Spring naar inhoud

Fricco

18 maart 2019

In de elfde eeuw na Christus heeft de Duitse geestelijke Adam van Bremen wat opmerkelijke dingen te zeggen over de zeden van de Zweden, die dan nog heidens zijn en beoogd voor kerstening. In Uppsala, zo heeft hij vernomen, staat een beroemde tempel met vergulde wanden en een grote gouden ketting eromheen. Ernaast staan onder meer uiterst heilige bomen aan wier takken op gezette tijden mannen en mannetjesdieren worden opgehangen. Hun bloed geldt als zoenoffer aan de goden.

In het gebouw zelf staan de standbeelden van de drie voornaamste goden des lands: Thor in het midden, tussen Wodan en Fricco. Over Fricco zegt Adam dat die pācem voluptātemque (vrede en genot) aan stervelingen schenkt, dat hem plengoffers worden gebracht voor het huwelijk en dat hij is uitgebeeld met een ingentī priāpō (reusachtig lid). Dit zij Freyr onder een andere naam, de god die uit andere bronnen blijkt zeer geliefd te zijn geweest in Zweden, met name voor vruchtbaarheid.

Verder lezen…

Advertenties

Een joon te water

15 maart 2019

Tot ver in de Middeleeuwen werden in grote delen van Holland, Zeeland en West-Vlaanderen streektalen gesproken die meer op het toenmalige Fries leken dan wat er elders in de Lage Landen werd gesproken. Een duidelijke herinnering aan deze tijd is West-Friesland, de naam van een gebied ten noordoosten van Alkmaar. Maar het Friesachtige taalverleden van deze streken langs de Noordzee blijkt vooral uit de afwijkende klanken van menig woord en oordsnaam. Eén daarvan zij joon, een eigenaardig visserswoord dat wel eens heel oud kon zijn.

Jonen zijn drijvende tonnetjes met vlaggestok of verlichting die vanouds gebruikt worden om aan te geven waar in het water het uitgelegde vistuig ligt. Tevens dienen ze ter aanduiding van vaarwater dat alleen voor lichte vaartuigen diep genoeg is. Het zijn net grote dobbers en ze zijn ook wel te vergelijken met omgekeerde flessen. Het woord is onzijdig (dus het joon), doch er is een vrouwelijke nevenvorm in de samenstellingen anjone en endeljone, voor het eerste en laatste/negende joon van het vistuig.

Verder lezen…

Hauwer in de hoormaand

15 december 2018

Aan namen voor de maanden is in de volkstaal van de Lage Landen geen gebrek geweest en december is misschien wel het meest gezegend, met onder meer hardmaand, heilmaand, hoormaand, windmaand, wintermaand en wolfmaand. Sommige daarvan hebben ook naar andere maanden verwezen en over het algemeen zijn ze doorzichtig en meteen te begrijpen, geen stokoude samenstellingen met onbekende woorden die door de eeuwen heen zo verbasterd zijn dat we enkel kunnen gissen naar hun betekenis en herkomst. Hier is alleen hoormaand het raadsel.

Verder lezen…

Amer

11 december 2018

Zeer tevreden aanschouwde ik mijn vuur in de open herfstlucht. De haard was in dit geval de stronk van een omgezaagde dode berk in de tuin. In uitgraven had ik geen zin gehad. Opbranden zou het! Het vatte niet gemakkelijk vlam, want de wind was straf en ik spotte met brandbare vloeistoffen, maar mijn geduld werd uiteindelijk beloond met de hete gloed van één grote amer, om te spreken met een oud woord voor gloeiende houtskool en hete as – goed mogelijk een van de laatste Germaanse overblijfselen van een bijzondere, lang verloren vervoeging.

Verder lezen…

Hemel boven de Steppe

30 november 2018

“En het is hoe dan ook duidelijk dat de vroegste proto-Turken een hemelgod hadden, dat zijn gelijkenis met de Indo-Europese hemelgod zeer opvallend is, en dat over het algemeen de aard van Indo-Europese godsdienstigheid nader tot die van de proto-Turken staat dan tot de godsdienst van enig ander volk in het Nabije Oosten of aan de Middellandse Zee.”

