Ik wou en ik wilde
Gangbaar is de kijk dat wilde de betere, beschaafdere vervoeging van willen is, al duldt men nog wel een verbinding als ik wou dat ik (…). Toch zijn het juist de echte, vaste wou-zeggers die de meer oorspronkelijke verleden tijd van dit werkwoord bewaren. Lees verder “Ik wou en ik wilde“
De Germaanse heilwens
Wanneer in The Lord of the Rings de koning van Rohan na lange tijd zijn zwaard weer in hand krijgt—en zo uit zijn sluimer komt—wordt hij begroet met de woorden westu Théoden hál! Het is een vorm van een ooit gangbare heilwens uit de Germaanse oudheid. Lees verder “De Germaanse heilwens”
De dochter van Helm Hamerhand
Deze winter verschijnt The War of the Rohirrim, over de strijd tussen Rohan en Dunland in de wereld van Tolkien. De hoofdrol is hier nu overgedragen van koning Helm aan zijn dochter. Ze is naamloos in het boek, heet Héra op het doek. En die naam wringt. Lees verder “De dochter van Helm Hamerhand”
Hoe de haai aan zijn naam kwam
Rondom hun eenzame houten vaartuig doorklieft een stel vinnen de waterspiegel. De zeelui, niet allen vertrouwd met de aanblik, zijn op hun hoede. Bij de god van het diepe, wat gaat daar? De zo getoonde vinnen lijken op delen van hun eigen scheepsboord. Lees verder “Hoe de haai aan zijn naam kwam”
Eer aan de wellegodin
Tussen de brokstukken van de Romeinse vesting Vindolanda in Noord-Engeland vond men twaalf jaar geleden een wijsteen met de voordien onbekende godinnennaam Ahuardua. En daarin was onmiddellijk een Germaans woord voor ‘stromend water’ te herkennen. Lees verder “Eer aan de wellegodin”
De wapenroep
Met kreten als wapen! en tiodute! werd vroeger van oudsher om hulp tegen aanvallen en misdaden geroepen, hulp waartoe hoorders in veel streken zelfs verplicht waren—met wapens als ze die dragen mochten. Een roep gold ook als bewijs van aanranding of erger. Lees verder “De wapenroep”
In de greep van het kruid
Het zo vertrouwde kleefkruid heeft vele namen, waaronder Drents en Gronings tongel en Middelnederduits tûnride. De ene is licht te begrijpen, de andere lijkt gek genoeg op Middelhoogduits zûnrite en Oudnoords túnriða, waarmee een boze geest bedoeld werd. Lees verder “In de greep van het kruid”
Wanneer de woorden samengroeien
Onze taal heeft samenstellingen en afleidingen, opzettelijk gesmeed, en onze taal heeft losse verbindingen die mettertijd als woorden op zich gezien worden. Maak indruk op lezers en luisteraars door eens zulke samengroeiingen te ontsamenen. Lees verder “Wanneer de woorden samengroeien”
Een verhaal van boom en trie
Hoe dichterlijk dat juist van het woord boom de groei en oorsprong maar lastig na te gaan zijn. Helder echter is het lange verleden van het evenwoord trie, dat in zijn reine verschijning in ons taalgebied beperkt is tot een oord aan de zuiderzoom. Lees verder “Een verhaal van boom en trie“
Het Kolenwoud tot Turenhout
Dwars door België strekte ooit het wijde bos dat silva Carbōnāria heette bij de Romeinen. Een oude inheemse benaming leve voort als de oordnaam Turnhout, voorheen Turenhout, met de Germaanse evenknie van Latijn dūrus ‘hard’ en Sanskriet dūráḥ ‘ver, wijd’. Lees verder “Het Kolenwoud tot Turenhout”
Vuur als levend wezen
De verre voorloper van onze taal had twee woorden voor vuur: het ene onzijdig, het andere mannelijk. Ze zouden een tegenstelling weergeven tussen vuur als lijdzame zaak en vuur als bezielde kracht, een voorstelling die in het aloude oostervuur voortleve. Lees verder “Vuur als levend wezen”