” voor.

Als grensstroom tussen Wulpen en Cadzand liep vroeger ook het Hedensee (nevenvorm Hiddenezê), dat wil zeggen het ee ‘water’ van ene Heden. De naam is op dezelfde wijze samengesteld als Zierikzee, eigenlijk het ee van ene Zierik. Hier lijkt Heden op het eerste gezicht te beantwoorden aan de koningsnaam Heoden/Heðinn/Hetele. Te meer, volgens de Deense geschiedschrijver Saxo Grammaticus, die tegen het jaar 1200 zijn eigen Latijnse uitvoering van het verhaal over de ontvoering van Hilda gaf, was het eiland Hithinso de plek waar Hoginus en Hithinus hun gevecht hadden.

Betekent dit dat de oorsprong van de verhalen over Kûdrûn en Hilde in Zeeland ligt? Ja en nee. Er is namelijk ook een eiland genaamd Hiddensee (voorheen Hedins Oe) bij Rügen aan de Oostzee. Volgens het Oudengelse gedicht Wídsíð, dat als bijzonder waardevol wordt geacht vanwege zijn kennelijk getrouwe opsomming van oudere, voornamelijk Germaanse volkeren en hun koningen, heerste Hagena over de Holmrygas en Heoden over de Glommas. Met de Holmrygas is zonder twijfel de toenmalige bewoners van Rügen bedoeld.

Dat betekent dat het verhaal over Hilde –en vandaar ook de zanger Herrend– in die streek zijn oorsprong moet hebben, waarna het verbreid is naar andere delen van de Germaanse wereld. Dit moet vroeg gebeurd zijn, toen het Germaans nog nauwelijks vertakt was, want de Zeeuwse/Hollandse vorm Herrend/Harrend is een rechtstreekse voortzetting van de oorspronkelijke naam. Een latere verspreiding door Deense of Noorse wijkingen, bij wien de naam inmiddels de vorm Hjarrandi had, zou in het Zeeuws/Hollands immers tot iets als Jarrend geleid hebben.

Het verhaal over Kûdrûn daarentegen zou ergens in Zeeland of Zuid-Holland zijn wortels kunnen hebben of op zijn minst daar enige vorm hebben gekregen. Daarop wijst het voorkomen van de naam Herrend in de omgeving (ook al is deze vervormd tot Hôrant tegen de tijd dat Kûdrûn is opgesteld) en de rol van het eiland Wulpen. Een verdere aanwijzing is de vorm van de naam Kûdrûn, die klaarblijkelijk een vorm van Gûdrûn is. Die K- is hier mogelijk een Duitse wijze om de Zeeuwse/Hollandse G- weer te geven, waarna de grondstoffen van het verhaal Beieren bereikten.

Herrend
Zelf is Herrend een waar kleinood en waarschijnlijk oorspronkelijk een titel of bijnaam. Het is een tegenwoordig deelwoord, zoals zingend en luidend, maar van het bijbehorende werkwoord is in geen van de Germaanse talen een spoor te bekennen. Het moet evenwel afkomstig zijn van dezelfde wortel als Drents horren ‘jachtavonturen vertellen’, Oudnoords herma ‘verhalen; herhalen; nadoen’, Oudengels (on)hyrian ‘nadoen’ en Oudhoogduits andharōn ‘nadoen’. Verwanten buiten het Germaans zijn onder meer Oudindisch akāriṣam ‘heb geroemd’ en kārú- ‘lofzanger, dichter’.

Herrend was zoals gezegd “de beroemdste zanger uit de Germaanse Oudheid”, hier in de woorden van de bekende Nederlandse geleerde Arend Quak. Hoewel hij in de boven besproken overlevering slechts een bijrol speelde is het zeer waarschijnlijk dat er ook liederen en andere verhalen over hem in het bijzonder de ronde deden. En hij heeft vast zelf ook aan enige liederen gewerkt, wellicht zelfs een van vele die ons naamloos bereikt hebben.