Mircea Eliade, de bekende godsdienstgeschiedkundige, maakte deze belangwekkende opmerking in een voetnoot van zijn onmisbare werk Patterns in Comparative Religion. In het onderhavige hoofdstuk toont hij met ettelijke voorbeelden hoe de hemelgod als opperwezen een van de wijdst verbreide en oudste voorstellingen onder volkeren wereldwijd is. Bij onze voorouders de Indo-Europeanen in het westen van de Grote Steppe heette hij *Di̯ḗus ‘Hemel’ en *Di̯ḗus ph2tḗr ‘Vader Hemel’, bij de oorspronkelijke Turken en Mongolen, verder naar het oosten, was zijn naam *Tengri ‘Hemel’.

Verder lezen…

Het god

26 oktober 2018

God is voor velen een woord dat onlosmakelijk verbonden is met het christendom, maar het stamt uit de voorchristelijke, Germaanse wereld, toen het nog de vorm *gudą had. Tijdens de kerstening was het een van meerdere mogelijkheden die geestelijken hadden ter vertaling van Grieks theós. Van alle was het kennelijk het minst beladen met ongewenste heidense voorstellingen en opmerkelijk genoeg was het eerst een onzijdig woord. Zo wekt het bij terugblik gemakkelijk de indruk van een Germaanse tegenhanger van Latijn numen ‘het goddelijke’ en Japans kami ‘iets ontzagwekkends, goddelijks’.

Verder lezen…

Es ten hemel

21 juni 2018

Van een afstand zijn ze vaak niet bijster opvallend, maar kijk onder essen omhoog op een mooie lentedag en je ziet hun frisse geveerde bladeren tegen het licht afgetekend. Hoe kwalijk is het dan dat juist deze vertrouwde inheemse bomen sinds enkele jaren worden geteisterd door een genadeloze schimmel, met de akelige essentaksterfte als gevolg. We hoeven niet te wijzen op hun nut voor andere schepsels om met het ongeluk van essen begaan te zijn –hun innerlijke waarde is reden genoeg– maar het is nu meer dan ooit goed om na te gaan wat zij voor onze voorouders hebben betekend en waarom ze heten hoe ze heten.

Verder lezen…

Merels en andere lijsters

5 april 2018

“Maar luider, met opener keel en gorgelend galmen hieven de merels nu ook hun uchtendzang aan.”
Stijn Streuvels, Minnehandel (1903)

Het gaat wat minder met de merel. Zo ruim aanwezig als ze gewoonlijk zijn, bij de laatste vogeltelling waren hun aantallen opvallend laag, waarschijnlijk omdat een besmettelijke ziekte haar tol eist. Het vertrouwde beeld van deze geelgebekte zwarte vlerken zou wel eens wat minder vertrouwd kunnen worden. Net als vroeger overigens, want merels hielden zich tot enkele eeuwen geleden vooral tot de bossen, ter mijding van mensen en minne van bomen.

Verder lezen…

De hemelse stam der Anzen

2 april 2018

Het zijn de Anzen die volgens het oude Germaanse volksgeloof als godengeslacht en hoeders van de kosmische orde over Middenaarde heersen. In vroegere tijden, toen de verering van Woedan nog niet haar vlucht had genomen, werden zij beschouwd als de afgezanten en telgen van Tuw de Vader, die gehuld is in de diepblauwe mantel van het onmetelijke uitspansel. Van zulke aanzienlijke wezens verdient de naam, die vooral bekend is in zijn Oudnoordse vorm æsir, nu eens alle aandacht. En dat mag de nodige vruchten afwerpen.

Verder lezen…

Een Germaanse winter

28 februari 2018

Also available in English.

Van alle takken aan de Indo-Europese taalboom beschikt de Germaanse als enige over een geheel eigen woord voor het koude jaargetijde. Waar de anderen een vorm van het oude hei-m- hebben, zoals Grieks kheîma ‘winter, winterweer, storm’, Oudiers gaim ‘winter’ en Oudindisch himá- ‘vorst, sneeuw, winter’ (ook in Himālaya), gebruiken de Germaanse talen allemaal een vorm van winter. Wat is hier aan de hand? Waar komt het vandaan? Hier volgt een frisse, nieuwe blik op een eigenaardig woord.

