Over Taaldacht

Als webstede is Taaldacht een almaar groeiende tuil taalgedachten. Zij is er voor het loven en overdenken van taal om haar geheimen en schoonheid, het duiden van haar woorden en namen, en het zoeken hoe zij tot haar recht komt. Taaldacht is niet de kommer om d’s en t’s noch de ergernis over hen en hun of als en dan, maar een goede hoop op spel, vondst en ontdekking in taal. Want taal is niet slechts een middel, zij is deel van het grotere Raadsel dat achter alles beloken ligt. Zij verbindt ons met onze voorouders en onze telgen en nodigt ons immer uit tot het vorsen van de aard van de wereld om ons heen. Ja, verwaarlozing van taal is verwaarlozing van de wereld.

taaldacht (de (v); g.mv.) [van taal + dacht ‘gedachte’ ~ denken1 het nadenken over taal: in taaldacht zijn; taaldacht hebben 2 het aanhoudend malen over taal, het mijmeren over taal: in taaldacht getuierd, voortdurend in diepe gedachten over taal; hij was door taaldacht gegrepen 3 het oordelen of meningen vormen over wisse taalverschijnselen: met strenge taaldacht; de taaldacht ontbinden 4 aandacht voor taal, belangstelling voor taal; zij hadden weinig taaldacht

taaldachtig (bn.; -er, -st; -e) van taaldacht 1 denkend aan taal: vroeg taaldachtig zijn 2 aandacht hebbend voor taal: zij las het boek taaldachtig

Schrijvers
Eindverantwoordelijke is Olivier van Renswoude. Vaste bijdrager is Kasper Nijsen.

Zinnebeeld
Wat verbeeldt beter de ouderdom, waarde en wortels van onze taal dan de machtige beuk, zuil onzer hallewouden? De afbeelding van de beuk hierboven is gemaakt en welwillend ter beschikking gesteld door Marcel Koggel van de liefderijke webstede Bomenwereld (alle rechten voorbehouden).

Verder
Algemene opmerkingen en vragen kunt u hieronder kwijt. Schroomt u overigens niet om ook op oudere berichten te reageren. Indien gewenst kunt u ons ook rechtstreeks een bericht sturen.

49 gedachtes over “Over Taaldacht

  1. In het WNT zag ik dat abrikoos etymologisch gezien een schitterend voorbeeld is van een rondreizend woord. Misschien kunt u er wat mee. Verder: complimenten voor deze stek.

    1. Ik heb abrikoos ook even opgezocht in het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands. Een beste reiziger inderdaad!

      Bedankt voor de complimenten!

  2. Geachte heer Van Renswoude,

    Na het geutelen voel ik vaak de behoefte om mijn taluw aan te zwengelen en op zoek te gaan naar mooie webstekjes. Ik moet eerlijk toegeven dat het een heus genot is om op deze warme zomeravond op uw collectie van weldoordachte uiteenzettingen te struinen.

    Bravo! Ga zo door.

  3. Geachte heer Van Renswoude,

    Wellicht hebt u een antwoord op mijn vraag. Ik eet nogal graag vlees, moet u weten, vooral ham. Ik hou van achterham, Ardennerham, Corburger ham, Parmaham en ga zo maar door. Om die reden let ik altijd goed op waar ik eventueel een lekkere ham kan aanschaffen. Tijdens mijn zoektochten viel me iets wonderlijks op aan al die soorten ham. Niet zozeer het feit dat schouderham wel van schouder gemaakt is, terwijl boerenham niet van boer gemaakt is. Daar ben ik inmiddels al wel achter (net als bij sneeuwman en tuinman, denk toch eens dat een tuinman van tuin gemaakt zou zijn). Hoe dan ook, mijn probleem zit elders. Het woord ham duikt namelijk regelmatig op in andere woorden die weinig met mijn favoriete vleeswaar te maken hebben. Vooral plaatsnamen zijn daarbij veelvoorkomend. In Nederland hebben we vandaag de dag nog Den Ham en Blijham terwijl in vroeger tijden ook Oosterham bestond. Dat lijkt weer sprekend op het Franse Ouistreham dat weer dichtbij Le Ham ligt. Nu kan ik me voorstellen dat dit te maken heeft met het Franse Hameau (gehucht), maar dat weet ik niet. Want we hebben ook Hamburg en dat ligt in Duitsland en is geen gehucht. Bovendien hebben we ook Hamelen in Duitsland, maar misschien drijf ik dan door. Bovendien hebben we Hamar in Noorwegen en dat verschilt maar een letter van Hamars in Frankrijk. In Engeland kan ik zo 1,2,3 geen steden bedenken die overduidelijk aan de welbekende varkenslekkernij refereren. Maar natuurlijk denk ik wel aan Hamlet. Hoewel, hij moest natuurlijk een Deense edelman voorstellen en geen Engelsman. Welnu, wellicht begrijpt u iets van mijn overdenkingen en hebt u er zelfs een antwoord op. Uw webstek waardeer ik zeer.

