Skip to content

Nimmer vergeten

5 september 2011

Nothing is forgotten. Nothing is ever forgotten.

Robin of Sherwood

Al lijkt de mens te vergeten, het is niet de herinnering die vergankelijk is, maar de vergetelheid. Want de mist van tijd zal verzwinden – bij de hand van de Hoogste, die niet vergeet en niet vergaat, en de hulling ongedaan mag maken.

Zonder hulling is er geen geheimzinnigheid of verwondering, dat lijdt geen twijfel, en geheimzinnigheid en verwondering vuren het gemoed. Doch de nodeloze vergetelheid is evenwel een euvel.

Nodeloos zijn wij veel wichten vergeten. Nodeloos zijn wij hun namen vergeten, zijn wij goede woorden vergeten. Of bijna, want veel kan worden hervonden voor wie de moeite neemt.

Voor wie de oude, ‘vergeten’ woorden herleest, komen de oude verhalen, die in hun eigen tong beloken liggen, tot leven. Voor wie hen herleest en herspreekt en herschrijft, kan de taal tieren tot de machtige eik die zij is geboren te zijn. Van de schatten die wij mogen koesteren is die van woorden toch een van de meest kostbare.

Daarom, met uw welnemen, voor u het volgende: een lijst met vergeten woorden. Herinner!

Advertenties
51 reacties leave one →
  1. Dwelm Elpendier permalink
    6 september 2011 02:09

    Ik denk dat ik net een verloren kleindeel van mijn ziel heb hervonden. Prachtige lijst!

    Als klein punt. Ik zou “ees” hebben verkozen boven “eed” als afgeleide van het oergermaanse *aiðsōn “vuur” (vgl. Nederlands eest “droogoven”, Oudnoords eisa “vuur”), enerzijds omdat “eed” reeds een belangrijke betekenis draagt, anderzijds omdat het bijzonder mooi van de tong rolt in samenspel met andere woorden: Aag en ees = water en vuur? IJs en ees = vorst en vuur? Ees en as = vuur en vuursel.

    Waarom “baluw, bale” en niet gewoon “bal-” dat we nog in een aantal samenstellingen terugvinden: balsturig, baldadig, bal(h)orig, balmondig? Waarom dou en niet du (dü)?

    Bucht als “schat” zal in het Vlaams moeilijk ingang vinden, want dat woord betekent hier “rommel, iets laagwaardig”.

    Enkele andere aanreikingen: brennen, zenken, beiten, benden en alle andere verdwenen oorzakelijke werkwoorden zouden niet misstaan in dit lijstje. Geer “speer”, nog te vinden in “Gerard, Gert” (geer-hard), Beowulfs “Gār-Dena” en volksetymologisch in germaan “geerman”. Degen “krijger”. Heer “leger”. Naast brecht ook bert “licht”. Sibbe “familie” (naast sib verwant). Werre of war “oorlog”.

    En natuurlijk mogen ook dwelm of dwalm “chaos; verwarring, betovering” (vgl. OE dwolma “chaos, darkness, a chasm, gulf; a state or place of confusion”, OS dwalm “betovering”) en het mnl elpendier “olifant” (vgl elpenbeen) niet ontbreken.

    Ik koester overigens de hoop dat jullie deze lijst regelmatig aanvullen.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      6 september 2011 12:51

      Dank Dwelm! Het is zeker de bedoeling dat deze lijst regelmatig word aangevuld.

      Ik kan eed wel vervangen door ees, met dien verstande dat het oorspronkelijk twee verschillende woorden zijn. Maar je hebt gelijk, eed kan tot verwarring leiden, wijl ees ook de nodige kracht bezit. Maar dat kan op diens beurt tot verwarring leiden met ees, de samengetrokken vorm van edes ‘vrouw’. Anderzijds, *ai(d)sōn is een vrouwelijk woord, dat evenwel tot eze had kunnen leiden.

      De vorm bal- is zoals we die in samenstellingen vinden. Vergelijk hoe heer/heir ‘leger’ de korte vorm her- heeft in de oude samenstelling hertog. Baluw/bale (< *balwam) is goed te vergelijken met schaduw/schade (< *skadwaz).

      De vorm dou (< *þū) is een meer noordelijke vorm. Vergelijk nou naast nu (< *nū). Maar dit is uiteraard onvolledig en oneerlijk jegens zuiderlingen. Ik zal du toevoegen als één van twee mogelijkheden.

      Het bestaan en de betekenis van bucht in het Vlaams was mij volledig ontgaan! Ik had ook de nevenvorm bocht kunnen gebruiken, maar dat zou dan weer tot verwarring leiden met bocht ‘kromming’ en… bocht ‘slechte waar, rommel’, oftewel hetzelfde woord als het Vlaamse bucht.

      Ik zal nog even wat oorzakelijke werkwoorden toevoegen. Doch vele zijn nog niet echt vergeten en passen beter in een lijst van verouderde woorden. Zulks geldt ook voor woorden als geer, degen, heer en sibbe. Die zijn allemaal nog te vinden in de Dikke van Dale.

      Bij dwelm en dwalm en Oudengels dwolm moet ik de achtergrond nog nader bekijken. Het laatste woord zou ik in het Nederlands in elk geval verwachten als dolm. Een -w- verdwijnt namelijk vaak tussen een medeklinker en een achterklinker. (Vergelijk koe < *kwō.)

      Elpen- is prachtig, maar ik heb tot nu toe niet of nauwelijks leenwoorden in acht genomen.

      • Dwelm Elpendier permalink
        6 september 2011 23:57

        Dank voor je antwoord, Olivier!

        Ik weet niet zeker of dwalm, dwelm en dwolm verwant zijn; het lijkt zo, maar er is niet veel over beschikbaar in de gegevensbanken die ik raadpleeg. Mogelijks is “dwolm” verwant aan ons “dolen”, en niet aan ons “dwel+m” (oorz ww. doen dwalen). Aan het Engelse woord hecht ik het meeste belang, want daarin ligt een heemwoord voor “chaos” (“war” is ook een goede mededinger).

        Elpendier is inderdaad een – bijna onherkenbare – ontlening van het Latijnse elephantus. Ik zou het niettemin als taaleigen beschouwen: het klinkt geheel Nederlands en voelt als een gewone samenstelling met elp dat de betekenis “ivoor” kreeg, en dier; vergelijkbaar met elpenbeen “slagtand, ivoren been”.

