Skip to content

De stapels die reuzen wrochten

10 april 2016

kaeste1Gestaag was de regen, steil de wandeling, in dit koele woudland vol beken en vallen en ranke sparren. Er klonk een spel van ruisend water en kwelende vogels die zich bezigden in de vroege lente. En toch leek het stil, zij het door vrede of voorbode. Na een uur of wat kwamen we uit bij een opener oord, mijn makker en ik. Een mist hing daar dik over de mossige rotsenbodem en het pad leidde verder opwaarts langs struiken en berken en ander jong loof. Al na enige stappen vonden we hetgeen we voor gekomen waren. De eerste stapel van geweldige stenen doemde op door de sluier. Hadden we een zonderling gezang gehoord, zacht en helder als uit een ander rijk, het had ons niet verbaasd. Maar het bleef stil en ik vroeg me af wat het volk hier in vroegere eeuwen over deze stapels dacht en had gehoord. En waarom men besloten had hen Käste te noemen.

De Käste, ook wel Kästeklippen, zijn verborgen op een bescheiden berg in de Harz in het Saksische noorden van Duitsland. Hier is het altijd heel boomrijk geweest – zelfs de naam Harz is een oud en eigenlijk vergeten woord voor een bos of bergwoud in het bijzonder. De Angelsaksen in Engeland hadden ooit hetzelfde woord, en dan in de vorm harað. En ook zij kenden grote stapels van stenen, verspreid door het land: de half of geheel vervallen torens en muren en vestingen die de Romeinen in hun haast hadden achtergelaten. Eald enta geweorc noemden de Angelsaksen deze ruïnes in hun schone dichtkunst: oud werk van reuzen. En ook orþanc enta geweorc, vernuftig werk van reuzen. Vandaar denken wij terstond aan de hunebedden in Drenthe en verder naar het noordoosten, want hunen zijn eigenlijk reuzen.

kaeste2Ook de Käste moeten ooit door machtige oerwezens gestapeld zijn, in de verbeelding van de Saksen en hun voorvaderen. Hoe, bij de hamer van Donder, was hun bestaan anders te verklaren? En hoe hadden hun dichters deze geheimzinnige gevaarten verweven in de verhalen over drakenvechters en de dringende spoed der speren op de slagvelden? Helaas, er is zoveel verloren gegaan, dat wij niet om gissingen verlegen zijn… Wellicht zongen zij dat de voornaamsten der helden van weleer daar na hun grootse wapendaden ooit met alle eer en aanzien onder begraven waren, om nooit ofte nimmer uit hun rust gestoord te worden. Wellicht grapten zij in alle ernst dat enkele ijsreuzen elkaar al pochende poogden te overtroeven. Of wellicht waren deze hopen achtergelaten als kleinigheid na de overweldigende grootsheid der Schepping.

Het bijzondere aan het woord Käste –waarvan het enkelvoud Kast moet zijn– is dat er verder geen spoor van lijkt te zijn in heel de schriftelijke overlevering op het Germaanse vasteland. (Het is niet te verwarren met Kasten en ons kast, maar mogelijk wel daaraan verwant.) Binnen de wijdere Westgermaanse overlevering komt het alleen voor in de Oudengelse, en wel verkleind en in een samenstelling: stáncystel was een woord voor een kleine steenhoop. Maar in de Noordgermaanse overlevering is het al die eeuwen bewaard gebleven, nu nog in vormen als Noors kost ‘houtstapel’ en kast ‘steenhoop’. Nu, als het woord al zo vroeg is uitgestorven op het Germaanse vasteland, dan moeten deze stapels in de Harz nog vóór die tijd hun naam hebben gekregen. En dat kan dan met gemak anderhalf duizend jaar geleden zijn geweest.

kaeste3Het werkwoord waar het van is afgeleid bestaat ook nog, hoewel het inmiddels roekeloos naar de randen van het oude taalgebied is verdrongen: vele mijlen naar het zuiden, in de vorm van Zwitsers-Duits kesen, käsen ‘slepen’, en vele mijlen naar het noorden, in de vorm van gewestelijk Zweeds kesa ‘zich met moeite optrekken’ en wederkerig kesa sig ‘zich slepen’. Het betekende in een oudere tijd nog ‘dragen’, zoals omgekeerd dragen ooit ‘slepen’ betekende, en heeft samen met Latijn gerere ‘dragen’ (en aggerere ‘aandragen, opstapelen’) zijn oorsprong in een nog ouder woord in de gemeenschappelijke oertaal. Stapels en hopen zijn immers vaak het gevolg van slepen en dragen, en ook de Käste zullen niet zonder het nodige slepen of dragen ontstaan zijn. Want iedereen weet dat reuzen niet kunnen toveren.

