Skip to content

Het is het niet waard

14 september 2013

mensenofferIn de Volkskrant van eergisteren waarschuwde de taalkundige Alison Edwards dat het Nederlands binnen enkele tientallen jaren uit het openbare leven zal verdwijnen als wij doorgaan met onze hoge inzet op Engels taalgebruik. Het Engels is nu al de voertaal in meerdere bedrijven en universiteiten, ten gunste van de “internationele gerichtheid”. Menig beleidsmaker wil nog verder gaan en reeds bij jonge kinderen met tweetalig onderwijs beginnen.

Als wij als samenleving werkelijk vloeiend en volledig Engels willen spreken, niet of nauwelijks te onderscheiden van dat van Engelsen en/of Amerikanen, dan zullen wij deze taal volstrekte voorrang moeten geven in ons dagelijkse leven: in het onderwijs, op het werk, in de krant, op de buis, op het web en zelfs in onze huizen. Dat beseft men wel.

Uw schrijver is gedurende vormende jaren van zijn leven ondergedompeld in het Engels geweest, haalde als leerling doorgaans negens en tienen voor Engels, en is nooit opgehouden zijn beheersing van het Engels te onderhouden en verbeteren. En nóg valt hij door de mand. Net die tongval goed krijgen, de woordenschat niet alleen groot hebben, maar ook immer gereed, en werkelijk snappen hoe bijvoorbeeld de verleden tijd werkt in het Engels, dat is voor weinig tweetaligen weggelegd en meestal alleen te behalen voor iemand die Engels nadrukkelijk als eerste taal spreekt.

afnemende meeropbrengst

Het zijn nu juist die laatste beetjes beheersing die betrekkelijk veel kosten. Hier geldt de wet van de afnemende meeropbrengst. Men kan nog zo de mond vol hebben van tweetaligheid, maar voor werkelijk vloeiend Engels zullen we grote offers moeten maken: handen vol geld en het bloedige lijk van onze oorspronkelijke taal; het hart uit ons erfgoed gerukt en al kloppende aangeboden aan ‘hogere machten’.

Nee, volgens mij is ons Engels, hoewel verre van volmaakt, goed genoeg. Over het algemeen schatten Nederlanders en Vlamingen hun beheersing van het Engels weliswaar te hoog in, maar we doen het stellig niet slecht en het is niet nodig om zó hoog in te zetten, zó ver te gaan. Integendeel, we zouden wel eens wat meer aandacht mogen besteden aan het Nederlands als kunstwerk, in stede van het Nederlands als (wegwerp)middel. Dat zal ons en onze taal ook meer aanzien geven in de wijdere wereld.

Advertenties
10 reacties leave one →
  1. Jonathan Agathokles permalink
    14 september 2013 14:55

    Volgens mij houdt prof. Edwards geen rekening met het paradoxale fenomeen dat hoe internationaler onze maatschappij wordt, hoe meer mensen terugvallen op hun eigen cultuur, taal, en identiteit. En alleszins, globalisering hoeft niet homogenisering te betekenen, al is dat wel wat er momenteel gebeurd – met natuurlijk de tegenreactie die ik boven beschreef die heel sterk kan zijn in sommige gebieden en landen.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      18 september 2013 16:14

      Die tegenbeweging lijkt in Nederland niet bijzonder sterk, dus wat dat betreft denk ik dat Edwards’ waarschuwing op haar plaats is.

  2. 14 september 2013 14:59

    Helemaal met u eens, het is een schrijnende èn beangstigende evolutie.

  3. Dwelm Elpendier permalink
    14 september 2013 20:05

    Goed stukje, Olivier. Dit is iets dat ik mezelf al een tijdje afvraag. In vergaderingen met Britten en Amerikanen kunnen Nederlanders en Vlamingen zich altijd goed uitdrukken. Met armere woordenschat, een hoorbare tongval en een gebeurlijke fout op de regels, maar altijd vlot en goed verstaanbaar. Waarom dan de noodzaak om de Engelse taal een grotere plaats in het onderwijs en maatschappij te geven? De bijkomende voordelen zijn beperkt – niemand zal meer investeren in onze landen of iemand aanwerven voor dat tikje beter Engels – terwijl de maatschappelijke kost groot is.