Verder lezen…

Cruptorix

5 december 2017

Het zijn spannende dagen in 28 na Christus, wanneer de Friezen enkele Romeinse belastinginners aan het kruis nagelen, naar verluidt om onredelijke eisen. Ze belegeren daarna het plaatselijke castellum en lokken uiteindelijk negenhonderd rijkstroepen, waaronder Germaanse dienstplichtigen, tot hun bloedige einde in het woud van Baduhenna. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus, van wie wij het verhaal hebben, voegt eraan toe dat nog eens vierhonderd rijkstroepen de hoeve van ene Cruptorix bereiken en daar uit angst voor verraad de hand aan elkaar slaan. Van Cruptorix zegt Tacitus verder alleen dat deze ooit soldaat voor de Romeinen was geweest. Een beschouwing van zijn naam onthult echter meer: niet zozeer over hemzelf als wel over de Friezen van toen, een verrassende bevestiging van iets dat we lang over hen hebben aangenomen.

Verder lezen…

Het krieken van onze taal

28 november 2017

De taalgoden zijn ons gunstig gezind, want het gloednieuwe boek The Dawn of Dutch van de vooraanstaande taalkundige Michiel de Vaan is door de uitgever kostenloos beschikbaar gemaakt voor uw harde schijf en leesgenoegen.

De ontwikkeling van het Nederlands uit het Oudgermaans kent vele eigenaardigheden, mede door de Fries(achtig)e taal die oorspronkelijk aan de kust werd gesproken, naast de spraak van de Franken in de zuiderbinnenlanden. Met dit boek is de nodige orde op zaken gesteld en een mooi overzicht gegeven van alle Nederlandse klankontwikkelingen tot het jaar 1200.

Er is veel om op te kauwen en taalkundige kennis is vereist, maar lees het vooral.

Hoe Keltisch waren de Friezen?

26 november 2017

vercingetorixIn 58 na Christus reizen de twee Friese vorsten Verritus en Malorix af naar Rome om te praten over de rijksgronden die ze net bezuiden de Rijn hebben ingenomen. Al warend door de eeuwige stad belanden ze in het Theater van Pompeius en merken ze op dat er buitenlanders op voorname plekken zitten. Dat, zo wordt hun uitgelegd, zijn afgevaardigden van volkeren die hun moed en vriendschap aan Rome hebben bewezen. Daarop zeggen Verritus en Malorix dat er boven de Germanen geen sterveling uitmunt in wapens en trouw, en ze nemen ertussen plaats. Het wordt goed opgevat en de heren krijgen Romeins burgerrecht, maar keizer Nero laat evengoed de Friezen van de betwiste gronden vertrekken.

Zo schrijft Tacitus in zijn Annales. De vorsten vallen op, niet zozeer door hun houding naar Rome, als wel door hun namen. Ze lijken immers Gallisch en het kan aangeven dat de Friezen eerst Keltisch waren of iets tussen Germanen en Kelten in. Een andere aanwijzing is dat de Frīsii voor onze jaartelling hun eigen pottenstijl hadden en pas later aansloten bij die van hun oosterburen, de Chauci. “Er is dus enige reden om aan te nemen dat de Friezen oorspronkelijk een niet-Germaans volk waren dat pas in de Romeinse tijd Germaanse cultuur opnam.” Aldus J.B. Rives in zijn uitgave van Tacitus’ Germania.

Verder lezen…

Namengalm

21 november 2017

Wij zijn onze noemkunst verloren. Waar onze Germaanse voorouders tweeduizend jaar geleden een schat aan namen in de hoge taal van het heldendicht wrochten hebben wij het maar te doen met de nagalmen ervan, die we langzaam vervangen met allerlei oppiksels van elders. Er zit geen leven meer in onze namen, voor zover ze van ons zijn, en we moeten in werken naslaan wat hun betekenis is, voor zover die bekend of zeker is.

In het verleden had ik de gedachte onze Germaanse namen nieuw leven in te blazen door mensen van de nodige lijsten en gereedschappen te voorzien. Het bleek niet vergeefs. Er komen sindsdien iedere dag tal van mensen naar Taaldacht om te struinen en er mogelijk, hopelijk, een naam voor hun kind te kiezen. Het is mij nog immer een verademing vergeleken bij de top zoveel van namen in Nederland die ieder jaar wordt uitgegeven.

Verder lezen…

Zonne

1 november 2017

Ontzagwekkend als de verschijning mag zijn, de zon lijkt pas vrij laat als een goddelijke geest te zijn beschouwd in de menselijke geschiedenis, en dan vooral in Eurazië en Egypte. Vaak ging het om een bescheiden rol, maar in menig geval werd hiermee de oorspronkelijke oppergod, Vader Hemel, naar de achtergrond verdrongen. Bekende voorbeelden zijn Ra, die door sommige farao’s als hoogste god werd beschouwd, en Amaterasu, de Japanse zonnegodin die tot op de dag van vandaag als stammoeder van de keizerlijke familie wordt vereerd. Hoewel de zon ook bij Indo-Europese volkeren dikwijls als bezield werd gezien, moeten de oorspronkelijke Indo-Europeanen er anders naar hebben gekeken. Voor hun was de zon, hoewel van godsdienstig belang, eerder een ding dan een oergeest.