    Met hartelijke groet,
    Simon Hinken

  4. Pardon, natuurlijk wel! Ook Angelsaksische steden zijn vergeven van de Ham!

    Birmingham, Nottingham en in Amerika natuurlijk Eastham (Oosterham, Ouistreham).

    Ik zal u nu niet meer lastigvallen!

    Simon Cornelis Hinken

    1. Waarde heer S.C. Hinken,

      Mijn verontschuldigingen voor dit hoogst spoedloze antwoord. Ik had mij in een boterham verslikt toen ik uw bericht voor het eerst las en ben het in de opschudding vergeten.

      In veel van de plaatsnamen (Den Ham, Blijham, Oosterham) die u noemt is sprake van het woord ham, dat zo veel betekent als ‘hoek aangeslibd land, grasland aan een water’. Denk ook aan de samenstelling inham. Het Duitse Hamburg, van ouder Hammaburg, zal hetzelfde woord bevatten, aangezien het van oorsprong een burcht was in een moerassig gebied tussen de rivieren Alster en Elbe.

      (Dit woord ham is voor zover bekend niet verwant aan ham ‘vlees van de varkensbil of -dij’.)

      In de namen Birmingham en Nottingham, van Oudengels Beormingahám en Snotingahám, is sprake van een ander woord, namelijk een verbastering van home, cognaat van Nederlands heem en Duits heim. In Le Ham is voor zover ik weet sprake van hetzelfde Germaanse woord. Dat geldt ook voor hameau, een verkleinwoord. Er zijn uiteraard aardig wat Germanen neergestreken in Frankrijk, waaronder de Franken zelf.

      Hamar ‘rotsige heuvel’ in Noorwegen is hetzelfde woord als ons hamer. Het woord werd namelijk vroeger niet alleen gebruikt voor het werktuig, dat in de oudste tijd van steen was, maar ook voor steen en rots. De herkomst van de namen Hamelen en Hamars is mij overigens onduidelijk.

      Ik hoop dat ik u hiermee van dienst ben!

      Met vriendelijke groet,

      Olivier van Renswoude

      1. In West-Krommenie bevindt zich van oudsher Den Ham, of liever de Noorder Ham en de Zuider Ham. Het zijn 2 kleine meertjes in elkaars verlengde en onderling verbonden, rudimenten van het Cromme Ye. Dit zou de meest noordelijke uitloper van het historische IJ zijn. In het nabijgelegen buurtschap Busch en Dam ligt Fort aan den Ham, een van de forten van de Stelling van Amsterdam. Er is ook een oude zwemclub naar vernoemd: De Ham.

  5. Uw uitleg over het woord tsjoender gelezen. Als reactie hierop wil ik u graag de uitleg geven, zoals ik deze altijd van mijn Friese vader gehoord heb. Het woord tsjoender betekent inderdaad tovenaar, maar in de betekenis van magiër, hij/zij die in kan tunen. Het Engels en het Fries liggen dus inderdaad dicht bij elkaar.

    Met vriendelijke groet,
    Jitske, Friezin door geboorte

    1. Hartelijk dank voor uw reactie.

      Nou, ik kan u vertellen: de uitdrukking to tune in is veel jonger dan het Friese woord tsjoender. Zij is een uitbreiding bij het werkwoord to tune, zelf afkomstig van (een variant van) het woord tone, ontleend aan Latijn tonus, vanwaar ook ons toon.

      Hoewel tsjoender en to tune (in) etymologisch gezien niet verwant zijn: het verband is opmerkelijk.

  6. Beste Olivier,

    interessante stukjes over Tolkien! Leuk om te zien dat liefhebbers er op deze manier mee bezig zijn. Wellicht is het een idee om t.z.t. een bijdrage te schrijven voor het ledenblad Lembas, van het Tolkien Genootschap Unquendor? Dit kan eventueel ook in het wat academisch gerichtere Lembas Extra katern. We kunnen altijd leuke content gebruiken. Mocht u interesse hebben, dan hoor ik dat graag van u via de mail.