  4. 15 september 2013 05:50

    Als uitgerekend een Engelse taalkundige – een professor aan de Cambridge universiteit – ons komt waarschuwen voor de cultureel, communicatief en sociaal negatieve gevolgen van een overdreven aanbidding van een vreemde taal – uitgerekend het Engels – en het gelijktijdig op de tweede rang plaatsen van onze eigen taal in de eigen contreien, betekent dit noch min noch meer dan dat we van pure schaamte door de met veel moeite gedeeltelijk van de zee gewonnen vaderlandse grond zouden moeten zakken. Zelfs onze vaderlandse Mossels die geboren bodemdieren zijn en zich aan alles en noch wat moeten vastklampen om te overleven, hebben méér verstand in het weke lijf, tonen méér zelfrespect en méér eerbied en ontzag voor hun geboortegrond, voor de stek waarop ze kunnen groeien en mogen opgroeien. De vaderlandse Mossel kan zich dan ook met recht en reden de ware Trots van Nederland noemen. Een volk of een natie die de eigen taal en dus de eigen cultuur bewust en gericht verdringt en verdrinkt ten gunste van een andere taal en cultuur is de naam volk of natie en zelfs de naam Mossel niet waardig noch waard. Ministers, rectoren, professoren en andere tot het intellect van de (Nederlandse) natie gerekende valse vaandeldragers die dit destructief proces van zelfontkenning, zelfvernedering en zelfvernietiging op kosten en tegelijk ten koste van de natie en haar volk ondersteunen en promoten, zijn hun naam en hun faam evenmin waardig noch waard. Dit zijn geen Mossels maar kwallen, de kwallen en de kwaal van onze taal. Een mens heeft maar één ‘moedertaal’, de taal waarmee we ook andere talen kunnen verkennen en nader leren kennen, niet om onze ‘moedertaal’ te verguizen, te minachten of te verdringen maar juist om ze – door vergelijk – te verrijken, nog méér te kunnen waarderen, te koesteren en lief te hebben. Hoe beter we onze ‘moedertaal’ kennen hoe makkelijker en grondiger we ook andere talen leren (ver)kennen. Hoe meer andere talen we (ver)kennen, hoe dieper ook het inzicht in de eigen ‘moedertaal’, hoe groter en dieper ook onze waardering en het respect dat ze verdient. Men hoeft echt geen professor en zeker geen Engelse Cambridge professor te zijn om tot dit inzicht en besef te kunnen komen. Zichzelf respecterende Nederlander of Vlaming zijn moet volstaan om wereldburger te kunnen zijn, zo niet zijn we de naam Nederlander, Vlaming én wereldburger niet waardig noch waard.

  5. Anna permalink
    20 september 2013 14:21

    Alison Edwards is een PhD-student, geen professor. Ik geloof best dat wat zij zegt klopt mbt haar PhD-onderzoek maar ik vind wel dat ze wat genuanceerder had mogen zijn. Voorspellen dat de sterk bindende nationale taal vervangen wordt door Engels, zeker als haar observaties gebaseerd zijn op een academische omgeving waar mensen over het algemeen over bovengemiddlede tweedetaalvaardigheden hebben, is bullshit. Engels zal best meer gebruikt worden nu dan voorheen maar dat zal zich echt voornamelijk beperken tot de (internationale) werkvloer.

