Tien jaar Taaldacht

Het is vandaag het tweede vichtel (lustrum) van Taaldacht en dat vraagt om een kleine terugblik op de laatste vijf jaar. Er is in die tijd veel gevorst en geschreven, met name gewroet naar de oorsprong van allerhande woorden, waarbij veel nieuwe antwoorden zijn gevonden. Het is tevens bijna een jaar geleden dat de oude opmaak verloren is gegaan: de knusse stek onder de wortels van de machtige beuk moest wijken voor de huidige, breder opgezette webstede.

oudeopmaak2

Het is wellicht verrassend, maar veel Nederlandse woorden staan ondanks gissingen en opperingen nog steeds te boek als van uiteindelijk duistere herkomst. Bij menig ander is wel een duiding vrijwel algemeen aanvaard, maar valt daar bij nader inzien aan te twijfelen. Zo zijn op Taaldacht in de afgelopen vijf jaar onder meer de volgende woorden opnieuw onderzocht: appel, baas, beun, buxus, ekster, ent (reus), es (boom), gijzelaar, god, groeien, hens (vuur), hond, jammer, jas, juut, koorts, kraanvogel, lieden/lui en diede (volk), mol, regen, reu, riet, ros, saai, spook, tover, volk, vuist, wiking en winter.

Er zijn ook meerdere namen aan bod gekomen. In stavenschattelijke volgorde onder meer: Anderbode (een bijzondere jongensnaam), Bráhman (de Oudindische naam van het oerwezen), Cruptorix (een van de eerste inheemse namen in Nederland die we kennen), Herrend (zoals een zingende held heette), Húgo (een wolf waardig), Magusanus (een verlatijnste goden- of heldennaam), Skanomodu (voor een schuchtere of weerbarstige ziel), Tijmen (niet een vorm van Diedeman), Vlaanderen en Vlaming (naar de aard van het land), Waal (de arm van de Rijn), de waternamen van België (verrassend Germaans) en Woedan (niet zomaar ‘de woedende’).

En we hebben sindsdien meer zelfbedachte woorden, zoals daam (voor een wisse toestand van gewaarwording) en tam (voor het Latijnse cultuur), en hergebruikte woorden, zoals smout en vijter (in stede van olie). Er is inmiddels dan ook een aanzienlijke lijst van vervangingen van lastige leenwoorden, die aangevuld en verbeterd zal blijven worden, en hopelijk eens door de opstelraden van kranten en omroepen omarmd zal worden.

Het meest gelezen stuk op Taaldacht—ooit—is overigens het betoog voor de echte Zwarte Piet, uit de herfst van 2015. Dit onderwerp is als een vuurbal in de botsing tussen twee werelden. Waar de ene geen enkele verandering wil en de andere min of meer afschaffing eist ten gunste van een roetknecht of regenboognar, zijn wij van mening dat Zwarte Piet weer moet worden zoals hij was: een angstaanjagende schim uit het hemelrijdende gevolg van de heer Woen. Het geeft te denken dat deze weg nauwelijks besproken wordt.

Ondertussen schitteren nog altijd de immer aangevulde lijsten van vergeten woorden en Germaanse namen. Laatstgenoemde is eind 2017 zelfs uitgebreid herzien. Daarbij is gekozen voor indeling op de oude, achtste eeuwse vormen, waardoor de lezer hopelijk beter inzicht krijgt in de samenstelling van zulk waardevol taalgoed. Sinds kort is er evenwel een kleinere lijst van hedendaagse vormen onder de noemer oude Nederlandse namen. Laat dit erfgoed niet uitsterven!

Een andere roeping voor Taaldacht is thans de herleving van runen, of ruinstaven zoals ze in onze taal horen te heten. Ze zijn niet bedoeld ter vervanging van het alfabet, maar als een tweede schrift voor de nodige afwisseling. Van oudsher had het geen tekens voor getallen, maar daar is nu ook verandering in gekomen met de ontwikkeling van eigen talstaven.

Voorts is er het afgelopen jaar een reeks stukken van meer geschiedkundige aard verschenen, waarmee licht wordt geworpen op de omstandigheden waarin onze taal en voorouders zich bevonden en konden ontwikkelen. Het noemen waard zijn vooral: die Urheimat, het woud tussen werelden, oudheid aan de Noordzee en het heilige eiland.