        Waarom verkiezen jullie overigens “wouden” boven “welden”? “Weld” vinden we nog in “geweld”, “geweldig”, gewelddadig”, “geweldenaar”. “Woud” kan men ook verwarren met boswoud, temeer omdat het beide onzijdige woorden zijn. Welden draagt in zijn klank m.i. ook gewoon meer de betekenis van heersen en macht, wellicht omdat het woord scherper klinkt en op “geld” lijkt: “geld en weld” bekt ook goed. Of “weelde en weld”.

      • Olivier van Renswoude permalink*
        7 september 2011 00:52

        Dwelm, dwalm en Oudengels dwolm zullen ongetwijfeld onderling verwant zijn (en allen aan dol en dolen), maar hoe precies is een tweede vraag. Ik vind dolm in elk geval een mooi woord voor ‘chaos’.

        Je hebt gelijk, elp en uitbreidingen klinken taaleigen. Ik zal het dan ook toevoegen.

        Ons woord geweld (en diens uitbreidingen) komt als ik het goed heb van Oudgermaans *giwaldjam. Die -j-, voordat die afsleet, beïnvloedde de -a- ervoor: i-umlaut!

        Het werkwoord wouden komt van Oudgermaans *waldan-, waar geen -i- of -j- aanwezig was om van invloed te zijn op de stamklinker. Zo kon de klankwettige ontwikkeling van Oudgermaans *-ald- naar Nederlands -oud- zich voltrekken.

      • Dwelm Elpendier permalink
        7 september 2011 23:39

        Je hebt helemaal gelijk, Olivier. Men kende “geweld”, “walden” en het daaruit ontstane “wouden” in het Middelnederlands, maar geen “welden”. Toch zou ik zonder schroom een oud woord – in lichte mate – durven aanpassen als het daarmee een grotere dichterlijke kracht en een betere inpassing in het bestaande Nederlandse taalgeheel zou bekomen.

        In het Engels had men overigens “yield” (cognaat: “geld”) en “wield”, dus ik sus mijn opspelend taalgeweten door daar mijn “weld” op te bouwen 🙂

  2. Gungnir permalink
    6 september 2011 07:28

    “This is the art of Memory” (Robin of Locksley, Robin Hood film 2010)

    En inderdaad, dit stukje doet me wel wat. Zulk moois zet mij ertoe aan te pogen, het onthouden als bewuste bezigheid, inderdaad tot een kunst te verheffen!

    Mijn hartelijke dank voor wederom een erg mooi stukje!

    • Olivier van Renswoude permalink*
      6 september 2011 13:00

      Heb dank!

      Het onthouden als kunst vind ik een mooie gedachte, waar ik stellig nog over zou willen schrijven.

  3. Paul J. Marcus permalink
    6 september 2011 11:48

    Reeuwduif
    In het rijtje vergeten woorden mis ik een woord. Ik weet niet of het echt in het rijtje past, want het is nooit in een andere taal geattesteerd dan het Gotisch. Het gaat om het woord hraiwadubo* ‘tortelduif’ (gen. pl. fem. hraiwadubono Luc. 2:24 Cod. Arg.). Een samenstelling van hraiw ‘lijk’ en dubo ‘duif’. Conform de Middelnederlandse samenstellingen met ree, reeu ‘lijk’ in reeroof, reeuroof en het Mnl. ww. reeuwen ‘een lijk afleggen’ en nom. ag. reeuwer ‘oppasser van besmettelijk zieken, ontsmetter hunner lijken’, stel ik de vorm reeuwduif voor. Reeduif zou ook kunnen, maar dat zou het eerste lid aan volksetymologische interpretaties kunnen blootstellen. De duif heeft niks te maken met het hoefdier.
    Overigens kan de vogelnaam tortelduif ook in de lijst van vergeten woorden worden opgenomen, want sedert de jaren tachtig is de officiele vogelnaam Tortelduif Streptopelia turtur vervangen door achtereenvolgens Tortel (Tirions Vogelgids , 1987) en Zomertortel (Vogeldeterminatie, 1991). Deze laatste naam is nu volledig ingeburgerd in de vogelaarswereld. Het woord tortelduif , waarvan het eerste lid ontleend moet zijn aan het Latijn (turtur, met dissimilatie van de laatste r > l), is overigens al in het Oudnederlands geattesteerd in de Egmondse Williram: Thine huffelon sin samo turtulduvan. En: turtulduvan stimma is fernoman in unsermo lande. Ik heb op Taaldacht ergens – ik weet niet meer waar- gelezen dat het Oudnederlandse gehalte van deze tekst in twijfel werd getrokken. De Egmondse (Leidse) Williram is inderdaad een Oudnederlandse (Hollandse) gedeeltelijke vertaling daterend van tegen 1100AD van een Hoogduits werk uit het midden van de elfde eeuw. Dat was een Hoogliedbewerking. D.w.z. een geactualiseerd pamflet dat mede de geesten rijp maakte voor de Kruistochten. In de tekst krijgen de Moslims, de Joden en de Oosters Orthodoxen er flink van langs. Het is dus zeker geen Hooglied-vertaling. De Oudnederlandse versie is de oudste kopie van het werk. De Hoogduitse autograaf is verloren gegaan. We hebben het dus niet over een oorspronkelijk Nederlands kunstwerk. De taal is echter wel degelijk Oudnederlands. Zelfs als er “ich” staat in plaats van “ik”, mogen we aannemen dat de Hollandse voorlezers in de kloosterkerk van Egmond het als ‘ik’ voorlazen. Een vreemd trekje is het hypercorrecte druftin in plaats van druhten. De klankverandering ft > cht heeft dan juist plaatsgevonden (zie de ‘Brabants/Engelse’ versie van de Heliand het C-manuscript ca. 950AD craht ipv. craft). Een Hoogduitser zou die verschrijving niet leveren: thruhtin, niet druftin. De d- zegt ook al genoeg. Ook het woord turtulduva zou in het Hd. turtultuba zijn. De tekst is dus Oudnederlands met Hoogduitse trekken. Onl. turtulduvan is de oudste attestatie van het Nederlandse woord tortelduif.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      6 september 2011 13:14

      We zouden inderdaad verwachten dat er een Germaans erfwoord met de betekenis ‘tortelduif’ was. Dan is Gotisch hráiwadūbō nog de beste kandidaat, ook al zijn de Germaanse talen berucht om ad-hoc-samenstellingen. Ik verwacht reeuwduif nog toe te voegen. Dank!