In onze eigen taal bestaat overigens nog een weinig gebruikt woord dat verwant is aan de bovenstaande en dat aan verhalen over deze stapels kan bijdragen. Het luidt keren en betekent ‘vegen, aanvegen, opvegen’. Wie kan zich nu nog inhouden en niet denken aan een oude reuzin die ordelijk en vlijtig en misschien wat mopperig met een ontzagwekkende bezem al die hinderlijke stenen op hopen heeft geveegd?

Maar om de hogere mythologie te laten zegevieren mogen we deze langslepende overwegingen afsluiten met de invloed op onze verbeelding van nog twee woorden die ook wel verwant zijn: Oostenrijks-Duits Kees ‘gletsjer’ en Nederlands kis ‘drijvend ijs’. Als ons heel even het overzicht van een oergeest of Alvader Zelf is gegund, dan zien wij met het geestesoog een schitterend aanblik: van het ondenkbare geweld en de onmetelijke massa’s water, steen, grond en ijs die over en om het Koninkrijk Aarde gesleept, gedragen en gedreven zijn – alles naar de klanken van het goddelijke samenspel. Dat is het werk dat reuzen bedeeld is.

kaeste4

Beelden
Gemaakt door Vincent Hoen en met toestemming gebruikt. Alle rechten voorbehouden.
Advertenties
14 reacties leave one →
  1. 11 april 2016 07:44

    Ha, keren, dat heb ik een tijd niet gehoord. Dat was inderdaad hoe we in het Limburgs van mijn jeugd ‘vegen’ zeiden. Althans, kaere om precies te zijn. Met ene bessem.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      11 april 2016 11:00

      Ik zat me al af te vragen hoeveel mensen het woord nog gebruiken of uit eigen ervaring kennen. Voor mij is het echt een woordenboekenwoord; een voor in het woordenboekenwoordenboek.

  2. Eric Snelleman permalink
    11 april 2016 09:19

    Prachtig stuk weer Olivier!
    Mijn hart gaat hier altijd harder van kloppen.
    En mijn brein kraakt er stevig op los.

    Wat betreft de oorsprong van dit soort opmerkelijke landschapelijke herkenningspunten.
    Ik heb begrepen dat veel geografische namen van belangrijke onderdelen in het landschap soms zeer oude benamingen hebben.
    Zoals bijvoorbeeld de namen van sommige rivieren in Nederland een niet Germaanse oorsprong lijken te hebben.
    Nou weet ik niet precies hoe historisch gezien de bewoning van de Harz is verlopen, maar kan Kast of Käste niet een oudere (niet Saksische) oorsprong hebben?
    En daarnaast valt me op dat je in de bespreking van het woord geen vergelijking maakt met het naar ik meen van oorsprong Scandinavische woord ‘to cast’ (oorspronkelijk met een k geschreven).
    De betekenis van dit woord is zover ik weet ‘werpen’ of ‘neergooien’.
    Een toepasselijke benaming voor een grote stapel stenen.
    Nou snap ik dat ‘to cast’ mogelijk pas door de Scandinavische bezoekers in het Angel-Saksisch is geïntroduceerd (oorspronkelijk werd een woord gebruikt van eenzelfde etymologische oorsprong als ons ‘werpen’).
    Dus vroeg ik me af in hoeverre ‘to cast’ binnen de Germaanse talen een oorsprong kan hebben gehad die hier van toepassing is.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      11 april 2016 11:02

      Dank je, Eric!

      Doorgaans zijn de namen van stromen inderdaad de oudste namen die nog in gebruik zijn: voor zover ze toen al bestonden stammen ze in (oorspronkelijk) Germaanse streken vaak uit de voor-Germaanse tijd, te weten uit de tijd dat het Germaans nog niet vertakt was van zijn voorloper.

