Skip to content

Twee spellingen

23 augustus 2011

De Nederlandse spelling sluit, in vergelijking met de Engelse spelling, goed aan bij de gesproken taal. Een grote uitzondering hierop is, zoals wij al mochten bevinden, dat wij een -d blijven schrijven waar wij al eeuwen een [t] uitspreken, zoals in daad en wijd. Het uitblijven van spellingwijzingen heeft meestal praktische, maar vaak ook etymologische redenen; woorden mogen zo een deel van hun geschiedenis tonen. Veel Engelse woorden bezitten door hun achterhaalde, archaïsche spelling wellicht meer karakter en geheimzinnigheid, althans in de ogen en oren van mensen die veel over taal nadenken. Men schrijft bijvoorbeeld in navolging van oude uitspraak lane of fire, maar zegt inmiddels iets anders.

Wat in het Nederlands dan ook mag opvallen, is dat de v- aan het begin van woorden door de meeste sprekers niet meer als een [v] wordt uitgesproken, maar als een [f]. Volgde onze spelling nauwlettender onze uitspraak, dan zouden wij in Groningen, Utrecht en Amsterdam eerder fis en fogel schrijven dan vis en vogel, eerder fier en fijf dan vier en vijf. Het zijn met name Vlamingen die nog wel een [v] uitspreken. Doch het is de vraag of men in sommige Nederlandse streken eigenlijk ooit iets anders dan een [f] heeft uitgesproken. (En toch, menig Noord-Nederlander die geen vogel zegt maar fogel, kan evenwel gevogelte zeggen.)

Men mag zich afvragen of en wanneer het geoorloofd is om de spellingregels te versoepelen en bijvoorbeeld zowel v- als f- te kunnen schrijven. Of om bijvoorbeeld toe te laten dat men voor de klank [z] geen z- gebruikt, maar zoals in het Duits een s-. Want er zijn mensen die de letter z domweg niet mooi vinden. Niet aan het begin van een woord in elk geval.

In Noorwegen heeft men twee officiële varianten van het Noors, beide met een eigen spelling. De ene is het Bokmål, geënt op de sterk Deens-beïnvloede taal van de bovenlaag en ‘grote’ steden, de andere het Nynorsk, geënt op de gezamenlijke streektalen. Deze tweevoudigheid, alsmede de streektalige veelvoudigheid die erachter schuilt, vormt nauwelijks een probleem voor de Noren, die meer nog dan Zweden en Denen (en Nederlanders) bekend staan om hun talige voortreffelijkheid.

En so reist fanself de fraach of wei Nederlanders, in ernst of foor de lol, niit ‘n twede spelling mogen ontwikkelen. So’n twede spelling huuft niit aan kinderen te worden onderwesen, maar mach dan worden ‘geduld’. Wii weet finden wei dese selfs feiner foor het ooch, en hebben wei meer eisers in het fyyr fan œytdrukking. Een ding staat in elk gefal fast: daar taal en œytspraak onfermeidelek feranderen sullen wei froech of laat onse spelling muten aanpassen.

Advertenties
20 reacties leave one →
  1. Dwelm Elpendier permalink
    23 augustus 2011 16:07

    Dag Olivier,

    Je stuk doet me denken aan: http://www.vlaamsetaal.be/artikel/27/fonetische-spelling
    Zulke overdenkingen zijn best aangenaam maar ik geef er toch de voorkeur aan om hen tot spelerijen te beperken. Onze éénvormige spelling is goed en zelfs als onze uitspraak verandere, moet de spelling niet noodzakelijkerwijs aangepast worden, gezien de uitspraak meestal op een standvastige manier wijzigt. Uitspraakveranderingen heden ten dage voltrekken zich voor zover ik weet enkel in Nederland (ei/ij –> aai; v –> f, ophef van het verschil in uitspraak tussen ch en g), niet in Vlaanderen.

    De enige aanpassingen die ik zou willen doorvoeren, zijn enerzijds het vervangen van de schreeuwerige c, x en y door letters aangepast aan de klank en anderzijds zou het m.i. beter zijn als we leenwoorden volgens klank zouden neerschrijven. Ontleende woorden zouden daardoor eigener en dichterlijker aanvoelen. Team wordt dan tiem. Trainen –> trenen. Traden –> treden (trade en trede zijn overigens cognaten, trade droon, spread –> spred.