      De opmerkingen over de Leidse Williram (oftewel de Egmondse Williram) zijn destijds hier gemaakt.

    • Paul J. Marcus permalink
      6 september 2011 18:18

      O hemel, ik realiseer me zojuist, dat druftin niet in de Williram staat, maar in de Wachtendonckse Psalmen. Die hebben een eendere achtergrond: ook een Hoogduitse legger met vernederlandst afschrift. De Neerlandismen in de Williram vinden we onder meer in de vogelnamen, zoals de genoemde turtulduva. Verder gewoon duvan, rauon en haueko = Hoogduits tuba, raban/ram en habuh/hapuh.

  4. walter gauwloos permalink
    6 september 2011 17:38

    Dit is nu een lijst, waar ik jarenlang heb op gewacht. Ik had nooit durven denken dat zoiets zou veropenbaard worden.Wees maar gerust dat ik
    deze opsommingen geregeld zal raadplegen.Dus hiervoor mijn oprechte dank
    Olivier.
    Ik had nog enkele voorslagen (ook nog een oud nederlands woord) om aan
    dit juweel toe te voegen :
    HADEREN / RUZIE MAKEN
    DE SCHAAP / DE VORM
    EEN WIN(NE) :VRIEND
    WONNE/ GENOT
    DE OOG / EILAND (woord van guus kroonen)
    HET DOOR / DE POORT
    de hoor:erfgenaam
    is ‘DIED’ niet onzijdig ipv vrouwelijk ?
    Walter

    • Olivier van Renswoude permalink*
      6 september 2011 22:17

      Het is mijn genoegen, Walter.

      Haderen kan ik zeker toevoegen.

      Wat schaap betreft, er lijken twee vormen te zijn geweest in het Oudgermaans:
      *skapam (o.) > Nederlands (het) schap
      *skapō (v.) > Nederlands (de) schape/schaap

      Gezien de verwarring met (het) schaap ‘soort dier’ en (het) schap ‘legplank’, is wellicht (de) schape de beste keuze.

      Wat jij win(ne) noemt moet eigenlijk ween/wene zijn. En die staat ook al in de lijst. Een vorm als win vinden we enkel in namen, waarbij vormen vaak afgesleten raken.

      Wonne is (gelukkig) nog niet vergeten en staat in de Dikke van Dale.

      Oog is een gewestelijke vorm van ouw(/ooi), die al in de lijst staat.

      Door zal ik zeker nog toevoegen.

      Hoor, thans nog beter bekend als oir, is ontleend aan Oudfrans hoir, dat op diens beurt teruggaat op Latijn heredem, accusatief van heres.

      Died (ook diede) was in het Middelnederlands zowel onzijdig als vrouwelijk. Het oorspronkelijke geslacht was vrouwelijk: Oudgermaans *þeudō.

  5. Klaas J Eigenhuis permalink
    25 september 2011 12:57

    N.a.v. de Reeuwduif: Er bestaat heden een twentse vogelvolksnaam Reeuwteeuw of Reeuwteuw. De “etymologie” daarvan staat uitgelegd in Blok & Ter Stege 1995 Klaas J Eigenhuis geplaatst 110925

  6. Klaas J Eigenhuis permalink
    29 september 2011 11:26

    keel keeltje kieltsje Element in een aantal vogelnamen zoals Bruinkeelortolaan, Roodkeelduiker, Vuurkeeltje, Swartkieltsje etc. , dat verwijst naar de uitwendige voorhals van de vogel. Zie ook hals (sub Halsbandparkiet ).
    Etymologie N keel < mnl kele (Bern. c.1240) < onl kela; fries kiel, keel (geen ofri vertegenwoordiger in OFED 2005); mnd kele (vgl. os kel-girithi 'gulzigheid'); D Kehle < mhd kel ofra gola, goule > F gueule ‘muil, bek’ en ofra engouler ‘inslikken’ > F Engoulevent ‘Nachtzwaluw’, letterlijk ‘wind-verzwelger, windhapper’), oudiers gelid ‘hij vreet, hij graast’ [VT], R glótka глотка ‘keel, strot’3 en глотать glotát’ ‘slikken’, armeens klanem ‘verslinden’, perzisch gulu ‘keel, hals’ en oi gala ‘keel, hals’ zou men idg/pie *gwel- : *gwol- : *gwl- ‘verslinden’ kunnen voorstellen, maar juist pgm *kelu- (met k- in plaats van kw-) wordt dan formeel problematisch [Beekes p.110] (vgl. klankwet nr. 6). Semantisch héél mooi zou bij de o-trap (letter o) N hal-s ‘keel, hals’ te betrekken zijn, maar dan moest de pie-anlaut weer *k- zijn!
    De namen van deze lichaamsdelen zijn (natuurlijk) heel oud, ws. pre-pie.
    { Er zou een relatie denkbaar zijn naar de tweede lettergreep in Lat gurgulio ‘luchtpijp, keel’ met halve reduplicatie, waarop aansluit bulg Обикновена Гургулица Goergoelítsa ‘Tortelduif’, ws. verwijzend naar de luchtpijp van de soort waaruit de zacht-gorgelende zang voortkomt; vgl. bulg gurlo (u = verhardingsteken Ъ) г Ърло en R górlo горло ‘keel, strot’ en R Обыкновенная Горлица ‘Tortelduif’ , waarbij de reco idg *gurogh-. Via deze reco kunnen we uitkomen op Gr brógchia ‘luchtpijp’ en N bronchitis en zelfs op N kraag (zie sub Kraagtrap ), maar dit ligt dan wel weer “pie-problematisch” . }
    ______
    1 De veronderstelde betekenisontwikkeling ligt m.i. niet zo voor de hand.
    2 bijv. de wetenschappelijke naam atrogularis van de Zwartkeellijster
    3 Merk op dat R glótka глотка ‘keel, strot’ = R górlo горло ‘keel, strot’
    Klaas J Eigenhuis geplaatst 110929

  7. Dwelm Elpendier permalink
    8 oktober 2011 15:42

    Ben nog eens in jullie woordschatkamer gedoken.

    Waarom hebben jullie “wijg” een onzijdig geslacht gegeven?

    Volgens het WNT:
    Onl. wig m. en o.
    Mnl. wijch m. (en misschien ook o.?)
    Nnl. wijg m.

