Skip to content

Òl nak

16 november 2015

Also available in English.

nak

Schapen worden al een tijdje gehouden in de Lage Landen. Het oudste ras van West-Europa, het ranke Drents heideschaap, kwam hier al zesduizend jaar geleden voor, genoegzaam grazend en blatend. Het is echter opmerkelijk dat ons woord voor dit wollebeest niet zo heel oud lijkt te zijn: schaap moet tamelijk laat zijn gevormd bij schaven dan wel scheppen. Het oorspronkelijke woord is ooi, maar dat verwijst sinds vele eeuwen enkel naar het wijfje. Ondertussen is er in het uiterste noorden van ons vasteland, het Hogeland van Groningen, nog een eigenaardig woord voor het schaap te vinden: nak. En dat zou wel eens heel oud kunnen zijn.

In zijn Nieuw Groninger Woordenboek meldt Kornelis ter Laan dat nak vooral voorkomt in de verbinding nakkenstrupen ‘schapen stropen’, een platvloerse uitdrukking naast het gewone schoapmelken ‘schapen melken’. Een ander voorbeeld dat hij geeft: dij òl nakken bennen zo wild ‘die oude schapen zijn zo wild’.

Struinen we verder in dit grote woordenboek, dan stuiten we op nokkern/nukkern, met de betekenis ‘zacht blaten als uiting van tevredenheid of verlangen’, zoals in bok nokkert tegen t vouern ‘de bok nokkert tegen het voederen’. Het wordt ook gebruikt met betrekking tot zuigelingen, zoals in t potje nokkert as n lam ‘het kindje nokkert als een lam’. Het valt echter te betwijfelen of dit werkwoord aan nak verwant is, aangezien klinkerwisseling tussen enerzijds -a- en anderzijds -o- en -u- doorgaans niet voorkomt indien er onmiddellijk een -k- op volgt.

Verder lijkt nak zowel binnen als buiten het Gronings maar moeilijk te verbinden met andere woorden. Tot we beseffen dat de n- wel eens van een voorafgaand lidwoord en/of bezittelijk voornaamwoord kan zijn overgenomen. Dat wil zeggen, het is mogelijk dat n nak ‘een schaap’ is ontstaan uit n ak, of in oudere taal den nak ‘den schaap’ uit den ak, of mien nakken ‘mijn schapen’ uit mien akken, enzovoort. Hetzelfde is gebeurd met Gronings neers, neerze ‘aars, achterwerk’. Een omgekeerd voorbeeld van zo’n verkeerde woorddeling is hoe Nederlands een adder is ontstaan uit een nadder (vgl. Duits Natter).

Welnu, in het Proto-Indo-Europees, de taal die duizenden jaren geleden werd gesproken en waaraan het Oudgermaans en dus het Nederlands en Gronings zijn ontsproten, bestond het woord *h2egwnós ‘lam’, overgeleverd in andere dochtertalen als onder meer Grieks amnós en Latijn agnus (zoals in Agnus Deī ‘Lam Gods’). De klankwettige Oudgermaanse voortzetting hiervan –u moet het maar van mij aannemen– zou *akkaz zijn. En de Groningse voortzetting daarvan zou zijn… u raadt het al: ak.

De betekenis is dan wel van ‘lam, jong schaap’ naar ‘schaap’ verschoven, maar zo’n ontwikkeling zien we bijvoorbeeld ook bij Engels pig, dat oorspronkelijk ‘big, jong varken’ betekende.

Naschrift (19 november)
Bij verder onderzoek stuitte ik nog op Yorkshire Engels nack, een kinderwoord en lokroep voor varkens. Gelijkend is Engels nag ‘paardje; oud, waardeloos paard’, dat op diens beurt doet denken aan Vroegnieuwnederlands negge ‘paardje’, een zeldzaam woord. Ten slotte is te vergelijken streektalig Duits Nickel, een benaming voor een klein, onaanzienlijk paardje, die echter gewoonlijk als koosvorm van de eigennaam Nicolaus wordt gezien. Hoe meer we ons begeven in het domein van lokroepen naar dieren (die vermoedelijk vaak spontaan en klankschilderend gevormd zijn), hoe minder houvast we hebben. Dus als Gronings nak tot deze groep behoort, dan zal het spoor uiteindelijk doodlopen.

Beeld
Gemaakt door Ouwesok. Enige rechten voorbehouden.
Advertenties
6 reacties leave one →
  1. 16 november 2015 17:14

    Mooi bedacht!

  2. Anoniem permalink
    19 november 2015 14:37

    Fascinerend 🙂 Is er ook bewijs voor zoiets te vinden?

    • Olivier van Renswoude permalink*
      19 november 2015 15:48

      Een goed bewijs zou zijn als het woord in de betekenis ‘schaap’ of ‘lam’ (en met en zonder n-) te vinden is in oude, middeleeuwse documenten, in ons spraakgebied en/of dat van zustertalen. Ik ben het echter nog niet tegengekomen.

      Anderszins is het uiteraard altijd goed om te kijken of er tegenbewijs is. Mijn latere vindingen heb ik hierboven nog als naschrift toegevoegd.

      Ik hoop in elk geval dat het duidelijk is dat het stuk niet bedoeld is als een verklaring van zekerheid.

  3. 22 april 2017 13:21

    Op http://www.etymonline.com/index.php?allowed_in_frame=0&search=agnus de volgende verklaring van het Latijnse woord agnus:

    “Agnus Dei (n.) Look up Agnus Dei at Dictionary.com
    Late Latin, literally “lamb of God.” From c. 1400 in English as the name of the part of the Mass beginning with these words, or (later) a musical setting of it. Latin agnus “lamb” is from PIE *agwh-no- “lamb” (see yean). For deus “god,” see Zeus. The phrase is used from 1620s in reference to an image of a lamb as emblematic of Christ; usually it is pictured with a nimbus and supporting the banner of the Cross.
    yean (v.) Look up yean at Dictionary.com

    Old English eanian “to bring forth” (young), especially in reference to sheep or goats, from Proto-Germanic *aunon (cognate with Dutch oonen), from PIE *agwh-no- “lamb” (source also of Greek amnos “lamb,” Latin agnus, Old Church Slavonic agne, Old Irish uan, Welsh oen). Yeanling “young lamb, kid” is recorded from 1630s.”

    • Olivier van Renswoude permalink*
      23 april 2017 09:10

      De Proto-Indo-Europese reconstructie die Etymonline geeft (*h2egwhnos i.p.v. *h2egwnos) is helaas niet te verenigen met de Griekse en Slavische vormen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s