  2. Dwelm Elpendier permalink
    23 augustus 2011 16:09

    *Trade en trede zijn overigens cognaten, beide komen van OE tredan. Drone–>droon, spread –> spred.

  3. Klaas J Eigenhuis permalink
    23 augustus 2011 16:21

    Ik heb ooit eens op de kweekschool te Haarlem een werkstuk Kunstgeschiedenis geschreven in zo’n soort spelling (maar uitspraak spelde ik precies zoals het hier nu staat)en dat werd door de tekenleraar, Busé, zo geaccepteerd.
    Ik spelde laatst “falikant” en zag tot mijn schrik in het Groene Boekje, dat het faliekant moest wezen (toch? Of is dat weer een ander fali(e)kant?). Afijn, jullie hebben het geaccepteerd, als verholen samenstelling dan maar. Schept ook nieuwe mogelijkheden zoals lediekant. Of is het ladycan’t ?

  4. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 09:26

    En so reist fanself de fraach of wei Nederlanders, in ernst of foor de lol, niit ‘n twede spelling mogen ontwikkelen. (einde citaat). Olivier, je legt in deze zin uit waaróm die (malle) spelling. Voor de lol, eventueel ook ernstig te nemen. Je vraagt niet naar mijn opzet, destijds! Kon je misschien al vermoeden dat mijn toenmalige spelling bedoeld was juist voor het onderwijs ? (ik zat immers op de Rijkskweekschool). Maar als je dat vermoeden had/hebt, was het toch leuk geweest om je eens te verplaatsen in zowel de basisschoolleerling als de man of vrouw die daar voor de eerste schrijfproducten van de Nederlandse jeugd verantwoordelijk is!
    Jouw voorstel voor een lol-spelling is kennelijk niet bedoeld als mogelijk ooit realistische spelling in het onderwijs. Je zou dan namelijk niet de uit Engelse woordenboeken geleende œy in œytspraak in je proefspelling hebben opgenomen, maar gewoon de ui, die de Nederlandsers heel goed kennen (al was het maar van duif op het leesplankje van Hoogeveen! Heb jij daar ooit mee gewerkt?) kj.eigenhuis@12move.nl

    • Olivier van Renswoude permalink*
      24 augustus 2011 20:28

      “Je vraagt niet naar mijn opzet, destijds!”

      Ik was er helaas nog niet aan toegekomen.

      “Jouw voorstel voor een lol-spelling is kennelijk niet bedoeld als mogelijk ooit realistische spelling in het onderwijs. Je zou dan namelijk niet de uit Engelse woordenboeken geleende œy in œytspraak in je proefspelling hebben opgenomen, maar gewoon de ui, die de Nederlandsers heel goed kennen (al was het maar van duif op het leesplankje van Hoogeveen! Heb jij daar ooit mee gewerkt?)”

      De œy heb ik niet uit enig Engels woordenboek gehaald, maar uit een betrekkelijk recent studieboek voor Nederlandse klankleer. Het is domweg de fonetische weergave van Nederlands ui, welke op diens beurt weinig logisch is. Ik dacht ook: met zo’n œy zou het Nederlands ortografisch de blits maken, net zoals bijvoorbeeld de Noorse taal doet met de æ, ø en å.

      Met zo’n fraai leesplankje heb ik helaas niet meer mogen werken!