    Een mannelijk (of vrouwelijk) geslacht voor wijg (den wijg) klinkt mij gewoner in de oren, misschien doordat ik het onbewust vergelijk met andere werkwoordsafgeleiden: strijden en den strijd; gaan en den gang, rijden en den rit (of: spreken en de spraak, vragen en de vraag). Onzijdige woorden lijken naar mijn taalgevoel een ge- nodig te hebben. Luiden en het geluid, bouwen en het gebouw, vechten en het gevecht (maar inderdaad ook: spelen en het spel).

    Van waar komt overigens het geheimzinnige woord zinnacht vandaan?

    • Paul J. Marcus permalink
      8 oktober 2011 20:36

      Hoi Dwelm,

      Dat woord is als Oudsaksisch “sinnahti” overgeleverd in de handschriften M (830AD) en C (ca. 950AD) van de Heliand, vers 2146; “sin” betekent ‘voortdurend’.

      Paul J. Marcus

      • Dwelm Elpendier permalink
        9 oktober 2011 00:29

        Dank je voor je antwoord, Paul.

        Na wat eigen zoekwerk:
        Blijkbaar bestond het woord ook in het Oudengels: sinniht(e).

        Sin- was veelgebruikt in vaarnere dagen:

        In het Oudengels; heb slechts enkele voorbeelden weggeplukt:
        *sin “perpetual”, “immense”
        *sinbiernende “ever burning”
        *sinceald “perpetually cold”
        *sindolg (m.) “a lasting, very great wound”
        *sindrēam (m.) “everlasting joy, joy of heaven”
        *sinéaðe “very gentle”
        *singal “everlasting”
        *singrim “exceedingly fierce”
        *sinhere (m.) “huge army”
        *sinrǽden (v.) “marriage, wedlock”
        *sintrendel “round, ever turning”
        *sinwrǽnnes “constant lechery, continual wantonness”

        In het Oudhoogduits:
        *sinvlout “great flood”

        In het Gotisch:
        *sinteins: “daily”

        Ondanks de grote schoonheid die al deze woorden dragen, vrees ik dat we ze moeilijk kunnen laten herleven. “Zin” omvat nu al redelijk wat betekenissen. Is deze “zin” overigens verwant met de “zin” die we nu kennen in het Nederlands?

  8. Klaas J Eigenhuis permalink
    9 oktober 2011 09:48

    Jan de Vries wil, i.v. zondvloed, verbinden met idg *sem-. Kennelijk zijn de n in sin en de m “uitwisselbaar” (wel vooral een kwestie van assimilatie vermoed ik). Volgens de pie-grammatica lauten dan ab: *sem : *som : *sm, waarbij de m in de nultrap “sonant”. Altijd héél interessant om bij de in Taaldacht beschouwde woorden te vragen naar de oudere voorlopers!! Ga met die pie-reco’s maar eens aan de gang. Dan doe je meer “herleven” dan je lief is.
    geplaatst door Klaas J Eigenhuis

  9. Dwelm Elpendier permalink
    9 oktober 2011 10:32

    Dank je voor je bijdrage, Klaas.

    In het Nederlands overleefde sin- dan in
    *zondvloed (Mnl o.a. zindvloed, wellicht is de sin- hier mede door de gelijkenis met zonde vervormd), en
    *zenegroen “immergroen” (Mnl sindegroen, OE singrene).

    Zou het dan niet correcter zijn om van zenenacht te spreken in plaats van zinnacht? Dat voorkomt dan ook de gelijkenis met het bestaande woord “zin”.

    Het zenebrandend vuur “immerbrandend vuur”, zenezeer “eeuwigdurende pijn”, het zene leven “het eeuwige leven”…

  10. Klaas J Eigenhuis permalink
    9 oktober 2011 11:43

    Zou het dan niet correcter zijn om van zenenacht te spreken in plaats van zinnacht? Dat voorkomt dan ook de gelijkenis met het bestaande woord “zin”. (einde citaat)
    Ja, die gelijkenis is dan wel weg, maar dit mag natuurlijk niet het uitgangspunt zijn bij het reconstrueren van je “vergeten woord”! Als je er niet zo “streng” bij wilt wezen, bij je reconstructiepogingen, kun je inderdsaad zeggen: “Ik kies voor zenenacht, naar analogie van Zenegroen.” Maar écht klankwettig verantwoord ga je natuurlijk te werk als je de klankwetten zo zuiver mogelijk toepast op de …. juiste oerreco! Dus díe is essentieel, díe moet je zien te bepalen! En dan bovendien nog moet je uitmaken of je woordje in het pie-deel van onze mengtaal zit dan wel in het substraatdeel. Zit de reco in het pie, dan neem je er Beekes 1995 bij. Zit je oerwoordje in het adstraatdeel van onze taal, dan mag je van de pie-wetten afwijken! Het woord zin ‘richting’is al eens kort etymologisch “besproken”; ik herinner me een prenasalisatie hierbij, nu ik oudfries sith (met lange ii) zie staan in De Vries [NEW i.v. zin]. Maar met dat spelen met je uitgangswoord, en de ablauts daarbij, kun je natuurlijk ook in buitengemaanse talen doen. Zo zag ik opeens in het door jou aangehaalde *singrim “exceedingly fierce” een (soort van) overtreffende trap (of suyperlatief) !! Daar was ik héél gelukkig mee, gezien de bevinding dat men in het Russisch de overtreffende trap maakt met het woordje samyj. Dit woord is eventueel (!!) te maken uit pie *sôm met de rekkingstrap dus (die ken je, de pie-rekkingstrappen?). Een Nederlands woordje dat nu in je opkomt (maar niet i.v.m. de superlatief natuurlijk) is: samen. En Latijn similis. Boeiend allemaal. Dank voor je vragen en voorzetten! Klaas

    • Paul J. Marcus permalink
      9 oktober 2011 21:01

      “Het woord zin ‘richting’is al eens kort etymologisch “besproken”; ik herinner me een prenasalisatie hierbij, nu ik oudfries sith (met lange ii) zie staan in De Vries [NEW i.v. zin].” (Eienhuis, 9-10-2011, 11:43).
      Het oudfriese woord sith heeft niets te maken met prenasalisatie maar juist met de ingweoonse denasalisatie. Ingweonismen zijn een post-Germaanse ontwikkeling in de Saxonische dialecten die zich vanaf de derde eeuw van onze jaartelling langs de Noordzeekust verspreidden vanuit hun woongebieden in Sleeswijk-Holstein en Jutland. Ze hebben niets uitstaande met enig pre-PIE substraat! Want dat is uiteraard het stokpaardje dat Eigenhuis met de kreet ‘prenasalisatie’ gaat bestijgen.

