De trappen van vergelijking in het wild

De taal met onregelmatigheden heeft diepte, toont groene ouderdom. Welige scheefgroei maakt dat wij niet goed–goeder–goedst maar goed–beter–best zeggen. En waren de trappen van vergelijking geheel niet getemd, geen van zulke verschillen geëffend, dan klonk het zelfs nog jong–juur–juist.

Hoe het is

De trappen van vergelijking slaan op de drie verschillende vormen die bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden kunnen hebben om mate uit te drukken. De stellende trap is het grondwoord op zich, zonder vergelijking. De vergrotende trap behelst het achtervoegsel -er of het woord meer en geeft vergelijking met een andere zaak of ziel aan. De overtreffende trap ten slotte heeft het achtervoegsel -st of het woord meest en betreft vergelijking binnen een groep. Aldus bijvoorbeeld hoog–hoger–hoogst.

In sommige gevallen zijn de trappen van vergelijking onregelmatig geworden. Er zijn als het ware twee verschillende woorden verbonden geraakt. Zo raakte weinig in trek ten koste van min ‘gering’, maar bleven minder en minst gangbaar. Ondanks het vroege verlies van het eigenlijke grondwoord zijn beter en best zijn nog altijd springlevend. En van de oorspronkelijke stellende trap naast meer en meest is ieder spoor bijster in de overlevering van onze taal en de zustertalen.

Om verdere onregelmatigheden te bespreken kunnen we het beste beginnen met de voorloper van deze talen, het Oudgermaans. Dat werd tweeduizend jaar geleden gesproken in deze streken en verder naar het oosten en noorden.

De vergrotende trap

In het Oudgermaans werd de vergrotende trap gemaakt door van het grondwoord (doorgaans een bijvoeglijk naamwoord) het achtervoegsel te vervangen met *-iz- of *-ōz-. Voor bijvoeglijk gebruik kwam er nog een zwakke verbuigingsuitgang achter, het geslacht afhankelijk van het zelfstandige naamwoord dat vergezeld werd. Maar voor bijwoordelijk gebruik hoefde het geslacht niet aangeduid te worden en was een verbuigingsuitgang dus ook niet nodig.

STELLEND (bn.)VERGROTEND (bn.)VERGROTEND (bw.)
*batuz*bat ‘goed’*batizôbeter*batizbat, bet
*majjaz?*mei? ‘groot’*maizômeer*maizmee
*minnazmin ‘gering’*minnizôminder*minnizmin

In de bovenstaande voorbeelden, de bijvoeglijke voor het gemak in hun mannelijke vorm gegeven, valt het een en ander op te merken. Ten eerste: de *z werd een r binnen woorden en sleet af aan het einde van woorden, vaak samen met de voorgaande klinker. Zelf was de *z ontstaan uit een *s onder wisse omstandigheden.

Verder, het grondwoord *batuz is zoals gezegd al heel vroeg uitgestorven. Het meervoud *batawiz ‘goeden’ werd gebruikt als stamnaam, door Romeinen opgeschreven als Batavī, inheems voortgezet door de streeknaam Betuwe, dus een vernoeming naar de stam die er woonde. Het bijwoordelijke *batiz ontwikkelde zich ondertussen tot Middelnederlands bat en bet (met e o.i.v. de *i voordat die afsleet). Het schuilt thans nog in betweter, van bet weten, en met verschoven betekenis ‘meer, verder’ ook in betovergrootvader en -moeder. Anderszins werd het vervangen door het oorspronkelijk uitsluitend bijvoeglijke beter.

Van de tweede rij is het grondwoord zoals gezegd reeds in een ver verleden verloren gegaan. Mogelijk zou het *majjaz geluid hebben en vermoedelijk komt het van een wortel voor ‘groeien’, zoals waarschijnlijk ook *mōdēr ‘moeder’. Dat de overtreffende trap *maiz(ô) luidde komt in elk geval door zeer vroege samentrekking. Het bijwoordelijke *maiz schopte het nog tot Middelnederlands mee, maar werd al vroeg vervangen door het bijvoeglijke meer.

En zo is ook het bijwoordelijke min vervangen door het bijvoeglijke minder, uitgezonderd in de verbindingen min of meer en niettemin en in de aanduiding van vermindering in sommen, zoals tien min drie. Buiten het Germaans is het overigens verwant aan Latijn minus, de (onzijdig verbogen) vergrotende trap van parvus en paulus, beide ‘klein, gering, weinig’.

Niet in het overzicht maar het noemen waard is nog *hairaz ‘grijs, wijs’, de voorloper van Duits hehr ‘verheven’ en Engels hoar ‘grijzig wit’. Diens overtreffende trap *hairizô ‘grijzere, wijzere’ werd zelfstandig gebruikt en ontwikkelde zich met samentrekking tot Oudnederlands *hêrro, vervolgens Middelnederlands here en uiteindelijk Nederlands heer ‘voornaam man’.

