Adders zijn nadders

Op het Dwingelderveld in Drenthe zijn alweer de eerste mannetjesadders van het jaar verschenen, ontwaakt uit hun winterslaap om te warmen in de zon. In tegenstelling tot die andere twee inheemse slangen—de ringslang en de gladde slang—is de adder giftig en zo nog ietwat gevaarlijk voor zwakkere mensen. De naam is ook bijzonder, want hoort eigenlijk nadder te luiden en is verwant aan naaien. Lees verder “Adders zijn nadders”

Een wakkere waterling

2021 is het Jaar van de Otter volgens de Nederlandse Zoogdiervereniging. Het gaat goed met deze dolende waterbunzingen sinds hun herintrede na een jammerlijk uitsterven in 1988. Betrekkelijk goed althans, want met minder dan vijfhonderd zielen hebben ze nog een lange weg te gaan in en om deze meren en stromen. Maar ze horen hier thuis en dragen een van de oudste diernamen die onze taal bezit. Lees verder “Een wakkere waterling”

De wakel wintergroen op woeste grond

Hoewel het gebruik van de kerstboom zoals wij het kennen slechts twee eeuwen geleden lijkt te zijn verbreid vanuit Duitsland, waar het ook niet al te oud ware, moet de zinnekracht van de groenblijvende boom of struik al heel lang gevoeld zijn overal waar echte jaargetijden wisselen. In de Lage Landen komen oorspronkelijk slechts enkele van zulke soorten voor, waaronder niet de spar, nu de wijnachtsboom bij uitstek, maar wel de jeneverbes. Of om met een inheems woord te spreken: de wakel. Lees verder “De wakel wintergroen op woeste grond”

Het damhert is een das

Ree en edelhert leven sinds mensenheugenis in de Lage Landen, maar het damhert kennen wij dankzij de Romeinen, die dit vaak gevlekte dier damma noemden en overal meebrachten. Niettemin bestond er ook geruime tijd een opmerkelijk Nederlands woord voor: das. Is dit hetzelfde als het woord voor die kleine bolle burchteling met zijn zwart-witte kop of is het van heel andere herkomst? Lees verder “Het damhert is een das”

Zwart als een ulk

De herfst vordert en de nachten groeien almaar langer. Er is geen betere tijd om te spreken over wat immer daar is, wachtend: de griezels in het donker. Velen van ons kennen de nachtmare, de onnoemelijk kwaadaardige schaduw die des nachts het bed nadert wanneer wij hulpeloos verlamd zijn. Maar er zijn andere aanwezigheden—onder vele namen—die ons willen grijpen vanuit de duisternis. Een zo een is de ulk, zoals die heet in Saksische streken. Lees verder “Zwart als een ulk”

Op zoek naar Ister, vader van Germanen

De geschiedenis is rijk aan verhalen over de oorsprong van goden, vorsten en volkeren. In Japan heet het keizerlijke huis af te stammen van Amaterasu, de zonnegodin die zelf uit het oog van de schepper Izanagi gekomen is. Volgens de IJslandse overlevering zijn de eerste twee mensen, Askr en Embla, gemaakt van stukken hout die de goden op het strand vonden. En bij ons klonk ooit het loflied van een oerwezen en zijn zoon en kleinzonen, vanwaar de drie Germaanse volkeren in Middelgaard hun naam hadden. Lees verder “Op zoek naar Ister, vader van Germanen”

De namen van de bunzing

Hoewel hij niet minder sluw dan een vos is heeft de arme bunzing vooral de naam te stinken. En te stelen, want hij is de schrik van het hoenderhok zoals hij eieren kaapt en kippen de kop afbijt. Men priset an dit dier niet el dan allene sijn vel (‘men prijst dit dier enkel om zijn vel’), schreef de bekende geleerde dichter Jacob van Maerlant in de dertiende eeuw. Geringe roem voor een roofdier dat in zijn tamme verschijning—de fret—zo dienstbaar is gebleken. Is een van zijn namen wellicht gunstig? Lees verder “De namen van de bunzing”