Skip to content

De kleur van verstilling

7 oktober 2016

deluw

In andere talen is het nooit aangetroffen, maar tot in de zeventiende eeuw bestemden dichters en schrijvers in de Lage Landen het geheimzinnige woord deluw voor een kleur die het midden houdt tussen vaal, flets, geelbleek, lijkbleek en loodkleurig. Het is in het bijzonder de onzalige tint van het verstillende gelaat en van ebbend leven uit mensen en bloemen.

Deluw is –naast kranck, en levens zat, en dootsch– hoe Joost van den Vondel de bij bliksem verlamde Anchises beschrijft, wanneer deze door zijn zoon Aeneas uit het verloren, brandende Troje wordt gered. Wel vaalachtige en deeluwe zijn volgens P.C. Hooft de parels van de wereldzee. En Gerbrand Adriaensz. Bredero vertelt hoe het schoon kouraal (de mooie blos) van de stervende maagd Aardighe deluw wordt en verlept en haar wangen vaal.

Voordien, in het Middelnederlands, is het woord toevallig niet opgeschreven, maar de afleiding deluwen wel en dan vaak met betrekking tot planten. In de vertaling van Le Reclus de Molliens bijvoorbeeld lezen we dat God niet alleen schept, maar loof, bloemen en koren ook doet deluwen. En evenzeer kunnen de harten van mensen deluwen. Overdrachtelijk is het bovendien opgeschreven in de betekenis ‘uitwissen, in vergetelheid brengen, tenietdoen’.

Geheel in de geest van zijn eigen betekenis is het uiteindelijk overal uit de taal verdwenen. Behalve in delen van het westen van Zeeland, want daar heeft het, in elk geval tot de verschijning van het Woordenboek der Zeeuwse dialecten in 1964, zich kunnen handhaven in de vormen del, delleg en dellerig.

“Verwanten van dit woord zijn niet bekend” leest het Woordenboek der Nederlandsche Taal. De gedachte dat het verband houdt met de iets minder zeldzame kleurnaam eluw wordt voor onwaarschijnlijk gehouden en een mogelijke herkomst wordt niet gegeven. Toch valt er wel degelijk wat te bedenken.

Eerst een kort woord over kleurnamen in het Oudgermaans, de voorloper van het Nederlands. Deze konden gevormd worden met het achtervoegsel *-wa-. Zo was er *gelwaz, dat in de ontwikkeling naar het Nederlands afsleet tot gelu en vandaar tot gele en uiteindelijk geel. Vanuit de verbogen naamvallen ontwikkelde een nevenvorm zich langs gelwe en geluwe uiteindelijk tot geluw. Op dezelfde wijze leidde bijvoorbeeld *falwaz tot zowel vaal als valuw. Van sommige kleurnamen heeft maar een van de twee het gered in onze algemene taal: *salwaz leeft voort als zaluw. Andere zijn alleen in de zustertalen overgeleverd: *haswaz ‘haaskleurig’ bestond nog in de vorm van Oudengels hasu en Oudnoords hǫss, maar een Nederlands haas of hazuw kennen we niet.

Nu, wetende dat de Nederlandse /d/ kan teruggaan op zowel een Germaanse /d/ als een /þ/ (spreek uit als in Engels thorn), begrijpen we dat er in het Oudgermaans een *delwaz of *þelwaz moet hebben bestaan als voorloper van ons deluw. Een *delwaz lijkt niet op een zinvolle wijze te verbinden met andere woorden, binnen de Germaanse of enige verwante talen, maar in het geval van *þelwaz blijkt er een mooie mogelijkheid te zijn.

Want op zijn beurt is de Germaanse /þ/ klankwettig verschoven uit de oudere, Indo-Europese /t/, en in die taal bestond de wortel *telH- met een betekenis als ‘verstillen’. Hieraan ontsproten zijn onder meer Litouws tįlù (tìlti) ‘verstommen’, Oudkerkslavisch tьlějǫ, tьlěti ‘verderven, vergaan’ en Oudiers -tuili ‘(hij/zij) slaapt’, en binnen het Germaans in ieder geval Oudengels geþyllan ‘verstillen’ en vermoedelijk ook –langs een tussenbetekenis als ‘verpieterd’– het anders zo moeilijk te duiden Middelnederlands dilde, dulde ‘gering, onaanzienlijk’.

