De godin Viradecthis
De Tungri in de zuidelijke Lage Landen vereerden in de Romeinse tijd een godin met vormen van de raadselachtige naam Viradecthis. Deze blijkt bij nieuwe beschouwing te verbinden met oude Germaanse voorstellingen omtrent de dood.
De Tungri in de zuidelijke Lage Landen vereerden in de Romeinse tijd een godin met vormen van de raadselachtige naam Viradecthis. Deze blijkt bij nieuwe beschouwing te verbinden met oude Germaanse voorstellingen omtrent de dood.
Utrecht mag zich rijk rekenen met een zeer oude naam voor een zijner pleinen. Neude is net als de oordnamen Nude in Gelderland en Node in Brussel de verstening van een woord dat lang geleden verdwenen is uit de alledaagse taal. Maar wat betekent het?
Met namen als Boduognatus en Bagacum voor vorst en oord hadden de Nervii zoals andere Belgische stammen duidelijk een Keltisch opzicht. Sommige van hun namen lijken evenwel Germaans, in lijn met oude beweringen over noordelijke afkomst.
In de bodem langs de Muur van Hadrianus zijn meer dan zestig wijstenen gevonden, lang geleden opgericht voor goden, met een naam die alleen vanuit het Germaans te begrijpen is en vermoedelijk meegebracht was door manschappen uit de Lage Landen.
Behalve een oude toren op een bult bewaart het Gelderse dorp Puiflijk nog een andere merkwaardigheid: zijn naam. Daar kunnen we twee kanten mee op, waarvan de ene ons leiden kan naar de dagen van het Romeinse wegennet.
Veel van de oudste oordnamen van Nederland zijn te vinden in de Betuwe, waar sinds lang de klei tot weiden dient en men woont en kweekt op de oeverwallen. Van deze namen is Hien te ontraadselen aan de hand van verre verwanten.
In delen van het Avondland bestond vanouds de voorstelling van de zonnedochter—de bruid of zuster van de hemelse tweeling. Men kent haar in Letland nog steeds, als Saules meita, en ze is ook te vermoeden in de Griekse schoonheid Helénē.
De omvochten vorstin Helénē, om haar schoonheid vermaard, heette net als andere Griekse vrouwen en godinnen leukṓlenos ‘blankarmig, witarmig’ in de Iliás en de Odússeia. Het is een samenstelling van een bijzonder slag, met verwanten in onze eigen taal.
Heden bekend onder de weinig gewortelde naam moerasspirea, dit inheemse kruid is in veelvoud gevonden in zeer oude graven in Nederland en elders in het Avondland, heeft meerdere gunstige eigenschappen en heette om een daarvan ooit medezoet.
Dit jaar blijkt de korenbloem het meest geliefde inheemse kruid in de gemeente Groningen. Dat geeft reden om eens goed te kijken naar een bijzondere, oude benaming in Nederduitse streken voor deze blauwe schoonheid: tremse.
Kennelijk bij toeval of onbewuste voorkeur beginnen woorden voor vervallen gebouwen e.d. dikwijls met een k, getuige Nederlands krot, gewestelijk knip en Fries klint. Hier heden vestigen we onze aandacht op een vierde: Drents en Gronings kwint.