Een woerd in het water

Terwijl zijn gade goed beschut is met haar bruin-en-vaal gevlekte veren heeft mijnheer eend een werkelijk stralend groene bol op zijn lichte romp. We zijn aan hem gewend, maar eerlijk gezegd kan hij zich meten met de mooiste vogels in oerwouden ver van hier. Met enig recht valt dan te vermoeden dat de naam woerd naar zijn opvallende uiterlijk verwijst. Dat geldt immers ook voor erpel, zoals hij heet in delen van Vlaanderen en Duitsland. Lees verder “Een woerd in het water”

Wat het Frans van de Franken heeft

Aan het begin van de middeleeuwen was bijna heel Gallië in handen van Germanen uit het Rijngebied: de Franken. In het noorden behielden zij hun eigen taal, de voorloper van het Nederlands en enkele Duitse streektalen. In het zuiden, waar zij minder talrijk waren, gingen zij over op het plaatselijke Latijn. Dat werd uiteindelijk het Frans, een taal die veel invloed op de onze zou hebben maar vanaf het begin ook veel woorden van de Franken en andere Germanen bevat: van kleurnamen als blanc, brun, fauve en gris tot beschrijvingen van het landschap als bois, falaise, haie en marais. Veel van deze zijn nu verzameld. Lees verder “Wat het Frans van de Franken heeft”

Ravenroem

Bloed vloeit en volk valt op het slagveld. Boven het luide gedrang zweven grote zwarte vogels in hoge afwachting rond: zij zullen zich aan de lijken verlustigen zodra de strijd beslecht is. Maar het zijn niet zomaar aaseters, het zijn dieren van hoog verstand, en het betaamt dat de zienergod Woen—het grote voorbeeld van krijgers in Middelgaard—twee van hen als helpers heeft om hem elke dag nieuws te brengen. Wij spreken uiteraard van raven. Lees verder “Ravenroem”

Anderbode

De lente mijn liefste is volop in gang en ik verheug mij op de malse groene wereld waarin ik mij straks weer bevinden zal. Het zijn zalige dagen voor ieder die de tijd neemt om werkelijk met aandacht te zien hoe bloem en blad tevoorschijn komen, ontvouwend als kunstige kleinoden volgens de regelmaat van de tauw. Met dat wonderbare schouwspel in de geest is ooit heel dichterlijk Anderbode bedacht, een jongensnaam die zoveel als ‘bloeiende knop’ of ‘bottende knop’ betekent. Lees verder “Anderbode”

Hoe het groeit

De werking van het wild is schoon en verschrikkelijk en—in wijde spannen—van de hoogste betrouwbaarheid. Volgens het alomwezige schikkende beginsel, de onderliggende orde die wij de tauw mogen noemen, gaat elke dag de zon over, kabbelt er zoet water in beken en richt bij rust een rijzige beuk zich op uit een nietige noot. Zo is het ook dat uit de aarde groen gras groeit en zo is het geen toeval dat die woorden op elkaar lijken. Want met groeien bedoelde men vroeger niet zomaar ‘groter worden’, maar iets dat vooral blad en spriet doen. Lees verder “Hoe het groeit”

Bráhman en de Arische dichters

Het eeuwige, onveranderlijke, onvoorwaardelijke en immer in alles aanwezige beginsel van het bestaan—het zuivere bewustzijn als diepste en hoogste werkelijkheid—wordt in India al drieduizend jaar begrepen onder de naam Bráhman. In de oudste bronnen sloeg het woord echter op een zekere bezigheid van dichters, en over de eigenlijke betekenis zijn de meningen dan ook verdeeld, maar er lijkt in elk geval verband met het een en ander in de Germaanse talen, verre verwanten van het Oudindisch. Lees verder “Bráhman en de Arische dichters”

Reuen van weleer

Tegenwoordig bedoelen we er mannetjeshonden mee, maar vroeger sloeg reu op speurhonden en krachtige honden in het algemeen. Speurhonden—zij die met reuk jagen—waren dan ook een stuk groter en sterker dan nu en vermoedelijk zo gefokt om tegen oerossen, herten, beren en wilde zwijnen hun mannetje te kunnen staan en tevens als waak- en krijgshond te dienen. Een van deze kenmerken zal dan ook in het woord reu besloten liggen. Lees verder “Reuen van weleer”