Hoe een ongelukkig woord toch mooi kan zijn.

Beeld
Maria bezweken, in een uitvergroting van de Kruisafneming van Rogier van der Weyden (1400-1464).
Advertenties
9 reacties leave one →
  1. 14 oktober 2016 23:41

    Beste Olivier,

    wat een interessant stukje over een vergeten kleur! Ik ben nagegaan of er een tegenhanger van ‘deluw’ in het Fries overgeleverd is. Volgens mij is dat er inderdaad (geweest), en bevestigt het jouw hypothese dat ‘deluw’ teruggaat op *þelwaz.

    Er is namelijk het werkwoord ‘toalje’, ‘tuolje’, ‘tôlje’, dat tegenwoordig nu en dan nog gebruikt wordt in de betekenis “ondergaan (van zon of maan)”, maar dat in de 19e eeuw ook “tanen, vaal worden, zijn glans en helderheid verliezen (van hemellichamen)” betekende: http://www.wnt.inl.nl/iWDB/search?actie=article_content&wdb=WFT&id=104217

    In de afleiding ‘fertoalje’ zit nog wat van de oude betekenis. Het WFT vermeldt een voorbeeldzinnetje uit 1925: “De blommen binne fortoalle.” (De bloemen zijn verlept.) http://www.wnt.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WFT&id=24373

    In het lemma ‘toalje’ van het WFT staat dat de etymologie onbekend is. Nu niet meer…

    Ik zou denken dat ‘toalje’ (als je-werkwoord) een afleiding is van een niet-overgeleverd bijvoeglijk naamwoord (vaal, bleek, slap), dat zich zo ontwikkeld kan hebben:

    Oudfries *tholw > Laat/West-Oudfries *tolw / *tol > Midfries *tôl > *toal

    • Olivier van Renswoude permalink*
      15 oktober 2016 09:26

      Beste André,

      Bedankt voor deze fraaie aanvulling en bevestiging van de /þ/. Prachtig gebruik ook, zo met betrekking tot hemellichamen.

      Ik zat wel even te dubben over de /oa/, maar inmiddels heb ik een een zelfde ronding van oorspronkelijke /e/ door opeenvolgende /w/ gevonden: Fries moal ‘meel’ uit *melwan. (Dit moet dan zijn gebeurd langs een niet overgeleverd Oudfries *molu naast mele.)

  2. Liuwe H. Westra permalink
    15 oktober 2016 09:12

    Volgens mij een plausibele aanvulling van André Looijenga. ‘Tuolje’ wordt trouwens nauwelijks meer gebruikt, helaas. Ik probeer het onder andere nieuw leven in te blazen in mijn Friese vertaling van The Lord of the Rings, waar zon en maan regelmatig ondergaan (en zo hoort het ook, natuurlijk). Als het hier toegestaan is reclame te maken, verwees ik graag naar de crowdfundingswebsite https://www.voordekunst.nl/projecten/4834-tolkien-lotr-ii-yn-it-moaiste-frysk-1

    • Olivier van Renswoude permalink*
      15 oktober 2016 09:54

      Dat is een prachtig initiatief, waar we ook op Taaldacht eens gauw aandacht aan zouden moeten besteden.

      Overigens heeft Kasper ooit eens geschreven over de nooit uitgebrachte Nederlandse vertaling van The Lord of the Rings door E.J. Mensink-van Warmelo, die vaak een mooiere, meer verheven stijl heeft dan de bekende, officiële van Max Schuchart.

      En zo moet ik denken aan de oude Friese vertaling van Béowulf die ik op de plank heb staan. Ik ben nu niet thuis, dus ik kan er niet in bladeren, maar het staat me bij dat het taalgebruik me te alledaags overkwam. Dat vraagt om een nieuwe poging.

  3. 15 oktober 2016 11:06

    Het woord ‘tuolje’/’toalje’ gaat mij ook na aan het hart. Als bewijs dat ‘tuolje’ niet alleen maar een woordenboeklemma is, een korte passage uit een natuurdagboek in de verhalenbundel “Sa wie ’t sawat” (1997), van Rink van der Velde:

    Moandei 11 july: de jûns om tsien oere hinne tuollet de sinne al. Tuolje, it wurd komt my sa mar yn ’t sin. Oerholden fan in kursus Frysk taaleigen oan ‘e hân fan in boekje fan dr. Douwe Kalma. Dy man hie it ek oer heilstiennen en waartynge as er hagel en waarberjocht bedoelde, dat dêr bin ‘k gau mei opholden. Mar it tuoljen fan de sinne fûn ‘k blykber moai, oars hie ‘k it net ûntholden.