De overtreffende trap

Dan de overtreffende trap. Diens achtervoegsel in het Oudgermaans was ontstaan door verlenging van het bovengenoemde *-iz- of *-ōz- (of beter gezegd diens voorloper *-is- of *-ōs-) met een *-t- tot *-ist- of *-ōst- en daarachter nog eens de verbuiginguitgang. Zo kreeg men bijvoorbeeld *batistaz, *maistaz en *minnistaz, die zich in onze taal ontwikkelden tot best, meest en minst.

In dezelfde rol bestond ook het achtervoegsel *-um-, gevolgd door een zwakke verbuigingsuitgang. Het werd vooral gebruikt indien het grondwoord een voorzetsel was en diens afleidingen zijn vooral in de zustertalen aan te wijzen, zoals in Gotisch (d.w.z. vierde-eeuws Oostgermaans) aftuma ‘achterste’, innuma ‘binnenste’ en miduma ‘middelste’. Die laatste afleiding heeft hier een evenknie aan medeme in Medemelake ‘middelste waterloop’, de Hollandse oordnaam die tot Medemblik verbasterd is. Het achtervoegsel schuilt bovendien in *frumô ‘voorste’, de voorloper van Middelnederlands vrome ‘heldhaftig, rechtschapen’ en Nederlands vroom.

De klemtoon deed scheef groeien

Een kenmerk van de Germaanse talen is dat de klemtoon op de wortel ligt en anders op een voorvoegsel. In diens voorloper, het Indo-Europees, lag de klemtoon vaak elders. Vaak zelfs wisselde de klemtoon binnen een verbuiging of vervoeging. Dat had ook gevolgen voor de klankverschuivingen, want aan het begin van woorden en onmiddellijk na de klemtoon werden de oude *p, *t en *k een Germaanse *f, *þ en *h, maar in andere gevallen werden ze een *b, *d en *g.

Zo konden ook binnen de trappen van vergelijking onregelmatigheden ontstaan. Grondwoorden konden oorspronkelijk de klemtoon op het achtervoegsel hebben, terwijl de vergrotende trap en de overtreffende trap vanaf het begin de klemtoon steevast op de wortel hadden.

Een mooi voorbeeld hiervan is *jungaz–*junhizô–*junhistaz. Dankzij een verschil in klemtoon was de oude *k in het Germaans enerzijds verschoven tot *g, anderzijds tot *h. Deze toestand is nog te overzien, maar daaropvolgende klankontwikkelingen hebben hier en daar voor grotere uiteenloping gezorgd. De *n kon zich namelijk niet handhaven tussen klinker en *h. Het gevolg was dat de klinker gerekt raakte en aanvankelijk door de neus werd uitgesproken.

Dat leidde tot *jungaz–*jūhizô–*jūhistaz. Die vergrotende trap is daadwerkelijk overgeleverd als Gotisch jūhiza. Elders heeft zelfs de hele rij het gered, en wel als een genadeloos Oudnoords ungr–œri–œstr. In die taal was de *j- stelselmatig weggevallen aan het begin van woorden en de *h verdwenen binnen woorden. De *i van het achtervoegsel zorgde bovendien voor omluid.

In andere streken werd deze onregelmatigheid enigszins geëffend: onder invloed van *jungaz kon *jūhizô veranderen in *jūgizô, getuige Oudhoogduits júgiro en Oudsaksisch júgro. Die vormen hebben het echter niet gered. Uiteindelijk zegevierde in de meeste dochtertalen de volledige effening *jungaz–*jungizô–*jungistaz. Vandaar komen onder andere Oudnoords ungr–yngri–yngstr, Duits jung–jünger–jüngst en Nederlands jong–jonger–jongst.

Tot slot

Van alle Germaanse talen heeft het Nederlands misschien wel de meeste effening van onregelmatigheden ondergaan. Onze taal is daardoor in sommige opzichten wat vlakker dan de zustertalen. Waren de oorspronkelijke trappen van vergelijking van het laatstgenoemde woord ongerept gebleven, dan zouden we nu jong–juur–juist gezegd hebben. De overeenkomst met juist ‘zoals het moet’ is slechts toeval.

Verwijzingen

Berkel, G. van & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard (2018)

Heidermanns, F., Etymologisches Wörterbuch der germanischen Primäradjektive (Berlijn, 1993)

Krahe, H. & W. Meid, Germanische Sprachwissenschaft III: Wortbildungslehre (Berlijn, 1969)

Kroonen, G., Etymological Dictionary of Proto-Germanic (Leiden, 2013)

Lühr, R. e.a., Etymologisches Wörterbuch des Althochdeutschen. Band 5: iba – luzzilo (Göttingen, 2014)

Neumann, G., “Bataver”, in Namenstudien zum Altgermanischen (Berlijn, 2008)

Ringe, D., From Proto-Indo-European to Proto-Germanic (Oxford, 2006)

8 gedachtes over “De trappen van vergelijking in het wild

  1. Dag Olivier,
    Een moeilijke maar duidelijke uitleg. Weer veel geleerd.
    Ik heb een vraagje: ik heb de indruk dat de onregelmatige trappen van vergelijking zowel in de Germaanse als in de Romaanse talen bij een handjevol dezelfde grondwoorden voorkomen (overigens niet in alle trappen).