  5. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 10:07

    Tredvoetigen Naam bij Huizinga 1910 voor de Halcyoniformes, of, mogelijk ruimer, de Zitvoetigen zie aldaar. Het woord tredvoet staat voor “voet bij vogels met gangpoten, waarvan de middel- en buitenteen tot over de helft vergroeid zijn, zoals bij den ijsvogel” [vD 1904 p.1673; vD 1984 p.2977]. Het woord gangpoot staat evenwel niet in dezelfde Van Dale-edities als lemma opgenomen. Het woord is bovendien duister : wat voor gang moeten wij ons voorstellen? Het is wél zo, dat IJsvogels en Bijeneters nestgangen in de grond uitgraven (waaraan de vergroeide tenen een aanpassing zijn?) maar of dat ook de reden voor de ss. gangpoot was, lijkt me niet. Ook tred- in tredvoet is in het N duister; als het woord uit het D kwam (waar ik het niet heb kunnen vinden) dan is mogelijk de betekenis ‘pedaal’ (enigszins) van toepassing: de partieel vergroeide middel- en buitenteen (syndactylie [BWP]) vormen als het ware een klein treeplankje (mhd trit ‘voetzool’ zou ook kunnen; dan te denken aan een graafpoot met verbrede voetzool).
    Etymologie treden (trad, traden, getreden uit klasse 5 zie aldaar ) < mnl treden, terden, tarden, teerden, torden, (troden), taerden, traden 'treden (op), stappen (op); trappen, schoppen; met de voeten bewerken' [MH] < onl tredan [VT]; fries traapje 'met de voet drukken op', maar als znw. wel trêd 'tred, stap, trede' [Visser 1993]; os tredan; D treten (trat, getreten; du trittst met e-i-Wechsel) < mhd treten, tretten (sterk en zwak) "treten, fest auftreten, stampfen" [Lexer] < ohd tretan; ohd trata znw. 'het vertrappen' [VT]; E tread 2(trod(e), trodden (or trod)) "set down one's foot; walk, step" nynorsk traa 2, trå ‘trappen’; zweeds tråda ‘dansen’) [AEW]; gotisch trudan. In het germ dus a/e/u ablaut1, net als bij ofri treppe ‘stap’, wat wijst op herkomst uit substraatlaag A2 [Kuiper; OFED414]. Het sterke ww. treden is adstraat, zoals de meeste ww.en in klasse 5 zie aldaar (90% naar de stand van mijn laatste onderzoek).
    Dít (het adstraat-zijn) maakt het ook verantwoord naar C-alternantie(s) op plaats 4 (na de klinker in het woord) te zoeken en verwantschap met trap te overwegen.
    ______
    1 ablaut in ruime zin; hoewel in de oude literatuur natuurlijk steeds pie-ablaut bedoeld is. { De pie-reco *dreu- (zo nog in EWN 2009!) kan noch pgm a noch pgm e opleveren [Beekes140], ook niet onder aanname van “schwebeablaut” [Beekes162]. } @
    2 E trade ‘handel’ zou aan mnd trade (= mnl trade, tra) ontleend zijn [COD]. Het fijne daarover had men mooi eens in EWN-4 (2009) uit de doeken kunnen doen, maar helaas, van het trefwoord tra ontbreekt hier ieder spoor.

    • Paul J. Marcus permalink
      24 augustus 2011 20:56

      “Dít (het adstraat-zijn) maakt het ook verantwoord naar C-alternantie(s) op plaats 4 (na de klinker in het woord) te zoeken en verwantschap met trap te overwegen.” Eigenhuis, 24 augustus 2011.
      Dat “adstraat-zijn” dient maar eerst te worden bewezen. Overigens is het mij volstrekt onduidelijk wat Eigenhuis met “adstraat” bedoelt. Ik gebruik daarom maar liever het woord ‘substraat’. Die substraatherkomst is van ‘treden’ dus niet bewezen, de fraaie “substraat-ablaut” ten spijt, want e/a/u is een gewone Germaanse ablaut die teruggaat op de PIE ablaut e/o/nul. Je ziet het ook meteen: in Gotisch trudan staat de /u/ naast de /r/. De r is een van de medeklinkers die regelmatig in de nultrap een -u- genereert in het Protogermaans. Het substraat-zijn is dus niet bewezen en het onderzoek naar C4 of hoe die deftigheid ook moge heten, bewijst niets over het consonantisme van enig substraat.