    • 21 september 2013 12:52

      Oei,geen professor, zelfs nog geen Philosophiae Doctor zoals men dat al eeuwenlang in modern academisch Engels pleegt te noemen …een pluimpje minder dan, nog geen bevorderde maar dan toch een gevorderde promovenda/doctoranda, iemand met een gefundeerde visie die niet alleen haar vinnige veder diep de inktpot indoopt maar er ook nog vranke én wijze woorden mee dorst te schrijven. Deze doctoranda beweert niet dat haar stelling klopt maar dat ze zou kunnen kloppen, als……m.a.w. haar stelling komt neer op een soort ‘waarschuwing’ maar is vooral ook een uiting van een gevoelen van bekommernis en droefenis over een (haar blijkbaar nauw aan het hart liggende) natie die haar eigen taal en cultuur op de hoogste niveaus naar het tweede plan duwt, minstens veronachtzaamt, en daarvan ontegensprekelijk tekenen vertoont en daartoe concrete (beleid)stappen heeft gezet, zet en blijkbaar nog verder zal zetten. Zulk ontegensprekelijk teken, zulke onbetwistbaar concrete stap is – onder meer – dat aan Nederlandse (en Vlaamse) universiteiten en hogescholen aan Nederlandstalige studenten ONDERRICHT, niet over maar IN het Engels mag (ei zo na, moet) worden gegeven, dat de eindwerken voor het behalen van de graad van meester ( = een doodnormaal en zuiver Nederlands woord waarvan zowel de E.U. als De Dikke Van Dale durven beweren en dicteren dat dit geen ‘standaard Nederlands’ is, dat voor die graad maar één juiste Nederlandse term mag bestaan en dat die term moet luisteren naar de Engelse naam ‘master’, zowel in klank – met een vette, vuile /a/ – als in schrift) unisono in het Engels MOETEN worden geschreven en dat bovendien zowel de interne als de externe (binnenlandse)academische communicatie overwegend in het Engels wordt gevoerd en – als het meezit – bijkomend of bijkomstig ook nog wel in het Nederlands. Dat gaat hier dus absoluut niet over de ‘internationale’ werkvloer maar over de nationale vloer, de eigen bodem, de eigen grond, het eigen heem, de eigen ‘elite’, het eigen heer van toekomstige beleidsmensen en beslissing nemers, de eigen toekomst. Op basis van deze naakte nationale feiten ‘voorspellen’ dat onze almaar zwakker nationaal bindende nationale taal effectief verdrukt en onderdrukt wordt en onder druk hiervan op termijn zelfs riskeert te worden ingeruild voor het Engels, als…..als we in die richting verder en breder blijven gaan, is – in deftig en proper, zij het allicht geen academisch Nederlands gezegd – zeker geen zever, trut, kletskoek, onzin of nonsens maar een logische en voor de hand liggende, bijna onvermijdelijke conclusie, in het bereik van elk gezond boerenverstand en waarvoor men – zoals ik al eerder zei – geen in het modern Engels klaar gestoomde Philosophiae Doctor hoeft te zijn. Over het gemiddelde niveau van de boven het gemiddelde geschatte academische taalvaardigheden binnen de Nederlandse en Vlaamse Hoge scholen, heb ik zo mijn eigen onder het gemiddelde liggende impressie, te beginnen met de gemiddelde academische taalvaardigheid in het Nederlands en meteen ook te eindigen met de gemiddelde academische taalvaardigheid in het Engels. Dit is wat men 2-taligheid zou kunnen noemen. Verder dan een gemiddelde taalvaardigheid in het Engels reikt de ‘internationale gedachte’ aan de Nederlandse en Vlaamse Hoge Scholen gemiddeld meestal niet. Waar onze doorsnee promovendi, doctorandi en Philosophiae Doctores, laat ons theoretisch gemiddeld nemen, 1000 woorden Engels kennen, staan daar tegenover (in Nederland) 50 woorden Duits, 2o woorden Frans (in Vlaanderen het omgekeerde), 5 woorden Spaans, 2 woorden Italiaans en zero woorden Russisch. Over en in het Chinees praten we uiteraard niet en over de gemiddelde academische kennis van het Latijn of dan toch van de Latijnse grammatica zal ik maar gewoon zwijgen, stilletjes zwijgen. Eén feit staat wel rotsvast: de gemiddelde Engelse academicus kent méér en beter Latijn dan de gemiddelde Nederlandse academicus Engels kent. Misschien kunnen onze academici zich hieraan eens spiegelen, zonder zichzelf weg te spiegelen, wel te verstaan? Onder ‘internationale werkvloer’ versta ik iets heel anders en alleszins méér dan gehandicapt Nederlands aangedikt of overgoten met wat prematuur modern Engels.