    Mvg,
    Frank Wasmus (algemeen bestuurslid PR, Unquendor)

    1. Bij mij staat de zwaan er wel gewoon. Wellicht dat er eerder vandaag een kleine storing was.

      Wat ook wel eens helpt in het geval van niet-verschijnende afbeeldingen: CTRL + F5 indrukken.

    1. Waarachtig! Goed om te horen, dank.

      De opzet van Taaldacht is wel anders, maar er zijn nog zeker plannen voor uitbreiding mettertijd. Houd ons in de gaten zou ik zeggen.

      1. Goed bezig, al zonder uitbreiding, zo meen ik. 😉

        In de gaten houden ga ik zeker doen, ik lees nu al allerlei schone schrijfsels met honger naar meer.

  7. beste Olivier,
    Misschien dat je me kunt helpen. ik vraag me af er er een oorspronkelijk Germaans woord bestond voor ‘OFFER EN OFFEREN’
    Met de kerstening in onze streken werden (helaas) veel heidense gebruiken en dus ook de hierbij behorende woorden, uitgeroeid.
    In het Zweeds bestaat er een werkwoord ‘att blota’ en daar herken
    in de woorden ‘bloed of bloot(mensenoffers) in.
    Ik las dat er in het Gotisch een woord bestaat voor offerdier namelijk
    taban of tibr.In het oud-nederlands hebben we ook nog ‘tever’ en in
    het oud-Duits Zebar en het oud-Engels tifer.
    Mijn vraag is nu tweeërlei : 1)Is dit nu het algemeen woord voor offer,want offerdier is meer concreet.
    2) ik lees in de woordenlijst van inl-leiden dat dit woord van het
    oud-Frans zou zijn afgeleid nl atoivre.Als dat woord al bestond in
    het gotisch en het oud-engels kan ik me moeilijk voorstellen dat dat
    uit het frans komt.
    Volgens Koebler komt het woord uit het indo-europees da/dai wat aanvankelijk delen of in stukken snijden betekent.
    Graag uw antwoord.

    1. Voor zover ik kan achterhalen was in het Oudgermaans *blōtam het woord voor ‘het offeren’ en ‘aanbidding’ in het algemeen, en de afleiding *blōtan het woord voor ‘offeren’ en ‘aanbidden’. Ondanks de gelijkenis houdt dit woordenpaar hoogstwaarschijnlijk niet verband met bloed (en zeker niet met bloot).

      De Nederlandse vormen zouden overigens bloet en bloeten luiden. Het werkwoord was sterk (klasse 7), dus: bloeten, bliet, gebloeten (vergelijk roepen, riep, geroepen).

      Om dan je eerste vraag te beantwoorden: hoewel *tibram oorspronkelijk (d.w.z. in een ver verleden) inderdaad concreet ‘offerdier’ lijkt te hebben betekend, alsook gewoon ‘vee’, betekende het in de dochtertalen ook ‘offer’ in het algemeen. Dus ik houd het voor mogelijk dat deze algemene betekenis al in de Oudgermaanse tijd bestond. De Nederlandse vorm is zoals je zegt (het) tever.

      Een ander woord voor ‘offer’ (in het algemeen) was waarschijnlijk *hunslam, vanwaar Gotisch hunsl ‘offer’, Oudnoords húsl ‘eucharistie’, Oudengels húsel ‘eucharistie’ (ook nog modern Engels housel id.). De Nederlandse vorm zou dan (het) honsel luiden.

      Wat je tweede vraag betreft: wat het INL bedoelt te zeggen is dat Oudnederlands tivar niet rechtstreeks is overgeleverd, maar dat we weten dat het bestond, omdat het door ontlening in het Oudfrans terecht is gekomen, in de vorm atoivre ‘vee’ .

  8. Geachte auteurs van deze website:

    Allereerst mijn complimenten voor deze interessante website! Ik vertoef er met veel plezier!
    Ten tweede heb ik een vraag: kan ik op deze website ook een overzicht of een soort inhoudsopgave van alle artikelen zien?

    Hartelijk dank voor het antwoord!

    Met vriendelijke groet,
    Gungnir

    1. Dank!

      U bedoelt een bladzijde die de schakels bevat van alle stukken die tot nu toe verschenen zijn? Buiten een tijdrovende, handmatige ingreep weet ik niet of dat mogelijk is, gezien de beperkingen van de zachtwaar waar deze webstede op draait. Maar ik zal eens kijken of er iets te sleutelen valt.

