Te berde brengen

In een wereld vol met kunststof, beton en baksteen is er troost in allerhande houtwerk en bijbehorende woorden. Een daarvan is berd ‘tafel, plank’, thans vooral gebruikt in de uitdrukking te berde brengen. Het deelt met bord een oorsprong die verder geldt als onbekend. Wat kunnen wij ontdekken?

Een overzicht
Het is een onzijdig woord (het berd) en ontstaan uit een ouder bred, zoals nog gangbaar is in de oostelijke streektalen, waaronder het Drents, en gestaafd wordt door de vorm van een bekende evenknie in de zustertalen, Duits Brett. Die omdraaiing van /r/ en een daarop volgende klinker is heel gewoon voor het algemeen Nederlands en bijvoorbeeld ook te vinden in derde en vorst ‘vrieskou’ tegenover Duits dritte en Frost.

In betekenis lijken berd en bord in de overlevering min of meer inwisselbaar. Ze verwijzen naar planken, met name legplanken, schappen en bedlatten (doch ook wandplanken), naar opstapjes en laddersporten en uiteraard ook naar tafels en andere dunne houten vlakken. Een vorm met gerekte klinker, boord, voor de bovenzijde van een scheepswand, is vanouds onzijdig doch soms mannelijk en is mogelijk de uitkomst van verhaspeling met het niet verwante, mannelijke boord ‘rand, zoom’ (zie noot).

Al vroeg zien we een bijzondere verbuiging, want Oudhoogduits bret heeft als meervoud britir, en Middelnederlands bert heeft berdere naast berde. Dit wijze op een Oudgermaans *bredaz, verbogen *bredez- (jonger *bridiz-) als voorloper, een zogenaamde s-stam (omdat die *-z- zelf uit een oudere *-s- is ontstaan). Een ander voorbeeld van zo’n verbuiging is Oudgermaans *lambaz, verbogen *lambez-, de voorloper van onder meer Oudhoogduits lamb, meervoud lembir, en Nederlands lam, meervoud lammeren.

Steun hiervoor is het voorkomen van Oudhoogduits britissa ‘planken beschot, hok’ en zijn evenknie, Nederlands brits (vroeger brids) ‘planken bed, bedstede, houten lat’. Dit woord is terug te voeren op Oudgermaans *bredesjō en goed te duiden als een afleiding van die reeds genoemde verbogen vorm *bredez-. Er zijn in de Germaanse talen echter meerdere onzijdige woorden (zoals Duits Kind, Nederlands kind) pas later overgegaan tot de s-stamverbuiging, die zelf meestal ook onzijdig was. Oudengels bred met zijn meervoud bredu, niet bredur o.i.d., zou dan de oorspronkelijke verbuiging kunnen bewaren.

Mogelijkheden
Hoe dan ook gaan berd/bred en bord terug op Oudgermaans *bred- en *burd-. Voor de hand, gezien de Germaanse klankverschuivingen, ligt ontwikkeling uit Indo-Europees *bhredh en diens onbeklemtoonde nevenvorm *bhrdh. De Germaanse *d kan op zich ook uit *t verschoven zijn, maar een wortel *bhret- is anderszins niet bekend en in de regel bestonden Indo-Europese wortels niet uit zowel een aangeblazen plofklank (*bh, *dh, *ǵh, *gh of *gwh) als een stemloze plofklank (*p, *t, *ḱ, *k of *kw). De *t in dit geval als achtervoegsel te zien helpt ook niet, want dan houden we *bhre- over en dat was evenmin een geoorloofde vorm; elke wortel begon en eindigde met een medeklinker of halfklinker.

De wortel *bhredh zou een nevenvorm van *bherdh kunnen zijn, bekend van Grieks pérthō ‘verwoesten’ en porthéō ‘plunderen’. Die betekenissen moeten dan wel uit ouder ‘snijden’ o.i.d. ontstaan zijn om verband met ons woord voor ‘plank’ e.d. mogelijk te maken. Tot dezelfde wortel behoren wellicht ook Latijn forfex ‘tang; schaar’ en Umbrisch furf- in oui furfant ‘zij […]en schapen’, een werkwoord waarvan de betekenis niet helemaal duidelijk is doch ‘scheren’ zou kunnen zijn. Dit is allemaal echter weinig overtuigend.

Een andere duiding begint bij de mogelijkheid dat ons woord oorspronkelijk naar vloer of trede verwees en pas later naar vloerplanken en planken in het algemeen. Die ontwikkeling is immers ook vast te stellen bij Nederlands deel ‘dorsvloer, planken vloer, plank’, dat verwant is aan Oudnoords þel ‘grond, bodem’. In dat geval is te denken aan vereenzelviging met de wortel *bhredh, die bekend is van onder meer Russisch brodíte ‘rondwaren’ en Litouws brìsti ‘waden’, brydẽ ‘spoor, gang’ en brãdas ‘voorde, modderige plek of weg’.

