Een rover tussen vos en wolf

Niet ver van het gehucht Hongerige Wolf in het oosten van Groningen zag ik twee jaar geleden iets zandgrijs wegschieten langs een akker: te groot voor een kat, te klein voor een wolf. Het kwam destijds niet in me op, maar het had best een goudjakhals kunnen zijn, want die is onlangs op beeld gevangen in het noorden van Groningen. Dit oprukkende dier verdient een betere naam.

Begin 2016 werd er voor het eerst een vastgelegd op beeld in Nederland—op de Veluwe—na hun opmerkelijk snelle en wijde verspreiding vanuit een oorspronkelijk veel oostelijker leefgebied dat strekt van de Balkan tot in Thailand. Omdat ze hier niet door de mens zijn uitgezet maar op eigen kracht gekomen zijn worden ze niet als exoot aangeduid.

Het is een schuweling die in omvang het midden houdt tussen vos en wolf maar in tegenstelling tot de wolf maar weinig ruimte nodig heeft en zich voedt met klein spul, van bessen tot hertenkalfjes. Geschat wordt dat er in Nederland plek is voor duizenden van deze zielen, die overigens net als wolven leven in roedels van ouders met hun jongen.

Van het woord jakhals weten we dat het langs een reeks talen tot ons is gekomen: het Frans (of Engels), het Turks, het Perzisch en oorspronkelijk het Oudindisch, waar het de vorm śṛgāláḥ had en op hetzelfde dier sloeg. In sommige woordenboeken wordt gesteld dat het eigenlijk ‘huiler’ betekent, maar het Etymologische Wörterbuch des Altindoarischen gaat uit van een Fremdwort uit een onbekende taal.

Het kan zijn dat de Nederlandse vorm jakhals is ontstaan door volksduiding naar de inheemse woorden jakken ‘hard lopen’ en hals—in de oude bijbetekenis ‘ziel’. Een andere mogelijkheid is dat het schriftelijk is overgenomen van een oude overgeleverde Engelse vorm jakhals. Maar keuze voor juist die vorm zou alsnog door het denken aan jakken en hals gekomen kunnen zijn.

Het is een weinig bekoorlijk woord. Mochten deze schelmen zich werkelijk vestigen in de Lage Landen, dan mogen we best een andere naam voor hen overwegen. Reeds in omloop zijn goudwolf en rietwolf, maar dat zijn meer gelegenheidsoplossingen in hun verwijzing naar een andere dieraard, zij het een nauw verwante.

Vanwege het kenmerkende gehuil stel ik voor om dit dier een holver te noemen, naar het werkwoord holveren ‘huilen, jammeren’, dat thans in verscheidene vormen beperkt is tot het Gronings, Drents, Gelders-Overijssels en Westfaals, maar vroeger een wijdere verbreiding in de Germaanse wereld gehad moet hebben.

De diepere herkomst daarvan is onwis. Misschien dat het verwant is aan welp, ouder *hwelpaz, dat vermoedelijk zelf ook oorspronkelijk zoveel als ‘huiler’ betekende. Of misschien dat het werkwoord vroeger ‘verlangen’ betekende en verwant is aan Oudgermaans *hlefaną ‘stelen’. Dat is niet gek, daar deze kleine rover vast wel eens kippen zal pikken.

3 gedachtes over “Een rover tussen vos en wolf

  1. Prachtig dat dier! Maar zou het niet eigenlijk ‘holveraar’ of ‘holverer’ moeten zijn, zoals we een verloren babyzeehond ook ‘huiler’ noemen en niet ‘huil’?

    1. Eigenlijk wel, maar dat is zo lang, en holveren is ofwel een herhaling aanduidende verlenging van een werkwoord *holven, ofwel afgeleid van een bijvoeglijk naamwoord *holver. Van een van die twee kan dan holver als diernaam komen.

      We kunnen ook doen alsof holveren van de diernaam is afgeleid.

Laat een reactie achter op Olivier van Renswoude Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.