Skip to content

De kosmische orde

23 juni 2017

hemelbede

De Oppergod van het uitspansel is de schepper van de aarde en van de mens. Hij is de “vormer van alle dingen” en “Vader”. Hij schiep dingen zichtbaar en onzichtbaar, en hij is het die nog altijd de aarde vruchtbaar maakt. (…) Het begrip van de schepping is nauw verbonden met het begrip van een kosmische wet. Het uitspansel is het oerbeeld van alomvattende orde. De hemelgod waarborgt de voortzetting en ongrijpbaarheid van zowel de kosmische ritmes als de duurzaamheid van menselijke samenlevingen.

Mircea Eliade, de bekende Roemeense godsdienstgeschiedkundige, rept hier niet van bijbelse leer, maar van het inheemse wereldbeeld van verscheidene volken op de grote Euraziatische Steppe, zoals de Mongolen met hun Tengri. Het is slechts een van vele voorbeelden die hij, net als de geleerde Wilhelm Schmidt, geeft van iets dat over de hele wereld wijdverbreid was en met weinig twijfel buitengewoon oud is en wel het meest oorspronkelijk: het geloof in de Hoge God van het uitspansel die de kosmische orde bepaalt. Een Hoge God die evenwel zo groots en machtig wordt geacht, zo boven alles en vanzelfsprekend, dat er vaak geen sprake is van verering of gunstig stemmen, en hij op de achtergrond uiteindelijk uit het oog verloren raakt, terwijl mensen zich richten op mindere goden.

Meer lezen…

Han

14 mei 2017

han

Kwiek zij de mens die in mei de mooie plekken kent, waar het wast en woekert met zalig jong groen, waar een volle vacht van mals gras, fluitenkruid en wat niet al de hellingen hult en heerlijke, koele lucht door het lover stroomt. Glimpen van de oude noorder-oerwouden, die misschien ooit herleven in verlaten steden – over eeuwen of eerder. Het is met zoveel groen in onze wereld wat karig dat wij alleen vormen van groen hebben en geen andere woorden. Geen behoorlijk woord voor net dit levenslustige, frisse groen dat zo anders is dan het moeë, matte groen van de nazomer. En dus bedacht ik het woord han.

Meer lezen…

Dure spullen

9 mei 2017

Kostbaar en kunstig vervaardigd als ze waren, wapenrustingen waren in den ouden dagen aan weinig stervelingen besteed. Wie er niet een gesmeed kon krijgen of van zijn heer of vader mocht ontvangen moest er maar een van het slagveld zien te plukken of op andere wijze van een arme drommel overnemen. Een wapenrusting was ook niet slechts voor gebruik begeerd, om de zege te behalen, zij diende ook ter eer en weelde. Denk aan de beroemde held Béowulf, die weliswaar zijn koning en strijdmakkers verloor in een mislukte rooftocht in Friesland, maar volgens het verhaal wel mooi met dertig wapenrustingen in zijn armen naar zijn schip wist te ontsnappen. Voor dergelijk waardevol goed bestonden in het Oudgermaans meerdere woorden, zoals *hrustiz, *brunjōn en *gatawōz, maar wortelkundig het meest boeiend ware toch wel *sarwan.

Meer lezen…

Wij twee

8 mei 2017

Na een woelig leven van duizenden winters waren ze op het laatst waargenomen op de Noordfriese Waddeneilanden, waar ze halverwege de vorige eeuw een eenzame, stille dood stierven – vergeten en niet gemist, maar best een verlies. Ik heb het uiteraard over de Germaanse tweevoudsvormen. De taal van onze voorouders, zoals verwante en andere talen, had namelijk voornaamwoorden voor niet alleen enkele personen en meerdere personen, maar ook tweetallen, in dit geval voor ‘wij twee’ en ‘jullie twee’.

