Skip to content

Staven

17 juni 2015

wulfaharijaz

Ruim tweeduizend jaar geleden werd er in de Germaanse wereld een schrift ontwikkeld naar voorbeeld van dat wat bezuiden de Alpen in gebruik was. Onder de Germanen, die een zeer godsdienstig doch heidens wereldbeeld hadden, beschikten slechts enkelen over kennis van dit wonderlijke schrift en was het vandaar omgeven met voorstellingen van macht en toverkracht. Het enige schrift was ook gelijk een geheimschrift.

Een teken in dit schrift noemde men een *stabaz, terwijl de geheime gedachte of toverspreuk die men vast wou leggen een *rūnō heette. Het kerven van zo’n boodschap in deze tekens was het *wrītanan. Dat wil zeggen: de ingewijde was in staat een ruin in de vorm van staven (soms één enkele staf) in hout, steen of metaal te wrijten. Om verwarring met de nerven in het hout te voorkomen bevatte geen van de staven een liggende lijn. Bovendien waren ze zelfs bij draaiing en spiegeling niet met elkaar te verwarren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld p en d of d en b.

Toen de Romeinen noordwaarts de Germaanse wereld intogen namen zij uiteraard ook het Latijnse schrift mee. Voor snelle berichtgeving maakten zij bovendien gebruik van tabulae, aaneengebonden plankjes die met bijenwas bestreken waren. Deze konden zij beschrijven en na gebruik verhitten en weer glad strijken. De Germanen bezagen dit en noemden zo’n tabula in hun eigen taal een *bōks, omdat deze vaak van het hout van een *bōkjō gemaakt was. Dat wil zeggen: het woord boek is ontstaan als benaming voor het Romeinse beuken-houten schrijftafeltje. Later sloeg het op de boeken zoals we ze nu kennen, maar die waren hier te lande tot in de Middeleeuwen enkel in het Latijn (of Grieks) geschreven.

Daarom werd een Latijnse staf of schriftteken, hoewel die in het Latijn zelf een littera heette, door de Germanen ook wel een *bōkastabaz genoemd, oftewel een boekstaf. Een staf van het eigen schrift werd daarentegen een *rūnastabaz genoemd, oftewel een ruinstaf. Of gewoon *rūnō, oftewel ruin, al verwees dat oorspronkelijk dus alleen naar de lading.

In het Nederlands werd boekstaf langs de nevenvorm boekstave tot boekstaaf. Het heeft het nog een tijdje vol kunnen houden, voordat het in de algemene taal volledig werd verdrongen door letter, dat langs het Frans was ontleend aan Latijn littera. De afleiding boekstaven is hier en daar nog wel te horen, in de betekenis van ‘te schrift stellen’, en buiten het Nederlands zijn vormen van boekstaf gebruikelijk gebleven, zoals Duits Buchstabe en Noors bokstav. In het IJslands is zowel bókstafur als het losse stafur gebruikelijk. Het Engels en het Fries gebruiken beide letter, maar in het Fries is stêf een dichterlijk woord voor ‘letter’ en betekent staverje ‘spellen’.

In het Nederlands schuilt staf in de betekenis van ‘schriftteken’ en ‘klank’ verder nog in stafrijm, een benaming voor de Germaanse wijze van dichten die steunt op alliteratie, het rijmen van beginklanken, zoals huis en haard of man en muis. Doch stafrijm is gemaakt naar voorbeeld van Duits Stabreim, een woord dat tijdens de Romantiek is bedacht. En er is ten slotte nog het werkwoord staven, dat nu ‘bewijzen’ en ‘bevestigen’ betekent, maar in de oudste betuigingen werd gebruikt in de verbinding een eed staven, te weten het voorzeggen van de woorden van een eed aan diegene die hem zal zweren.

Hoe dan ook, een letter kan men dus ook een boekstaf of gewoon staf noemen. Letterlijk zou stavelijk of staffelijk kunnen zijn, een lettertype een stafslag of stavenslag, het alfabet de stavenschat en een analfabeet een stafloze, in tegenstelling tot een stafzame. Grammatica ware stafkunde, naast letterkunde als boekkunde. Een hoofdletter ware vervolgens met diepere klank een stoef (naast staf zoals groef naast graf) en een lettergreep bijvoorbeeld een stacht (naast staf zoals gracht naast graf). Voor onduidelijk schrijven kunnen we verder nog het woord stabbelen verzinnen en vandaar voor een onduidelijke letter een stabbel. Ten slotte is voor de letteren, dat onnavolgbare literaire begrip, iets als stafkunst wellicht een mooi woord.

