Germaanse woorden voor torens
Dankzij de Romeinen is in alle Germaanse talen een vorm van toren gangbaar, maar dat zegt niet dat men in onze streken eerder geen weet van rijzig bouwen had. We bekijken wat noordelijke woorden voor torens, waarvan een zeer oud lijkt: Oudhoogduits urrea. Lees verder “Germaanse woorden voor torens”
De Bharatās: de stam die India zijn naam gaf
Duizenden jaren geleden stichtten de Bharatās hun koninkrijk in het noorden van het land dat India zou worden en naar hen ook Bhārat heet. Deze naam, heden steeds sterker uitgedragen, is geestelijk rijk en heeft verwanten in de Germaanse talen. Lees verder “De Bharatās: de stam die India zijn naam gaf”
Wat we doen wanneer we denken
Taalkundigen veronderstellen het bestaan van wel drie verschillende Indo-Europese wortels met de vorm *men-. Een beduidde zoveel als ‘denken’, de andere ‘blijven’, de derde ‘uitsteken’. Het ware eerder een enkele wortel met een eenvoudige betekenis. Lees verder “Wat we doen wanneer we denken”
Het belang van sibbe
Ons verwantschapswoord sibbe, de evenknie van Engels sib in sibling, was ooit verbonden met gedachten over vrede en verzoening en kon oorspronkelijk wel eens naar achting en zorg verwezen hebben, net zoals de vergeten volksbenaming diede. Lees verder “Het belang van sibbe”
Op zoek naar zinnige zwamnamen
Het getuigt niet van een diepe band met het land dat we inheemse paddenstoelen vaak aanduiden met vreemde woorden als amaniet, boleet en mycena—en dat terwijl het Duits eigen goed als Wulstling, Röhrling en Helmling heeft. Er is werk aan de winkel! Lees verder “Op zoek naar zinnige zwamnamen”
Aankondiging: de Woordengaard
De Woordengaard is een gezelschap dat woorden bedenkt vanuit de wortels van onze taal. Lees verder “Aankondiging: de Woordengaard”
Een andere naam voor een oude bekende
Sinds de laatste ijstijd is hij op eigen kracht wel nooit zo ver noordelijk als Nederland gekomen, getuige ook de zuidelijke oorsprong van zijn naam kastanje. Toch verdient deze boom ook een of twee namen vanuit de wortels van onze eigen taal. Lees verder “Een andere naam voor een oude bekende”
De þ die een s werd
Menige moedertaalspreker van Nederlands, Duits of Frans maakt van de Engelse th een s en zegt niet I think maar I sink. Lach erom maar weet: onze eigen taal had ooit dezelfde th, de Germaanse þ, en die heeft zich soms ontwikkeld tot een s. Lees verder “De þ die een s werd”
Wat vragen voor C.J. Righart
Terwijl men elders hooguit tegen de verengelsing ijvert werkt hij met zorg voor woordenschat aan het grote Zaakwoordenboek der Lage Landen en niets minder dan de veredeling van het Nederlands. Wij spraken uitgebreid met C.J. Righart. Lees verder “Wat vragen voor C.J. Righart”
Van balken en zuilen
De bouw behelst vanouds een boel onderdelen die allemaal hun eigen woord hebben. Ver terug gaan balk en zuil. Het een wordt nu meestal begrepen als liggend en hoekig, het ander als staand en rond, maar beide zijn ooit wel met dezelfde betekenis begonnen. Lees verder “Van balken en zuilen”
Het boswoord vorst
In de vroege middeleeuwen, eerst in het Frankenrijk, verschijnt er een woord voor ‘bos’ en ‘koninklijk jachtgebied’ in vormen als Latijn forestis en Oudhoogduits forst. Wat betekende het eerst en is het van Romaanse of toch Germaanse oorsprong? Lees verder “Het boswoord vorst“