Meer lezen…

De rode haan, in de hens

21 april 2017

Met het doven van de Germaanse dichtkunst zijn er in de Middeleeuwen naast verhalen en heerlijk klankenspel ook allerhande oude woorden verdwenen. Woorden die niet in alledaagse spraak gebruikt werden en daarom bijdroegen aan een gevoel van verheven ernst in de vertelling. Zo had het Oudnoords nog tientallen woorden voor ‘vuur’, maar heeft het Nederlands naast vuur en brand inmiddels alleen het wat platte fik, het merkwaardige hens en verbindingen als in vlammen en in lichterlaaie. Minder bekend, voor jongelui althans, is de rode haan.

Meer lezen…

Het kenmerk van kranen

23 februari 2017

kraan

Rank en zwierig beweegt de kraanvogel zich door Middenaarde, al wadend door waterig land en welbevlogen ter lucht, met onmiskenbare klanken en een dans als zulk een schouwspel dat men er vroeger voorbeeld aan nam. Grote wijsheid is hem toegedicht, en sluwheid evenzeer. Maar zijn eigenlijke naam kraan is hij jammerlijk kwijtgeraakt aan de levenloze dingen die naar hem vernoemd zijn. Hij moet het nu al jaren met de overbodige samenstelling kraanvogel doen.

Meer lezen…

Daken in het drasland

19 januari 2017

riet

Wie de weergoden niet wenst te verzoeken komt een heel eind met stro. Maar vooral met riet. Flans een flinke laag riet kundig op de spanten & gordingen en je blijft lang genoeg droog om je huis een heus heem te mogen noemen. Het sterke gestengelte houdt bovendien goed de warmte binnen des winters – en buiten des zomers. Te meer, als een blonde en later bruine vacht voegt het zich alleraardigst in het landschap. En zo is het al duizenden jaren gegaan, van Drenthe tot Japan.

Meer lezen…

Gelijk een vuist

13 januari 2017

vuist

Vuist is een hard woord gebleken. Zoals de gebalde hand zelve is het krachtig samengepakt, moeilijk uit elkaar te halen en heeft het voor de nodige hoofdpijn gezorgd. Voor diens herkomst zijn er uiteindelijk twee duidingen die om-en-om de bovenhand hebben in een gevecht om winst en waarheid. Nu is het wachten op die ene zet die de doorslag zal geven.

Meer lezen…

Een jas om het lijf

12 december 2016

jas2

Ooit moesten onze verre voorouders in deze koele delen van Middenaarde genoegen nemen met grove dierenhuiden tegen het akel van kou en neerslag. Deze wat lompe en soms te warme bekledingen werden in latere tijden, bij kunste van naaien en weven, ingeruild voor hulsels fijner en fraaier, te weten jassen en mantels. Wanneer de eerste echte jassen in onze streken werden gebruikt is niet te zeggen –in elk geval in de Oudheid al– maar ons woord ervoor duikt pas laat op in de schriftelijke overlevering: jas in de vroege achttiende eeuw en het meer oostelijke, Nederduitse jes in de Late Middeleeuwen.

Meer lezen…

Wijkingen!

1 november 2016

schegbeeld

Hamar en Hađumund kijken op. Het zo kunstig gekorven schegbeeld van hun vaders schip steekt boven hun blonde koppen uit. Naast hen kraken de planken van de pier onder de voeten van ruwe mannen die één voor één aan boord gaan. De wind is gunstig en de tocht naar het zuiden kan beginnen, voor roof en roem en sterke verhalen bij de haard. Misschien dat de jongens volgend jaar mee mogen. Het jaar is 450 na Chr. en ze zijn Saksen.

De officiële, Scandinavische vikingtijd, wanneer de Noormannen huishouden in het Avondland, gaat pas rond 800 van start, maar groepen West-Germanen zoals de Saksen teisteren al vanaf het begin van onze jaartelling als beruchte zeerovers de Romeinse wateren en kusten. Ook het woord viking –in goed Nederlands wijking– stamt waarschijnlijk uit die oudere tijd en moet oorspronkelijk naar (al dan niet Germaanse) zeelui in het algemeen hebben verwezen, en mogelijk naar het hout van hun schepen.

