Skip to content

Stuivende draken of het draaien van betekenis

24 februari 2015

Ik zal iets van zestien zijn geweest toen mijn zussen en ik bij onze grootouders op bezoek waren in hun rietgedekte huisje op het Drentse land. Mijn lieve oma, een statige lange vrouw met ouderwetse opvattingen, kwam de keuken uitlopen en speurde om zich heen. “Heeft iemand mijn sletje gezien?” Mijn ogen werden groot en dwaalden af naar mijn zussen, hoewel ze niet aan de beschrijving voldeden. “Ik kan mijn sletje nergens vinden!”

Het duurde even voordat ik besefte dat mijn oma haar vaatdoekje bedoelde. En zo had ik –niet uit de boeken, maar zomaar in het wild– een belangrijke les geleerd in de wortelkunde (de etymologie): woorden kunnen behoorlijk van betekenis veranderen. In de oudste overlevering is een slet domweg een lap, een vod, bijvoorbeeld om mee schoon te maken. Later werd het woord ook gebruikt voor haveloze, slordige lui, waaronder dronkelappen, en uiteindelijk is men er vooral losbandige meiden mee gaan aanduiden.

Bij het lezen van oudere geschriften is het daarom belangrijk om er altijd rekening mee te houden dat een gegeven woord niet betekent wat je denkt. Neem het woord stinken. Thans kennen we dat enkel als ‘kwalijk geuren’, maar duizend jaar geleden was het ‘sterk geuren’ in het algemeen, zodat rozen alleraardigst konden stinken. Het kon soms zelfs omgekeerd ‘een geur waarnemen, snuiven’ zijn, net zoals ruiken nu. Nog langer geleden, in de Oudgermaanse vorm van het woord (*stinkwanan), betekende het ‘stoten, botsen’ en ‘stuiven, springen’, of meer algemeen ‘met enige kracht en scherpte voortgaan’. Iedereen die wel eens terugdeinst van een sterke geur zal dat begrijpen. In de oudste geschriften van zustertalen is die oorspronkelijke betekenis soms nog merkbaar, voor wie erop let.

Se wyrm stonc æfter stáne, staat er geschreven in het vroegmiddeleeuwse, Oudengelse heldendicht Béowulf. Het gaat hier niet om een regenworm die prinsheerlijk ligt te rieken achter een kei, maar om een draak die langs een rotswand stuift – en laait van woede als hij merkt dat er iemand in zijn goudbeladen leger is geweest. (Hordweard sóhte georne æfter grunde, wolde guman findan, þone þe him on sweofote sáre getéode. ‘De schatwacht zocht gretig langs de grond, wou de man vinden die hem in zijn slaap zulk leed had berokkend’.)

Door het draaien van betekenis in de loop der eeuwen ligt het dan ook vaak niet voor de hand dat twee woorden aan elkaar verwant zijn, of dat het ene woord in een taal en het andere woord in een zustertaal op hetzelfde oerwoord teruggaan. Wie staat er bij stil dat Nederlands vee en Engels fee (‘honorarium’) zich beide uit één woord hebben ontwikkeld? Oudgermaans *fehu betekende niet slechts ‘vee, gehouden dieren’, maar in ruimere zin ook ‘bezittingen, geld’. Iemands vermogen werd in het vroege verleden beoordeeld naar de omvang van diens veestapel. In het Nederlands is alleen de letterlijkste betekenis bewaard gebleven, in het Engels werd het zuiver geldelijk.

Net zo: is het eens niet duidelijk hoe een (ogenschijnlijk inheems) woord tot stand is gekomen, dan is het dus goed mogelijk dat de betekenis flink is verschoven. Woordvorsers gaan dan vaak bedenken wat de oorspronkelijke zou kunnen zijn, om het woord vervolgens in verband te kunnen brengen met andere woorden. Het is wel oppassen geblazen, want het is gemakkelijk om hierbij iets te vlug te zijn. Iedere twee woorden zijn immers met wat stapjes in betekenis met elkaar te verbinden, zoals huis en haas. Een huis is om in te schuilen en een haas schuilt graag. Op grond van klankontwikkelingen weten we in dit geval dat ze niet verwant zijn aan elkaar, oftewel niet van dezelfde wortel komen.