      Als woord is (het enkelvoud van) Käste minstens tweeduizend jaar oud, omdat het uit het Oudgermaans stamt, in de vorm van *kastuz. En gezien het achtervoegsel waarschijnlijk nog ouder, misschien wel drieduizend jaar oud, in de voor-Germaanse vorm *gostus. Dus zoals je aangeeft is het goed mogelijk dat deze stapels hun naam hebben gekregen van de verre voorzaten van de Saksen of andere Germanen.

      Het was mijn bedoeling om Zweeds kasta ‘werpen’, Noors kaste ‘id.’ e.d. te melden, maar ik kreeg het niet goed in mijn stuk gevoegd. Het is inderdaad van oorsprong een uitsluitend Noordgermaans/Scandinavisch woord. Dat Engels cast ‘werpen’ hieraan ontleend is blijkt uit diens late overlevering, in elk geval na de Oudengelse tijd.

      Je bent met je vermoeden in goed gezelschap, want volgens onder meer de Noorse wortelkundigen Bjorvand & Lindeman is dit werkwoord een plaatselijke afleiding van het hier besproken *kastuz. Dat zou inhouden dat het aanvankelijk ‘ophopen, opstapelen’ betekende, vervolgens ‘opwerpen’ en uiteindelijk ‘werpen’. Daar kan ik mij goed in vinden.

  3. Hrodberht permalink
    11 april 2016 09:58

    Een mooie beschrijving van een mysterieus landschap. Wie weet is Sleipner in een soortgelijke omgeving verwekt.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      11 april 2016 11:05

      Het grappige is dat Sleipnir een (late) afleiding lijkt te zijn van Oudnoords sleipr ‘glad’, hetgeen weer verwant is aan Nederlands slippen en slijpen (dat aanvankelijk ‘glijden’ betekende) en… slepen (eigenlijk dus ‘doen glijden’). Ik zie hem al door de lucht glijden.

      • Hrodberht permalink
        11 april 2016 11:13

        Interessant, misschien heeft hij zijn naam aan zijn vader te danken die immers stenen moest slepen voor de reus.

  4. Liuwe H. Westra permalink
    11 april 2016 12:09

    schitterend stuk – aggere moet zijn: aggerere

  5. Bas permalink
    11 april 2016 16:59

    Heel mooi verwoord, ik wou dat ik door het bos liep.
    Bij het woord ‘stáncystel’ moest ik erg denken aan kasteel. Is kasteel ook afgeleid van käste? Ik vond het wel toepasselijk.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      12 april 2016 11:41

      De gelijkenis met Nederlands kasteel, Engels castle (Oudengels castell) is inderdaad groot, maar berust op toeval. Een mooi toeval, niettemin.

  6. Karel Van Doorselaer permalink
    11 april 2016 20:25

    Beste, Jullie verhalen zijn altijd des te boeiender, ik verslind ze van a tot z. Maar waarom staat er niet gewoon “door” Olivier van Renswoude en wel “by”? Ik word hoe langer hoe meer allergisch voor het Engels dat onze taal overspoelt en troebel maakt. Toegegeven, we zijn in alle eeuwen al onderhevig geweest aan de invloed van sterke talen.Maar we mogen ons anderzijds toch ook niet zomaar gewonnen geven, nietwaar? Lang leve het mooie Nederlands, als Vlaming ben ik fier op onze taal. Vriendelijke groeten, Karel

    • Olivier van Renswoude permalink*
      12 april 2016 11:42

      Beste Karel,

      Taaldacht draait op een oud thema van WordPress dat helaas niet meer ondersteund wordt en aldus hier en daar euvels is gaan vertonen. Een daarvan is hoe het woordje by er nu als het ware ingebakken zit en niet vertaald kan worden, tot mijn grote ergernis. De enige oplossing is om de hele webstede helemaal om te gooien, maar dat is me vooralsnog een te grote kluif.

      • Raymond Uppelschoten permalink
        16 mei 2016 09:13

        Dat hoeft niet perse een probleem te zijn Olivier. Zeker als je een oud thema hebt, dat niet meer wordt ge-update, kun je het juist makkelijk wijzigen, want wordt het niet overschreven met een nieuwe versie. Als je dat wilt, neem even contact op, dan mailen we wel even heen en weer 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s