Amer

Zeer tevreden aanschouwde ik mijn vuur in de open herfstlucht. De haard was in dit geval de stronk van een omgezaagde dode berk in de tuin. In uitgraven had ik geen zin gehad. Opbranden zou het! Het vatte niet gemakkelijk vlam, want de wind was straf en ik spotte met brandbare vloeistoffen, maar mijn geduld werd uiteindelijk beloond met de hete gloed van één grote amer, om te spreken met een oud woord voor gloeiende houtskool en hete as – goed mogelijk een van de laatste Germaanse overblijfselen van een bijzondere, lang verloren vervoeging.

Lees verder “Amer”

Advertenties

Het god

God is voor velen een woord dat onlosmakelijk verbonden is met het christendom, maar het stamt uit de voorchristelijke, Germaanse wereld, toen het nog de vorm *gudą had. Tijdens de kerstening was het een van meerdere mogelijkheden die geestelijken hadden ter vertaling van Grieks theós. Van alle was het kennelijk het minst beladen met ongewenste heidense voorstellingen en opmerkelijk genoeg was het eerst een onzijdig woord. Zo wekt het bij terugblik gemakkelijk de indruk van een Germaanse tegenhanger van Latijn numen ‘het goddelijke’ en Japans kami ‘iets ontzagwekkends, goddelijks’. Lees verder “Het god”

De hemelse stam der Anzen

Het zijn de Anzen die volgens het oude Germaanse volksgeloof als godengeslacht en hoeders van de kosmische orde over Middenaarde heersen. In vroegere tijden, toen de verering van Woedan nog niet haar vlucht had genomen, werden zij beschouwd als de afgezanten en telgen van Tuw de Vader, die gehuld is in de diepblauwe mantel van het onmetelijke uitspansel. Van zulke aanzienlijke wezens verdient de naam, die vooral bekend is in zijn Oudnoordse vorm æsir, nu eens alle aandacht. En dat mag de nodige vruchten afwerpen. Lees verder “De hemelse stam der Anzen”

Wij twee

Na een woelig leven van duizenden winters waren ze op het laatst waargenomen op de Noordfriese Waddeneilanden, waar ze halverwege de vorige eeuw een eenzame, stille dood stierven – vergeten en niet gemist, maar best een verlies. Ik heb het uiteraard over de Germaanse tweevoudsvormen. De taal van onze voorouders, zoals verwante en andere talen, had namelijk voornaamwoorden voor niet alleen enkele personen en meerdere personen, maar ook tweetallen, in dit geval voor ‘wij twee’ en ‘jullie twee’.

Lees verder “Wij twee”

Maf

Geloof het of niet, maar het zo gemeenzame maf behoort tot die ongelukkige rij woorden waar wortelkundigen weinig over te zeggen hebben. Het komt pas vanaf de vroege zeventiende eeuw op schrift voor en eerst in de betekenis ‘slap, flauw, krachteloos, suf’. Het is vandaar dat maffen ‘slapen’ is afgeleid, net zoals slap en slapen bij elkaar horen. Het werd vroeger ook zelfstandig gebruikt, voor sullen en dwazen, zoals in de uitdrukking iemand voor een/de maf houden. Uit lichte wanhoop –of misschien juist met overgroot vertrouwen– is wel voorgelegd dat maf een nevenvorm ware van muf, en anders een vermenging van laf met moe of mat. Een blik op de streektalen, aan beide zijden van de Noordzee, maakt dat weinig aannemelijk. Eerder is het van een geheel eigen stamboom.

Lees verder “Maf”

Kjelbergen

Of: het bedenken van namen voor in een verhalenwereld

Wee de gekken die het in hun hoofd halen een hele wereld voor hun verhalen te verzinnen, met overtuigende namen voor alle landen, oorden, bergen, wateren en wezens die men erin mag vinden. Meest geslaagd ware nog altijd de oefening van J.R.R. Tolkien. Velen hebben zijn voorbeeld gevolgd, met goede en minder goede vruchten, al zijn er in de Lage Landen bij mijn weten nog maar weinig echte pogingen gewaagd. Daar wil ik al jaren verandering in brengen, getuige de aanwas van aantekeningen en schetsen die mijn laden en harde schijf inmiddels kennen.

Lees verder “Kjelbergen”

Aan tafel

Hoewel het onze voorouders niet ontbrak aan tafels, waaraan zij met hun gezellen genoten van goede spijzen en minder goede spijzen, hebben zij toch ooit hun eigen woord ervoor opzij geschoven en tafel van de Romeinen overgenomen, dat wil zeggen van Latijn tabula. Maar stel voor spel en vermaak dat het niet ontleend is, hoe zou het zich dan verhouden tot andere inheemse woorden? Hoe kunnen wij dit woord verheemduiden?

Lees verder “Aan tafel”

Het heeft zijn beste tijd had

Het voorvoegsel ge- is geen lang leven meer beschoren. Het is binnen het Germaanse taalgebied al eeuwen over zijn hoogtepunt heen en zal uiteindelijk ook grotendeels verdwijnen uit het Nederlands. Dat is althans wat ik al enige jaren verwacht. Dus toen Steven Hagers onlangs aan enkele mede-taalkundigen vroeg hoe het Nederlands over vijf eeuwen zal klinken en kennelijk geen van hen de teloorgang van dit voorvoegsel opperde, was ik ietwat verbaasd. Nu is mij geen lopend onderzoek naar de fut van ge- bekend en heden lijkt het nog immer stevig geworteld in onze taaltuin en die van onze oosterburen, maar het lijkt mij al met al een redelijke voorspelling. Hier volgen dan enkele redenen.

Lees verder “Het heeft zijn beste tijd had”