Beelden
De zesde eeuwse lier van Trossingen, door Manuela Schreiner. Enige rechten voorbehouden. Opsmuk van de lier, door FA2010. Rechtenvrij.
Verwijzingen

Debus, F., “Ein Lexikon der in literarischen Texten des deutschen Mittelalters enthaltenen Namen”, in Person und Name: methodische Probleme bei der Erstellung eines Personennamenbuches des Frühmittelalters (Berlijn, 2002)

Gerritsen, W.P. & A.G. van Melle, Van Aiol tot de Zwaanridder. Personages uit de middeleeuwse verhaalkunst en hun voortleven in literatuur, theater en beeldende kunst (Nijmegen 1993)

Hamer, R., A Choice of Anglo-Saxon Verse (Londen, 1970)

Jonckbloet, W.J.A., Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 1. De middeleeuwen (1), vierde druk (Groningen, 1888)

Jungandreas, W., Die Gudrunsaga in den Ober- und Niederlanden: eine Vorgeschichte des Epos (Göttingen, 1948)

Slempkes, J.A., Goedroen de Koningsbruid: een vroegeling van Hollands kusten (Zutphen, 1934)

Symons, B., Kudrun, zweite verbesserte Auflage (Halle, 1914)

Voorwinden, N.T.J., “‘Dat hoorde ik zeggen…’ Over orale dichtkunst in de Nederlanden ten tijde van Willibrord”, in Madoc, Jaargang 1995 (1995), blz. 191–200

6 gedachtes over “Herrend met de heerlijke stem

  1. Interessant stuk! Heeft u naast de ene link voor Harrend nog meer bronnen voor het gebruik van de naam in Zeeland en Zuid-Holland? Ik kan die niet zo snel vinden.

    1. Dank, en dat was ik inderdaad vergeten erbij te zetten.

      De Zeeuwse en Zuidhollandse verschijningen van Herrend, Herrent, Harrend en vooral Harrent zijn o.a. bij GenealogieOnline te vinden. Zie per Google ook allerlei bladzijden met vadersnamen als Herrentszoon, Herrentsz, Herrentsdr enz. Daar staat de plek vaak bij.

  2. Ter aanvulling van dit blog: er is nog een derde variant van het Kûdrûn gedicht. Bij de Gottscheern (een Duits sprekenende enclave in Slovenië) is in het Gottscheern-Duits een gedicht genaamd ‘der Meererin’ (Də mêrarin). De inhoud van dit gedicht komt grotendeels overeen met met het Kûdrûn gedicht. Het Duitse woord voor zee (das Meer) ligt voor de hand lijkt mij. Vrij vertaald is de ‘der Meererin’ de zeebewoonster.

    1. Juist, en er bestaat ook een veertiende eeuws Jiddisch gedicht genaamd Dukus Horant, over hoe de zingende held de hand van Hilde wint voor zijn heer Etene. Die laatste naamvorm is opmerkelijk, want hoewel de h is afgesleten, is de n van de oorspronkelijke Germaanse naam *Hedenaz/*Hedenō bewaard, in tegenstelling tot Hetele in Kûdrûn.

  3. Er zijn minstens twee eerdere pogingen gedaan om een ‘Nederlandse’ oorsprong van het Gudrunepos aannemelijk te maken.

    Jungandreas 1948 die u in uw verwijzingen hebt opgenomen.
    Maar ook:
    Vorrink, J.W. 1964. ‘Die Urgudrun’. In: Levende Talen 222. p. 603-645.

    Vorrink zag het epos kennelijk zelfs als een sleutelroman over de dynastie van de Hollandse graven, hetgeen als weerlegd wordt beschouwd door:
    Bruch, H. 1964. ‘De Hollandse graven en het Gudrunepos’. In: Levende Talen 224. p. 231-238.

    Ik heb deze publicaties niet gelezen en vond de informatie in Madoc 1995 p. 193-194:
    https://www.dbnl.org/tekst/_mad001199501_01/_mad001199501_01_0041.php

    Jammer dat u geen aandacht schenkt aan Vorrink / Bruch.

    En dan bestaat er ook nog:
    Vandermaele, J. 1997. Gudrun. Ontvreemd Vlaams Erfgoed. Uitgave in eigen beheer?

    Ook deze heb ik niet gelezen, maar ik ken ander werk van Vandermaele en ben allerminst onder de indruk.

    1. Een man moet keuzes maken. Het stuk in Madoc heb ik trouwens ook geraadpleegd en was ik vergeten in de verwijzingen te zetten. Bedankt voor de wenk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.