Een stavenschat voor onze taal

Worden de oude ruinstaven niet uit schrik verloochend, dan drijven ze wel door gebrek aan nut uit ons bewustzijn. Dit schrift hoort in verschillende gedaanten nu eenmaal bij talen die hier niet meer leven. Wie het Oudgermaans machtig wordt kan er gelijk mee aan de slag, maar voor het Nederlands met diens afwijkende klanken zijn deze tekens niet geschikt. Daarvoor moeten ze eerst bijgewerkt worden, zoals de oude Engelsen en Friezen ooit deden. En zo is hier een Nederlandse stavenschat gewrocht. Lees verder “Een stavenschat voor onze taal”

Tekens, truien en treurige buien

ruintrui
De trui des aanstoots.

Met klamme handen heeft de hema deze week ijlings een trui uit haar rekken getrokken vanwege een opdruk van runen, de Germaanse schrifttekens die tot in de middeleeuwen gangbaar waren in de Lage Landen en omstreken. Het taboe rust in dit geval met name op de ᛟ, omdat die kennelijk als zinnebeeld wordt gebruikt door slechte mensen. Wie dat mogen wezen doet er niet toe, want het mag nooit een reden zijn om dit kostbare talige erfgoed in de ban te doen. Lees verder “Tekens, truien en treurige buien”

Volk in vroegere dagen

Verreweg de meeste westerlingen belijden thans –al dan niet bewust– een vorm van staatsnationalisme, dat inhoudt dat staatsburgerschap bepaalt tot welk volk iemand behoort. Deze overtuiging deed haar intrede tijdens de bloedige Franse Revolutie vanuit de geest van vooruitgang. Voordien was volk gelijk aan afkomst en konden vorsten over (delen van) verschillende volkeren heersen. Die vorsten waren de nazaten van krijgsheren die in de oudheid macht hadden vergaard ten koste van stambelangen. En uit die eerdere tijd komen de twee Germaanse woorden voor volk: *þeudō en *leudiz. Lees verder “Volk in vroegere dagen”

Zwart goud

Vele, zo niet de meeste talen op Aarde danken gas aan de Vlaamse geleerde J.B. van Helmont, die het in de zeventiende eeuw vereenvoudigde uit chaos. Dat oorspronkelijk Griekse woord werd ruim een eeuw tevoren al door zijn grote Zwitserse voorbeeld Paracelsus gebruikt voor hetzelfde begrip. De vorm van gas maakt evenwel dat het gemakkelijk te verheemduiden is, in dit geval als ware het afkomstig van de wortel van gist, zoals dan ook een tijdje gemeend is. Met olie daarentegen valt niets te beginnen – als duidelijke ontlening blijft het een vlek op het water. Maar wat zouden we anders zelf bedacht kunnen hebben voor dit vettige spul? Lees verder “Zwart goud”

Een eigen spraak

Mensen hebben altijd in meerdere of mindere mate woorden uit andere talen overgenomen. We zijn een beetje als spreeuwen, die er goed in zijn andere vogels na te doen. Maar spreeuwen bewaren ondertussen wel gewoon hun eigen spraak, terwijl de onzen steeds meer op elkaar beginnen te lijken. Weliswaar groeit het verzet tegen het Engels, maar hoe zit het met al dat Grieks, Latijn en Frans in onze taal? Wat hebben we eraan poster te weren omwille van affiche? Hoezo hebben we voor veel zaken geen woord uit eigen borst? Daarom worden op Taaldacht voortaan gangbare, veelal onbetwiste leenwoorden verzameld en voorzien van bestaande of voorgestelde tegenhangers. Lees verder “Een eigen spraak”