Zwart goud

Vele, zo niet de meeste talen op Aarde danken gas aan de Vlaamse geleerde J.B. van Helmont, die het in de zeventiende eeuw vereenvoudigde uit chaos. Dat oorspronkelijk Griekse woord werd ruim een eeuw tevoren al door zijn grote Zwitserse voorbeeld Paracelsus gebruikt voor hetzelfde begrip. De vorm van gas maakt evenwel dat het gemakkelijk te verheemduiden is, in dit geval als ware het afkomstig van de wortel van gist, zoals dan ook een tijdje gemeend is. Met olie daarentegen valt niets te beginnen – als duidelijke ontlening blijft het een vlek op het water. Maar wat zouden we anders zelf bedacht kunnen hebben voor dit vettige spul? Lees verder “Zwart goud”

Een eigen spraak

Mensen hebben altijd in meerdere of mindere mate woorden uit andere talen overgenomen. We zijn een beetje als spreeuwen, die er goed in zijn andere vogels na te doen. Maar spreeuwen bewaren ondertussen wel gewoon hun eigen spraak, terwijl de onzen steeds meer op elkaar beginnen te lijken. Weliswaar groeit het verzet tegen het Engels, maar hoe zit het met al dat Grieks, Latijn en Frans in onze taal? Wat hebben we eraan poster te weren omwille van affiche? Hoezo hebben we voor veel zaken geen woord uit eigen borst? Daarom worden op Taaldacht voortaan gangbare, veelal onbetwiste leenwoorden verzameld en voorzien van bestaande of voorgestelde tegenhangers. Lees verder “Een eigen spraak”

Wild en zijn tegendeel

Kon ik twee woorden uit onze taal verbannen, dan zou ik tweemaal natuur kiezen. In het Latijn is het nagenoeg vanzelf ontstaan als nātūra naast onder meer nātus ‘geboren’ en nātiō ‘afkomst, stam, volk’, maar binnen het Nederlands is het een gekunstelde inlassing van elders, geheel niet in de geest van het begrip zelf. En dat terwijl we reeds over onze eigen, diepgewortelde woorden beschikken: de aard in de zin van het aangeborene, en het wild voor al dat zonder menselijk ingrijpen bestaat en gebeurt. Dat tweede woord helpt ons bovendien in het bedenken van een vervanging voor cultuur. Lees verder “Wild en zijn tegendeel”

Han

Kwiek zij de mens die in mei de mooie plekken kent, waar het wast en woekert met zalig jong groen, waar een volle vacht van mals gras, fluitenkruid en wat niet al de hellingen hult en heerlijke, koele lucht door het lover stroomt. Glimpen van de oude noorder-oerwouden, die misschien ooit herleven in verlaten steden – over eeuwen of eerder. Het is met zoveel groen in onze wereld wat karig dat wij alleen vormen van groen hebben en geen andere woorden. Geen behoorlijk woord voor net dit levenslustige, frisse groen dat zo anders is dan het moeë, matte groen van de nazomer. En dus bedacht ik het woord han.

Lees verder “Han”

Daam

Een daam is iedere hoedanigheid die de wereld voor een ervarende mens kan aannemen door een samenspel van beelden, klanken, geuren, smaken, gevoel, kennis, overtuigingen, herinneringen, verwachtingen, voorkeuren en gezelschap. Hij kan van tijd tot tijd en van ziel tot ziel verschillen en is vergelijkbaar met een sfeer of stemming, maar wordt des te inniger ervaren. Hoewel een daam niet hetzelfde is als een cultuur is hij wel cultuurgebonden, in de zin dat het ervaren van een beduidend andere cultuur vanzelf leidt tot het ervaren van een of meer andere damen.

Lees verder “Daam”