Skip to content

Generatie en traditie

23 juli 2010

In dit bericht een zoektocht naar alternatieven voor twee woorden die in betekenis nauw verbonden zijn: generatie en traditie.

Het woord generatie gaat terug op Latijn generātiō ‘geslacht, generatie’, van het werkwoord generāre ‘voortbrengen’, zelf een afleiding bij genus ‘geslacht’. In het Nederlands bestaan Germaanse verwanten van dit woord, namelijk kind, koning en kunne ‘sekse’. Voor een inheems alternatief voor generatie hoeven we dan ook niet ver te zoeken, want kunne betekende vroeger vooral ‘generatie’. Aangezien het woord thans weinig wordt gebruikt, lijkt diens oudere betekenis gemakkelijk te herstellen. Voor de huidige betekenis ‘sekse’ wordt immers doorgaans het woord geslacht gebruikt. Voor een alternatief voor generationeel kunnen we dan denken aan kunnelijk of kunne-.

Het vinden van een alternatief op traditie wordt een wat moeilijkere opgave. Het woord gaat uiteindelijk terug op Latijn trāditiō, een afleiding bij het werkwoord trādere ‘afleveren, overleveren’, gevormd uit trāns ‘over, door’ en dare ‘geven’. Het Nederlands heeft al overlevering, maar dit woord is eigenlijk ter aanduiding van schriftelijke en mondelinge overdracht aan volgende generaties. Bovendien is het grondwoord daarvan, leveren, ook aan het Latijn ontleend. Dat klinkt inheems genoeg, maar de uitdaging is toch om iets van eigen bodem te maken.

In de hedendaagse zustertalen van het Nederlands is geen alternatief te vinden, maar in hun voorgangers wel. Zo had het Oudengels seleness, van het werkwoord sellan ‘overhandigen’ (vanwaar, met veranderde betekenis, to sell ‘verkopen’). Het is een belangwekkend woord, maar het biedt voor het Nederlands weinig mogelijkheden. In het Oudsaksisch bestond aldsidu; de letterlijke vertaling hiervan, oudzede, wijst ons op de bruikbaarheid van het woord zede ‘gebruik, gewoonte’. Immers, wat is traditie anders dan het navolgen van de gebruiken en gewoonten van voorouders? Het nadeel van zede is echter dat het tegenwoordig (in het meervoud althans) vooral bekend staat onder de deelbetekenis van ‘heersende opvatting over wat goede seksuele gewoonten zijn’.

In het Gotisch (die uitgestorven Oost-Germaanse taal) bestond het werkwoord ana-filhan ‘toevertrouwen, overhandigen als traditie’, vanwaar ana-fulhanō ‘het toevertrouwen, traditie in het algemeen’ en ana-filh ‘het toevertrouwde, een traditie in het bijzonder’. Het werkwoord is een uitbreiding bij Oudgermaans *felhan ‘bergen, bedekken, toevertrouwen’. Met een ander voorvoegsel vinden wij in onze eigen taal het werkwoord bevelen, dat oorspronkelijk ook ‘toevertrouwen’ betekende. De Gotische verwoording van het begrip is boeiend, maar navolging in het Nederlands is zeer moeilijk.

Wat nu? Wel, wellicht kunnen we wat met het voornoemde kunne. Een traditie is immers iets wat van generatie op generatie overgaat. We zouden dan kunnen denken aan de band tussen (en binnen) generaties en uitkomen op kunneband ‘een traditie in het bijzonder’, kunnebinding ‘traditie in het algemeen’ en kunnebonden ‘traditioneel’.

We kunnen ook een voorbeeld nemen aan het Fins, dat met perinne ‘traditie’ een afleiding heeft van periä ‘erven’, en iets met (de wortel van) erven smeden. Een mogelijkheid is dan erventrouw ‘de trouw van erfgenamen (aan erfgoed, voorouders en nazaten)’, te gebruiken voor zowel ‘een traditie in het bijzonder’ als ‘traditie in het algemeen’ én voor ‘traditioneel’. Een ‘traditionele man’ is dan een erventrouw man, of gewoon een erventrouwe.

Advertenties
3 reacties leave one →
  1. walter gauwloos permalink
    11 mei 2011 12:57

    beste Olivier,
    Hopelijk breng je ooit een boekje uit over al je vondsten.
    Het is inderdaad taalverrijking.En om dit te staven geef ik je nog
    een wisselkeuze.Ik vermeld er eerlijkheidshalve bij dat ik de wenk
    heb gekregen van Fabian Valkenburg van de bond tegen leenwoorden.
    Ere wie ere toekomt.Hij had het woord naar mij doorgestuurd, maar nog
    niet veropenbaard op zijn webblad :
    het woord voor generatie o.a. ‘GEHUWS’
    Huws betekent gezin afgeleid van de stam huwen, huwelijk (oudndl hiwiski)(Latijn civis)van de wortel ‘kei-liggen, er op wijzend
    dat ‘vestiging, zich ergens bevinden,stam, geslacht, bijeenhoren
    (bron etymologisch woordenboek der Nederlandse taal : Frank-Van Wijk-
    Van Haeringen)
    Ook vermeldt Fabian op zijn webstek ‘Averschap'(aver=nakomeling)
    We zijn weeral 3 woorden rijker geworden

  2. walter gauwloos permalink
    29 mei 2011 18:24

    eigenlijk heb ik er geen problemen mee om van dat Gothies woord
    ana-fulhano een Nederlands woord te maken nl aanvelen.
    We hebben bevelen, ook afgeleid van ‘felhan’, waarom dan geen ander
    voorzetsel gebruiken ? HET AANVEL is dan traditie. Klinkt vreemd, maar alles is gewoonte.

Trackbacks

  1. Jiel en juil « Taaldacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s