Het geheim van Nistelrode

Ergens in de derde eeuw worden dertig delen bronzen wijnvaatwerk begraven op een plek in wat nu Noord-Brabant is. Het geheel is van Romeinse maak, met een afbeelding van de machtige held Herculēs op een van de schalen. Is het een godenoffer van een rijke boer of is het vlug verstopt voor groepen Germanen die deze grensstreek van het inmiddels wankele Rijk teisteren? Dat zal altijd een vraag blijven. Wel kunnen we bedenken waarom dit oord later Nistelrode heet: daarin schuile een vergeten woord voor een windrichting. Lees verder “Het geheim van Nistelrode”

Een woerd in het water

Terwijl zijn gade goed beschut is met haar bruin-en-vaal gevlekte veren heeft mijnheer eend een werkelijk stralend groene bol op zijn lichte romp. We zijn aan hem gewend, maar eerlijk gezegd kan hij zich meten met de mooiste vogels in oerwouden ver van hier. Met enig recht valt dan te vermoeden dat de naam woerd naar zijn opvallende uiterlijk verwijst. Dat geldt immers ook voor erpel, zoals hij heet in delen van Vlaanderen en Duitsland. Lees verder “Een woerd in het water”

Wat het Frans van de Franken heeft

Aan het begin van de middeleeuwen was bijna heel Gallië in handen van Germanen uit het Rijngebied: de Franken. In het noorden behielden zij hun eigen taal, de voorloper van het Nederlands en enkele Duitse streektalen. In het zuiden, waar zij minder talrijk waren, gingen zij over op het plaatselijke Latijn. Dat werd uiteindelijk het Frans, een taal die veel invloed op de onze zou hebben maar vanaf het begin ook veel woorden van de Franken en andere Germanen bevat: van kleurnamen als blanc, brun, fauve en gris tot beschrijvingen van het landschap als bois, falaise, haie en marais. Veel van deze zijn nu verzameld. Lees verder “Wat het Frans van de Franken heeft”

Ravenroem

Bloed vloeit en volk valt op het slagveld. Boven het luide gedrang zweven grote zwarte vogels in hoge afwachting rond: zij zullen zich aan de lijken verlustigen zodra de strijd beslecht is. Maar het zijn niet zomaar aaseters, het zijn dieren van hoog verstand, en het betaamt dat de zienergod Woen—het grote voorbeeld van krijgers in Middelgaard—twee van hen als helpers heeft om hem elke dag nieuws te brengen. Wij spreken uiteraard van raven. Lees verder “Ravenroem”

De tauw

Het was een geweldig toeval, als het geen bevestiging van hogerhand mag heten. Ik zocht een voorouderlijk woord voor de onderliggende schikking van het bestaan en vond het Oudgermaanse *tēwō. Daarmee werd weliswaar ‘orde’ in het algemeen bedoeld, maar de Nederlandse voortzetting zou tauw luiden en laat dat nu ook de uitspraak zijn van tao, zoals de kosmische orde heet in de wijsbegeerte van het oude Zijderijk. Heden kan ik zeggen: de tauw als woord en begrip is van de hoogste waarde in de bezinning op het bestaan en de hernieuwing van onze taal en zeden. Lees verder “De tauw”

Anderbode

De lente mijn liefste is volop in gang en ik verheug mij op de malse groene wereld waarin ik mij straks weer bevinden zal. Het zijn zalige dagen voor ieder die de tijd neemt om werkelijk met aandacht te zien hoe bloem en blad tevoorschijn komen, ontvouwend als kunstige kleinoden volgens de regelmaat van de tauw. Met dat wonderbare schouwspel in de geest is ooit heel dichterlijk Anderbode bedacht, een jongensnaam die zoveel als ‘bloeiende knop’ of ‘bottende knop’ betekent. Lees verder “Anderbode”

Hoe het groeit

De werking van het wild is schoon en verschrikkelijk en—in wijde spannen—van de hoogste betrouwbaarheid. Volgens het alomwezige schikkende beginsel, de onderliggende orde die wij de tauw mogen noemen, gaat elke dag de zon over, kabbelt er zoet water in beken en richt bij rust een rijzige beuk zich op uit een nietige noot. Zo is het ook dat uit de aarde groen gras groeit en zo is het geen toeval dat die woorden op elkaar lijken. Want met groeien bedoelde men vroeger niet zomaar ‘groter worden’, maar iets dat vooral blad en spriet doen. Lees verder “Hoe het groeit”