Ravenroem

Bloed vloeit en volk valt op het slagveld. Boven het luide gedrang zweven grote zwarte vogels in hoge afwachting rond: zij zullen zich aan de lijken verlustigen zodra de strijd beslecht is. Maar het zijn niet zomaar aaseters, het zijn dieren van hoog verstand, en het betaamt dat de zienergod Woen—het grote voorbeeld van krijgers in Middelgaard—twee van hen als helpers heeft om hem elke dag nieuws te brengen. Wij spreken uiteraard van raven.

Onlangs kreeg Friesland een bijzondere herinnering aan de rol van raven in het oude volksgeloof. Hopend op schatten uit de middeleeuwen stuitte een gelukkige bodemstruiner op een buitengewoon waardevolle mantelspeld. Het voorwerp stamt vermoedelijk uit ergens rond het jaar 600 en is getooid met verguld zilveren vlechtwerk. Aan het uiteinde prijken twee sterk gestijlde vogelkoppen, waarschijnlijk van raven. Dat is een kenmerk van menig kleinood in de oude noordelijke wereld. Het is hierbij goed te weten dat raven tot de dood hun gade trouw blijven en dus vaak als tweetal te zien zijn.

In eigentijdse afbeeldingen—en dan met lange nek—is een ravenstel ook te herkennen op de hoofdtooien van zogenaamde Germaanse speerdansers. Dier beroemdste verschijning is op de helm van het vroeg zevende eeuwse vorstengraf dat in 1939 werd ontdekt te Sutton Hoo in Engeland. Een ander bekend voorkomen is op een van de bronzen mallen die reeds 70 jaar eerder op het Zweedse eiland Öland gevonden waren. In Zweden zijn dan ook vele vergelijkbare helmen opgediept uit koninklijke graven van vóór de (Scandinavische) wijkingtijd.

geerleken
Speerdansers boven de brauwen van de (hermaakte) Sutton Hoo-helm

Algemeen wordt aangenomen dat zulke dansers toegewijden van Woen oftewel Óðinn moeten voorstellen. Daar is goede reden voor. Deze godheid werd niet alleen geacht de voornaamste bezieler van krijgers te zijn, alsmede de heer van twee raven, men dichtte hem ook een speer als uitgelezen wapen toe: Gungnir geheten in het Oudnoords. Volgens dezelfde overlevering zijn de namen van zijn raven Huginn en Muninn, letterlijk ‘de gedachte’ en ‘de herinnering’. Zelf had hij overigens bijnamen als Hrafngoð ‘ravengod’, Hrafnáss ‘hetz.’ en Hrafnblœtr ‘ravenbeofferaar’—hij die raven eten geeft door mannen te doden in de strijd.

Raven werden in die tijd ook in hun volle, zij het gestijlde vorm als sieraad verbeeld. In de graven van Frankische vorsten gaat het voornamelijk om mantelspelden: van zilver of goud (zo niet verzilverd of verguld) en vaak ingelegd met edelstenen of glas. Na de kerstening en de invloed van Rome komt er gaandeweg een einde aan dergelijke grafgiften. Er blijven genoeg veldslagen geleverd en lijken te pikken, maar de zinnekracht van raven raakt in de vergetelheid.

Wal ‘slachting, de gesneuvelden’ schuilt ook in Middelnederlands walstat ‘slagveld’ (lees walstad). De Oudnoordse evenknie val(r) kennen de meeste mensen van twee samenstellingen. De ene is Valhǫll ‘hal der gesneuvelden’. Die is verlatijnst als Valhalla en vandaar ontleend als Walhalla. De andere is valkyrja ‘zij die (uit) de gesneuvelden kiest’, de naam van vrouwelijke slagveldgeesten. Die is ontleend als Duits Walküre en zou in het Nederlands walkeure luiden.

Verwijzingen naar de raaf leven echter nog lang voort met Germaanse namen in de Lage Landen en elders. Het woord raaf gaat terug op Oudnederlands hravo, maar daarnaast was tot in de Middeleeuwen de vorm raven gebruikelijk, als voortzetting van hravan. En die vinden we in zulke zinrijke namen als Aldhravan ‘oude/wijze raaf’, Hravangrím ‘raaf-helm’, Hravanward ‘raaf-wacht’ en Walahravan ‘raaf van de slachting/gesneuvelden’ (nu nog Walraven en met overgangsklank Walderaven), waarvoor zie kader.