  11. Olivier van Renswoude permalink*
    9 oktober 2011 14:58

    Beste Dwelm,

    Bedankt voor je opmerkingen!

    Aanvankelijk wilde ik inderdaad zenenacht opschrijven, als de voortzetting van Oudnederlands *sinonahto. Maar toen bedacht ik me dat een onbeklemtoonde klinker tussen twee dezelfde medeklinkers onder betrekkelijk grote druk zou staan te verdwijnen. Aldus bepaalde ik de ontwikkeling als volgt: Oudnederlands *sinonahto > *sinnahto > Middelnederlands *sinnachte > Nederlands *zinnacht.

    Maar ook als de medeklinkers aan beide zijden van de ombeklemtoonde klinker niet hetzelfde zijn kan die klinker verdwijnen. Zie bijvoorbeeld hoe Oudnederlands *heritogo zich ontwikkelde tot hertog.

    Niettemin, zenenacht zou evenwel goed zijn. Ik kan beide vormen in de lijst opnemen.

    Overigens heb ik over dit voorvoegsel al eens een klein stuk geschreven: Zeneregen.

    Wat het geslacht van wijg betreft: zowel Köbler als Orel gaan in hun Oudgermaanse reconstructies uit van een oorspronkelijk onzijdig woord. In de loop der tijd was in deze streken (mogelijk onder invloed van vergelijkbare woorden) steeds meer de neiging om het woord als mannelijk te gebruiken. Wat mij betreft moet de spreker zelf weten of hij het mannelijk of onzijdig wil zien, maar ik zal de ingang zo aanpassen dat historisch gezien beide ‘juist’ zijn.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      9 oktober 2011 15:03

      Ik bedenk me net: vergelijkbaar met de variatie van zinnacht en zenenacht is die van lidmaat en ledemaat, al waren de omstandigheden anders.

  12. Klaas J Eigenhuis permalink
    9 oktober 2011 15:55

    Ja leuk woordje, dat lid 1, D Glied, meervoud Glieder. Ik noem het een post-boerderijwoord, omdat het die meervoudsuitgang pas secundair zou hebben gekregen. Maar er valt wel heel toevallig geen acceptabele pie-reco bij te maken, en dat overkwam me bij bijna al die Duitse woordjes op mv. -er.
    Alweer Olivier, kruip tot aan de very basis! Vanaf dáár “beginnen we zaken te doen” !! En wat ook zo leuk is, je blijft eigenlijk op het door jou afgebakende terrein, het Oud-Germaans. Al mag je het van mij ook Oud-Oud-Germaans noemen 😉 Klaas J Eigenhuis

    • Olivier van Renswoude permalink*
      9 oktober 2011 19:40

      Dergelijke ‘diepte-duiding’ is boeiend op zichzelf, maar valt buiten het oogmerk van deze lijst. Het gaat hier hoofdzakelijk om wat zene- in het Nederlands en diens rechtstreekse voorouder betekent.

  13. Paul J. Marcus permalink
    9 oktober 2011 20:14

    EIS

    Het woord “mond” in de betekenis van hand staat niet in de lijst van vergeten woorden. Wel het afgeleide woord momber. Een mooie zin staat op hs. C regel 5931 in de Heliand: “(That uuîf)…:uuelda ina mid iro mundon grîpan,…” ‘wilde hem met haar handen grijpen’. Nu snap ik wel dat dat woord tot ernstige verwarring in het Nederlands kan leiden. Daarom een ander woord, dat nog steeds gebruikt wordt, maar waarvan de betekenis vergeten lijkt te zijn: “ijselijk”. Ik ben het in de juiste betekenis nog tegengekomen in Kees Slagers boek Armoede treedt binnen, maar doorgaans zullen de mensen de wenkbrauwen optrekken als ze je horen zeggen: “In die kamer is het ijselijk warm.” Het is dan ook wenselijk dat dit woord in een ander jasje, een jasje van veel oudere snit wordt gestoken: “eiselijk”. Want dat is het probleem. We zijn het woord niet vergeten, maar de betekenis ervan. Enkel en alleen door de spelling eis- te vervangen door de dubbelganger van bevroren water is de vereenzelviging met ijs veroorzaakt. Als ik bijvoorbeeld zeg:”De eis was zes jaar”, denkt niemand aan ‘ijs’. Helemaal mooi zou het uiteraard zijn om de nog oudere versie egis(e)lik te gebruiken, maar dan zou de uitspraak in het gedrang komen. Als je schrijft: “De zon is eiselijk heet”, zal niemand meer aan ijspegels denken. Het vergeten woord is dan ook “eis” ‘vrees’, Gotisch, vierde eeuw, agis, Engels awe, Oudnederlands egiso* ‘vrees’ (glossen WPs., tiende eeuw egisso, egisin). “De eiselijke misdaadverslaggever eischte ten overstaan van de door eis en beving bevangen magistraten een waterijsje.”

    Paul J. Marcus

    • Olivier van Renswoude permalink*
      9 oktober 2011 20:54

      Mond in de betekenis ‘hand’ (en meer) staat wel in de lijst, onder mund, mond. De klankwettige vorm is mond inderdaad, doch uit homonymievermijding heb ik mund als voornamere nevenvorm opgeschreven. De gedachte is dat deze nevenvorm is ontstaan onder invloed van afleidingen waar i-umlaut een factor was (of had kunnen zijn), zoals *mundilaz ‘beschermeling, pupil’ (mhd. mündel) e.d.

      Eis; hoe heb ik dat kunnen missen? Dank! Ik zal het toevoegen als eis, eize. De tweelettergrepige nevenvorm herinnert ons eraan dat het woord oorspronkelijk zwak was en versterkt het onderscheid met eis ‘vordering’. Het vaarne sterke werkwoord dat erbij hoorde, *agan- (onvoltooid deelwoord nog te vinden in Gotisch un-agands ‘onbevreesd’) kan ik ook toevoegen.

      Het voortaan spellen van ijzen en ijselijk als eizen en eiselijk lijkt mij een uitstekend voornemen, maar ik vraag me af of ze wel in de lijst horen.

