Aarden

Wij wezen als het ware welverworteld wanneer wij aarden, gedijend als een boom. En ieders aard is als de grond der daden in het leven. Dan moeten aard en zijn afleiding aarden wel iets met aarde maken hebben. En toch verschillen ze geheel van herkomst, wat aan hun Duitse evenknieën Art en Erde nog te merken is. Laat ons hier dan wroeten in het verleden van met name aard. Lees verder “Aarden”

Adders zijn nadders

Op het Dwingelderveld in Drenthe zijn alweer de eerste mannetjesadders van het jaar verschenen, ontwaakt uit hun winterslaap om te warmen in de zon. In tegenstelling tot die andere twee inheemse slangen—de ringslang en de gladde slang—is de adder giftig en zo nog ietwat gevaarlijk voor zwakkere mensen. De naam is ook bijzonder, want hoort eigenlijk nadder te luiden en is verwant aan naaien. Lees verder “Adders zijn nadders”

Het varen van de ziel

Toen de zendelingen in de Germaanse wereld te werk gingen zochten zij in de volkstaal een woord ter vertaling van het Griekse psūkhḗ en het Latijnse anima voor dat onstoffelijke en onsterfelijke deel van de mens volgens de blijde boodschap. Het werd *saiwalō, de voorloper van ziel, een woord dat kennelijk vrij van al te heidense voorstellingen was. Over de diepere oorsprong is lang getwist, maar nieuwe overwegingen zijn onthullend. Lees verder “Het varen van de ziel”

Onder hoede van de hemelse tweeling

Hoe zou hier heden een heidendom in hoge beschaving eruitgezien hebben, als het herontstaan ware of nooit verdwenen? Licht voorstelbaar zijn vredig omboste hoven van kunstige houten wijhuizen met gulden smuk onder rieten dak—waardige tegenhangers van zulke plechtige doch eenvoudige oorden als Ise Jingū in Japan. En wellicht zou op veel gevels een opvallend beeld prijken: een tweetal gekruiste paardenkoppen. Lees verder “Onder hoede van de hemelse tweeling”

Te voet naar heilige oorden

Niet alleen zie ik uit naar herstel van heilige ruimten tussen hoge bomen, maar ook naar hun verbinding met lange wandelwegen door het landschap, de paden waar toegewijden met staf in hand over togen kunnen. Die zielen heten er geen bedevaarders, alsof zij enkel om te bidden komen, noch pelgrims, om met een geleend woord te spreken. Zij worden walders genoemd vanuit de oude taal. Lees verder “Te voet naar heilige oorden”