Zijdigheden

Enkele jaren geleden had ik in een kroeg een redetwist met zuster en zwager. Onderwerp was het woord hamster. Ik meende zo uit het achterhoofd te weten dat dit onzijdig is, dus: het hamster. De een bestreed dit, de ander viel mij bij. Op het einde liep het uit de hand: glazen en stoelen gingen over en weer, tafels werden gekanteld en rode hoofden spraken vloeken uit. Of zo had het kunnen gaan. Wel heb ik na de bewuste avond mijn ongelijk erkend: het is de hamster, want vrouwelijk. Mogelijk dat woorden als konijn mij hadden behekst.

Lees verder “Zijdigheden”

Te ontsnappen

Wat rest de ziel die zich alleen en ontheemd en vervreemd voelt in deze nieuwe wereld? Wat noodt de mens die nu genoegen moet nemen met slechts glimpen van zijn ware thuis, die bitterzoete aandenkens? Hoe handelt hij die heimwee heeft naar een tijd en streek die wellicht nooit volledig heeft bestaan, maar nu verder weg lijkt dan ooit? Ergens wacht het op mij, een glooiend land met mals groen gras en stokoude bossen vol beuken en eiken en andere bomen, en gevaarlijke paden, met wanderend wild en warme huizen, en ook volk met wien ik wortels deel. Daar te komen zij de overledene gegund, na de lange slaap, maar ieder die hier nog adem haalt moge de verbeelding bezoeken om –al is het maar voor even– te ontsnappen.

Lees verder “Te ontsnappen”

Het is het niet waard

In de Volkskrant van eergisteren waarschuwde de taalkundige Alison Edwards dat het Nederlands binnen enkele tientallen jaren uit het openbare leven zal verdwijnen als wij doorgaan met onze hoge inzet op Engels taalgebruik. Het Engels is nu al de voertaal in meerdere bedrijven en universiteiten, ten gunste van de “internationele gerichtheid”. Menig beleidsmaker wil nog verder gaan en reeds bij jonge kinderen met tweetalig onderwijs beginnen.

Als wij als samenleving werkelijk vloeiend en volledig Engels willen spreken, niet of nauwelijks te onderscheiden van dat van Engelsen en/of Amerikanen, dan zullen wij deze taal volstrekte voorrang moeten geven in ons dagelijkse leven: in het onderwijs, op het werk, in de krant, op de buis, op het web en zelfs in onze huizen. Dat beseft men wel. Lees verder “Het is het niet waard”

Stemmen

Op deze webstede wordt zo nu en dan gewag gemaakt van een zeker gebrek aan aandacht voor onze vaderlandse taal. Nu kunnen we dit, als we ermee instemmen, wijten aan onverschilligheid voor ons literaire en historische verleden. Dat lijkt mij niet geheel onterecht, maar er zijn volgens mij ook krachten in het spel die meer met economische dan met culturele omstandigheden te maken hebben. Lees verder “Stemmen”

Wodan? Woen!

De tere ziel van Taaldacht wordt al jaren geteisterd door de wijdverbreide wanuitspraak van een wisse godennaam. Bij dezen de hoop dat herhaling heil brengt: de naam hoort niet Wodan te luiden, maar Woen. Wij zijn niet de eersten die hierover beginnen. “Het wordt eindelijk eens tijd, dat men de schooljeugd dien naam goed leert uitspreken,” zei de Leidse taalkundige Lammert Allard te Winkel erover in 1865. En ook heden zeggen de goede mensen van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands: “De inheemse vorm is Oudnederlands wuodan (geschreven uuoden [791-800; CG II-1, 26]) en had in het Middelnederlands klankwettig tot *woeden > *woen moeten leiden (als in boedel > boel).”

Lees verder “Wodan? Woen!”