      • Paul J. Marcus permalink
        9 oktober 2011 21:13

        Ha, nu zie ik het ook! Mund en mond staan inderdaad in jouw lijst. Ik heb er overheen gelezen. Misschien kunnen eizen en eiselijk gewoon onder een lemma Eis eize in de lijst worden gemeld. Of er zou aan een lijst van officieel misspelde woorden kunnen worden gedacht.

  14. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 11:10

    Olivier van Renswoude permalink*
    9 oktober 2011 19:40
    Dergelijke ‘diepte-duiding’ is boeiend op zichzelf, maar valt buiten het oogmerk van deze lijst. Het gaat hier hoofdzakelijk om wat zene- in het Nederlands en diens rechtstreekse voorouder betekent.(einde citaat)

    O juist, ja ! “Tot hier en niet verder!!” Vandaar natuurlijk dat je Gr krênê ‘bron’ wel een keer heel geleerd noemde in een tekst van je, maar er “nog steeds niet aan toegekomen bent” om een vraag daaromtrent te beantwoorden! Toch nog de schijn proberen op te houden Olivier, door het allemaal “boeiend” te noemen! Klaas J Eigenhuis

  15. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 11:15

    Ik heb natuurlijk in het kader mijn van etymologieën van Nederlandse plantennamen ook Zenegroen behandeld. Ik zou je dat anoniem kunnen opsturen, maar aangezien jij je altijd uitput in bedankjes (wegens je geboeid zijn erbij) durf ik dat uit verlegenheid deze keer niet aan. Klaas J Eigenhuis

  16. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 14:24

    Ingweonismen zijn een post-Germaanse ontwikkeling in de Saxonische dialecten die zich vanaf de derde eeuw van onze jaartelling langs de Noordzeekust verspreidden vanuit hun woongebieden in Sleeswijk-Holstein en Jutland. (einde citaat Marcus)
    Ja, Paul, dat kun je vinden in de literatuur (je vermeldt er nu je bron niet bij, vind je niet nodig natuurlijk, lijkt het net of het wijsheid van jezelf is 😉 Mijn hobby (naast vele anderen) is nu dat ik nadenk over de zekerheid die er zou kunnen zijn over dat beroemde jaartal 😉 Maar hoe dan ook: die Ingweonismen zijn dus non-pie, want ze treden op bij adstraatwoorden. Leuk he? (Oh, bedenk ik opeens dat jij niet weet wat ik onder adstraatwoorden versta – maar dat kun je ook niet weten, omdat ik nooit over mijn hobby’s vertél!) Klaas

  17. Olivier van Renswoude permalink*
    10 oktober 2011 14:38

    Klaas, Taaldacht is bedoeld (toegankelijk te zijn) voor iedereen met enige belangstelling voor onze taal en voor taal in het algemeen. Het spreekt dan vanzelf dat wij spaarzaam zijn in onze voor-Germaanse duidingen en niet happig zijn op redetwisten over substraattheorie.

    Verwijzingen die wij maken naar buiten-Germaanse verbindingen komen steevast uit standaardwerken, zoals die tussen Oudgermaans *hraznō en Grieks κρήνη/krēnē (Orel, 2003; Mallory & Adams, 2006), tenzij anders aangegeven.

  18. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 14:39

    En dan hebben we het ook nog over mijn volgende vraag gehad:
    Maar die Ingweoonse r-metathesis is zó ongelooflijk boeiend, mensen! Zal ik daar volgende keer eens iets meer over vertellen? geplaatst door Klaas J Eigenhuis 111007 (einde citaat)
    Was dat nog wel een vraag die voortvloeide uit een groot compliment dat ik Olivier maakte! Je zou toch denken: “Nou is die jongen wel extra geboeid!” Maar nee, “is nog niet aan beantwoording toegekomen” Donders Olivier, jij hebt het druk, man!! Nog een wonder, dat je iedere keer toekomt aan een nieuw stukje!! Met beperkte vraagstelling, uiteraard! Je moet nooit verder springen dan je polsstok lang is. Klaas J Eigenhuis

  19. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 14:48

    Het spreekt dan vanzelf dat wij spaarzaam zijn in onze voor-Germaanse duidingen en niet happig zijn op redetwisten over substraattheorie. (einde citaat Olivier)
    Wie zijn “wij” Olivier ? Van Kaspar heb ik in ieder geval de toezegging gehad dat hij zich eens in de materie zou inlezen!
    Ik neem aan, dat Kasper nu dus al zo ver is, dat hij het woord substraattheorie mondjesmaat gebruikt (het is net alsof dat slechts theorie is, alsof alles rond het PIE niet evenzeer “theorie” is, maar wat me vooral stoort: dat “redetwisten” Ik doe dat alvast niet!! Ik denk alleen na over al die woorden die in EWN schitteren door afwezigheid, zoals zenegroen en zondvloed, en ook over woorden die jullie zelf te berde brengen. Lijkt me een succes van jullie kant! Maar ja, als jullie me daarin gaan frustreren, wil ik het verder wel laten hoor 😉 Hartelijke groetjes van mij.

  20. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 15:08

    Verwijzingen die wij maken naar buiten-Germaanse verbindingen komen steevast uit standaardwerken, zoals die tussen Oudgermaans *hraznō en Grieks κρήνη/krēnē (Orel, 2003; Mallory & Adams, 2006), tenzij anders aangegeven.(einde citaat)
    En naar de inhoud van dat standaardwerk Mallory & Adams 2006 vróég ik nou juist, Olivier, speciaal omdat je het kennelijk harder aanraadt dan Beekes. Alwéér, ik ga in op jouw suggestie(s), en jij zwijgt mijn vragen verder dood! Ik vroeg dus of Mallory & Adams iets uitlegden over een eventuele s in Gr krênê (dat is toch niet zo moeilijk te begrijpen voor de lezer ook, lijkt me) en ik vroeg of Mallary & Adams de superlatiefvorming behandelden. Twéé maal groot stilzwijgen van de kant van Olivier! En dat terwijl ik zeker weet dat die vragen niet echt moeilijk zijn 😉 Klaas

  21. Klaas J Eigenhuis permalink
    10 oktober 2011 15:25

    Lees nu net een en ander over Vladimir Orel, die, net als Dirk Boutkan, niet oud mocht worden.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Vladimir_Orel
    Als je zo bij gelegenheid eens een citaat doet uit zijn werk, Olivier, en je ziet kans om mij erop te wijzen dat deze linguist zijn boek over datgene waar het dan door jou “standaardwerk” voor genoemd wordt, waar maakt, dan graag! Weet je, ik ben in wezen heel leergierig! Vandaar dat ik zo vaak reageer op jullie (drie man sterk?) stukjes. Hartelijke greot van mij.