  6. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 13:07

    Aan een tweede spelling hebben wij in ons land geen behoefte, want die ís er al : een spelling geheel op fonetische grondslag vind je bijvoorbeeld in Cohen, Ebeling, Fokkema & Van Holk, 1978, Fonologie van het Nederlands en het Fries, 2e druk, 7e oplage, p.148 voor het Nederlands, p.149 voor het Fries. Die spelling is ongeschikt als handreiking naar het onderwijs, want die spelling is nogal verduiveld lastig! Behalve dat je een aantal nieuwe tekens moet leren, dien je ook te weten hoe je een woord in ABN uitspreekt. Kennelijk denk jij, dat in het woord onfermeidelek een f te horen is, maar ik waag dat zeer te betwijfelen : normaal spreek je dat woord met een stemhebbende v, en daardoor óók met een stemhebbende n (koolzuurassimilatie) uit! En wat zie ik: een overpeinzing van Kasper over de sjwa (“Mijn eerste stelregel der welluidendheid zou dan ook luiden: de sjwa is de minst welluidende, de meest grijze, nietszeggende klinker” citaatje uit dit stuk”), een doodnormaal gevormde klank waartoe ons fraaie en wonderlijke stemapparaat zonder moeite in staat is. De spelling is inderdaad problematisch, wat ook blijkt uit het hier aangehaalde woord onfermeidelek dat ik dan voor de duidelijkheid liever onverm’ijdəlek zou spellen!, we hebben in de fonetische spelling natuurlijk de bekende ə.
    Wat Kasper Nijsens laatste bijdrage betreft, denk ik dat Kasper met zijn ontboezemingen komt na “inlezing” van zijn eerste Indogermaanse studieboeken. Inderdaad Kasper, “vroeger” was het allemaal ánders, al weten we niet precies hoe het dan was. Zoals je al uit Beekes 1995 vernomen zult hebben, is er in de huidige Proto-Indo-Europese grammatica geen plaats meer voor de letter a. Dat wil zeggen, rond de tijd van het ontstaan van het Indo-Europees (maar bedenk, dit is eigenlijk geen bestaande taal!, is het ook nooit geweest, het is een reconstructie) moet de taal veel welluidender geweest zijn dan ie nu is! Of nou juist niet??!! Je hebt de laryngalen h1, h2 en h3, en als je daar het fijne van wilt weten, moet je het bekroonde werk van dr Frans Debrabandere er maar eens op nalezen.

    • 24 augustus 2011 14:09

      Terzijde: dat een stemapparaat tot een klank in staat is, is toch geen reden om haar welluidend te noemen? Of moet ik ook esthetisch genot beleven aan gruntende metalzangers of – en in het verlengde daarvan – loeiende koeien? En ik heb mij beperkt tot de meer recente geschiedenis van onze taal, v.a. het Oudnederlands, waarbinnen klinkerreductie toch een tamelijk algemeen geaccepteerd fenomeen is – en in dit opzicht was de vroegere uitspraak wat mij betreft dus schoner.

  7. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 13:12

    Het m’a.kə van f’outə is he.l’a.s onverm’ijdələk 😉

  8. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 13:14

    Of, om Kasper te bedienen: Het m’a.ken van f’outen is he.l’a.s onverm’ijdalijk 😉

  9. Dwelm Elpendier permalink
    24 augustus 2011 13:37

    *bedoelde hierboven uiteraard dat zowel het Nederlandse “trede(n)” als het Engelse “trade” cognaten zijn, niet dat ze beide van het OE afstammen.

    Klaas, betreffende de oorsprong van “tra”:

    J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek

    tra
    znw. v.,
    ‘brandgang in een bos; door vee uitgetreden padʼ,

    mnl. trāde, trā ‘voetspoor, padʼ, os. trada v. ‘spoorʼ (van ne. trade ‘handelʼ), mnd. trāde ‘padʼ, ohd. trata v. ‘het vertrappenʼ, on. trǫð ‘omheind land voor vee; omheinde weg; platgetreden padʼ, nnoorw. trŏd, traa, tra ‘vastgestampt erfʼ, nzw. dial., ode. trad ‘spoor, wegʼ. — Afl. van treden. — Mnl. trade werd in de 14de eeuw overgenomen als trade ‘openbare wegʼ, dan verder ‘middel om iets te bereikenʼ naar ‘beroepʼ naar ‘handelʼ (vgl. Bense 505).

