Op zoek naar Ister, vader van Germanen

De geschiedenis is rijk aan verhalen over de oorsprong van goden, vorsten en volkeren. In Japan heet het keizerlijke huis af te stammen van Amaterasu, de zonnegodin die zelf uit het oog van de schepper Izanagi gekomen is. Volgens de IJslandse overlevering zijn de eerste twee mensen, Askr en Embla, gemaakt van stukken hout die de goden op het strand vonden. En bij ons klonk ooit het loflied van een oerwezen en zijn zoon en kleinzonen, vanwaar de drie Germaanse volkeren in Middelgaard hun naam hadden. Lees verder “Op zoek naar Ister, vader van Germanen”

De heilgodin

Uit de tijd dat Rome het Rijnland bezette met het oog op de rest van Germanië zijn ons vele namen van daar inheemse godheden overgeleverd. De meeste vindt men op de zogenaamde wijstenen waarmee men eer bewees of blijk gaf een gelofte aan zulke wezens te hebben vervuld. Vaak komt zo’n naam weinig voor en is het gissen naar de betekenis. In het geval van Alateivia, bekend van een enkele wijsteen, kunnen we echter met enig vertrouwen zeggen: dit ware een godin die voor lijfelijk heil werd ingeroepen. Lees verder “De heilgodin”

IJzer uit de grond

In de zesde eeuw voor Chr. is de Noordse IJzertijd begonnen: van Nederland tot in Zweden gaan de Germanen eindelijk hun eigen ijzer winnen. Niet uit groeven in de bergen zoals de Kelten in het zuiden, maar uit de bodem langs beken en vlieten op de juiste plekken. Daar schuilen kluiten van ijzer, zand en klei die men met het nodige wassen en verhitten terugbrengt tot ruwijzer. Wij kennen deze kluiten en de grond waar ze in gevonden worden als oer. Dat zij de ongeziene evenknie van een Latijns woord voor een andere, dure stof. Lees verder “IJzer uit de grond”

Vergaard, verborgen, bewaakt

Zo groot als onze woordenschat is, er ontbreken intussen heel wat kleinoden die er ooit lang deel van waren. Ook uitgerekend een woord voor ‘schat’ is al enige tijd verdwenen, alsof het ongezien een donkere hoek is ingerold of recht onder onze neus vandaan is geroofd door een of andere vranke smiecht. Waar is hoord gebleven? En waar hadden we het ook alweer vandaan? Lees verder “Vergaard, verborgen, bewaakt”

De namen van de bunzing

Hoewel hij niet minder sluw dan een vos is heeft de arme bunzing vooral de naam te stinken. En te stelen, want hij is de schrik van het hoenderhok zoals hij eieren kaapt en kippen de kop afbijt. Men priset an dit dier niet el dan allene sijn vel (‘men prijst dit dier enkel om zijn vel’), schreef de bekende geleerde dichter Jacob van Maerlant in de dertiende eeuw. Geringe roem voor een roofdier dat in zijn tamme verschijning—de fret—zo dienstbaar is gebleken. Is een van zijn namen wellicht gunstig? Lees verder “De namen van de bunzing”

Lang leve de los

We kennen hem nu vooral onder de vreemde, Griekse naam lynx, een wrange herinnering aan zijn verdwijning uit de Lage Landen en aan ons erbarmelijke geheugen. Hij was hier lang inheems, toen er nog plek voor hem was, met een Nederlandse naam van hoge ouderdom. Die luidt los en is de evenknie van Duits Luchs, zoals vos van Fuchs. Naar welk kenmerk van dit schitterende dier wordt hiermee verwezen? De zwarte kwasten van zijn oren misschien? Lees verder “Lang leve de los”