  22. Dwelm Elpendier permalink
    13 oktober 2011 20:45

    Nog enkele kleine opmerkingen:
    *waarom staat wak “nat, vochtig” in de lijst van vergeten woorden?
    *eenzelfde vraag voor dolkoen “vermetel, roekeloos”. Lijkt mij een gewone samenstelling van dol “gek” en koen “dapper”.
    *waarom is heerwade onzijdig, en niet vrouwelijk zoals wade en lijkwade?
    *veernwerk “zondedaad” is een best belangwekkend woord, want we kunnen het dichterlijk naast vaarnwerk “schepping gods” plaatsen (OE fyrnweorc)

  23. Dwelm Elpendier permalink
    13 oktober 2011 20:50

    *en waarom graad “honger, begeerte, gulzigheid, hebzucht” en niet greet (vgl Nnl gretig en Mnl grete en greten.)

  24. Paul J. Marcus permalink
    13 oktober 2011 21:02

    Dolkoen is de letterlijke Nederlandse vertaling van Duits “tollkühn”. De Duitse voorouders van J.R.R.Tolkien zouden zo geheten hebben (Humphrey Carpenter, J.R.R.Tolkien, a biography. London 1977, blz. 19).

  25. Olivier van Renswoude permalink*
    15 oktober 2011 13:24

    Bedankt voor de opmerkingen, Dwelm.

    Wak hoort er eigenlijk niet tussen, inderdaad. Ik zal het verplaatsen naar mijn lijst met oude en zeldzame woorden.

    Dolkoen is inderdaad een samenstelling van die woorden, doch ook een zeer oude samenstelling, die enkel in het Middelnederlandsch Woordenboek is te vinden. Zoals Paul zegt, het is de Nederlandse vorm van tollkühn, vanwaar de achternaam Tolkien. Gezien het aanzien dat Tolkien alhier op Taaldacht geniet leek mij dolkoen een waardige aanvulling.

    Heerwade staat in het Oudnederlands Woordenboek en het Middelnederlandsch Woordenboek als onzijdig genoteerd. Vanouds was er onderscheid tussen het vrouwelijke *wēdiz ‘kleed, kleding’ (> wade, lijkwade) en de onzijdige uitbreiding *(ga)wēdjam ‘kleding’ (> gewaad, heerwade). Doch het zou beter voor oog en oor zijn om het woord dan te ‘splitsen’ in vrouwelijk heerwade en onzijdig heergewaad. Dat laatste woord staat echter nog in de Dikke Van Dale, maar ik zal het er nog als nevenvorm bijzetten.

    Veern(werk) vond ik mooi staan naast vaarn(werk), ja. 🙂

    Greet (of grete) zal ik nog toevoegen.

  26. Dwelm Elpendier permalink
    19 oktober 2011 00:31

    Haha, ik zal dan maar aannemen dat wij zuiderlingen somwijlen ouderwets of zonderling praten, want “wak” is hier een betrekkelijk gewoon woord. De eerste twee verbindingen waar ik als vanzelf aan dacht, vinden we ook verstrikt in het wereldwijde web, namelijk “wakke muren” en het “wakke weer”.

    Uiteraard gebruiken ook wij het woord veel spaarzamer dan bv. vochtig of nat.

    Wat is overigens het verschil tussen “graad” en “greet”? Ik vind graad als Middelnederlands woord niet in het WNT. Stammen ze van twee verschillende oorwoorden af of zijn het verschillende klantontwikkelingen van eenzelfde oorwoord?

  27. Klaas J Eigenhuis permalink
    19 oktober 2011 12:52

    Ik verdiepte me in graaien n.a.v. de vandaag de dag niet weg te denken graaicultuur.
    Maar inderdaad, baby’s graaien ook met een zekere verbetenheid; hun is natuurlijk nog niet geleerd, dat ze – netjes – overal met hun pollekes vanaf moeten blijven 😉
    Je zou het misschien niet meteen zeggen, maar bij navorsing naar vroeger graaien komt het begrip ‘honger’ om de hoek kijken! Graaien deed men in de oude dagen kennelijk om honger en dorst te stillen.

    E greedy ‘hebzuchtig, begerig, gretig, gulzig, belust (op sex bijv.)’ is het Engelse woord, gretig het Nederlandse, dat bij graaien hoort (graaien had ooit in plaats van de –i- een –d- in het midden; dit hoeft verwantschap met o.a. grabbelen niet per se in de weg te staan, al denk ik (toch kijkend naar de betekenis) dat graven/grabbelen te scheiden is van de woorden met dentaal op plaats 4). Héél eigenaardig, dat de etymologische woordenboeken, ook het allernieuwste, dit nooit in de gaten hebben gehad. Het ligt toch zo voor de hand! Kennelijk heeft men de d en de t altijd angstvallig willen scheiden (zoals FWH 1912 i.v. gretig, graaien en graag; men noemt daar deels wel de goede woorden, maar i.v. gretig stelt FWH, geheel naar de geest der tijd, dat greten, greyten en greyden bij Kiliaan niet verwant zijn! De klinker in deze adstraatwoorden (met gr- anlaut) gaat terug op pgm substraatablaut *a/aa/ai/ae(ê)/ii [OFED xvi] (faerøers graðhestur ‘Hengst’ met – toen al ! – grað ‘hongerig in sexueel opzicht’, on gráðr ‘honger, begeerte’, oe graedig, gotisch gredus; nederduits gritsen, N grissen; met verengde betekenis, als in N grap: fries gritsen, grytsen, gridsen; fries gritsen en gratsen een nog mooi bewaarde ezelwoordcombinatie).

  28. Olivier van Renswoude permalink*
    13 maart 2012 17:46

    Ter kennisneming: de lijst met vergeten woorden is aangevuld.