  6. 24 september 2013 10:35

    Bedankt voor dit stuk Olivier, en de anderen voor de uitgebreide reacties. Beide heb ik een aantal keer bekeken, omdat het een onderwerp is dat me nauw aan het hart ligt, maar een uitdrukkelijke mening doet zich niet voor.

    Wel denk ik dat, hoe we de huidige situatie ook inschatten, de invloed van het Engels zeker toeneemt. In een winkel werd mij onlangs een gratis ‘shopper’ aangeboden en sowieso hoor en zie ik in de openbare ruimte steeds meer Engels – nog even los van de academische wereld. En ook in het bedrijfsleven, dat toch in toenemende mate gedomineerd wordt door internationale bedrijven, waarbij de communicatie en marketing vanuit een veelal Engels taalgebied gestuurd wordt, lijkt deze ontwikkeling me onmiskenbaar. Zelf merk ik bovendien, en dit heeft vast met mijn leesgewoontes te maken, dat ik me in het Engels in sommige genres al gemakkelijker uitdruk dan in het Nederlands.

    Los daarvan, ben ik ervan overtuigd dat we de wereld meer te bieden hebben wanneer we het unieke in onze eigen taal en cultuur op waarde schatten en uitdragen, dan wanneer we krampachtig trachten aan te klampen bij een (denkbeeldige) internationale en Engelstalige cultuur.

    Tot slot vraag ik me af in hoeverre ‘we’ deze ontwikkelingen kunnen beïnvloeden. Natuurlijk kan een overheid ervoor kiezen in het onderwijs een bepaalde nadruk te leggen, maar volgens mij is de economie hierin veel meer de sturende kracht, samen met de ‘popcultuur’ van Engelstalige films, tv-series, muziek, internet, etc.