      Doch ik denk dat de mogelijkheid om stukken per maand te raadplegen er nauwelijks voor onder doet. Zie onder het kopje ‘zoeken’ en dan ‘op maand’ in de zuil hier rechts.

  9. Prachtige onderneming, hopelijk ook toegankelijk voor Vlamingen.
    Hartelijke gelukwensen er mee.
    Leo Aerts
    Mortsel – Vlaanderen

  10. Ik vroeg me af; welke studie of welk beroep beoefenen de schrijvers? Ik ga uit van jullie deskundigheid op het gebied, maar was benieuwd naar jullie vooropleiding en specialisatie.

  11. Ik kan enkel voor mijzelf spreken: afgestudeerd in de Engelse literatuur en (ver)taalkunde en thans vooral werkzaam als redacteur en vertaler. Maar voor zover er van deskundigheid gesproken kan worden, komt die meer voort uit persoonlijke interesse en studie dan uit professionele ervaring.

  12. Een mooi initiatief en een verrijkende site. Aangezien jullie deskundigheid, wou ik een vraag stellen. Deze luidt als volgt:

    Ik wil mijn Nederlands taalgebruik op peil brengen, omdat ik veel vertaalwerk doe. Om precies te zijn: het vertalen van Arabischtalige boeken. Ik voel dat mijn taalgebruik, zinsconstructies niet erg sterk zijn. Wat is jullie advies? En zijn er bepaalde schrijvers die jullie aanraden?

    Alvast bedankt!

    Sonny

    1. Beste Sonny,

      Welkom op Taaldacht en bedankt voor de complimenten! Zelf werk ik ook als vertaler (in het Engels) en ik moet zeggen dat ik m’n taalgevoel toch vooral op peil houd door veel te lezen, liefst uiteraard van goede schrijvers en in genres waarin ik vertaal.

      In de vakliteratuur over stijl e.d. ben ik niet zo goed thuis, al zijn er een aantal boeken over formuleren die wellicht de moeite waard zijn. Verder kan ik uit eigen ervaring alleen maar zeggen: oefening baart kunst.

      Groet,
      Kasper

  13. Wat een leuke ‘webstede’ zeg! Ik word hier zeer blij van! Is het een idee om wellicht ook een rubriek te doen voor woorden die de Engelse weer kunnen vervangen door mooie Nederlandse? Soms herinnert men immers amper nog een Nederlandse vertaling van woorden als marketing of shortcut.

  14. Een vriend wees mij op het Groeningemuseum dat aan het Groeninge ligt, een straat in of bij het centrum van Brugge. Die straat zou volgens hem vernoemd kunnen zijn naar een stukje grasland ter plekke in de dagen van Olim.
    De stad Groningen dankt zijn naam natuurlijk aan de groene kleur van de shirtjes van FC Groningen, die ik een hogere plaats in de competitie gun dan heden het geval is.
    Overigens heb ik een vraag ( of antwoord) over de herkomst van het woord Louvre als voormalig kasteel in Parijs. Ik heb daar geen rubriek voor kunnen vinden, en ik weet ook niet hoe het stellen van een vraag of het leggen van zo’n ei verder in zijn werk gaat.

    1. De (Middeleeuws) Latijnse naam van het Louvre was Lupara, verneem ik. Mogelijk was het een afleiding van lupus ‘wolf’ en had de burcht ook met de wolvenjacht te maken. Meer durf ik er niet over te zeggen.

      Over Groeninge heb ik niet zo veel toe te voegen, vrees ik, maar het lijkt me dat de oorspronkelijke straat of weide dan dé Groeninge was. Ik vraag me wel af of het niet eerder een geslachtsnaam was.

      1. Dat Groeninge een geslachtsnaam was, en dat naar dat geslacht de straatnaam is vernoemd, kan ook heel goed. De Ebbingestraat komt immers ook van het geslacht Ebbinge, maar heet jammer genoeg niet Ebbinge.

        In een voordracht van een Franse historicus op TV5 over de geschiedenis van Parijs werd beweerd dat in de nadagen (?) van de bezetting van de Romeinen van wat nu Frankrijk is, dezen zich hadden gevestigd op de linker oever van de Seine en het Ile de la Cité van wat later Parijs werd. De Kelten/Franken/Germanen bevolkten een gebied rondom een met palen versterkte heuvel, een soort oppidum dus, op de rechteroever. Zij werden daar a.h.w. door de Romeinen gedoogd. Zij vormden geen gevaar voor de Romeinen. Andersom was dat wel het geval, vandaar die palen.
        Romeinse tempels, badhuizen, amfitheater et cetera vindt men uitsluitend op de linkeroever.

