Skip to content

Kjelbergen

20 december 2015

Of: het bedenken van namen voor in een verhalenwereld

Wee de gekken die het in hun hoofd halen een hele wereld voor hun verhalen te verzinnen, met overtuigende namen voor alle landen, oorden, bergen, wateren en wezens die men erin mag vinden. Meest geslaagd ware nog altijd de oefening van J.R.R. Tolkien. Velen hebben zijn voorbeeld gevolgd, met goede en minder goede vruchten, al zijn er in de Lage Landen bij mijn weten nog maar weinig echte pogingen gewaagd. Daar wil ik al jaren verandering in brengen, getuige de aanwas van aantekeningen en schetsen die mijn laden en harde schijf inmiddels kennen.

De wereld van mijn verhalen lijkt veel op de echte wereld, maar verschilt onder meer in haar aardrijkskunde. De volken die er wonen zijn als de onze –met talen, kenmerken en zeden als de onze– maar toch net iets anders, omdat zij hun eigen geschiedenis hebben, met hun eigen helden en bijzondere gebeurtenissen. Mijn wereld is pre-industrieel of hooguit semi-industrieel, en ademt bovenal de geest van het oude Noordwest-Europa, in al haar eigenaardigheden en geheimzinnigheden. Ze is wilder, mooier en knusser dan de onze, maar wellicht ook gevaarlijker in het alledaagse, met de nodige mythologische griezels en spaarzame tover.

Om dit Nevenheem tot leven te laten komen is het belangrijk dat de namen van de spelers en stukken niet klinken als lukrake samenwerpsels van klanken, maar als werkelijk samenhangend, zowel in zichzelf als onderling, en voortgekomen uit talen die echt bestaan of tot redelijke mate zijn bedacht.

Een van de volken in mijn wereld is ‘Fries’, in de zin dat het een vorm van Fries spreekt, hoewel ik die taal daar anders noem. Het woont tevens in en om vergelijkbare landschappen, zoals venen en kwelders, doch ook in noordelijkere landen met naaldbossen en bergen, en heeft daardoor ook iets meer ‘Scandinavisch’. In het echt stammen de Friezen ook voor een groot deel af van volk dat in de 4e eeuw na Christus uit het huidige Jutland verhuisde.

Hoewel het Fries nauwer verwant is aan het Nederlands lijkt het in enkele opzichten meer op de Scandinavische talen, onder meer door diens behoud van f-, s- en -sk- waar het Nederlands inmiddels v-, z- en -s(ch)- heeft. Het Fries heeft bovendien zogenaamde stijgende twee- en drieklanken, zoals in rjocht ‘recht’ en fjouwer ‘vier’. In de Scandinavische talen komen ze ook voor, doch zijn ze onder verschillende omstandigheden ontstaan en verschijnen ze dus meestal in andere woorden, zoals in Noors bjørn ‘beer’ en fjord ‘smalle inham in een rotskust’.

Het bijzondere aan het (Algemeen) Fries is dat binnen hetzelfde woord een tweeklank kan wisselen tussen dalend en stijgend. Zo wordt Fries beam ‘boom’ ongeveer als /bìëm/ uitgesproken, terwijl meervoud beammen ‘bomen’ en verkleining beamke ‘boompje’ onderscheidenlijk als /bjemm’n/ en /bjemke/ worden uitgesproken. Ook bij samenstelling kan de tweeklank wisselen: beamtûke ‘boomtak’ luidt /bjemtoeke/. De algemeen aanvaarde spelling kan dus soms misleidend zijn.

Welnu, in een van de ‘Friese’ landen van mijn verhalenwereld ligt een groep hoge heuvels (of lage bergen) die nauwelijks bomen tellen en daardoor zijn overgeleverd aan wind en koude. Ze zijn daarom de Kjelbergen geheten. Hierin valt onmiddellijk Fries kjel te herkennen. Het betekent nu ‘verschrikt’, eigenlijk ‘koud van vrees’ en oorspronkelijk ‘kil, koud’. Maar gezien bovengenoemde wisseling van tweeklank is Kjelbergen ook te lezen als (een andere spelling van) een samenstelling met keal ‘kaal’.

Met andere woorden, in de naam Kjelbergen ligt zowel hun kilheid als hun kaalheid besloten, en ook een mate van vrees voor diegene die hen bezoekt. En hoewel de naam dus zuiver Fries is lijkt hij op het eerste gezicht ook Scandinavisch. En dat komt goed uit, want dit volk in mijn verhalenwereld heeft zoals gezegd van beide iets weg.

En zo hebben alle namen die ik bedenk daadwerkelijk een betekenis. Deze laat zich niet altijd raden, maar dat is ook niet de bedoeling. Het belangrijkste is dat de namen bijdragen aan een geloofwaardige wereld voor de lezer. Hopelijk zal ik daarin slagen.

Advertenties
5 reacties leave one →
  1. Bas permalink
    20 december 2015 19:27

    Heel mooi! Ik wens je veel succes en ik kijk uit naar je creaties.

  2. 21 december 2015 09:05

    Namen zijn inderdaad belangrijk – al is het maar vanwege het klassieke “nomen est omen” – én een van oorsprong Nederlandse nieuwe verhalenwereld zou zeker op mijn aandacht kunnen rekenen. Jouw artikel over Tolkien en consoorten herlezend: heb je intussen eigenlijk al een alternatief gevonden voor de benaming “fantasy” ?

    • Olivier van Renswoude permalink*
      21 december 2015 13:04

      Jammer genoeg nog niet. Met de voorstellen van de BTL, verbeelding, verbeeldingskracht en droombeeld, komen we al een heel eind, maar als benaming van het genre schieten ze m.i. te kort.

      • Jeroen H. permalink
        22 december 2015 20:02

        wat dacht je van sage.

        vast iedereen noemt onze al oude mythen, legenden en sagen toch altijd al “fantasie”.

        over het (be)schijven van zo’n groots verhaal, ik ben er zelf ook mee bezig maar ben het overzicht een beetje kwijt, dus schrijf ik nu (voor mijzelf) een soort van encyclopedie, als een soort van geheugen steuntje, zeg maar.

        veel succes, en plezier, met het schrijven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s