Juten

Al ruim een eeuw wordt mijnheer diender met enige regelmaat en weinig vriendelijk juut genoemd, als eerste door schoffies in Amsterdam en Rotterdam. Het zou om een klanknabootsend woord gaan, verwijzend naar het fluitje waar de man vroeger op blies als de wet weer eens onmiddellijke handhaving vergde. Hij heeft immers ook tuut geheten. Heel overtuigend is deze duiding niet, alleen al omdat juut niet bijster goed de klank nabootst en kennelijk nergens in die hoedanigheid is opgeschreven. Maar waar komt het woord dan wel vandaan? Lees verder “Juten”

Heibel!

Het is even na het jaar 1900 als heibel voor het eerst opduikt in de Nederlandse geschriften. Het woord behoort dan al een tijdje tot de spreektaal en in het bijzonder tot het Bargoens, de zogenaamde dieventaal die gebezigd werd door mensen aan de onderkant van de samenleving. Veel Bargoense woorden waren van Jiddische en uiteindelijk Hebreeuwse herkomst, en sommige daarvan zijn in het algemeen Nederlands terecht gekomen, zoals bajes, gokken, jatten, lef, pleite, smeris, smoes en stiekem. Met recht dan dat woordvorsers denken dat ook heibel in dit rijtje hoort. Toch is er reden tot twijfel, mede vanwege enkele Groningse woorden.

Lees verder “Heibel!”