Verering tussen de bomen

Het is nu nauwelijks voorstelbaar, maar ooit was heel het Avondland rijk aan heilige bossen en gewijde open plekken in wouden. Grieken, Romeinen, Kelten, Germanen, Balten en Slaven, allen vereerden zij goden te midden van de bomen, zoals de Japanners nog immer doen. Dus toen de Engelse zendelingen in de vroege middeleeuwen hun broedervolkeren de Friezen en Saksen kwamen kerstenen, hadden ze die ook weg te houden van sacrīs silvārum quae nimidas vocant, oftewel ‘woudheiligdommen die ze nimidas noemen’. Zo staat het geschreven in een achtste eeuws lijstje van bijgeloven en heidense gebruiken, de zogenaamde indiculus superstitiōnum et pāgāniārum. Lees verder “Verering tussen de bomen”

Advertenties

Het heilige eiland

Zonderling prijkt het hoge Helgoland boven de baren van de Duitse bocht, verder uit de kust dan de Waddeneilanden. Hoewel gehavend door oorlog, zware stormvloeden en ingrijpende bouw, is het afgelegen oord nog altijd indrukwekkend met zijn witlijnige, rode rotswanden. Heilig was het ooit en wel een kern in de handel van barnsteen, dat gretig werd afgenomen door verre zuiderlingen. Zo hadden de Grieken ook mythologische voorstellingen over een barnsteeneiland bij de monding van een noordwestelijke stroom genaamd Ēridanos, waar de zonnedochters wenen. Lees verder “Het heilige eiland”

Oudheid aan de Noordzee

Het moet een wonderlijke en tegelijk ontnuchterende tocht zijn geweest voor de Griekse ontdekkingsreiziger Pytheas, toen hij ruim 2300 jaar geleden noordwaarts naar de wereld van tin en barnsteen voer, lang voor de mars der Romeinen. Gedreven door nieuwsgierigheid zou hij getrouw beschrijven wat daar nu eigenlijk te vinden was achter de mist van geruchten en sterke verhalen. Brittannië bezocht hij, ook de Orkney-eilanden, en kennelijk zelfs het verre IJsland. Doch voor ons in de Lage Landen telt vooral zijn verwijzing naar de Metuonis, waarschijnlijk de lange kuststreek van Vlaanderen tot de kop van Jutland. Lees verder “Oudheid aan de Noordzee”

Over de Waal

Toen de Germanen dat geschreeuw achter zich hoorden en het bloedbad onder de hunnen zagen, wierpen zij de wapenen weg, lieten hun veldteekenen in den steek en stormden uit de legerplaats. Aan de samenvloeiing van Maas en Rijn gekomen, wanhoopten zij aan een verder voorzetten der vlucht. Het grootste deel werd neergehouwen, de overigen sprongen in de rivier, en vonden daar, door schrik, vermoeidheid en de kracht van den stroom overmand, hun graf.

Lees verder “Over de Waal”