Verder lezen…

Regen

27 oktober 2017

De Hemel (Dyáus), het geweldige uitspansel, is een van de oudste godheden van de Indo-Europeanen. De Hemel is de Vader en, met de Aarde, de oorsprong van alles. Alle goden, Zon, Maan, Wind, Regen, Bliksem, Dageraad, en de rest, zijn kinderen van de Hemel. Dyáus omhult de Aarde en bevrucht haar met zijn zaad, dat wil zeggen, met regen.

Zo beschreef de Franse geleerde Alain Daniélou de oude Indiase voorstelling van de Hoge God boven alles en iedereen. De Indiërs noemden hem voluit Dyáus pitā, de Grieken Zeús patēr en de Romeinen Jūpiter. Alle drie zijn voortzettingen van de oudere vorm *Diēus ph2tēr, oftewel ‘Vader Hemel’, zoals zijn naam luidde bij hun (en onze) Indo-Europese voorouders. Waarschijnlijk leefden deze mensen oorspronkelijk duizenden jaren geleden als ruitervolk op het westereinde van de Steppe.

Verder lezen…

Appels vallen

23 oktober 2017

Er is een hoop wetenschappelijke vooruitgang geboekt met de buitengewoon scherpe waarneming dat appels vallen. Of beter gezegd: met het besef dat ze altijd recht omlaag vallen. Eind zeventiende eeuw vroeg de Engelse geleerde Isaac Newton zich namelijk af waarom ze niet evengoed zus of zo vielen. Wat was nu eigenlijk de aard van deze regelmatige ‘zwaartekracht’? Hij werkte daarop de nodige wetten uit en werd daarmee de grondlegger van de klassieke mechanica. Een sappig aanhangsel van dit verhaal is evenwel dat het vallen der appels mogelijk besloten ligt in het woord appel zelf.

Verder lezen…

Trouwe viervoeter

10 oktober 2017

Also available in English.

Lang geleden, in een burcht in middeleeuws Frankrijk, leefde er een edel stel met hun pasgeboren zoon. Op een dag moesten zij kort op pad en lieten zij hem thuis achter onder de hoede van hun hond Guinefort. Toen de vrouwe terugkeerde was de schrik groot: de wieg was omgevallen en Guinefort besmeurd met bloed rond zijn bek. Op haar gillen kwam de heer binnengerend. De hond had hun kindje verslonden! De man trok zijn zwaard in razernij en hieuw in op Guinefort tot zijn laatste jank en adem. Maar het was daarna dat zij hun kleine zoon aantroffen, slapend en wel achter de wieg, en verderop een dode slang, verscheurd door Guinefort de beschermer.

Met groot berouw van deze daad begroeven ze hem in de waterput onder een grote hoop stenen en plantten ze daarnaast bomen ter nagedachtenis. Het duurde niet lang eer er mensen uit de omgeving het graf kwamen opzoeken en Guinefort als heilige zagen, hopend op wonderen.

Verder lezen…

Dit daverende dier

30 september 2017

Also available in English.

hors

Aan paarden hebben wij onze taal te danken. Niet dat er ooit ergens in een weide een wijze hengst of merrie het woord schonk aan stomme tweevoeters. Wel dat het Indo-Europees –de voorloper van het Nederlands en de meeste andere Europese talen– zich zo wijd kon verbreiden omdat diens oorspronkelijke sprekers waarschijnlijk krijgshaftige, bekwame ruiters waren. Deze woonden aanvankelijk als veehoeders op het westereinde van de Steppe, waar zij wel als eerste mensen ooit op de ruggen van rossen waren geklommen, zo’n zesduizend jaar geleden.

Verder lezen…

Een mol komt op

11 september 2017

De mol delft en verrijst waar het hem blieft, met zijn grote voorpoten. Hij is zich van geen kwaad bewust terwijl hij grasvelden ondermijnt en verminkt met gangen en hopen. Hij zal toch ergens moeten wonen en overtollige aarde ruilen voor frisse lucht? Het is me er eentje, en zijn naam ook. Hoezo heet hij eigenlijk mol?

Verder lezen…