        In de taal van Asterix en Obelix heette zo’n versterkte heuvel een lewer. Dat werd in het moderne Frans Louvre, eerst een echt kasteel, een fortificatie, daarna een paleis, nu een museum.
        Volgens de Franse wetenschapper dankt ook Leeuwarden zijn naam aan deze Frankisch/Gallische militaire term.

        Het Oud-Franse woord voor wolf is bleis. De stad Blois is naar dit dier vernoemd.

  15. Ook hier ben ik er niet zeker van dat ik in de goede rubriek zit.
    Een kijkje over de grens.
    In de supermarkt kocht ik een droog worstje van het soort dat in Frankrijk saucisson de pur porc heet. Deze kwam uit Italie en heette van puro suino te zijn gemaakt.Bij ons heet dat varkensvlees of vlees van een zwijn, zwien, Schwein, varken et cetera. De Fransen hebben ooit de term pork naar Engeland gebracht.
    Verder is het overal in ‘latijnse’ landen, porc, cochon, maiale, cerdo of afgeleiden daarvan, en nooit zwijn.
    Behalve in Italie waar zwien (suino) ineens opduikt.
    Zou het gekomen zijn door keizer Frederik 2 Hohenstaufen (1194-1250) een Siciliaan die ook Duits sprak?

  16. Hallo meneer van Renswoude,

    Voor school moesten wij vergeten woorde pan opzoeken en doen we onderzoek naar de betrouwbaarheid van een site. Daarom zouden wij graag willen weten waar u uw informatie voor de vergeten woorden vandaan heeft. Zou u ons dit misschien kunnen vertellen.
    Alvast Bedankt!

    Met vriendelijke groet,
    Klas V2b van OSG Winkler Prins te Veendam

    1. Beste Kiomy en klasgenoten,

      Als jullie bij de eerste bladzijde van de vergeten woorden naar beneden scrollen, dan zien jullie onder het kopje verwijzingen een lijst met (bijna) alle woordenboeken en andere naslagwerken waar de informatie vandaan komt.

      Met vriendelijke groet,
      Olivier

  17. Geachte taaldachtenaren

    Het valt buiten mijn communicatieve capaciteiten om over te brengen wat voor sublieme zegen de emotionele staat van zijn is, waar ik in verkeer na het plezier te mogen hebben ervaren van een inspirerende ontdekkingsreis in uw webstede.
    U heeft werkelijk een waardevol geschenk ontwikkeld.
    Duizend maal dank.

    Ik heb hier mogen vinden waar ik naar zocht; nieuwe poorten die wegen openen naar onze voorouders, verbindende wortels die dieper gegrond zijn dan de bijlen van cultureel kolonialisme ooit hebben kunnen doordringen.

    Voor mijn huidige taalkunstige bezigheden is de informatie die u hierbij verschaft van een onschatbare waarde. Dank, Lof en Hulde!

  18. Ik kwam via mijn zus op deze site terecht en ik vind hem echt geweldig! Mijn ondergesneeuwde liefde voor taal is weer helemaal aangewakkerd, alsof ik weer aan een stukje van mezelf herinnerd ben. Nu vroeg ik me iets af. Ik stuitte op het prachtige vergeten woord ‘wendelmoed’ (via ‘wendel’). Op welke manier zou je dit woord in een zin kunnen gebruiken? Ik ben benieuwd naar een stukje context. Alvast bedankt!

    1. Een nieuwe ziel, een nieuwe kerf in mijn stok!

      Ik had het er even nadrukkelijk bij moeten zeggen, maar Wendelmoed is een naam, met een betekenis als ‘met het gemoed van een doler/reiziger’. Mogelijk is het wel ooit begonnen als een gewoon woord en pas later als naam in gebruik genomen.

      Los kon wendel ‘doler/reiziger’ ook als naam gebruikt worden, en in sommige gevallen lijkt het meer specifiek te hebben verwezen naar de Germaanse stam der Wendels ‘Dolers/Reizigers’, die dan zo heetten omdat ze hun oude thuisland achter zich hadden gelaten. Er bestaat dus een (wat mij betreft maar kleine) kans dat Wendelmoed meer specifiek ‘met het gemoed van een Wendel’ betekende.