    Ik neem een paar voorbeelden die mij het eerst voor de geest komen en ik beperk mij tot de adjectieven. Ik heb de talen aangeduid ten overvloede natuurlijk voor een lezerspubliek van Taaldacht!

    GOED:

    Germaans:
    goed – beter – best (nederlands)
    good – better – best (engels)
    gut – besser – best (duits)
    bra – bättre – bäst (zweeds) (in dit laatste geval ben ik niet zeker of er onregelmatigheid in het spel is)

    Romaans:
    bonus – melior – optimus (latijn)
    bon – meilleur – le meilleur (frans)
    bueno – mejor – bonissimo/buenissimo (spaans)
    buono – meglio – ottimo (italiaans)

    VEEL:

    Germaans:
    veel – meer – meest (nederlands)
    much – more – most (engels)
    viel – mehr – meist (duits)
    mycket / många (zweeds) *
    mer / fler (zweeds) *
    mest / fles (zweeds) *
    NB: * mycket, mer en mest worden gebruikt bij een niet-telbare hoeveelheid (zand, water, melk, geld etc.
    många, fler, flest gebruikt voor een telbare hoeveelheid, zoals knikkers, muntstukken, flessen,

    Romaans:
    multi – plures – plurimi (latijn, meestal in mv gebruikt)
    beaucoup (de) – plus (de) – le plus (de) (frans) (beaucoup is in feite een bijwoord!
    mucho – más – el más

    Is daar een verklaring voor, Olivier?

    Groeten,
    Roger

    1. Michiel de Vaan schrijft in zijn Etymological Dictionary of Latin and the Other Italic Languages onder melior:

      “Words for ‘good’ can have many origins, and are frequently renewed.”

      Hetzelfde geldt wel voor woorden voor ‘veel’ en ‘groot’. Ik ben echter niet bekend met onderzoek dat de oorzaak van deze regelmatige vervanging verklaart of waarom de trappen van vergelijking van eerdere woorden voor zulke begrippen langer gangbaar blijven.

      Wellicht is het slechts omdat zulke begrippen betrekkelijk vaak uitgedrukt worden en meer gevoelswaarde hebben, zodat sprekers algauw wat afwisseling in hun verwoording zoeken. Dat doorvoeren naar de vergelijkende trappen is echter een bijkomende stap en gelijk ook een drempel.

  2. Van een oorspronkelijke stellende trap naast ‘meer’ ontbreekt ieder spoor, schrijft u. Ik denk dat die stellende trap nooit heeft bestaan, en dat ‘meer’ oorspronkelijk alleen ‘nog wat’ betekende (‘dorst, meer water!’). Een soort onbepaald telwoord, zoals het WNT het ook aanduidt. Daarna zal het vergelijkende aspect erbij gekomen zijn (‘ik heb meer schapen dan jij’).
    Een kind kent ook de ‘nog wat’-betekenis het eerst; vergelijking en de trappen ervan komen pas later.

    1. Het bezwaar daartegen is dat Oudgermaans *maizô (> meer) oorspronkelijk ook nadrukkelijk ‘groter’ betekende en het beste is terug te voeren op ouder, Indo-Europees *meh₂-is- bij de wortel *meh₂- ‘groeien, groter worden’. Vergelijk het verwante Oudiers mór ‘groot’ van ouder *meh₂-ro-.

  3. Beste Olivier,

    Ik heb vorige week twee reacties geplaatst op je twee laatste blogs. Er werd aangegeven dat ze verzonden waren, maar ze zijn niet op de site verschenen.

    Vriendelijke groet,

    Roger

    1. Beste Roger,

      Zo te zien heeft het spamfilter weer eens onterecht toegeslagen, waarvoor mijn verontschuldigingen.

      Je noemt twee berichten, maar de spammap bevatte alleen hetgeen dat ik hierboven heb hersteld. (Heb de hele map doorzocht, zowel zoekend op je naam als bladerend.) En om een of andere reden vergde je bericht van vanmorgen goedkeuring.

      Op je taalvraag kom ik spoedig terug!

      Hartelijke groet,
      Olivier

  4. Beste Olivier,

    Dank voor je antwoord! Merkwaardig genoeg kon ik mijn reactie op die eerste post ook niet meer traceren. Mijn mail doet het soms niet meer optimaal. Maar ik ben blij dat de laatste mail terecht is.

    Hartelijke groet,

    Roger

Laat een reactie achter op Luc Hellinckx Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.