Het mooie kwijnen

Het was het gezicht van mijn moeders vader, het zijn de bomen in herfst, het zijn de oude boerderijen, de verweerde schuren en door gras verzwolgen paden… Het zijn de handen van herders, de vervallen houten hekken rond de weiden, de omloverde muren, de gammele stoelen van gisteren… Getekend zijn zij door vergankelijkheid — met de jaren en de sleet hebben zij hun schoonheid en eigenheid verworven. Zij schitteren in verwering. Heeft zoiets een naam in onze taal? Is het ooit genoemd? Het heugt mij niet.

Lees verder “Het mooie kwijnen”

De kunst van het noemen

Groot werd hun kennis en hun kunnen; doch groter nog was hun dorst naar meer kennis, en in vele dingen overtroffen zij aldra hun onderwijzers. Zij waren veranderlijk in spraak, want zij hadden grote liefde voor woorden, en zochten immer te vinden namen voeglijker voor alle dingen die zij kenden of zich voorstelden.

(Over de Noldor, Hoge Elven in The Silmarillion van J.R.R. Tolkien.)

Lees verder “De kunst van het noemen”