    • Dwelm Elpendier permalink
      13 maart 2012 20:26

      Dat is nu eens goed nieuws. Ik ga de volgende dagen dieper in de lijst graven 🙂

      Intussen al enkele vragen:
      *zijn bijden “wachten” en (ver)beiden “wachten, afwachten” niet hetzelfde woord?
      *waarom “leik” en niet “leek” (Mnl leec). Overigens horen huweleik ‘trouwfeest, huwelijk’ en weerleik ‘weerlicht’ wellicht in de lijst.
      *zijn ouw en a niet hetzelfde woord? (eiland, landouw, de aa …) Hoe verschilt aag overigens van deze woorden?
      *vraag me verder af of “sibbe” en dier afgeleiden sib, sibben eigenlijk niet met een z- zouden moeten schrijven. Zou het niet door Duitse invloed zijn dat we sibbe nog kennen met een s-?
      *waarom steern, steerne en niet staarn?

      Wras staat er overigens nog betekenisloos tussen.

      • Olivier van Renswoude permalink*
        13 maart 2012 21:10

        Dag Dwelm,

        Bedankt voor je opmerkingen en vragen!

        Bijden/beiden: De twee komen van dezelfde wortel en betekenen hetzelfde, maar bijden is sterk en gaat terug op *bīdan-, terwijl beiden zwak is en teruggaat op *baidjan- dan wel *baidōn-.

        Leik/leek: Orel in A Handbook of Germanic Etymology stelt dat er oorspronkelijk twee Oudgermaanse vormen waren: *laikaz en *laikiz. Oudgermaans *-ai- heeft zich doorgaans ontwikkeld tot een Nederlandse -ee-, zoals in *stainaz > steen, tenzij er in de volgende lettergreep een *-i- (of *-j-) kwam, want dan komt het doorgaans tot een Nederlandse -ei-, bijv. *gaitiz > geit. Dat gaf mij de vrijheid om voor leik te kiezen en verwarring met leek ‘ondeskundige’ te vermijden. Bovendien vermoed ik dat de vorm huwelijk zich eerder uit huweleic dan uit huweleec heeft ontwikkeld. Maar het kan geen kwaad om leek als variant in de lijst te zetten.

        Ouw/a: Bijna dezelfde woorden, want ouw ((< *agwjō) < *ahwjō ‘bij water horende’) is een afleiding bij a (< *ahwō ‘water’). Ei- in eiland en -oog in Schiermonnikoog zijn gewestelijke vormen van ouw.

        Steern(e): Een vorm als staarn(e) zouden we verwachten als de grondvorm bijvoorbeeld stern- was, zoals bij gaarne van gernō. Maar hier is de grondvorm Oudgermaans *steurnō > Oudnederlands *stiorna > Middelnederlands *stierne > Nederlands *steern(e). Vergelijk Oudgermaans *þewernōn > Oudnederlands thiorna > Middelnederlands dierne > Nederlands deern(e). Dus volgens de gewoonte dat -ie- vóór -r- + tandklank verandert in -ee-. Daarom hebben we ook veertien en veertig in plaats van viertig en viertien. Er is verder geen gewoonte dat -eern- in -aarn- verandert.

        Wras: Ik weet niet helemaal wat ik hiermee van plan was – ik haal ‘m vooralsnog weg.

  29. Dwelm Elpendier permalink
    18 maart 2012 22:13

    Om nog even terug te komen op “welden” tegenover “wouden”. Het WNT maakt gewag van “weld”, “welden”, “weldenaer”, “weldener”, “welder”, “weldelike” “alweldich/alweldig” enzovoort. In het Nieuwnederlands hadden we dus naast “woud” toch “weld” en de bijhorende afleidingen kunnen hebben 🙂

  30. 26 maart 2012 11:44

    Wat ’n fijne lijst! Leuk ook om de discussie hier wat te volgen. Er zijn goddank nog mensen die zich met de historische taalkunde bezighouden. Wat “wak” (vochtig, slap) betreft, dat is voor zover ik kan nagaan ook in het noorden nog ’n veelgebruikt woord. Ik woon zelf in Noord-Holland en zal niet aarzelen het te gebruiken. De betekenis “Waal” voor Kelt/Romein lijkt me in het zuiden dan weer vaker te worden gebezigd dan in het noorden, maar dood is het begrip allerminst.

    De dialecten kunnen natuurlijk wel oudere taalvormen bewaard hebben. Daar ligt dan ook een mooie bron voor verdere aanvullingen. In het West-Fries komt bv. “loof” / “louf” voor, een woord voor “moe” dat Bredero ook nog gebruikt en dus ooit ’n grotere verspreiding heeft gehad. De precieze Oudgermaanse oorsprong heb ik niet kunnen achterhalen, die kan ook van alles zijn. Is de l een *hl? Is de oo een oude *au, of gaat ’t op een *ô terug (dat kan in het West-Fries ook, Nnl. zou dan loef opleveren)? En wat te denken van de -f, was dat een -b? ’t Moet ergens in de bronnen zijn terug te vinden.

    Verder zou je in de naamkunde nog wel ’t nodige moeten kunnen vinden, bijvoorbeeld in plaatsnamen. Betekenissen als “nes” (landtong) zijn nog best bruikbaar. Ook “hoorn” (hoek) heeft nog wel kans van slagen, verwarring met het instrument lijkt me geen grote bedreiging.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      31 maart 2012 22:45

      Beste Plaatsman,

      Bedankt voor je reactie. Plaatsnamen zijn inderdaad onontbeerlijk voor wie op zoek is naar oude, vergeten woorden. Mijn exemplaar van Nederlandse plaatsnamen van Van Berkel en Samplonius komt wat dat betreft geen aandacht te kort. Heerlijk om in door te bladeren. Overigens staat hoorn in de betekenis ‘hoek’ wel in de lijst, maar in ietwat andere vorm: heurne. Vergelijk Gronings hörn ‘hoek’. Loof/louf zal ik zeker even onderzoeken!

  31. Paul J. Marcus permalink
    3 april 2012 12:14

    In 2010 is bij Davidsfonds Uitgeverij De Vlaamse gemeentenamen, verklarend woordenboek, verschenen. Het is van Debrabandere, Devos et al. Het heeft ook toponymische elementen gelemmatiseerd, zoals leeuw, kamp e.d.. Hoorn/heurne is niet apart gelemmatiseerd als element Wel wordt Heurne, Oostvlaanderen genoemd. De naam betekent hier ‘spits’, hetgeen verenigbaar is met een betekenis ‘hoek’. Heurne ligt op een heuvel die steil afdaalt naar de Schelde.

Trackbacks

  1. Vergeten woorden herzien | Taaldacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s