Nadänken over spelling

Terwijl Engelse spelling een dampende puinhoop is, met herhaalde roep om ingrijpende hervorming, kunnen wij achterover leunen en lachen. We twisten over kleine dingen, zoals de noodzaak van een tussen-n, maar al met al is onze schrijfwijze redelijk eenduidig en klankgetrouw. En toch, voor het Nederlands zou ik alleen al voor het oog eens wat flinke wijzigingen willen voorstellen, te beginnen met de mijding van aa, ee, oo en uu. Lees verder “Nadänken over spelling”

Stille vrienden in Engeland

Zijn Nederlands groen en Engels green hetzelfde woord? Nou, ja en nee. Ze verschillen weliswaar duidelijk van vorm, maar ze hebben niettemin een gemeenschappelijke voorloper, uit de taal waar beide talen vertakkingen van zijn. Het zijn aldus zogenaamde evenknieën, net zoals bijvoorbeeld aarde en earth of huis en house. Van veel Nederlandse woorden is zo vrij gemakkelijk de evenknie in het Engels te herkennen. Veel, niet allemaal, want soms ligt het helemaal niet voor de hand. Lees verder “Stille vrienden in Engeland”

Verkleiningen

Hoewel sommigen van ons tot de rand van waanzin worden gedreven door de overvloed van verkleinwoorden, zal geen ziel geheel zonder dit taalgoed willen of kunnen. Men drinkt biertjes en eet hapjes, en niemand vermijdt beetje ten gunste van het grondwoord beet. Bovendien weten weinigen van ons dat bijvoorbeeld druppel, varken en veulen eigenlijk ook verkleinwoorden zijn. Dat noopt tot een uitleg van onze achtervoegsels ter verkleining. Lees verder “Verkleiningen”

Een stel in een woord

De tauw—de onderliggende schikking van het bestaan—behelst tegenstelling en wederzijdse afhankelijkheid, waarbij het ene door het andere betekenis heeft. Zo weten wij wat warm is omdat wij koud kennen, en andersom. In de oude Zijderijkse wijsbegeerte wordt zulke tweeheid gevat in het bekende begrip yīnyáng, oftewel ‘donker en licht’. Niet toevallig is dat woord het toonbeeld van een stelwoord, zoals ook Gronings voaiemoeke ‘vader en moeder’ en Oudindisch dyāvāpṛthivī ‘hemel en aarde’. Lees verder “Een stel in een woord”

Wat het Frans van de Franken heeft

Aan het begin van de middeleeuwen was bijna heel Gallië in handen van Germanen uit het Rijngebied: de Franken. In het noorden behielden zij hun eigen taal, de voorloper van het Nederlands en enkele Duitse streektalen. In het zuiden, waar zij minder talrijk waren, gingen zij over op het plaatselijke Latijn. Dat werd uiteindelijk het Frans, een taal die veel invloed op de onze zou hebben maar vanaf het begin ook veel woorden van de Franken en andere Germanen bevat: van kleurnamen als blanc, brun, fauve en gris tot beschrijvingen van het landschap als bois, falaise, haie en marais. Veel van deze zijn nu verzameld. Lees verder “Wat het Frans van de Franken heeft”