Heidense zonneroem in de Lage Landen

In de kijk en taal van onze Indo-Europese voorouders was de zon een onbezielde zaak – een lamp of oog in de hemel, maar niet een oergeest op zich. Het moet in de latere, Germaanse wereld weinig anders zijn geweest, al is het mogelijk dat de zon er geleidelijk werd gezien als aangedreven door een afzonderlijke goddelijke ziel en dat het woord zon oorspronkelijk diens naam was. Zie hoe de oude Indiërs de eigenlijke zon Sūrya en de bijbehorende godheid Savitṛ ‘aandrijver’ vaak vereenzelvigden. Dat lijkt ook het geval met Ipe en Evert, twee zonderlinge namen voor de zon in de Lage Landen.

Lees verder “Heidense zonneroem in de Lage Landen”

Advertenties

Waar de ulven aarden

Een “verdwenen oude boomnaam” schuile in Ulft en Ulvenhout. Mijn ogen lichten op. Gelijk een draak die nog niet genoeg kostbaarheden heeft vergaard ben ik bijna verbolgen dat mijn woordenschat al die tijd dit kleinood heeft ontbeerd. Het staat in de nieuwste uitgave van Nederlandse plaatsnamen verklaard (2018) van Van Berkel & Samplonius, maar om welke boom het moet gaan zeggen ze er niet bij. Wat zijn ulven en waar zijn ze te vinden?

Lees verder “Waar de ulven aarden”

Het god

God is voor velen een woord dat onlosmakelijk verbonden is met het christendom, maar het stamt uit de voorchristelijke, Germaanse wereld, toen het nog de vorm *gudą had. Tijdens de kerstening was het een van meerdere mogelijkheden die geestelijken hadden ter vertaling van Grieks theós. Van alle was het kennelijk het minst beladen met ongewenste heidense voorstellingen en opmerkelijk genoeg was het eerst een onzijdig woord. Zo wekt het bij terugblik gemakkelijk de indruk van een Germaanse tegenhanger van Latijn numen ‘het goddelijke’ en Japans kami ‘iets ontzagwekkends, goddelijks’. Lees verder “Het god”

Es ten hemel

Van een afstand zijn ze vaak niet bijster opvallend, maar kijk onder essen omhoog op een mooie lentedag en je ziet hun frisse geveerde bladeren tegen het licht afgetekend. Hoe kwalijk is het dan dat juist deze vertrouwde inheemse bomen sinds enkele jaren worden geteisterd door een genadeloze schimmel, met de akelige essentaksterfte als gevolg. We hoeven niet te wijzen op hun nut voor andere schepsels om met het ongeluk van essen begaan te zijn –hun innerlijke waarde is reden genoeg– maar het is nu meer dan ooit goed om na te gaan wat zij voor onze voorouders hebben betekend en waarom ze heten hoe ze heten. Lees verder “Es ten hemel”

De hemelse stam der Anzen

Het zijn de Anzen die volgens het oude Germaanse volksgeloof als godengeslacht en hoeders van de kosmische orde over Middenaarde heersen. In vroegere tijden, toen de verering van Woedan nog niet haar vlucht had genomen, werden zij beschouwd als de afgezanten en telgen van Tuw de Vader, die gehuld is in de diepblauwe mantel van het onmetelijke uitspansel. Van zulke aanzienlijke wezens verdient de naam, die vooral bekend is in zijn Oudnoordse vorm æsir, nu eens alle aandacht. En dat mag de nodige vruchten afwerpen. Lees verder “De hemelse stam der Anzen”

Zonne

Ontzagwekkend als de verschijning mag zijn, de zon lijkt pas vrij laat als een goddelijke geest te zijn beschouwd in de menselijke geschiedenis, en dan vooral in Eurazië en Egypte. Vaak ging het om een bescheiden rol, maar in menig geval werd hiermee de oorspronkelijke oppergod, Vader Hemel, naar de achtergrond verdrongen. Bekende voorbeelden zijn Ra, die door sommige farao’s als hoogste god werd beschouwd, en Amaterasu, de Japanse zonnegodin die tot op de dag van vandaag als stammoeder van de keizerlijke familie wordt vereerd. Hoewel de zon ook bij Indo-Europese volkeren dikwijls als bezield werd gezien, moeten de oorspronkelijke Indo-Europeanen er anders naar hebben gekeken. Voor hun was de zon, hoewel van godsdienstig belang, eerder een ding dan een oergeest.

Lees verder “Zonne”

Trouwe viervoeter

Also available in English.

Lang geleden, in een burcht in middeleeuws Frankrijk, leefde er een edel stel met hun pasgeboren zoon. Op een dag moesten zij kort op pad en lieten zij hem thuis achter onder de hoede van hun hond Guinefort. Toen de vrouwe terugkeerde was de schrik groot: de wieg was omgevallen en Guinefort besmeurd met bloed rond zijn bek. Op haar gillen kwam de heer binnengerend. De hond had hun kindje verslonden! De man trok zijn zwaard in razernij en hieuw in op Guinefort tot zijn laatste jank en adem. Maar het was daarna dat zij hun kleine zoon aantroffen, slapend en wel achter de wieg, en verderop een dode slang, verscheurd door Guinefort de beschermer.

Met groot berouw van deze daad begroeven ze hem in de waterput onder een grote hoop stenen en plantten ze daarnaast bomen ter nagedachtenis. Het duurde niet lang eer er mensen uit de omgeving het graf kwamen opzoeken en Guinefort als heilige zagen, hopend op wonderen.

Lees verder “Trouwe viervoeter”