Verwijzingen

Bjorvand, H. & F.O. Lindeman, Våre Arveord, revidert og utvidet utgave (Oslo, 2007)

Ebbinghaus, E., “The Book and the Beech Tree” in General Linguistics 22 (1982), 99-103

Green, D.H., Language and History in the Early Germanic World (Cambridge, 2002)

Grimm, J. & W., Deutsches Wörterbuch, 16 Bde. in 32 Teilbänden (Leipzig 1854-1961)

INL, Middelnederlandsch Woordenboek (webuitgave)

INL, Woordenboek der Nederlandsche Taal (webuitgave)

INL, Woordenboek der Friese taal (webuitgave)

Kroonen, G., Etymological Dictionary of Proto-Germanic (Leiden, 2013)

Lloyd, A., R. Lühr & O. Springer, Etymologisches Wörterbuch des Althochdeutschen. Band II: bi-ezzo (Göttingen, 1998)

Orel, V., A Handbook of Germanic Etymology (Leiden, 2003)

Philippa, M., e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (webuitgave)

Philippa, M. & A. Quak, Runen. Een helder alfabet uit duistere tijden (Amsterdam, 1994)

Pierce, M., “The Book and the Beech Tree Revisited: The Life Cycle of a Germanic Etymology” in Historische Sprachforschung / Historical Linguistics Bd. 119 (2006), 273-282

Pierce, M., “Zur Etymologie von germ. rûna” in Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 58 (2003), 29-38

Seebold, E., Etymologie: Eine Einführung am Beispiel der deutschen Sprache (München, 1981)

Vries, J., Nederlands Etymologisch Woordenboek (Leiden, 1971)

Advertisements
15 reacties leave one →
  1. Harry Tuinhout permalink
    17 juni 2015 21:26

    Beste olivier,

    Het spijt me je te moeten corrigeren. Het “schrift” dat je bedoelt, is geen geheimschrift, het zijn runen, Dat is een rijke symboolcommunicatie, slechts bij de elite van die tijd bekend (zoals de gewone schrijfkust ook aanvankelijk door monniken e.d. werd gepraktiseerd)die niet vergelijkbaar is met enig schriftelijk taalgebruik van deze tijd.

    Ik raad je vriendelijk aan hier meer over te lezen, want alhoewel goed bedoeld, ontbreekt het je, tot mijn spijt, aan de juiste kennis. Zie dit niet alsjeblieft als een vorm van belediging, in tegendeel. Ik raad je dringend aan om er eens notie van te nemen, die kennis is zeer de moeite waard. Nog een opmerking toe,. Ik waardeer je hoogstaande kennis van betekenisgeving van oude woorden, Het is helaas niet de mijne, en ik leer er gretig van. Hopelijk kan je ook iets met mijn weten, enig doel is je een tegendienst te bewijzen. .

    Met aller vriendelijkste groeten,
    Harry Tuinhout

    • Olivier van Renswoude permalink*
      17 juni 2015 21:45

      Beste Harry,

      Ik vrees dat ik je bezwaar niet helemaal begrijp. Waar ik zou bestrijden dat het een “rijke symboolcommunicatie” is weet ik niet. Met schrift bedoel ik volgens de eerste definitie van Van Dale het “geheel van lettertekens”. En als ik het een geheimschrift noem heeft dat niet per se te betekenen dat de ‘schrijvers’ hun boodschappen geheim wensten te houden voor derden, maar dat zij hoe dan ook beschikten over kennis die de meeste anderen domweg niet hadden.

      Het woord *rūnō heeft al die tijd dat het schrift zelf in gebruik was in de dochtertalen ook ‘geheim’ betekend en sloeg aanvankelijk zeker niet op de tekens zelf. In het Middelnederlands is rune vervolgens nog overgeleverd in de betekenis ‘gefluister’ en ‘geheim beraad’. Later is het schrift uiteraard veel meer voor alledaagse doeleinden gebruikt, in Scandinavië tot aan boodschappenlijstjes en wat niet al.

      Met vriendelijke groet,

      Olivier

      • Harry Tuinhout permalink
        17 juni 2015 23:16

        Beste Olivier,

        Ik denk Olivier, dat van Dale niet alles correct definieert. Ook ten aanzien van d eHeilige Schrift, heb ik overigens vragen. Over de betekenis van runen, gaat het mij ook niet om het persoonlijk gelijk, die fase heb ik achter de rug, maar om de juiste kennis. Tot mijn spijt heb ik je adres niet, in dat geval had ik je het één en ander kunnen sturen. Weinigen beheersen het Runenschrift, ik heb die experts dan ook, door mijn onderzoek, leren kennen. Helaas kan ik je nu, onder deze omstandigheden, hun werk niet sturen. En in discussie, gaat het mij er niet om, mijn persoonlijk gelik te halen. Dat gelijk wordt helaas, ik geef het toe, niet bevestigd door van Dale. Ik gun je graag een eigen mening,. En wat mij betreft, kunnen wij het hier gerust bij laten Met complimenten aan van Dale. en mijn hartelijke groeten aan jou persoonlijk,
        Harry

      • Olivier van Renswoude permalink*
        18 juni 2015 00:26

        Beste Harry,

        Je lijkt het bezwaarlijk te vinden dat ik het Germaanse schrift hoe dan ook een schrift noem. Maar even later noem je het zelf het runenschrift.

        Verder vraag ik me nog steeds af waar mijn kennis omtrent ruinen* volgens jou dan te kort zou schieten. Wat ik schrijf verschilt niet van de schrijfsels van deskundigen als Pierce, Quak en De Vries. Of zou je die ook aanraden meer over het onderwerp te lezen? Wat zou eraan schorten?