  7. 29 september 2013 07:38

    ‘We’ kunnen deze ontwikkelingen natuurlijk niet zelf rechtstreeks beïnvloeden maar wat we wél minstens kunnen doen is individueel laten horen dat we dit geen goede zaak vinden, het niet eens zijn met het beleid dat onze overheden ter zake voeren of niet voeren. De ‘economie’ die uiteraard niets liever heeft dan dat ze met één taal de hele wereld consumptief kan bespelen om maximale winsten met minimale kosten te genereren en de ‘tijdsgeest’ (o.m. de globalistische én de ‘Europese’ gedachte, de gedachte over mondiale ‘ontwikkeling’ die zich uitsluitend toespitst op materiële welvaart door maximale productie en consumptie – zie o.m. het Chinees en het Braziliaans ‘Wonder’ – het spotgoedkoop consumptief wereldtoerisme in en met één taal en het waanidee dat men met één taal via het internet met de hele wereld in verbinding kan staan) spelen uiteraard een cruciale rol. Zolang er evenwel autonome staten (gemeenschappen met een eigen cultuur en taal) bestaan kunnen de overheden daarvan via een gerichte cultuur-en taalpolitiek (en in het bijzonder via het onderwijsbeleid) één en ander effectief zelf regelen, sturen, bijsturen of rechtzetten. Het komt er dus gewoon op aan dat die overheden dat ook DOEN, desnoods tegen de globalistische stroom, de tijdsgeest en in het bijzonder tegen de staten vernietigende en tevens een cultuur- en taal vernietigende ‘Europese gedachte’ in. De Europese staat die in deze op de eigen cultuur en taal gerichte politiek met verve uitblinkt is uitgerekend Groot-Brittannië, naast ook de meeste Scandinavische staten en in het bijzonder Noorwegen, Denemarken. Als het de bedoeling van een ‘verenigd Europa’ zou zijn – en zo ziet het er effectief ook meer en meer naar uit – dat er maar één taal (het Engels) meer meetelt en dat bovendien het hele onderwijs in heel het ‘verenigd Europa’ door één taal (het Engels) gedomineerd wordt en dat de ‘Europese burgers’ in één taal (het Engels) toegesproken en gedicteerd worden, dan kan dat soort ‘verenigd Europa’ met een zeer kwalijk stinkend neokolonialistisch reukje voor mij de europese pot op, liefst dan zo vlug, zo radicaal en zo grondig mogelijk. Ik ben nog liever straatarm dan dat ik mijn ‘moedertaal’, mijn bloedeigen wortels, mijn hele zingeving verplicht zou moet opgeven in ruil voor een paar wankele ‘euro’s’ en supersnel reizen zonder ‘visum’ en – wat nog veel erger is – zonder doel, op zoek naar mezelf.
    Persoonlijk tracht ik – vooral naar de Vlaamse overheden toe, met inbegrip van de openbare media – zoveel mogelijk mijn mening over de gevoerde of de niet gevoerde ‘nationale’ cultuur- en taalpolitiek te ventileren. Als één voorbeeldje daarvan vindt U hierna mijn persoonlijke reactie ingezonden naar aanleiding van het onderwerp “taaltest (Engels) voor proffen” in het VRT programma ‘Volt’, met vermelding van de webschakel naar de betrokken uitzending (video). Overeenkomstig de Vlaamse politieke gewoonten en zeden luidt de regel blijkbaar dat je geen persoonlijk antwoord mag verwachten maar desalniettemin….je weet maar nooit of er achter de Vlaamse politieke schermen ergens toch geen belletje gaat rinkelen, er iets in beweging komt, er misschien een eurootje of dan toch een eurocentje valt. In deze video komt ook pijnlijk scherp tot uiting dat de (kersverse) rector van de prestigieuze ‘Vlaamse’ universiteit Leuven geen morzeltje grond onder de academische voetjes heeft om zijn ‘visie’ over (universitair) onderwijs in het Engels te kunnen staven of verantwoorden op een manier die de titel van ‘academicus’ waard is of minstens toch niet onwaardig is, oneer aandoet. Beschamend en schandelijk is het, dit totaal ondermaats Vlaams academisch ‘betoog’! ‘Europees’ niveau? Merk ook op hoe deze universitaire rector ietwat erg naïef maar wel duidelijk laat vallen dat het hele kinderachtig gedoe rond cursussen in het Engels aan ‘Vlaamse’ universiteiten ten gronde alleen draait rond het egocentrisch vergaren van ‘Europees’ en ‘mondiaal’ prestige ter eer en glorie van het Universitair Instituut zelve, rond een bekakte dorp filosofische mentaliteit om zich als een ‘wereld universiteit’ trachten voor te doen en te verkopen, rond het nog bekaktere streven om zoveel mogelijk buitenlandse (niet Nederlandstalige) studentjes op en in lijstjes te kunnen plaatsen, rond het kleuterkneuterige verlangen om met ‘internationale’ ranglijstjes te kunnen zwaaien en uitpakken. Ach, ach, tsjilp, tsjilp, sneu, sneu, wat een geestelijke en intellectuele academische armoedigheid! ‘Universitas’? Kom nou…ga weg!

    http://www.een.be/programmas/volt/volt-discussie-taaltest-voor-proffen

    Ingezonden reactie:

    [ TAALTEST ENGELS VOOR VLAAMSE PROFESSOREN-LESGEVERS
    Dat de rector van de ‘Vlaamse’ universiteit Leuven hier zichzelf niet gelooft, de kern van het probleem omzeilt en probeert weg te lachen met academisch ondermaatse flauwe grapjes, is voor mij duidelijk. De illustrerende korte Volt reportage maakte anderzijds wel zeer duidelijk dat er een wezenlijk probleem is en groeit, niet zozeer wat betreft de concrete Engelse taalvaardigheid van ‘Vlaamse’ professoren-lesgevers aan ‘Vlaamse’ universiteiten maar omtrent de veel belangrijkere maatschappelijk en cultureel prangende vraag waarom er aan onze zogenaamd Nederlandstalige ‘Vlaamse’ universiteiten zo nodig lessen en cursussen (van algemene strekking) in het Engels en niet in het Nederlands moeten worden gegeven aan Nederlandstalige (Vlaamse) studenten zowel als aan anderstalige (buitenlandse) studenten. Een (onderbouwd) antwoord op die wezenlijk belangrijke vraag werd hier niet gegeven, die vraag werd hier gewoon niet eens gesteld hoewel ze zich onderliggend brandend opdrong. M.a.w. wat is of wat blijft er nog over van de betekenis, de zin en de rol van zogenaamd Nederlandstalige ‘Vlaamse’ universiteiten in het perspectief van een zich unisono in het Engels aandienende globaliserende aardkloot en in het bijzonder van een steeds meer unisono Engelstalig klinkend zogenaamd multicultureel ‘Verenigd Europa der Natiën’? De beelden van een unisono in het Engels gegeven ‘Vlaamse’ (‘Europese’?) academische les over – juist, ja uitgerekend – koloniale wereldgeschiedenis illustreerden pijnlijk precies hoe imperiaal kolonialistisch de Engelse taal en cultuur zich (opnieuw) wereldwijd opdringt en hoe gewillig wij – Vlamingen die zich blijkbaar al meer dan anderhalve eeuw onderdrukt en vernederd voelen door een franskiljons cultureel-intellectueel imperialisme – ons daar domweg laten in meezuigen en daarmee tegelijk onze eigen taal en cultuur op de achtergrond duwen en drukken, als het al niet erger is. Heeft het de Gentse universiteit sinds haar na jaren strijd verworven ‘vernederlandsing’ en de in 1931 begonnen geleidelijke afbouw van het Frans als toenmalige enige (als ‘internationaal’ beschouwde) onderwijstaal belet om nadien een groot internationaal aanzien op te bouwen en te verwerven? Is de door de huidige Vlaamse overheid toegestane geleidelijke ‘verengelsing'(en dus de ‘ontnederlandsing’) van de Gentse en andere ‘Vlaamse’ universiteiten thans noodzakelijk om dit internationaal aanzien te kunnen behouden, onverminderd de negatieve en zelfs destructieve impact die dit – via een unisono Engelstalige vorming en opleiding van een zogenaamd ‘Vlaamse’ intellectuele elite – op termijn zal hebben op het aanschijn en het zijn van de eigen taal, op de cultuur en dus op de identiteit van de Vlaamse Gemeenschap, op het wezen van het Vlaamse Volk? Ik had graag gezien dat een (grondiger of toch breder) debat over deze belangrijke kwestie bij gelegenheid in het programma Volt (en eventueel ook in andere maatschappelijke duidingsprogramma’s van de VRT) nog eens kon worden aangesneden, bij voorkeur in een politiek iets bredere inkleding en uiteraard met iemand die het hele veld van het ‘Vlaamse’ hoger onderwijs kan vertegenwoordigen en die bovendien enige zinnige, onderbouwde argumenten zou kunnen op tafel leggen, niet m.b.t. het benepen elitair eigen eilandjes prestige maar m.b.t. het algemeen en vooral ook het cultureel nut voor de hele Vlaamse Gemeenschap die met haar belastinggeld de universiteiten en hogescholen recht en in leven houdt. ]

  8. 30 september 2013 07:22

    EUREKA! Hoera! We zijn er… bijna : LaRa! VIVA LA LINGUA RECEPTIVA!

