Blank, wit en de greep op taal

Een woordenschat verandert gelijk de samenleving verandert met de komst van nieuwe zaken en mensen, het keren van zienswijzes en de voeling met andere talen. Het gaat allemaal vanzelf in de grote menselijke wisselwerking. Zo’n verloop valt nauwelijks te sturen en verzet tegen leenwoorden is al helemaal hopeloos. Dat is ongeveer de gedachtegang die heden heerst. Ze wordt echter gelogenstraft door een opmerkelijk gegeven: de inruiling van blank voor wit bij alle grote Nederlandse bladen en omroepen in zeer korte tijd. Lees verder “Blank, wit en de greep op taal”

Droevig verlangen

Het is jammer dat het edele jammer thans weinig meer dan een tussenwerpsel is. Eertijds verwees het als zelfstandig naamwoord naar verdriet, leed en ellende, maar ook naar het geweeklaag daarbij, zoals jammeren nog toont. Zo kon men zeggen dat iets een groot jammer is en zo noemde Vondel de heidense onderwereld eens de poel des jammers. Door verbindingen als dat is jammer kon het als een bijvoeglijk naamwoord opgevat worden en een tussenwerpsel worden, zoals Duits schade vanuit das ist Schade. Over de herkomst is te zeggen, in weerwil van sommige woordenboeken, dat jammer niet uit klanknabootsing maar uit schone beeldspraak is ontstaan. Lees verder “Droevig verlangen”

De kleur van verstilling

In andere talen is het nooit aangetroffen, maar tot in de zeventiende eeuw bestemden dichters en schrijvers in de Lage Landen het geheimzinnige woord deluw voor een kleur die het midden houdt tussen vaal, flets, geelbleek, lijkbleek en loodkleurig. Het is in het bijzonder de onzalige tint van het verstillende gelaat en van ebbend leven uit mensen en bloemen.

Lees verder “De kleur van verstilling”

Bondig

Waarom geniet het Engels bij Nederlanders zo vaak de voorkeur, in zang en handel en wat niet al, boven de eigen taal? Afgezien van het aanzien en de klanken komt dit misschien doordat het Nederlands doorgaans meer lettergrepen vergt dan het Engels. Alleen al het voltooid deelwoord met zijn ge- maakt het Nederlands betrekkelijk lang: vergelijk geboren met born.

De bondigheid van het Engels komt ook door het alleraardigste achtervoegsel -ed, dat zoveel betekent als ‘beschikkend over, in het bezit van, behept met’, terwijl wij het moeten zien te redden met aanvoegsels als ge–(d/t), be–(d/t) en -ig om datzelfde uit te drukken. Zo zeggen de Engelsen bijvoorbeeld horned waar wij gehoornd zeggen. Zij zeggen bearded en blue-eyed, wij gebaard/bebaard en blauwogig.

Lees verder “Bondig”