Hoe het groeit

De werking van het wild is schoon en verschrikkelijk en—in wijde spannen—van de hoogste betrouwbaarheid. Volgens het alomwezige schikkende beginsel, de onderliggende orde die wij de tauw mogen noemen, gaat elke dag de zon over, kabbelt er zoet water in beken en richt bij rust een rijzige beuk zich op uit een nietige noot. Zo is het ook dat uit de aarde groen gras groeit en zo is het geen toeval dat die woorden op elkaar lijken. Want met groeien bedoelde men vroeger niet zomaar ‘groter worden’, maar iets dat vooral blad en spriet doen. Lees verder “Hoe het groeit”

Houd afstand van elkaar

De afgelopen dagen is bekend gemaakt hoe Nederland naar raad van het RIVM het coronavirus het hoofd gaat bieden. En dat is gebeurd in niet mis te verstane bewoordingen, zodat de ouderen onder ons het ook begrijpen. We gaan flatten the curve (de kromme afvlakken): ervoor zorgen dat het aantal besmettingen niet zo snel stijgt dat ons zorgstelsel overbelast raakt of zelfs bezwijkt onder ernstige gevallen. Naast goed en vaak de handen wassen bereiken we dit vooral—en het kan niet vaak genoeg gezegd worden—met social distancing (wijde omgang), oftewel afstand bewaren zodat we elkaar niet aansteken. Lees verder “Houd afstand van elkaar”

Bráhman en de Arische dichters

Het eeuwige, onveranderlijke, onvoorwaardelijke en immer in alles aanwezige beginsel van het bestaan—het zuivere bewustzijn als diepste en hoogste werkelijkheid—wordt in India al drieduizend jaar begrepen onder de naam Bráhman. In de oudste bronnen sloeg het woord echter op een zekere bezigheid van dichters, en over de eigenlijke betekenis zijn de meningen dan ook verdeeld, maar er lijkt in elk geval verband met het een en ander in de Germaanse talen, verre verwanten van het Oudindisch. Lees verder “Bráhman en de Arische dichters”

Reuen van weleer

Tegenwoordig bedoelen we er mannetjeshonden mee, maar vroeger sloeg reu op speurhonden en krachtige honden in het algemeen. Speurhonden—zij die met reuk jagen—waren dan ook een stuk groter en sterker dan nu en vermoedelijk zo gefokt om tegen oerossen, herten, beren en wilde zwijnen hun mannetje te kunnen staan en tevens als waak- en krijgshond te dienen. Een van deze kenmerken zal dan ook in het woord reu besloten liggen. Lees verder “Reuen van weleer”

Koorts

Hertenvlees—vroeg en vaak gegeten—verdrijft de koorts. Dat was de raad die Jacob van Maerlant zijn middeleeuwse lezers te bieden had in Der naturen bloeme. Deze Brugse geleerde bezat tevens enige kennis van woorden, dus wellicht had hij ons ook kunnen vertellen waar koorts nu eigenlijk vandaan komt. Voor zover bekend was hij de eerste die het te schrift stelde, ruim zeven eeuwen geleden, waarna het nog lange tijd alleen in het Nederlands en westelijk Nederduits bestond. Later is het door het Fries overgenomen, maar elders lijkt het nooit in gebruik te zijn geweest. Lees verder “Koorts”