Naast hravo en hravan bestond er nog een derde vorm: hram. Die is te vinden in namen als Berhthram ‘schitterende raaf’ (nu nog Bertram), Gundhram ‘strijd-raaf’ en Wulfhram ‘wolf-raaf’ (nu nog Wolfram). Die laatste is wellicht beter te begrijpen wanneer we beseffen dat krijgers vaak met wolven vergeleken werden. Maar het is ook mogelijk dat iemand met deze naam de eigenschappen van zowel wolf als raaf toegedicht kreeg.

Waarom het woord vanouds drie vormen heeft wordt duidelijk bij het zien van hun Oudgermaanse voorlopers: *hrabō, *hrabnaz en *hramnaz. De derde is niets meer dan een licht gewijzigde uitspraak van de tweede, en de tweede is ontstaan uit een andere naamval van de eerste. Overigens werd het woord ook op zichzelf als naam gedragen. Zo was een Chramnus, zoon van Chlotharius I, tot kort voor zijn dood in 560 de onderkoning van Aquitanië. De eigentijdse Latijnse spelling met ch herinnert ons eraan dat de Germaanse *h destijds nog als een wrijfklank werd uitgesproken, zoals in ach.

Maar waar is de raaf zelf naar vernoemd? Waarom heet deze vogel raaf? Waarschijnlijkst is dat raaf oftewel *hrabō de voortzetting is van ouder, gewestelijk Indo-Europees *ḱropōn en dat dit is afgeleid van de werkwoordelijke wortel *ḱrep-, *ḱrop-. Die is buiten het Germaans overgeleverd als onder meer Latijn crepō ‘kraken, dreunen, een scherp, luid geluid maken’. Van een bijzondere vervoeging *ḱrop-néh2 (ter aanduiding van hogere hevigheid) komt bovendien Oudgermaans *hrappōną/*hrabōną. Dat is de voorloper van bijvoorbeeld Oudnoords hrapa ‘neerstorten’ en Drents rappen, rappeln ‘rammelen, ratelen’. Het is ook het woord waarvan *hrōpaną is afgeleid, vanwaar roepen.

In de vorige eeuw hebben raven enkele tientallen jaren niet gebroed in Nederland. Gelukkig zijn ze sinds de jaren zeventig weer volop aanwezig. Het mag nooit zo wezen dat deze slimme en schitterende dieren, die zo’n grote rol in het wereldbeeld van onze voorouders speelden, zo goed als vreemden voor ons worden.

Verwijzingen

Cleasby, R. & G. Vigfússon, An Icelandic-English Dictionary (Oxford, 1874)

Förstemann, E., Altdeutsches namenbuch (Bonn, 1900)

Kocks, G.H., Woordenboek van de Drentse dialecten, 2e deel M–Z (Assen, 2000)

INL, Middelnederlandsch Woordenboek (webuitgave)

Nieuwenhuijsen, K., Namen in de Lagen Landen voor 1150 (webuitgave)

Philippa, M., e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (webuitgave)

Schaar, J. van der (bewerkt door D. Gerritzen), Prisma Voornamen (Utrecht, 2002)

Vaan, M. de, Etymological Dictionary of Latin and the other Italic Languages (Leiden, 2008)

Vries, Jan de, Altnordisches etymologisches Wörterbuch (Leiden, 1962)

3 gedachtes over “Ravenroem

    1. Räv komt van het Oudgermaanse *Rebaz en is niet verwant. Het Nieuwnoors en sommige Zweedse dialecten kennen overigens wel ‘Ramn’ voor raaf, naast het gebruikelijke ‘Korp’.

      1. Je bent me voor. Inderdaad, en dit *rebaz zou een zeldzaam geval van ontlening aan een Finoegrische taal kunnen zijn. Vergelijk bijvoorbeeld Erzja ŕiv́eś ‘vos’ en Hongaars ravasz ‘sluw’ (vroeger ook ‘vos’).

        Mocht het niet ontleend zijn, is het wellicht verwant aan Oudnoords raf ‘barnsteen’ (Noors rav), gezien de roodbruine vacht van het dier.

Laat een reactie achter op Walter Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.