Han

Kwiek zij de mens die in mei de mooie plekken kent, waar het wast en woekert met zalig jong groen, waar een volle vacht van mals gras, fluitenkruid en wat niet al de hellingen hult en heerlijke, koele lucht door het lover stroomt. Glimpen van de oude noorder-oerwouden, die misschien ooit herleven in verlaten steden – over eeuwen of eerder. Het is met zoveel groen in onze wereld wat karig dat wij alleen vormen van groen hebben en geen andere woorden. Geen behoorlijk woord voor net dit levenslustige, frisse groen dat zo anders is dan het moeë, matte groen van de nazomer. En dus bedacht ik het woord han.

Lees verder “Han”

Aan tafel

Hoewel het onze voorouders niet ontbrak aan tafels, waaraan zij met hun gezellen genoten van goede spijzen en minder goede spijzen, hebben zij toch ooit hun eigen woord ervoor opzij geschoven en tafel van de Romeinen overgenomen, dat wil zeggen van Latijn tabula. Maar stel voor spel en vermaak dat het niet ontleend is, hoe zou het zich dan verhouden tot andere inheemse woorden? Hoe kunnen wij dit woord verheemduiden?

Lees verder “Aan tafel”

Hel

Het huidige idee van hel is zeer gekleurd door de Westerse cultuur welke op haar beurt lang in het teken heeft gestaan van het Christelijk geloof. Het is in de Bijbel gebruikt als vertaling voor het Hebreeuwse begrip She’ol en het Griekse Ha(i)des, maar ook van het Hebreeuwse Ge Hinnom, dat in het Grieks Gehenna werd. Dit wekt enige bevreemding op, immers zoals al eerder geschreven is Hel wel een ‘dodenrijk’ en een ‘woonplaats der schimmen’, maar niet een ‘strafplaats der verdoemden’.

 

Lees verder “Hel”