Skip to content

Imerix

12 september 2013

burnumDe bogen van Burnum

Hij is een van de eerste Nederlanders die wij bij naam en afbeelding kennen: Imerix zoon van Servofredus. Tot de Betuwen behoorde hij, de stam wiens uiterst vaardige ruiters lange tijd zonder meer de keur van het Romeinse leger vormden. In het vermaarde legerkamp Burnum, in wat nu Kroatië is, had hij omstreeks 100 na Christus zijn standplaats en zijn laatste rustplaats – daar is zijn grafsteen opgericht en weer gevonden. Hij is afgebeeld met de uitrusting die kenmerkend was voor Germaanse ruiters van zijn tijd: een speer en een langwerpig, zeshoekig schild.

imerix2De naam Imerix zal voor velen ongetwijfeld Gallisch en dus Keltisch overkomen, want lijkend op bijvoorbeeld Ambiorix, Vercingetorix en de verzonnen Asterix en Obelix, maar het betreft hier de latinisering van een Oudgermaanse naam, en wel een die waarschijnlijk de vorm *Īmirīkz had. Zoals de meeste Germaanse namen is de zijne een samenstelling van twee naamstammen. Het tweede lid, *rīkz, is een alomtegenwoordige naamstam die bijvoorbeeld ook voorkomt in namen als *Þeudarīkz (vanwaar Nederlands Diederik) en *Friþurīkz (vanwaar Nederlands Frederik) en ‘koning, heerser, heer’ betekent. Een afleiding hiervan is *rīkijaz (vanwaar Nederlands rijk ‘vermogend’), zelfstandig gebruikt als *rīkijan (vanwaar Nederlands rijk ‘machtsgebied’).

Het eerste lid, *īmiz, maakt de duiding van deze naam een stuk ingewikkelder. Het is een zeldzame naamstam met een onduidelijke betekenis die elders voorkomt in bijvoorbeeld de Oost-Germaanse naam Imiberhts en waarschijnlijk verwant is aan een of meer van de volgende Oudnoordse woorden:

  1. ím ‘as, stof’ (vgl. Færöers ím ‘ketelroet’, Noors im ‘geur’), verwant aan Noors ima, ime ‘dampen, luchten; opwarmen; zachtjes sneeuwen’, Oudnoords eimi, eimr ‘rook, damp, vuur’, eimyrja ‘gloeiend as’, Oudhoogduits eimuria  ‘id.’ en Engels ember(s) ‘id.’, van een wortel die ‘heet worden, branden’ betekent;
  2. ímr (ook ími en ímir), een dichterlijke benaming voor wolven en reuzen, waarschijnlijk naar hun grijze, assige, roetige kleur en aldus afgeleid van het voorgaande woord;
  3. íma (ook ímun) ‘strijd’, mogelijk eigenlijk ‘verhitting, het woeden als vuur’ en aldus verwant aan de vorige twee woorden.

Het meest waarschijnlijk is dan dat ons woord *īmiz ‘strijd, krijg’ betekende. Vergelijk andere naamstammen met diezelfde betekenis: *badwaz, *haþuz en *hildiz, te vinden in Oudnederlandse namen als Badurík, Hathurík en Hildirík. De naam *Īmirīkz (hedendaags Nederlands *IJmerik) betekent dan net als die namen zoveel als ‘krijgsheer’.

Zoals gezegd is ook zijn vader Servofredus vermeld op de steen. Dit is zonder meer een latinisering van Oudgermaans *Sarwafriþuz, een samenstelling van *sarwan ‘bewapening’ en *friþuz ‘veiligheid, bescherming’. Het eerste lid, *sarwan, is overgeleverd als Gotisch sarwa (mv.) ‘wapens’, Oudengels searu, saru ‘bewapening, vernuftige vinding, list’, Oudsaksisch saro ‘bewapening’ en Oudhoogduits saro ‘bewapening’, en is door Tolkien gebruikt voor de naam Saruman. Het tweede lid, *friþuz, is overgeleverd als Nederlands vrede, Duits Friede en komt vaker voor in Germaanse namen, zoals in Wilfred en de reeds genoemde Frederik. De naam *Sarwafriþuz (hedendaags Nederlands *Sarfred of meer verbasterd *Sarfert) betekent dus ongeveer ‘gewapende bescherming’.

Rust in vrede, IJmerik Sarferts.

Verwijzingen
Bjorvand, H. & F.O. Lindeman, Våre Arveord, revidert og utvidet utgave (Oslo, 2007)
Förstemann, E., Altdeutsches Namenbuch (Bonn, 1900)
Institutt for lingvistiske og nordiske studier (ILN), Bokmålsordboka (webuitgave)
Institutt for lingvistiske og nordiske studier (ILN), Nynorskordboka (webuitgave)
Neumann, G., Namenstudien zum Altgermanischen (Berlijn, 2008)
Philippa, M. e.a., Etymologisch woordenboek van het Nederlands (webuitgave)
Ringe, D., From Proto-Indo-European to Proto-Germanic (Oxford, 2006)
Schönfeld, M., Historische grammatica van het Nederlands , bewerkt door A. van Loey (Zutphen, 1970)
Schönfeld, M., Wörterbuch der altgermanischen personen- und völkernamen (Heidelberg, 1911)
Simek, R., Lexikon der germanischen Mythologie (Stuttgart, 2006)
Speidel, M.P., Ancient Germanic Warriors (Londen, 2004)
Vries, J. de, Altnordisches etymologische Wörterbuch (Leiden, 1977)
Vries, J. de, Nederlands etymologisch woordenboek (Leiden, 1971)
Advertenties
4 reacties leave one →
  1. Eric permalink
    13 september 2013 15:15

    He Olivier!

    Fantastisch stuk weer!
    Mijn dag is weer een stuk zonniger en ik ben weer een stukje meer opgeladen.
    Dit soort berichten doen me goed.

    Opmerkelijk trouwens dat mensen zich in die tijd over zulke enorme afstanden verplaatsten.
    Ik weet dat de Romeinse hulptroepen het liefst zo ver mogelijk van hun eigen volk werden gestationeerd, maar toch blijft het een hele prestatie.

    Dank voor je inzet en kennis.

    Groet,
    Eric

    • Olivier van Renswoude permalink*
      13 september 2013 22:26

      Beste Eric,

      Bedankt – ik doe het met genoegen!

Trackbacks

  1. Imerix de Bataaf – Mainzer Beobachter
  2. Latijn, Germaans en Keltisch – Mainzer Beobachter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s