    Neen, beste mede bloggers, ik ben nog niet gek of tureluurs geworden en ik besef dat hier al ruim veel inkt is gevloeid over het belang en de positie van onze ‘moedertaal’ in het wereld talen spectrum maar dit exotisch klinkend Nederlands talen wonder – bloedernstig neergepend in een doodernstig academisch proefschrift aan en met het fiat van een Nederlandse universiteit – kon ik U toch echt niet onthouden. Op de webstek van de veeltalige university van Utrecht – faculty of humanities – se puede leer une annonce spectacular hinsichtlich der Möglichkeit comprender and aprender muchas langues étrangères sem saber nenhuma palavra none, aucun. Ik weet niet of U me nu begrepen hebt maar volgens de Utrechtse LaRa theorie is het absoluut geen Larie dat U me perfect zou kunnen begrepen hebben mits U zich vooraf positief communicatief zou hebben ingesteld in de maximale receptieve modus van uw neuro-psychologisch ontvankelijkheidssysteem. Als u me ondanks uw groot receptief vermogen eventueel toch niet zou geloven, hier dan:

    http://nieuws.hum.uu.nl/events/promotie-daria-bahtina-jantsikene-je-eigen-taal-spreken-en-elkaar-toch-begrijpen/

    Dit komt er dus min of meer op neer dat U zonder één woord Russisch te kennen toch de essentie zou kunnen begrijpen van wat een receptieve Russische Matroesjka U in haar sappigste Russisch probeert uit te leggen over haar recept om de lekkerste Russische soep te maken, op de simpele maar noodzakelijke voorwaarde dat u zich geheel en al receptief open stelt, zowel voor de Matroesjka als voor haar recept. Uw praktische kennis van het Russisch volgt dan als het ware automatisch uit uw verworven vaardigheid om lekkere Russische soep te maken of ze is er in elk geval evenredig mee. Metoda Lingua Receptiva Ultra Receptiva (MaLaRaUaRa) Ik heb al menig academisch traktaat gehoord en gelezen maar dit slaat me echt wel van m’n niet academische stokkies.
    Kijk, ik zie het nog simpeler: als ik aan een troepje apen – het hoeven zelfs geen mens-apen te zijn – een paar keer geduldig voordoe hoe men Russische soep maakt, durf ik U zonder enig academisch proefschrift in de handen uit de losse pols verzekeren dat de kans zeer groot is dat die apen op basis van het aloude principe van het aanschouwelijke leren vanzelf geneigd zullen zijn om zelf ook eens in mijn Russische pot te gaan roeren, al dan niet met behulp van een stokkie. Of nog anders: als een jonge schone Matroesjka me eens diep in de ogen zou kijken en me daarbij simpelweg met een paar internationale vingerbewegingen op haar receptieve zones zou wijzen, dan zou ik ook wel weten waar de Russische klepel hangt. Of ik daarmee ook mijn kennis van het Russisch zou hebben opgekrikt, lijkt me evenwel allerminst een evidentie te zijn.

    Een mens zou er waarlijk beginnen aan te twijfelen wat dan nog de bedoeling en de waarde kan zijn van de inspanningen van een taalgeleerde als PhD prof. Rick de Graaff aan dezelfde university van Utrecht die academische en vooral politieke kruistochten organiseert om op basis van zijn wetenschappelijk bedacht systeem – CLIL – genaamd (Content and Language Integrated Learning) van alle Nederlanders Ultra Slimme Kopjes (USK-jes) te maken door ze van de lagere tot de hogere school allerlei soorten kennis, vakken en stielen in minstens twee talen tegelijk in het almaar dikker wordende koppie te spijkeren, ‘basic’ zowel in het Engels als in het Nederlands maar verder liefst ook nog in het Frans en in het Duits. De minimale doelstelling van de CLIL doctrine schijnt te zijn dat elke toekomstige Nederlandse universitair als een perfect multifunctionele vak- of stielman met een perfecte kennis van minstens 7 talen paraat staat en beschikbaar wordt voor de super grote Europese markt. Er zijn grenzen aan alles, ook aan zotte dromen, behalve dan in Nederland blijkbaar. Wordt het geen tijd dat er een paar nuchtere en écht verstandige Nederlanders hun stem verheffen en hun middelvinger opsteken naar deze door de Nederlandse gemeenschap duur betaalde profeten van de waanzinnigst denkbare waanzin?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s