Wij twee

Na een woelig leven van duizenden winters waren ze op het laatst waargenomen op de Noordfriese Waddeneilanden, waar ze halverwege de vorige eeuw een eenzame, stille dood stierven – vergeten en niet gemist, maar best een verlies. Ik heb het uiteraard over de Germaanse tweevoudsvormen. De taal van onze voorouders, zoals verwante en andere talen, had namelijk voornaamwoorden voor niet alleen enkele personen en meerdere personen, maar ook tweetallen, in dit geval voor ‘wij twee’ en ‘jullie twee’.

Lees verder “Wij twee”

Advertenties

De kleur van verstilling

In andere talen is het nooit aangetroffen, maar tot in de zeventiende eeuw bestemden dichters en schrijvers in de Lage Landen het geheimzinnige woord deluw voor een kleur die het midden houdt tussen vaal, flets, geelbleek, lijkbleek en loodkleurig. Het is in het bijzonder de onzalige tint van het verstillende gelaat en van ebbend leven uit mensen en bloemen.

Lees verder “De kleur van verstilling”

De zeker niet Spaanse aak

De Spaanse aak, waarde boom die hij is, heeft zijn naam niet mee. Hoewel zijn gevleugelde vruchten bij vlagen best een eind kunnen dwarrelen is hij niet uit Spanje komen overwaaien. Integendeel, de Spaanse aak is eigen aan de Lage Landen en is –in tegenstelling tot de gewone esdoorn– hier zelfs de enige inheemse esdoorn. Zijn andere benaming, veldesdoorn, is omslachtig en dus nauwelijks beter. En ook esdoorn zelf is een jong, weinig zwierig samenvoegsel van twee andere namen. Een oude bekende als deze verdient de heugenis van drie oude, Germaanse namen, die nog voortleven als Duits Ahorn en Maßholder en Deens navr.

Lees verder “De zeker niet Spaanse aak”

De stapels die reuzen wrochten

Gestaag was de regen, steil de wandeling, in dit koele woudland vol beken en vallen en ranke sparren. Er klonk een spel van ruisend water en kwelende vogels die zich bezigden in de vroege lente. En toch leek het stil, zij het door vrede of voorbode. Na een uur of wat kwamen we uit bij een opener oord, mijn makker en ik. Een mist hing daar dik over de mossige rotsenbodem en het pad leidde verder opwaarts langs struiken en berken en ander jong loof. Al na enige stappen vonden we hetgeen we voor gekomen waren. De eerste stapel van geweldige stenen doemde op door de sluier. Hadden we een zonderling gezang gehoord, zacht en helder als uit een ander rijk, het had ons niet verbaasd. Maar het bleef stil en ik vroeg me af wat het volk hier in vroegere eeuwen over deze stapels dacht en had gehoord. En waarom men besloten had hen Käste te noemen.

Lees verder “De stapels die reuzen wrochten”