    1. Hai Rudmer,

      Schrijvers oorspronkelijke stuk over de naam Cananefates/Canninefates, waar Toorians naar verwijst, heb ik helaas niet bij de hand en ik kan me de bijzonderheden niet meer herinneren. Zijn duiding vind ik niet overtuigend en er is wat mij betreft een betere voorhanden. Het stuk dat ik er een tijdje geleden over heb geschreven hoop ik binnenkort aan te vullen, o.a. met een taalkundige verklaring voor de veelvormigheid van het eerste woord in de samenstelling en taalkundige kritiek op Schrijvers duiding.

      Wat Toorians over Batavi schrijft kan ik niet aanvaarden. Getuige onder meer de genitief Batavorum is de -i duidelijk de Latijnse meervoudsuitgang die de Romeinen eraan hebben geplakt en niet deel van het oorspronkelijke woord. Dat betekent dat zijn *bat-agwiō- ‘goed eiland’ (lees *bat-awjō-) is uitgesloten. Bovendien zouden we bij afleiding van dat woord nog een daadwerkelijke (extra) meervoudsuitgang verwachten ter aanduiding van het volk zelf, dus *Batawjōz of *Batawjaniz, gelatiniseerd als Batavii of Bataviones. De vorm Batavii is weliswaar overgeleverd, maar heel sporadisch en aldus te verklaren als een slordigheid van de opschrijver. Ook het stuk dat ik hier over geschreven heb hoop ik gauw nog te versterken.

      1. Dag Olivier,

        Dank voor de uitleg en de verwijzingen.
        Toch heel iets anders dan het vaak gehoorde lookmeesters en goed eiland etc.
        Ik ben benieuwd naar de aanvullingen waar je nog mee komt.

  19. Fijn initiatief! Bestaat er eigenlijk ook een omgekeerde zoekfunctie? Ik zoek “werken” en wil weten welke oude woorden daarvoor bestaan. Maar ik wil net zo goed “lepel”, “stelen” of een ander hedendaags woord kunnen opzoeken.

    1. Dank! Wat de lijst met vergeten woorden betreft is het vooralsnog alleen mogelijk om in de rechterzuil naar beneden te scrollen en het zoekveld te gebruiken door het sleutelwoord/begrip plus “vergeten” in te vullen.

  20. Als Friezin en beginnend schrijfster wil ik graag het ‘Noorderlijke’ in mijn boek verwerken. Nergens anders op het internet heb ik zoveel prachtige woorden kunnen vinden als op deze website. Bedankt!

  21. Ik weet niet goed waar ik moet reageren, onder de woordlijsten kan ik niet reageren. Ik wil graag opmerken dat in onze streek/dorpstaal (Chaam, uitgesproken met een harde k en geen g) de woorden rijf (hark) en rijven (harken) nog in de dagelijkse spraak bestaan. In de woordlijsten hoopte ik nog iets te vinden over ons woord voor regen. Wij zeggen “renger” als enigsten uit onze omgeving. Ook voor ons woord voor bosbessen hoopte ik wat meer geschiedenis te vinden: klokkebaoien…. En wij “weten”niet, maar “witten” niet–> witte gij. De kleur wit is dan weer wiet. (iemand met heel lichte haren is een wietkopke)

    1. Beste Miek,

      Bedankt voor deze aanvulling. Ik zie dat vormen van rijf ‘hark’ op meerdere plekken in Noord-Brabant voorkomen, dus ik heb “Noordbrabants rijf, rief” toegevoegd aan de lijst met vergeten woorden. Zo ook “Noordbrabants wiet” onder wijt.

      Klokkenbei staat in het Woordenboek der Nederlandsche Taal als “Westbrabants” vermeld. Dit lijkt een betrekkelijk nieuw woord met geringe verspreiding, dus ik kan het niet opnemen.

      Renger zij een plaatselijke evenknie van Nederlands regen en niet een afzonderlijk woord. De uitspraak van -gen als -ng komt op meerdere plekken in Nederland voor. De verlenging met -er is wel eigenaardig, maar ik zie geen reden om daarbij uit te gaan van hoge ouderdom.

      Witten als evenknie van weten kan ik ook niet toevoegen, omdat weten geen vergeten woord is in de algemene taal.

      Wel heb ik Chaam vermeld onder kam ‘brouwerij’ op de lijst.

      Overigens staat op de openingsbladzijde van Vergeten Woorden een schakel naar een plek om te reageren, maar ik zal een afzonderlijke bladzijde aanmaken voor suggesties.

      Met vriendelijke groet,
      Olivier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.