In het Germaans moet diezelfde wortel *bhredh bestaan of anders een met dezelfde vorm, want de groep van Limburgs braddelen ‘knoeien’ en Westfries bratten ‘een smeerboel maken’ is bezwaarlijk ergens anders mee te verbinden. En hoewel hun betekenis niet geheel duidelijk is geldt dat tevens voor Oudhoogduits bretôn en Oudengels bredwian, beide iets als ‘neerslaan’. Doch al met al is de aansluiting met ons woord niet naadloos.

Bij nader inzien
Laat ons evenwel alsnog *bhret- en *bhrt- als voorlopers overwegen, want bij nader inzien zijn die anders te ontleden, namelijk als *bhr-et- en *bhr-t-, of eigenlijk *bhr-eto- en *bhr-to-. Het achtervoegsel *-eto- is een oude nevenvorm van het veel bekendere *-to- ter vorming van naamwoorden. Het kon zelf de klemtoon dragen, waardoor de klinker van de wortel ingeslikt raakte. Vooral in het Grieks zijn veel woorden met *-eto- overgeleverd, zoals aangewezen door Frits Waanders en later Brent Vine. Te denken valt bijvoorbeeld aan tupetós ‘op de borst slaand’, niphetós ‘vallende sneeuw’, daketón ‘bijtend dier’ en avídetos ‘onzichtbaar’.

In dit geval is *bhr- onmiddellijk te herkennen als de onbeklemtoonde vorm van de wijdverbreide wortel *bher- ‘dragen, (ver)heffen’, zoals bekend van bijvoorbeeld Westvlaams beren ‘dragen’ en Engels to bear ‘dragen’, alsmede Nederlands beuren ‘heffen’ en vermoedelijk ook Nederlands berm, Westvlaams barm ‘heuvel’, Middelnederduits bor ‘verheven, hoog’ en Oudhoogduits bor en burî, beide ‘verheffing, hoogte’. Zo gezien betekent *bhr-eto- ofwel ‘dragend, dragende’, ofwel ‘zich verheffend, verheffing, verhevenheid’.

Die eerste betekenis is op het eerste gezicht aantrekkelijk, omdat Latijn forus ‘gangboord, dek; rijen zitplekken, banken’ ook tot deze wortel te herleiden is. (De *bh werd in die taal stelselmatig een f-, zoals ook te zien in ferō ‘ik draag’.) Bovendien kunnen we wederom een vergelijking maken met Nederlands deel ‘dorsvloer, planken vloer, plank’ en Oudnoords þel ‘grond, bodem’, want die komen wel van de Indo-Europese wortel *telh2 ‘dragen’.

Toch was *bhr-eto- eerder een ‘verheffing’, want zo is het ook te herkennen als voorloper van Latijn fretum ‘golf, vloed, zee(straat)’. De betekenisontwikkeling vanuit ‘verheffing’ zien we tevens bij Nederlands baar ‘golf’ en Oudnoords bára ‘golf’, die doorgaans tot dezelfde wortel worden gerekend. Ondertussen is nog te vergelijken hoe Nederlands beun oorspronkelijk ‘verheffing’ betekent, zoals in wegbeun, en bij uitbreiding verwijst naar planken vloeren, planken beschotten, zolders, schappen in de kast enzovoort.

Besluit
Het stel berd en bord—vroeger bred en bord—is vanaf de oudste schriftelijke overlevering tot in de hedendaagse spraak vooral voor planken gebruikt, maar eerder wel die planken die zich onder de voeten bevinden, opdat men die droog en schoon houdt. Aldus zijn de woorden goed te begrijpen als afleidingen in de zin van ‘verheffing’, van de wortel *bher- ‘dragen, (ver)heffen’. Laat ons deze koesteren, gelijk de bomen, het hout en de planken zelf.

Noot
Het mannelijke boord ‘rand, zoom’ is afkomstig van *burzdō. Nauwe verwanten of oude nevenvormen zijn *bruzdaz (Oudengels brord ‘stekel’), *brazdaz (Oudhoogduits brart ‘rand’), *barzdaz (Noors bard ‘rand’) en *brezdaz (Noors bredd ‘rand’). Dier wortel sloeg vooral op scherpe zaken, ook scherpe randen en zo randen in het algemeen. Vormelijk is hij niet te verzoenen met berd/bred, dat een voorloper *bred- vergt.
Verwijzingen

Beekes, R., Etymological Dictionary of Greek (Leiden, 2010)

Bo, L. De, Westvlaamsch Idioticon (Gent, 1892)

Bosworth, J. & T.N. Toller, An Anglo-Saxon Dictionary (Oxford, 1989)

Derksen, R., Etymological Dictionary of the Baltic Inherited Lexicon (Leiden, 2015)