        Met vriendelijke groet,

        Olivier

        *De vorm runen vermijd ik, want die is langs het Duits ontleend aan het Oudnoords. De klankwettige Nederlandse vorm is ruinen.

      • Harry Tuinhout permalink
        18 juni 2015 11:01

        Beste Olivier,

        Nee hoor Olivier. Het lijkt, tussen ons, een bekend probleem. Woorden zijn namelijk niet altijd in staat om de juiste inhoudelijke gevoelswaarde over te brengen. Zonder dat wij dit beogen, ik twijfel beslist niet aan je goede bedoelingen, weten wij elkaar niet op de juiste manier te bereiken. Een gewone communicatiestoornis, waar van de oorzaken niet bij iemand van ons in het bijzonder hoeven te liggen. Communicatie, het overbrengen van gedachten, gevoelens en strevingen, is voor iedereen een opgave. Sorry als ik er het mijne tot misverstanden heb bijgedragen, en trek het je niet aan. Ik doel zeker niet op meer of minder capaciteit, enige rivaliteit is mij gewoon vreemd. .

        Misschien , dat we qua specifieke kennis te veel van elkaar verschillen. Daarin zit het ongemak. Laten we hier,vanwege het gebrekkige medium computer, genoegen mee nemen. Het is voor derden, zoals jouw lezers,..ook verwarrend en wordt dan onbedoeld irritant. Dat is jouw bedoeling niet, en de mijne zeer zeker ook niet. Over en sluiten maar. (P.S. Uiteraard ken ik de ouder auteurs die je noemt ook, maar er is méér, o.a. tijdgebrek mijnerzijds…er is tergend veel, dat mij bezig houdt, excuses hiervoor. .

        Groeten, plezierige dag,

        Harry

  2. Bas permalink
    17 juni 2015 22:23

    Leuk informatief stuk. Bedankt! =)

  3. 18 juni 2015 14:17

    Dag Olivier,

    Interessant artikel weerom. Als ik het goed begrijp, heeft het “Buch” in “Buchstabe” dus echt wél te maken met “Buche” in de zin van “beuken” ?

    Op de Duitse Wikipedia lees ik namelijk dat zulks betwijfeld wordt omdat – en ik citeer letterlijk – “der Ausdruck „Buchstabe“ sei für die im Buch [in de zin van boek, noot van mij] verwendeten lateinischen Schriftzeichen verwendet worden, nicht aber für die germanischen Runenzeichen, die im Altnordischen beispielsweise „stafr“ und „rūnastafr“ hießen.”

    Niet dat ik altijd sterk onder de indruk ben van de wetenschappelijke correctheid van Wikipedia, maar daar beweert men dus dat “bōkastabaz” exclusief naar letters in boeken verwijst en niet naar letters op (beukenhouten) staafjes.

    Is er uitsluitsel ter zake ?

    Vriendelijke groeten,

    Björn

    • Olivier van Renswoude permalink*
      18 juni 2015 15:04

      Hai Björn,

      De Duitse Wikipedia (die ik overigens veel beter vind in taalzaken dan de Nederlandse Wikipedia) klopt wel.

      Het woord *bōkastabaz slaat niet rechtstreeks op beukenhout, maar verwijst ofwel naar (de Latijnse tekens in) de tabula, die door Germanen *bōks werd genoemd omdat ze doorgaans van beukenhout was gemaakt, ofwel naar (de Latijnse tekens in) de ‘opvolger’ van de tabula, die ook *bōks werd genoemd, te weten het boek zoals we dat nu kennen.

      Het is nog mogelijk dat het woord *bōks in een verder verleden werd gebruikt voor stukjes beukenhout waar tekens op werden gekrast, maar dat is erg onwis en de samenstelling *bōkastabaz verwijst in elk geval naar het soort *bōks dat de Romeinen gebruikten.

      Ik hoop dat het niet te verwarrend is allemaal!

      In 1981 stelde Elmar Seebold overigens een andere duiding voor van het woord *bōks, die o.a. de samenstellers van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands hebben overgenomen, maar latere wortelkundigen zoals de samenstellers van het Etymologisches Wörterbuch des Althochdeutschen hebben dit weer verworpen. Terecht, mijns inziens.

      Met vriendelijke groet,

      Olivier

      • 22 juni 2015 10:42

        Ik probeer bij de les te blijven, Olivier, en op maandagmorgen lukt dat nog net 🙂 Bedankt voor de verduidelijking.

  4. Walter Gauwloos permalink
    24 juni 2015 12:48

    beste Olivier,
    Weer een prachtige uiteenzetting over de ruinen.Hopelijk krijgen we nu ook een uitleg over de staven apart, dwz de namen van elk teken alsook de symboliek.Ik wacht alvast met spanning af.

    • Olivier van Renswoude permalink*
      25 juni 2015 17:52

      Bedankt Walter! Dat zou inderdaad niet gek zijn. Ik zal eens kijken.

Trackbacks

  1. De Hoge God onzer voorouders | Taaldacht
  2. De echte Zwarte Piet | Taaldacht
  3. Eeuwen leven de uwen | Taaldacht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s