Skip to content

Nevenheem

14 oktober 2015

nevenheem

Met weemoed denk ik terug aan de wereld van mijn vroege kinderjaren en de zoete waan waarin ik verkeerde. Liep ik met mijn naasten door de bossen van Drenthe, dan meende ik vaak aan de randen van het land van steden en snelwegen te zijn. Dan dacht ik dat de bossen uitgestrekt waren en dat je na een lange tocht over oude paden, onder kromme takken, terecht zou komen in de wereld van ridders en draken en onmetelijke wouden. Nevenheem noem ik het nu, dit rijk naast het onze. Het is ook als het onze, maar dan zoals het eigenlijk bedoeld is, zonder alle nieuwerwetse onzin.

De stonde van ontgoocheling kan ik me niet meer herinneren, maar het is een deerlijk besef: de bossen van onze streken zijn klein en kunstmatig en achter hen liggen alleen maar meer geteerde wegen en wijken vol blokkendozen, terwijl bijna overal het suizen van voer- en vliegtuigen het oor kwelt. Op Aarde is geen Nevenheem. Niet meer, in elk geval.

Maar nog wel te boek en verbeelding, gelukkig. Het is dan vaak in de vorm van een gedroomd verleden, vertrouwd en toch onbereikbaar want lang geleden, zoals het Middenaarde van J.R.R. Tolkien of dat van De brief voor de koning van Tonke Dragt. Het kan ook een verborgen wereld zijn binnen de onze, zoals die van de Heksen van Roald Dahl. En het kan een rijk naast en als het onze zijn, als ware het een evenredige werkelijkheid.

In sommige voorstellingen is het volledig van het onze gescheiden, in andere gevallen is het te betreden langs een of meer geheime doorgangen, zoals bijvoorbeeld een grote oude klerenkast in De Kronieken van Narnia van C.S. Lewis of een onopvallend muurtje voor Harry Potter van J.K. Rowling. Zo een doorgang noem ik een dwaar – een woord van dezelfde wortel als deur. En als het verhaal geen heeft is het er in zekere zin zelf een.

Het is kwalijk dat nevenheemse verhalen thans veelal beperkt zijn tot kinderboeken en twijfelachtige fantasy, en dat volwassenen geacht worden om toch vooral te lezen en schrijven over alle zwang, leed en hinder van de hedendaagse samenleving, van Hierheem in al diens zielverstompende opzichten.

Want Nevenheem bestaat als de tijdloze ziel van het land en de mensen die erin verworteld zijn. Het herinnert ons aan de wereld die niet door vergaande menselijke nijverheid is mismaakt en aan al dat ons hart vuurde toen wij nog onschuldige kinderen waren. Erover te lezen en te dromen –erin te verblijven– is gezuiverd te worden. En ieder mens zou de heimelijke hoop moeten hebben en houden om bij een boswandeling eens een pad in te slaan dat ertoe leidt.

Of anderszins een dwaar te vinden.

Beeld
Genomen door Pieter de Leeuw. Enige rechten voorbehouden.
Advertenties
6 reacties leave one →
  1. 14 oktober 2015 19:27

    hmmmmm ~ ~

  2. Eric permalink
    15 oktober 2015 00:50

    Je omschrijft erg mooi ook mijn hang naar een andere realiteit.
    Het gevoel dat we soms een te hoge prijs moeten betalen voor onze welvaart…

  3. Bas permalink
    15 oktober 2015 14:34

    Mooi verwoord.

  4. Jeroen H permalink
    15 oktober 2015 21:40

    Ik herhaal anderen niet gaarne maar “Dät hes dow mooi schreavn” blijft het best passende compliment dat deze eenvoudige Tukker u toe steken kan.

    Drenthe, mij niet in grote bosrijke zinnen bekend maar parts ook wel, kundigheid in Sleen deed mij, en mijn huize, meermaals het jaar afrijzen naar deze streek. Hoe rustig Sleen ook wezen mag het is wel degelijk “Heirheem” (ps. moet dit NL-kundig niet Hierheim zijn?) Hoe al wel in de “kleinere” dorpjes of gehuchtjes, of deze nou in mijn Twenthe, Drenthe of elders zij, lijkt de tijd er soms net iets minder baldadig doorheen getrokken te zijn. Maar “Nevenheem” is wel degelijk nog daar, of hier(?) Het is in het moment wanneer “Hierheem” ver weg is.

    Mijn Haaksbergen (gemeente) bestaat uit (bij benadering) 60% uit natuurgebied waarvan de 3 grootste +/- net zo groot zijn als het kerndorp Haaksbergen, wanneer je hier midden in zo’n gebied staat hoor je alleen nog maar de natuur (of zo nu en dan het elektrische gezoem van het wagentje van Natuurmonumenten) motorvoertuigen zijn er dan ook verboden (tenzij er (groot)”onderhoud” gepleegd wordt). Het is op zo’n plek, al zittende onder een eenzame lindeboom op een heuveltje in een door bos omringd heideveld dat ik dat “Nevenheem” mij wel voor de ogen halen kan. “Dän beent ear, now end tokem mekoar noa.r noa-aon”.

    Ook, in mijn inziens, zijn de plekken waar Neven- en Hierheem elkaar raken mogen plekken waar je “Voorspooksels” (uw “Toekomsherinnering”) het snelst ervaren zult.

  5. Annelies permalink
    19 oktober 2015 17:53

    Voor wie ze nog niet kent; veel plezier met deze twijfelachtige fantasy, waarin sprookjes en Noorse mythen verweven raken met onze werkelijkheid:

    Verhalen van Neil Gaiman lijken qua schrijfstijl maar half af, maar ze gaan bijna allemaal over ’n dwaar of zijn er één die wagenwijd open staat. Als je ooit in Noord-Oost Engeland geweest bent, waar alle nederzettingsnamen verwijzen naar de muur van Hadrianus, zie je zijn dorpje ‘Wall’ zo voor je. Nevenheem komt erg dichtbij, je hoeft maar door het gat in de muur te stappen…

Trackbacks

  1. Kjelbergen | Taaldacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s