Skip to content

Beest, wat bijst gij

22 januari 2014

beest

Sommige woorden zijn zonder twijfel ontleend aan een vreemde taal, maar passen klankelijk zo goed in de onze dat het voor eenvoudige zielen onweerstaanbaar is deze te verheemduiden: er een inheemse oorsprong voor te verzinnen. Beest is zo’n woord.

Over de werkelijke herkomst van het woord beest kunnen wij bondig zijn. Volgens het vertrouwde Etymologisch Woordenboek van het Nederlands is het ontleend aan Oudfrans beste, dat zelf uiteindelijk teruggaat op Latijn bēstia ‘(groot, wild) dier’ en verder van onbekende oorsprong is.

Ik zou beest nu willen herduiden als ware het verwant aan Middelnederlands bijster ‘in het wild rondlopend, waanzinnig, woest, buitensporig’ (de voorloper van Nederlands bijster ‘kwijt; zeer’). Dit woord is zelf afgeleid van Middelnederlands bisen ‘wild rondlopen (van vee), dwalen, zwerven’, dat nog overleeft in de streektalen en in standaard Nederlands de vorm bijzen heeft. Denk hier vooral aan vee dat getergd wordt door tocht, hitte en ongedierte dat steekt en bijt. Een nevenvorm van het werkwoord met oorspronkelijk korte i vinden wij in streektalig bissen, Oudzweeds bisa en Oudhoogduits bisōn.

Verder verwant is mogelijk Oudnederlands bísa ‘stormwind; zeer koude wind’, waaruit Middelnederlands bise ‘noordenwind, koude wind’, dat eveneens overleeft in de streektalen en in standaard Nederlands bijze, bijs luidt.

Met andere woorden, beest ware ontwikkeld uit Oudgermaans *baistan, van de wortel *bīs-, *bais-, *bis- ‘onstuimig, woest zijn’. Vergelijk voor deze afleiding die van geest, dat is Oudgermaans *gaistaz, van de wortel *gīs-, *gais-, *gis- ‘(ver)schrikken’.

Het beest als het onstuimige, daar kan ik in berusten.

(Beeldname door Ruben Smit / de Nieuwe Wildernis)

Advertenties
3 reacties leave one →
  1. Marian E. permalink
    22 januari 2014 08:09

    Was weer een genoegen om te lezen en ook duidelijk met bevlogenheid geschreven 😉
    Het woord “bison” kwam voorbij… Dier dat miljoenen jaren geleden ook in Europa in grote kudden (en kleine groepen eenzame mannetjes) rondzwierf. Een diersoort waarvan het woeste stiermannetje een schofthoogte van wel 2 meter kon bereiken, veel groter nog dan onze gedomesticeerde stieren…
    “Beest” genoeg zo n oeros?
    En dat het woord “bise”(in het frans “kleine kus”) langskwam zou aan kunnen geven dat ook de “bison” (als stier nu) met zachte hand getemd kon/diende te worden.

    Blijft het beest als het “onstuimige”, zich toch soms ook nu nog in Grote Geest en ijzige stormen tonen.. 😉

  2. Luc Vanbrabant permalink
    22 januari 2014 09:29

    Weer dank voor dit onstuimig en beestig verhaal.
    Etymologische woordenboeken zijn snoep voor wie verlekkerd is op taal. Je ruikt geschiedenis en proeft van lang vervlogen smakelijke woorden. De sausjes die men gebruikt om woorden te binden aan hun oorsprong zijn van de hand van verschillende meesterkoks. Hoe meer ik de woordenboeken bestudeer als ‘eenvoudig mens’, hoe meer ik tot de bevinding kom dat sommigen te verschillende sausjes maakten voor eenzelfde gerecht.
    Enkele zaken doen mij verwarren. Wanneer men niet zo zeker is van de geschiedenis en de betekenis van een woord plaatst men al te vlug een dogmatische uitleg in de zin van …’naam van een persoon’ – ‘uit het Latijn’ – ‘onbekende oorsprong’…
    Professor Gysseling is eeuwige dankbaarheid verschuldigd voor zijn puik werk maar, beid een letje… Het is ook geen evangelie. De Vries en Vercouillie – ik schrijf maar wat – werden ook al aangepast.
    Zelf poogde ik een stukje van onze taal als substraat terug te vinden in de Franse taal van Normandië. Uw uitleg bij ‘beest’ is daar ook een mooi voorbeeld van. Moeten wij onze boeken altijd als vastliggend beschouwen, of mogen we zoeken naar logischer antwoorden voor de geschiedenis van sommige onzer mooie woorden? Professor Gysseling kwam hier tijd te kort om woorden op te zoeken die meer zuidwaarts lagen dan de Franse Nederlanden maar die in een continuüm vastgeplakt zaten aan ons Nederlands. En dat is jammer!
    Op dit moment kom ik tot volgende conclusies:
    -Franse woordenboeken en Noord- en Zuid-Nederlandse woordenboeken zijn niet altijd akkoord, ja soms zelfs aan elkaar tegengesteld.
    -Data als een criterium hanteren om te bestuderen waar een woord zijn bakermat kan hebben is interessant maar mag mijns inziens niet doorslaggevend zijn. Er is al zoveel vernield in onze beschavingen…
    -Wanneer de Romeinen onze voorouderlijke barbaren kwamen beschaven, vonden zij niet een rondlopend bloot volkje dat leefde als bonobo’s, maar mensen met een hoogstaande cultuur, een sterke wil en een eigen taal, die niet vrolijk werden van dit zuiders machtsvertoon. Die mensen hadden een cultuurtaal die slechts heel verre familie – verder dan gebroken rechtzweers – was van de Latijnse woordenschat. En toch moest er worden gecommuniceerd. Mijn bevindingen zijn dat de ambtenaren van Rome dikwijls woorden gebruikten die ze in hun vreemde omgeving hoorden. Ze namen die woorden in hun bestuurstaal en verslaggeving over omdat er geen alternatief voorhanden was. Wat zo alleen als Latijn te vinden is, kreeg toch zijn moedermelk aan Germaanse haarden. Enkele voorbeelden die ik in Normandië vond en waar men oorig mag naar zijn:
    – scrammensax als mes – uitdos als tooi – ambassadeur als ruggensteun – juwelenkistje als bagage – *beggen voor de babbelaars – bomerij op het huis – breken om te brassen – buzekerels op een schip – lekker maffelen en basdrinken – botten (neen, geen laarzen of beenderen) – katelen – grîselen in de winter – ook ‘hotte’ zit nog in de Franse afspanning – en van ‘motte’ moet ik nog de doornstruiken verwijderen… En waarom niet ‘beest’? Als men naar de stal zoekt voor dat beest en die niet vindt, moet men dat proberen te vinden met het traceren van de familieleden. Het Latijn is hier maar een afspanning op weg naar huis!
    Moeten dat allemaal wezen wezen in ons Germaans moederhuis? Ik laat alvast de voordeur open.
    Wanneer in onze laaglanden het Latijn verfranste kwamen die woorden ook in de Franse taal terecht. Pas na het magische jaar duizend – denk aan Rollo en zij ‘bigot’ – zal zich dat volgens mij omkeren en zullen de West-Europese Germaanse talen lenen en blijven lenen van het Frans. Deze logische ontwikkeling krijgt in onze woordenboeken geen aandacht en ware het niet dat men ijvert voor de waarheid, geen haan zou er naar kraaien!

    Zuiderse groeten,
    Luc Vanbrabant

    • Walter Gauwloos permalink
      22 januari 2014 13:58

      Goed opgemerkt Luc.Prachtig geschreven.
      Walter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s