  10. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 14:30

    Had ík het goed uit De Vries 1971 overgeschreven? 😉
    Jazéker, want ik liet de Engelsen het Oudsaksische woord trada ‘spoor’ lenen, en jij beschrijft het net anders- (en verkeerd-)om : jij schijft, dat os trada VAN ne. trade komt!
    Gemeen, om een oude man zó verkeerd voor te lichten 😉
    Maar toch bedankt hoor! En als je ook nog het etym. woordenboek van Van Veen 1993 mocht hebben, dáár staat het woord tra óók in! En De Vries & De Tollenaere 2004 noemen het in ieder geval i.v. treden. Marlies Philippa’s voornemen was om in “De Grote Phikippa” vollediger te zijn dan De Vries & De Tollenaere! En nou VERGEET ze zo’n belangrijk woord 😉 Wat vind je trouwens van de ouderdom van dit woordencomplex? Boeiend wat ik stelde, nietwaar 😉 Ook De Vries geeft onder treden en tred al doordenkmomentjes, waar boeiende etymologen (zoals De Vries, die rijkelijk Jost Trier (je kent hem?) citeert!! In EWN vind ik Trier niet terug) “het van hebben moeten” om het publiek een beetje aan te spreken …

    • Dwelm Elpendier permalink
      24 augustus 2011 14:38

      Inderdaad en uiteraard: (“van” ne. trade ‘handelʼ) had inderdaad (“naar” ne. trade ‘handelʼ) moeten zijn. Had de pijltekens vervangen door tekst omdat ik die tekens ervan verdenk stukken tekst op te eten bij de publicatie van een commentaar.

  11. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 14:47

    Terzijde: dat een stemapparaat tot een klank in staat is, is toch geen reden om haar welluidend te noemen? (einde citaat)
    Wie bepaalt wat welluidend is of niet?? Hanteer jij een definitie? Zo ja, hoe luidt die?
    En denk je dat je je een goede voorstelling van de klank van het Oudnederlands kunt maken? Vind jij het Turks “welluidend” ?
    Zomaar wat vraagjes …

    • 24 augustus 2011 15:54

      Zomaar wat antwoordjes dan: schoonheid en dus welluidendheid zijn in de laatste instantie subjectief, dat lijkt me duidelijk. Ik sta dan ook open voor de opvattingen van anderen (zeker wanneer die, zoals Tolkien, een geoefender gehoor hebben dan ik). Maar ik kan iets wat geen enkele inspanning of controle vergt meestal minder waarderen, zoals ik ook liever naar Beethoven luister dan naar het geblèr van een peuter. En nee, ik denk absoluut niet dat ik een goede voorstelling van de klank van het Oudnederlands kan maken, dat heb ik ook nergens beweerd. En het Turks ken ik niet goed genoeg om een oordeel (voor wat dat waard zou zijn) te vormen.

      Tot zover dit zijspoor.

  12. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 14:51

    Had de pijltekens vervangen door tekst omdat ik die tekens ervan verdenk stukken tekst op te eten bij de publicatie van een commentaar. (einde citaat)
    Klopt!! Verdomd lastig!! Kan iemand daar wat aan doen? Het intikken van tekst in dit venster is sowieso geen onverdeeld genoegen; het is voor geen meter klantvriendelijk.

  13. Klaas J Eigenhuis permalink
    24 augustus 2011 16:50

    Kasper, ik heb getracht je op hoofdlijnen te volgen.
    Het Turks bevat erg veel sjwa’s, die i’s zonder puntjes. Je hoort vaak genoeg Turks om je een oordeel te kunnen vormen over de welluidendheid van die taal. Persoonlijk vind ik het niet onwelluidend.

  14. Gungnir permalink
    31 augustus 2011 17:19

    Erg leuk en inspirerend Olivier, dank je wel! 🙂

  15. Klaas J Eigenhuis permalink
    3 september 2011 19:00

    Olivier, ik heb een spellingsvraag voor je:
    In mijn Groene Boekje uit 1997 staat het woord maretak.
    Moest dit woord niet “gewoon” de tussen-n hebben ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s