Meer lezen…

Die bliksemse ekster

15 oktober 2016

ekster

Het dierenrijk telt de nodige donderstenen, en eksters met hun bevallige verenkleed behoren daar stellig toe. Ze zijn nieuwsgierig op het drieste af, vormen jeugdbendes, pesten katten, kletsen zonder einde, doen soms stemmen na en worden al eeuwen gezien als dieven van alles glimmend en kostbaar. Hoewel dat laatste waarschijnlijk onterecht is stelen ze wel voedsel, ook van boeren en ook eieren uit de nesten van andere vogels. Een middeleeuws gezegde was dan ook de ekster een ei nemen (dan wel de ekster haar ei ontstelen), wat neerkomt op ‘de dief bestelen’. Tegenwoordig luidt het eenvoudiger stelen als een ekster. En het is die eigenschap die wellicht ook in hun naam besloten ligt.

Meer lezen…

De kleur van verstilling

7 oktober 2016

deluw

In andere talen is het nooit aangetroffen, maar tot in de zeventiende eeuw bestemden dichters en schrijvers in de Lage Landen het geheimzinnige woord deluw voor een kleur die het midden houdt tussen vaal, flets, geelbleek, lijkbleek en loodkleurig. Het is in het bijzonder de onzalige tint van het verstillende gelaat en van ebbend leven uit mensen en bloemen.

Meer lezen…

Roet, maskers en geesten

4 oktober 2016

masker

Maskers, ze worden sinds mensenheugenis om verschillende redenen gedragen: van de struikrovers die tijdens hun bezigheden niet herkend wilden worden tot de edele krijgers die met een uitdrukkingsloos kunstgelaat hun gezicht beschermden en hun vijanden op het slagveld de stuipen op het lijf joegen. Maskers hebben algauw een vrij demonisch opzicht –zo betekent Latijn larva zowel ‘masker’ als ‘spook’– en men kan er zo de doden mee vertolken, of boze geesten. Hiervoor was een oude en eenvoudige wijze van maskering het zwart smeren van het gezicht met roet. Het is dan ook geen toeval dat de woorden mascara en masker zoveel op elkaar lijken.

Meer lezen…

Een oude taalgrens

26 september 2016

kuinderNet als de volken die hen spreken kunnen de talen van onze wereld onopvallend van elkaar gescheiden zijn, dwars door het landschap als het gevolg van vele staatkundige spelingen van het lot, maar ook op nadrukkelijke, grootse wijze: door hoge bergen, brede wateren, wijde moeren en venen, en vooral vroeger ook uitgestrekte wouden vol wilde struikrovers en boze geesten, zoals het duistere Merkwede uit de Germaanse oudheid.

In het groene zuidoosten van Friesland is het al eeuwen een bescheiden stroom die enige afstand vrij keurig het Fries van het Nedersaksisch scheidt. Zijn naam laat dit ook mooi zien, want aan de ene kant heet hij de Tsjonger en aan de andere kant de Kuunder. Het ligt misschien niet voor de hand, maar eigenlijk is het één en dezelfde naam, stammend uit een tijd toen deze twee zustertalen nog niet vertakt waren uit het Oudgermaans en de stroom dus nog helemaal geen taalgrens was.

Meer lezen…

Ot

11 augustus 2016

otensienNa de Tweede Wereldoorlog, toen de ooit zo geliefde verhalen van Scheepstra en Ligthart over de speelmaatjes Ot en Sien het mikpunt van spot werden, raakte de naam Ot jammerlijk uit de gratie. Maar zoals dat vaker gaat met “ouderwetse” namen werd hij jaren later, in dit geval rond de eeuwwisseling, weer opgepikt door ouders die enig onderscheid voor hun kind zochten. Waarlijk weg is hij echter nooit geweest, versteend als hij is in de achternamen Otten en Ottens, eigenlijk ‘(zoon) van Ot’, terwijl de oudere vorm Otto al die tijd volop in trek is gebleven. En hoewel hij doorgaans wordt gezien als een wat gemangelde koosvorm van oudere, samengestelde Germaanse namen, gaat het hier waarschijnlijk om een geheel eigen naam – en woord! Dat wil zeggen, het betekent daadwerkelijk iets om een Ot te zijn.