Toch zit er vaak meer samenhang in de woordenschat van een taal en tussen die van zustertalen dan men in de gaten heeft. Hij is gewoon minder zichtbaar door het draaien van betekenis van vele woorden. Het valt dus wel mee hoezeer deze woordenschatten slettendekens zijn. Uh, ik bedoel lappendekens.

Advertenties
4 reacties leave one →
  1. Luc Vanbrabant permalink
    25 februari 2015 18:50

    Die hedendaagse ‘slet’ komt in de West-Vlaamse taal te voorschijn als ‘sletse, slesse of slisse’ (een open pantoffel of een haveloos vrouwpersoon). Sletsen is sleepvoeten of sloffen, een wandelspoor achterlaten in het gras of op de akkers. De ‘slette’ was het raam waarop de boer zijn ploeg lei om naar het erf terug te keren. Of dat allemaal iets met ‘jouw slet’ heeft te maken, weet ik niet.
    Er valt wel wat taalplezier te beleven aan die veranderende betekenissen.
    Een andere gedachtesprong kwam terecht bij onze ‘valse vrienden’. Veel woorden worden aangeduid alsof ze niets met elkaar te maken hebben, maar daar ga ik niet echt mee akkoord. Natuurlijk zijn er woorden die op elkaar lijken en geen familie zijn, maar het omgekeerde lijkt mij meer voor te komen. Wortelkunde bewijst ons dat sommige woorden minder verschillen dan we op het eerste zicht denken. Dat ‘vals’ slaat dan alleen op uiteengegroeide betekenissen.
    Enkele voorbeelden?
    lust en lust (wellust) (Nederlands-Duits)
    verstoren en zerstören (verwoesten) (Nederlands-Duits)
    bekomen en become (worden) (Nederlands-Engels)
    broeden en breed (opvoeden) (Nederlands-Engels)
    ijdel en idle (leeg) (Nederlands-Engels) In het West-Vlaams betekent ‘idel’ nog altijd ‘leeg’ (Je moet niet met ijdele handen over het erf lopen).
    De Vlaamse en Nederlandse taalevoluties zorgen ook voor redelijke betekenisverschillen met leuke misverstanden.
    schoon (mooi) en mooi, versus schoon (proper)
    aardig (raar) en aardig (sympathiek)
    fraai (braaf) en fraai (mooi)
    wijs (leuk) en wijs (verstandig)
    poep (achterwerk) en poep (drol)
    kachel (veulen) en kachel (kachel)
    In Vlaanderen duurt de ‘middag’ tot 14 uur, in Nederland tot 18 uur.
    Hoe een woord in verschillende talen evolueert is ook interessant, zeker als men met oudere versies van talen bezig is.
    Ik denk aan het Saksische ‘ton’, het Vlaamse ‘tun’, het Nederlandse ‘tuin’ het Duitse Zaun en het Engelse ‘town’. Dezelfde wortel maar andere takken!

  2. Anne permalink
    2 maart 2015 13:55

    Het West-Vlaamse ‘slunse’ heeft grappig genoeg bijna dezelfde betekenisverschuiving ondergaan als slet 🙂 In het West-Vlaams is slunse OOK nog een ‘schoonmaaklap’, maar daarbuiten kennen we slons enkel nog als een type vrouwmens.

  3. Jeroen H. permalink
    2 maart 2015 17:20

    Mij schieten direct de woorden “wief” (wijf) en “wichte” (wicht) te binnen, in Twente is “wief” altijd nog het woord voor echtgenote en “wichte” voor jonge kinderen (<10 jaar) en voor meisjes in het algemeen, maar in het Nederlands woorden ze veelal op een vulgaire of beledigende wijze gebruikt.

    Ook las ik laatst, in een 'oud' boek (+/- 1800) de zins snede "….de gemeene Germaan was doorgaans gekleed…" waar in het woord gemeene voor algemeen, doorsnee of gemiddelde staat en niet voor kwalijk.
    Nu ook in mijn eigen schrijven het woord vulgaire dat ooit diezelfde duiding had

  4. Diemoed permalink
    14 maart 2015 13:36

    boeiend artikel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s