    (zie verder: http://www.dbnl.org/tekst/veld024sawi01_01/veld024sawi01_01_0017.php)

    Dit fragmentje over ‘tuolje’ brengt overigens twee heel verschillende Friese literaire helden nader tot elkaar: Douwe Kalma (1896-1953) en Rink van der Velde (1932-2001). De woonboot in een natuurgebied bewesten Drachten die Van der Velde als vakantiehuisje gebruikte, is tegenwoordig een “residence” voor Friese schrijvers en vertalers. Toen ik daar twee jaar terug mocht verblijven, heb ik er o.a. dit gedicht geschreven (zie link): http://www.ensafh.nl/?p=37456

    De Kalma-vorm ‘tuolje’ zal overigens een nevenvorm zijn geweest van ‘toalje’ (/tṷaljə/) uit het oudere ‘tôlje’ (/tɔ:ljə/). Dat laatste zou je in de 17e eeuw bij Gysbert Japicx verwachten, maar hoewel er in zijn poëzie ook wel zonnen ondergaan (‘dol-duwckje’), heb ik bij hem geen ‘tôalje’ kunnen bespeuren. Het hypothetische adjectief ‘*tôal’ heb ik ook niet kunnen aantreffen, ondanks Gysberts barokke voorliefde voor bijvoeglijk naamwoorden.

    Een kanttekening bij de mogelijke verklaring voor de /o/ in ‘moal’: de /o/ in ‘toalje’ tegenover de /e/ in ‘deluw’ deed mij ook denken aan de ontwikkeling /e/ > /o/, die er in het oudere Zuidwestelijke Fries geweest is. Je had in het Fries van de Zuidwesthoek bijvoorbeeld: ‘dol’/’dôl’ voor ‘del’, ‘sotte’ voor ‘sette’, ‘hot’ voor ‘het’ (‘wat’).

    • Olivier van Renswoude permalink*
      16 oktober 2016 10:41

      Bedankt voor deze verdere toelichting (en kanttekening). Het is zeker een woord om te koesteren. Ik vraag me af of het zo gelijkluidende Frans étoile ‘ster’ enige rol heeft gespeeld in de betrekking tot hemellichamen van toalje.

      Dat gedicht bewijst dat mijn beheersing van het Fries een stuk minder is dan ik dacht of had gehoopt. En dat is maar beter ook, want dan valt er nog genoeg te ontdekken.

      Overigens moest ik gisteren opeens denken aan Latijn fulvus ‘bruin, zandkleurig, goudkleurig’. In zijn Etymological Dictionary of Latin and the Other Italic Languages reconstrueert De Vaan de vorm *dhelH-uo- (dan wel *dholH-uo-) als Proto-Indo-Europese voorloper. En daar zou deluw ook op terug kunnen gaan. Maar dat zou dan langs een Oudgermaanse /d/ gebeurd moeten zijn. De Friese /t/ van toalje e.d. bewijst zoals gezegd echter een Oudgermaanse /þ/. Tenzij het werkwoord toch niet bij deluw(en) hoort, al durf ik dat inmiddels te betwijfelen.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      16 oktober 2016 15:16

      Ik moet er nog bij zeggen dat er andere reconstructies mogelijk zijn van de voorloper van Latijn fulvus, zoals *bhelH-uo- (dan wel *bholH-uo-), als verwant van *bhleH-uo- (dan wel *bhlH-uo-), de voorloper van Latijn flāvus ‘geel, blond’.

  4. Anneke Meijer permalink
    1 november 2016 19:14

    Zou er ook nog een link kunnen zijn naar talg en tallow? Het heeft in elk geval de juiste kleur…

    • Olivier van Renswoude permalink*
      2 november 2016 14:56

      Ervan uitgaande dat deluw net als talg een inheems woord is, en daar lijkt het op, ben ik bang dat ze niet aan elkaar verwant kunnen zijn. De beginklank komt immers niet overeen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s