Het woud tussen werelden

De oude noordelijke overlevering gewoeg van een woud onmetelijk en duister, bewoond door wie weet wat, als de welgelegen doch grimme grens die bekend volk van het wijde ginder scheidde. Myrkviðr werd het genoemd door de Noren en Zweden hoog boven, Mirkwidu door de Saksen in het hartland, en in onze eigen tong zou het thans Merkwede wezen. Lees verder “Het woud tussen werelden”

Een telg als borg

Wanneer de Hunnen onder hun heer Attila grote delen van het Avondland onder de voet lopen, tot grote schrik alom, zijn enkele Germaanse koningen genoopt hun trouw en vrede te bewijzen door hem edele jeugd als onderpand te geven. De jonge Walthari, Hiltgunt en Hagano worden door zijn hof ontvangen en opgevoed als zijn eigen. Zo ging het volgens het tiende eeuwse gedicht Waltharius, en zo was het wijdverbreide gebruik dat sinds mensenheugenis bestond. Het was een wijze waarop de machtigen hun tegenstrevers in bedwang zochten te houden. Lees verder “Een telg als borg”

Húgo

In de vierde eeuw na Christus verspreiden talloze groepen Franken en andere Germanen zich als roedels vanuit het noorden en oosten over het oude Gallië. Hoewel dat rijke land aanvankelijk nog onder het gezag van Rome valt, stichten ze er binnen afzienbare tijd hun eigen koninkrijken, die onder de vorst Chlodovech omtrent het jaar 500 worden verenigd tot één Frankrijk. Ze snuiven Romeinse beschaving op, maar nemen ook hun eigen taal en zeden mee, waaronder de wolfse naam Húgo.

Lees verder “Húgo”

Hemel boven de Steppe

“En het is hoe dan ook duidelijk dat de vroegste proto-Turken een hemelgod hadden, dat zijn gelijkenis met de Indo-Europese hemelgod zeer opvallend is, en dat over het algemeen de aard van Indo-Europese godsdienstigheid nader tot die van de proto-Turken staat dan tot de godsdienst van enig ander volk in het Nabije Oosten of aan de Middellandse Zee.” Lees verder “Hemel boven de Steppe”