Bijwolf — 19

Toen zonken ze in slaap. Zeerlijk betaalde
een voor avondrust, zo het overvaak ging
sinds Grendel grim de goudzaal bewaarde,
onrecht pleegde, totdat het einde kwam,
1255 de dood om zijn daden. Duidelijk werd het,
mannen wijd bekend, dat de wreker toen nog
leefde na het leed, een lange wijl nog
na moordverdriet. De moeder van Grendel,
die teistervrouw, hield treurnis vast,
1260 die in wrede wateren te wonen had,
in koude stromen, sinds Kaïn verwerd
tot ijzerdoder van zijn enige broeder,
zijn vadermaag. Geverfd ging hij toen,
door moord gemerkt, van mensvreugde vluchten,
1265 in het woeste waren. Er ontwaakten hem vele
verdoemde geesten. Grendel was er een,
hatelijk halsdader, hij die in Hert bevond
een wakend man wilstrijd verbeiden.
Daar kreeg de aanvaller hem in armengreep,
1270 maar hij geheugde zijn hevige kracht,
de grootse gift die God hem schonk,
zou op Alheersers eer vertrouwen,
troost en welgunst, en overwon de grimme,
hardde de helgeest. Gehoond ging die,
1275 van droom ontdaan, zijn doodswijk zien,
de vijand der mensheid. En zijn moeder toen,
gulzig en galgmoedig, had in gang gezet
haar deerlijke reis om zijn dood te wreken.
 Kwam razen naar Hert, waar de Ring-Denen
1280 over de zaalvloer sliepen. Gezwind was daar weer
omslag voor edelen, nadat ze ingang vond,
Grendels moeder. De gruwel was minder,
even zo vinnig als vrouwenkracht is,
een wijf schrikwekkend naast wapenmannen,1
1285 wanneer de gebonden heerkling, met hamer gesmeed,
het bloedsmukte zwaard het zwijn boven helm
machtig met sneden te gemoet scheert.
Toen werd ter halle het hardscherp getrokken,
zwaarden boven zetels, de zijde schilden
1290 handvast geheven. Aan helm dacht geen,
of brede brunne, toen hen de bittere verschrikte.
Ze was in ijl nu, wilde uit vandaar,
het voortleven redden toen ze bevonden was.
Rap had ze een van de edelingen
1295 vast bevangen toen ze ten vene ging.
Die was voor Rutger onder ringdegens
het dierbaarst van helden tussen haf en zee,
een roemrijk krijger, wie ze in rust verbrak,
bloeivaste kerel. Bijwolf was niet daar;
1300 een ander onderkomen was eerder gewezen
aan de grote Goot na giftenschenking.
Een kreet klonk in Hert: ze nam de klauw van dak,
besmeurd met bloed. Smart was hernieuwd,
te woning gekomen. Die wissel was niet goed,
1305 die ze aan beide kanten bekopen moesten
met vriendenlevens. Toen was de vroede koning,
de grijze krijger, in vergramde moed
zodra hij zijn oudste degen in onleven wist,
zijn dierbaarste als dood kende.
1310 Gauw werd Bijwolf naar het gebouw gehaald,
de zegerijke man. Eer de zon verrees
ging hij met aanhang, de edele kemper
zelf met gezellen, naar waar de zinnige wachtte
of de Alheerser hem ooit nog wilde
1315 helpen ter wending na dit weelijke nieuws.
Over vloer ging toen de vaardige krijgsman
met handgevolg—het halhout2 kraakte—
dat hij de wijze met zijn woorden groette,
de vorst der Ingvrienden. Hij vroeg hem toen
1320 of het genoeglijk ware, de nacht naar wens.

vorigeoverzichtvolgende

1. D.w.z. vergeleken met (gewapende) mannen. Niettemin bewijst de moeder later een groter gevaar te zijn dan Grendel zelf.
2. De verhoogde houten vloer.