Wilde bussen

Een goede jachtboog is gemaakt van buxus of taxus. Zo leerde ons de Pyrenese graaf Gaston III eind veertiende eeuw in Le Livre de Chasse, het boek dat nog lang de leidraad bij uitstek voor jagers zou blijven. Dat taxus goed hout voor handbogen biedt is tot op heden algemeen bekend, maar buxus? Jawel, en naar die eigenschap is hij mogelijk zelfs vernoemd.

Lees verder “Wilde bussen”

Advertenties

Lof der lijsterbes

Hij was er als een van de eersten, toen de ijstijd eindelijk voorbij was en de Lage Landen veranderden van een grote toendra naar de groene streken die ons zo vertrouwd zijn. De lijsterbes is een ware, winterharde spil in het wild: zijn lover, knoppen, bloemen en vermiljoene bessen zijn een weldaad voor menig voedsel zoekend dier, beslist niet slechts de vogels waar hij naar vernoemd is. En dat is niet zo lang geleden gebeurd. Vroeger heette hij namelijk anders – en beter: kwikboom en everes.

Lees verder “Lof der lijsterbes”

Reuzen, rotsen en stenen

Tijdens de vroege middeleeuwen bestond in Engeland het geloof dat menig stenen bouwwerk gemaakt was door een soort reuzen genaamd entas. In meerdere gedichten heetten Romeinse ruïnes die in het Britse landschap lagen enta geweorc, het ‘werk der enten’. Volgens de bekende geleerde Ælfríc waren zij zelfs de oprichters van de Toren van Babel na de zondvloed. Maar ook de bijbelse Goliath en de buitengewoon sterke, goddelijke held Hercules werden in Engelse vertalingen een ent genoemd. Mythen en sagen over dit bijzondere entengeslacht ontbreken, dus een beschouwing van het woord is welkom.

Lees verder “Reuzen, rotsen en stenen”

Húgo

In de vierde eeuw na Christus verspreiden talloze groepen Franken en andere Germanen zich als roedels vanuit het noorden en oosten over het oude Gallië. Hoewel dat rijke land aanvankelijk nog onder het gezag van Rome valt, stichten ze er binnen afzienbare tijd hun eigen koninkrijken, die onder de vorst Chlodovech omtrent het jaar 500 worden verenigd tot één Frankrijk. Ze snuiven Romeinse beschaving op, maar nemen ook hun eigen taal en zeden mee, waaronder de wolfse naam Húgo.

Lees verder “Húgo”

Heidense zonneroem in de Lage Landen

In de kijk en taal van onze Indo-Europese voorouders was de zon een onbezielde zaak – een lamp of oog in de hemel, maar niet een oergeest op zich. Het moet in de latere, Germaanse wereld weinig anders zijn geweest, al is het mogelijk dat de zon er geleidelijk werd gezien als aangedreven door een afzonderlijke goddelijke ziel en dat het woord zon oorspronkelijk diens naam was. Zie hoe de oude Indiërs de eigenlijke zon Sūrya en de bijbehorende godheid Savitṛ ‘aandrijver’ vaak vereenzelvigden. Dat lijkt ook het geval met Ipe en Evert, twee zonderlinge namen voor de zon in de Lage Landen.

Lees verder “Heidense zonneroem in de Lage Landen”