Flemestad, P. & B.A. Olsen, “Sabellic Textile Terminology”, in S. Gaspa e.a. (ed.), Textile Terminologies from the Orient to the Mediterranean and Europe, 1000 BC to AD 1000 (Lincoln, 2017), blz. 210–27

Kroonen, G., Etymological Dictionary of Proto-Germanic (Leiden, 2013)

INL, Middelnederlandsch Woordenboek (webuitgave)

INL, Woordenboek der Nederlandsche Taal (webuitgave)

Lloyd, A.L. e.a., Etymologisches Wörterbuch des Althochdeutschen. Band II: bî – ezzo (Göttingen, 1998)

Philippa, M., e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (webuitgave)

Pokorny, J., Indogermanisches etymologisches Wörterbuch (Bern, 1959)

Rix, H. e.a., Lexikon der indogermanischen Verben, 2. Auflage (Wiesbaden, 2001)

Schiller, K. & A. Lübben, Mittelniederdeutsches Wörterbuch, 6 Bde. (Bremen, 1875–81)

Vaan, M. de, Etymological Dictionary of Latin and the other Italic Languages (Leiden, 2008)

Vine, B., Aeolic ὄρπετον and Deverbative *-etó- in Greek and Indo-European (Innsbruck, 1998)

Vries, J. de, Nederlands Etymologisch Woordenboek (Leiden, 1971)

Waanders, F.M.J., “The Suffixes -to-/-tā- and -eto-/-etā- in Greek Action Nouns: The Structure of Nouns of the Type ΘΑΝΑΤΟΣ, ΚΑΜΑΤΟΣ”, in Mnemosyne, Fourth Series, Vol. 27, Fasc. 1 (1974), blz. 1–6

8 gedachtes over “Te berde brengen

  1. Zoals altijd een heel boeiende blog, Olivier

    …In betekenis lijken berd en bord in de overlevering min of meer inwisselbaar…

    In het hedendaags Zweeds is ‘bord’ een keukentafel.
    In het Oost-Vlaams dialect, althans op de grens met Brabant wordt een schap vaak een ‘berd’ genoemd. Wij hadden thuis aan de muur van de keldertrap een houten plank om weckflessen en dergelijke dingen op te zetten. Wij noemden deze plank het ‘kelderberreken’ in de verkleinvorm.
    In het hedendaags Zweeds is heb je ook het onzijdig woord ‘bräde’ (plank, boord, speelbord) en nog allerlei andere samenstellingen.

    … maar eerder wel die planken die zich onder de voeten bevinden, opdat men die droog en schoon houdt. .. (uit Conclusie)

    Dat zou dan weer in tegenstelling tot Zweeds ‘bord’ zijn.

    1. Dank, en wat een geweldig woord is kelderberreken!

      “Dat zou dan weer in tegenstelling tot Zweeds ‘bord’ zijn.”

      Oorspronkelijk zijn bred/berd en bord wel hetzelfde woord (i.t.t. afzonderlijke afleidingen van dezelfde wortel) en op grond van o.a. de in het Duits opgeschreven betekenissen ‘opstapje’ en ‘laddersport’ leek ‘planken verhoging onder de voeten’ mij de eerdere betekenis. Maar bij nader inzien is dat niet nodig en kan vanaf het begin iedere planken verhoging bedoeld zijn.

  2. Ik heb ooit een man het woord ‘bretten’ horen gebruiken, wanneer hij sprak over zijn skilatten.
    In het Engels is het woord ‘board’ van tafel verder doorgewenteld naar bestuursraad.

  3. Interessante blog Olivier.
    Ik herinner me dat mijn vader een soortgelijk woord gebruikt voor legplanken, ik zal dit even nagaan.
    In ieder geval, beren voor dragen is niet slechts West-Vlaams, want dat gebruik ik (opgetrokken in de buurt van Nijmegen) evengoed. Beuren ook, valt me op dat veel jongeren dat niet begrijpen, maar dat is dus wel Standaardtaal. Dit alles niet te verwarren met bèèren, hetgeen naar de grote boodschap verwijst. We houden erg van klinkers en tweeklanken in onze regio.

    1. Kijk, dat is een aangename verrassing. Wordt dit beren nog sterk vervoegd? In de algemene taal leeft het oude voltooid deelwoord geboren nog door, maar ik kan me voorstellen dat diens toegespitste betekenis ertoe geleid heeft dat men in Nijmegen en omgeving een nieuw (zwak) voltooid deelwoord is gaan gebruiken in de gewone, brede zin van ‘(heeft) gedragen’.

      Het is overigens dat mijn stuk al bol stond van de vormen, anders had ik er nog bij vermeld dat het werkwoord ook overleeft in ontberen en waarschijnlijk als baren ‘ter wereld brengen’ (mogelijk verhaspeld met baren ‘tonen’).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.