Deze klinker verdonkert telkens weer

Het Algemeen Nederlands heeft een oude lange /aː/ bewaard in woorden als daad en spraak, gelijk het Duits met Tat en Sprache. Maar in grote delen van de Germaanse wereld is die klinker richting een lange /oː/ verschoven, zij het in verschillende mate en spelling, van Brabants daod en spraok tot Zweeds dåd en språk. En het is niet de enige keer dat een zogenaamde verdonkering is gebeurd. Lees verder “Deze klinker verdonkert telkens weer”

Reizigers van verre

Elders in de peilloze ruimte van het heelal, getooid met zijn talloze werelden, moet leven van hoog verstand zijn. Of tieren zelfs. En toch zien we er geen tekenen van. Het is ijselijk stil aan de kimme van ons kunnen. Dit raadsel is de welbekende Fermiparadox—in goed oud Nederlands de wonderspreuk van Fermi. Eén mogelijkheid weegt zwaar: ze hebben ons allang gevonden. Lees verder “Reizigers van verre”

Engels queen, Nederlands kwaan

Mocht het huis Oranje-Nassau vallen, wijken voor het mijne bij de gunst des hogen hemels onder heilig recht, dan zal mijn gade, moeder mijner telgen, waarlijk geen koningin maar kwaan heten. Zo is het besloten. Of zo zie ik het voor me. Hoe dan ook verdient onze Nederlandse evenknie van Engels queen een hand uit de vergetelheid, want het is een woord met een rijk verleden. Lees verder “Engels queen, Nederlands kwaan

De helweg en de holle weg

In den hart der Duitsen wereld, waartoe eer ook de Lage Landen behoorden, bestond vanouds een netwerk van helwegen, de tamelijk brede paden die vaak verzonken waren door de tred van talloze handelaars en heerscharen. Men heeft wel gemeend dat hel in dezen naar het dodenrijk verwijst of anders het licht van een baan door het bos, maar daarmee is lang niet alles gezegd… Lees verder “De helweg en de holle weg”

Een nieuwe morgen voor de noemkunst

Stelt u zich voor dat de voornamen om u heen doorzichtig en begrijpelijk zijn. U hoeft niet te vragen of op te zoeken wat deze en gene betekenen, want het zijn bekende woorden of samenstellingen ervan. Ondenkbaar als dat nu zij, zo was het tot in de vroege middeleeuwen, een tijd van heldere naamgeving. Die dagen kunnen herleven—met vernoeming naar bomen en ander goeds. Lees verder “Een nieuwe morgen voor de noemkunst”

De wezens achter de schermen

Sinds de ontketening van kernkracht bijna 80 jaar geleden vertellen talloze getuigen van zonderlinge dingen in en uit de hemel. Nieuwe onthullingen door de Amerikaanse overheid maken dat hoon en loochening in hoge vaart wijken voor ernst en acht. Er lijkt iets van hoog verstand aanwezig en bezig: een uiterst vreemde mogendheid die niet gelijk buitenaards hoeft te heten. Voor een ruimer denkraam heeft onze taal nood aan woorden. Lees verder “De wezens achter de schermen”

Het gedrang der kruiden

Er zijn weinig plekken waar ik liever ben dan daar waar het wild zijn gang kan gaan in mei op vochtige, veie grond, liefst glooiend en hellend, met bomen die ruim het licht doorlaten. Overal gedijt het dicht en groen: met mals gras en zaailingen; met netels en daslook; zevenblad, ereprijs en muur; kleefkruid, speenkruid, fluitenkruid, ga zo maar door. Gelukkig ken ik in mijn omgeving zulk noordelijk oerwoud. Het is een volheid vervat in het woord kruid. Lees verder “Het gedrang der kruiden”