Meer lezen…

Grommel

26 juli 2016

grommel

Wee de sterveling die overvallen wordt door onweer: een ontzagwekkende vertoning van mateloos hemelgeweld, een oerkracht gehuld in de mooiste wolken, druisend met druppen, beklonken met de klappen van het felste licht. Naar de volksverhalen van onze voorouders zijn deze donder & bliksem geboren uit de hamerslagen van een razende en krachtige god – zelf zonder omhaal ook Donder geheten. Doch algemeen als donder is, in delen van Groningen en Drenthe is een ander woord in gebruik, te weten grommel.

Meer lezen…

Verlossing

8 juni 2016

Het was een mooie ochtend toen ik mijn voordeur achter mij dichtdeed en op mijn gemak met het kettingslot van mijn fiets begon te klungelen. Ik had meer dan genoeg tijd om mijn bestemming te bereiken. Toch voelde ik plots enige haast, want in mijn ooghoek zag ik twee jongemannen aan komen lopen – beide keurig gekleed en met net kapsel. Bij elk hing een tas om de schouder. Mormonen! In een praatje had ik geen zin en ik probeerde sneller mijn slot eraf te krijgen, zodat ik mij uit de wielen kon maken. Maar het lukte niet en ik werd aangesproken.

Meer lezen…

De zeker niet Spaanse aak

29 april 2016

matelder

De Spaanse aak, waarde boom die hij is, heeft zijn naam niet mee. Hoewel zijn gevleugelde vruchten bij vlagen best een eind kunnen dwarrelen is hij niet uit Spanje komen overwaaien. Integendeel, de Spaanse aak is eigen aan de Lage Landen en is –in tegenstelling tot de gewone esdoorn– hier zelfs de enige inheemse esdoorn. Zijn andere benaming, veldesdoorn, is omslachtig en dus nauwelijks beter. En ook esdoorn zelf is een jong, weinig zwierig samenvoegsel van twee andere namen. Een oude bekende als deze verdient de heugenis van drie oude, Germaanse namen, die nog voortleven als Duits Ahorn en Maßholder en Deens navr.

Meer lezen…

De stapels die reuzen wrochten

10 april 2016

kaeste1Gestaag was de regen, steil de wandeling, in dit koele woudland vol beken en vallen en ranke sparren. Er klonk een spel van ruisend water en kwelende vogels die zich bezigden in de vroege lente. En toch leek het stil, zij het door vrede of voorbode. Na een uur of wat kwamen we uit bij een opener oord, mijn makker en ik. Een mist hing daar dik over de mossige rotsenbodem en het pad leidde verder opwaarts langs struiken en berken en ander jong loof. Al na enige stappen vonden we hetgeen we voor gekomen waren. De eerste stapel van geweldige stenen doemde op door de sluier. Hadden we een zonderling gezang gehoord, zacht en helder als uit een ander rijk, het had ons niet verbaasd. Maar het bleef stil en ik vroeg me af wat het volk hier in vroegere eeuwen over deze stapels dacht en had gehoord. En waarom men besloten had hen Käste te noemen.

Meer lezen…

Skanomodu

9 april 2016

skanomodu

Op een gulden munt uit ongeveer 600 na Christus is in fraaie Germaanse ruinstaven het woord skanomodu te lezen. Over de betekenis zijn de meeste geleerden het wel eens en algemeen wordt aangenomen dat het hier om een Friese eigennaam gaat, waarmee het ook gelijk een van de oudste sporen van de Friese taal ware. Het is om deze reden dat onder andere de studievereniging van de opleiding Friese Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen ernaar vernoemd is. Maar met het gevaar dit vriendelijke volk te grieven: met enig recht mogen we twijfelen aan de duiding van de naam en ons afvragen of hij ook echt Fries is.

Meer lezen…