Doch uw schrijver het dierbaarst zijn ten slotte enkele bespiegelingen over het wereldbeeld van onze voorouders, over het bestaan op zich, en over hoe het zou kunnen zijn in een wereld waarin de mens meer in samenklank met de wereld is. Het gaat met name om de Hoge God onzer voorouders, de kosmische orde, verering tussen de bomen, de tauw, heilige ruimte en zinzate. Hopelijk komt daar de volgende vijf jaar nog veel meer bij.

10 gedachtes over “Tien jaar Taaldacht

  1. Proficiat om uw wijsheid met ons te delen! Het doet altijd deugd om taal en geschiedenis zo vervlochten aan te treffen. Nog vijf jaar is slechts het minste wat ik als tijdsduur in gedachten heb. Verras, leer en plezier ons nog vele keren.
    Bedankt!

  2. Ik kijk elke keer uit naar een nieuwe bijdrage. Je weeft werkelijk een zeer mooi, én inspirerend, web rond onze taal. Hulde daarvoor, je webstee is een ware rots in de branding…of misschien beter, een ‘vels in de baren’ 😉

  3. Prachtig werk Olivier.Ik heb al vele dingen geleerd, die men mij voorheen nooit heeft verteld.Ik heb wel gemerkt dat men op ‘encyclo.nl’Nederlandse encyclopedie af en toe wel eens naar jouw webblad verwijst.De etymologiebank houdt voorlopig de boot nog af.Nu nog jouw voornaam vergermaniseren.

    1. Bedankt Walter!

      Mijn stukken zijn redelijk verhalend geschreven, terwijl de etymologiebank een zakelijkere insteek vergt en het liefst hele boeken inlijft. Wel zul je wat van mijn inbreng terugvinden in de herziening van de toevoegingen die Michiel de Vaan voor het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands heeft verzorgd. (Zie het voorwoord.) Die herziening is alleen (nog) niet doorgevoerd op de etymologiebank zelf.

      Over mijn naam: toevallig zat ik daar laatst nog mee te spelen. Denk aan Olfert (< Óthilfrith), Olver (< Olwar < Óthilwar), Olof (< Odolf < Ôdulf) enz.

      De wellicht wat onverwachte ontwikkeling van die laatste valt te vergelijken met die van Roelof (< Roedolf < Hróthulf).

    1. Als tweede lid van Nederlands Germaanse namen is heer (< heri) vrijwel altijd versleten tot -er. Dus dat zou in dit geval neerkomen op Alfer. (De h heeft lang genoeg bestaan om te voorkomen dat de f een v werd, d.w.z. stemhebbend werd.)

      Van de Oudfranse naam Olivier wordt vermoed dat die een vervorming is van een Germaanse, onder invloed van (middeleeuws) Latijn olivarius ‘olijfboom(kweker)’. Alle edelen onder Karel droegen immers een Germaanse naam, vanwege hun afkomst en zeden. Doch bij mijn weten kwam deze edelman met zijn naam aanvankelijk alleen in de letterkunde voor, dus de oudere duiding dat Olivier rechtstreeks van olivarius komt lijkt me even aannemelijk.

      1. De naam wordt inderdaad graag geassocieerd met het Latijnse ‘olivarius’ maar met het Germaanse hof van Karel de Grote wil ik toch die Germaanse oorsprongsmogelijkheid niet uitsluiten. De gezongen liederen waren eerst Germaans voor ze Frans werden. Die Germaanse naam voor iemand uit de kringen van Kartel betekent iets, wat de ‘olijvenkweker’ niet echt doet. En bij de Franse versie staat Olivier uit Vienne kwam (verfranst uit Viane, wat in Vlaanderen ligt, maar waarbij ik hier nog niet kies voor Vienne of Viane…).
        Ik denk toch dat volgende zaken in overweging kunnen worden genomen: *wulf-here, wolf-leger of wolf-strijder; al-were, al-verdediger of zoals ik eerder opperde, alf-here, elf-heer… Ik dacht hierbij aan de Angelsaks Ælfhere (Alfhere of Elfhere, tiende eeuw) die alderman was in Mercia, wat toch aantoont dat de naam Alfheer historisch bestond.

        Vriendelijke groeten!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.