| Toen ging de harde met zijn handschare | |
| zelve over het zand het zeeveld belopen, | |
| 1965 | het wijde strand. De wereldkaars scheen |
| gereed uit het zuiden. Ze hadden reis geleden, | |
| gingen met ijver naar waar de edelenhoeder | |
| bij hun weten binnen de burgen zijn ringen | |
| deugdelijk deelde, de doder van Angende,1 | |
| 1970 | jonge heerkoning. Heugelek werd dra |
| de komst van Bijwolf bekend gemaakt, | |
| dat daar te heem die heiner van krijgers | |
| in levenden lijve, zijn lindgenoot, | |
| heel van het houwspel ten hove kwam lopen. | |
| 1975 | Vlug werd de vloer voor de voetgasten |
| binnen geruimd zo de rijksheer gebood. | |
| Toen zat hij voor hem, hij die vete doorstond, | |
| een maag met maag, nadat hij de mannenvorst | |
| met betamelijke spraak trouw begroette, | |
| 1980 | gemeende woorden. Met medevullen ging |
| de dochter van Haard door het halgebouw, | |
| had lief de lieden, kwam lafenis brengen | |
| tot handen van helden. Heugelek begon | |
| in de hoge zaal zijn haardgenoot | |
| 1985 | als vriend te bevragen, was veel benieuwd |
| hoe de zuidreizen der Zee-Goten waren: | |
| “Hoe verliep het u,2 lieve Bijwolf, | |
| toen du zo vlug opeens van verre beslootst | |
| die zaak te zoeken over het zoute water, | |
| 1990 | het geraas te Hert? En konst du Rutger iets |
| van het wijdbekende wee verbeteren, | |
| de vermaarde koning? Te moede woelde ik | |
| met hevige zorgen over de hachelijke reis | |
| van een geliefde man. Lang bad ik dij | |
| 1995 | dat du die slachtgeest beslist niet groette,3 |
| de Zuid-Denen het zelf liet schikken, | |
| dat gevecht met Grendel. God zeg ik dank | |
| dat ik dij gezond hier weer zien mocht.” | |
| Bijwolf reedde, bloed van Egde: | |
| 2000 | “Het is geen geheim, Heugelek, waarde, |
| een ontmoeting vermaard bij menige ziel, | |
| wat een grimme tijd het voor Grendel en mij | |
| in dat oord was toen, waar hij al te vaak | |
| de Zege-Schildingen zorgen berokkende, | |
| 2005 | een akel zonder einde. Al dat wreekte ik, |
| zo geen op aarde van Grendels magen | |
| over die ochtendslag hoeft op te scheppen, | |
| hij die het langste leeft van dat lede geslacht, | |
| door gevaar bevangen. Tevoren kwam ik | |
| 2010 | naar die ringzaal om Rutger te groeten. |
| Me wees de vermaarde maag van Halfdeen, | |
| zodra hij van mij het gemoed kende, | |
| bij zijn eigen zonen gauw een zetel toe. | |
| De schare was in wonne; niet in mijn wijde leven | |
| 2015 | zag ik van halzitters onder hemelgewelf |
| meerder medegenot. De vermaarde vrouwe, | |
| volkenvredelinge, ging soms de vorsthal door, | |
| bemoedigde jongens; gaf menige degen | |
| een zwierige ring eer ze te zetel ging. | |
| 2020 | Bij wijlen reikte Rutgers dochter |
| de oudere edelen aldoor biervullen. | |
| Toen hoorde ik de halzitters haar | |
| Froware noemen waar ze voeglijke kroezen | |
| aan helden diende. Geheten was ze, | |
| 2025 | jong en goudbeladen, aan de goede zoon van Froede. |
| Dat beschikt heeft de Schildingenvriend, | |
| de hoeder des rijks, de raad achtend | |
| dat hij met die vrouw van de vete zijn deel, | |
| de zaak verzoent. Te zelden rust | |
| 2030 | ergens na manslag de moordspeer ook maar |
| een bondige wijl, schoon de bruid deuge! | |
| “Mishagen mag het de Hade-Baardenvorst4 | |
| en iedere degen van die lieden, | |
| wanneer hij met die maagd de medehal ingaat, | |
| 2035 | een Denenzoon met deugd wordt onthaald. |
| Er blinken oude erfstukken aan hem, | |
| hard en ringsmukt, Hade-Baardenweelde | |
| wijl ze die wapens onder hun bewind hadden, | |
| tot ze hun edele gezellen en hun eigen levens | |
| 2040 | naar het lindenspel te leiden hadden. |
1. Zoals in regel 2486 duidelijk wordt doodde Heugelek niet eigenhandig de Zweedse koning Angende.
2. Een meervoud: Bijwolf en zijn mannen.
3. Zoals Oudengels grétan betekende ons groeten vroeger ook ‘uitdagen, aanvallen’.
4. Froede, de eerdere koning der Hade-Baarden, is gesneuveld in een nederlaag tegen de Denen. Zijn zoon en opvolger Ingeld heeft van Rutger de hand van diens dochter Froware gekregen ter verzoening. Doch zoals in het begin gezegd is zal de vete weer oplaaien en Hert in brand vergaan. Bijwolf voorspelt nu hoe. Voor het eerste woord in hun naam zie regel 63. Zie ook de uitleiding.
2. Een meervoud: Bijwolf en zijn mannen.
3. Zoals Oudengels grétan betekende ons groeten vroeger ook ‘uitdagen, aanvallen’.
4. Froede, de eerdere koning der Hade-Baarden, is gesneuveld in een nederlaag tegen de Denen. Zijn zoon en opvolger Ingeld heeft van Rutger de hand van diens dochter Froware gekregen ter verzoening. Doch zoals in het begin gezegd is zal de vete weer oplaaien en Hert in brand vergaan. Bijwolf voorspelt nu hoe. Voor het eerste woord in hun naam zie regel 63. Zie ook de uitleiding.