Behalve een oude toren op een bult bewaart het Gelderse dorp Puiflijk nog een andere merkwaardigheid: zijn naam. Daar kunnen we twee kanten mee op, waarvan de ene ons leiden kan naar de dagen van het Romeinse wegennet.
Gebouwen en brokstukken
Puiflijk wordt sinds ruim voor onze jaartelling bewoond en behoort de laatste twee eeuwen tot de gemeente Druten, waar het aan vastgegroeid is. Tussen beide kernen zijn op de Klepperheide de resten gevonden van een Romeinse vīlla of herenhoeve, een van de grootste van de wijde omgeving. Het stenen hoofdgebouw mat 30 bij 16 meter en had zuilengangen, wandschilderingen, ingelegde vloeren en daaronder het geraamte van een geofferd ros. Ernaast bevonden zich een praalgraf, een houten werkstede en een stenen badhuis dat middels holle vloertegels verwarmd werd. De eigenaar behoorde mogelijk tot de vele Germanen in deze streken—Batavī in dit geval—die de zeden van de Romeinen overgenomen hadden en in het rijksleger gediend hadden.
Het oudste nog staande gebouw van Puiflijk is de zogenaamde Oude Toren die aan de Koningsweg op een kleine hucht staat, een bult die heden tussen de huizen verholen is doch vroeger van enige afstand zichtbaar ware. De toren wordt inmiddels gekoesterd als het laatste overblijfsel van een middeleeuwse kerk die vanaf het begin van de zeventiende eeuw verwaarloosd werd om ten leste tot brokstukken te vervallen. In 1868 bouwde men op steenworp afstand een nieuwe kerk in neogotische stijl.
Al dan niet verkort
Ouder dan de toren is nochtans de eigenaardige naam van het dorp. Puiflijk verschijnt vanaf de twaalfde eeuw op schrift, in vormen als Puflica, Puflike en Puflick. In een oorkonde uit 1108, wanneer bisschop Burchard een goed tussen de Lek en de Linge verdeelt, een eind ten westen van ons oord, behoort ene Gerard uit Puueke (lees Puveke) tot de getuigen. Of dit dezelfde oordnaam is—zij het een verschrijving of nevenvorm—is onwis. Latere vormen zijn onder meer Pufelyck en Puffelijk, zoals ook op oude kaarten gezet is, en ter plekke zegt men heden ook Puflik.
De naam had oorspronkelijk een lange u. Deze raakte vertweeklankt tot een ui volgens de gewone ontwikkeling van het algemeen Nederlands, kon echter in gesloten lettergreep evengoed inkrimpen tot een korte u. Te vergelijken is hoe Middelnederlands luter ‘zuiver’ later luiter werd doch vanuit de oude verbogen vorm lutr- een nevenvorm lutter had. Om dezelfde reden heeft bijvoorbeeld het gebakswoord wafel in sommige streken de vorm waffel, niet te verwarren met waffel ‘mond’.

Die ene bult
Voor de oordnaam zijn twee duidingen te bedenken. De ene gaat uit van de wortel van Middelnederlands puffe ‘bol broodje’, Nederlands pof ‘bolstaande plooi; opgeblazen wang’, poffertje ‘kleine bolle pannenkoek’ en puffen ‘blazen’, een oude evenknie van Oudengels pyffan ‘uitblazen’. Met oe wel voor lange u in diens oorspronkelijke uitspraak vinden we Westvlaams poef ‘opgezwollen’ en poef ‘dik en bol mens’. Daarnaast is er gewestelijk Engels povey ‘kerkuil’ met een klinker die op een lange u terug kan gaan, zoals Engels dove ontwikkeld is uit Oudengels dúfe. Zo gezien ware ons oord vernoemd naar de bult of hucht waar de Oude Toren op staat, zoals ook Druten en het iets verdere Ochten naar een hoogte vernoemd zijn.
De rest van de naam is dan wel wat lastig. Het kan gaan om het achtervoegsel -lijk in diens oudere betekenis ‘-vormig’, al lijkt dat zonder weerga. We mogen eerder overwegen dat de oordnaam oorspronkelijk op -lik eindigde en dat men dat ooit ging vereenzelvigen met het achtervoegsel. In dat geval bewaart de uitspraak ter plekke, Puflik, de eigenlijke vorm. Vervolgens is dit -lik te begrijpen als een stapeling van twee verkleiningsachtervoegsels, waarvan het ene ook schuilt in zulks als druppel en heuvel en het andere in bijvoorbeeld het inmiddels vergeten woord hoornik ‘hoek’ naast hoorn ‘(uit)hoek’ en mogelijk ook Eldik en Niftrik, de namen van oorden in de buurt. De bovengenoemde afwijkende vorm Puveke kan in dat geval een oude (verbogen) nevenvorm met slechts één van de twee verkleiningsachtervoegsels zijn.
Nog het vermelden waard is het voormalige bestaan van noordelijk Engels poffle/paffle ‘klein stuk land, kavel’, waarvan een nevenvorm te vermoeden is in Povele, de voorloper van de oordnaam Pool-in-Wharfedale in Yorkshire. Ook zou pufilis, een meervoudsvorm in een vijftiende-eeuws geschrift, The Parlement of the Thre Ages, een nevenvorm kunnen zijn, al blijkt diens betekenis daar niet onmiskenbaar uit het zinsverband. Bij geen poffle/paffle is er sprake van een hoogte of bult, doch de Scottish National Dictionary stelt dat het in zin gelijk is aan Engels croft. Dat woord betekent sinds zijn eerste verschijning al duizend jaar ‘klein, omsloten veld’ doch oorspronkelijk zonder twijfel ‘hoogte’ o.i.d. als evenknie van Middelnederlands croft/crocht ‘hoge zandgrond, akker in de duinen’ en buiten het Germaans bovendien Litouws grùbtas ‘aardkloot’, naast grùbas/grùblas ‘bodemverheffing, kleine aardheuvel’.
Die oude weg
Een andere duiding van Puiflijk begint bij de vaststelling dat er dwars door het dorp langs de Oude Toren een zeer oude weg leidt, de Koningsweg. Even ten westen daarvan ligt de Oude Koningstraat en weer een eind verder westelijk in Wamel is er nog een Koningsstraat. Aan de andere zijde van Puiflijk sloot de Koningsweg vroeger bijna aan op de Koningstraat vanuit Afferden en die ware zelf ooit verder oostelijk verbonden met de Koningstraat in Ewijk en Beuningen. Volgens geschiedkundige Paul van der Heijden moet dit vroeger één lange Koningsweg of -straat geweest zijn uit tenminste de tijd dat koning Karel en zijn telgen hier heersten.
Een oorsprong in de Romeinse tijd is mogelijk maar harde bewijzen uit de bodem ontbreken nog, in het bijzonder ook voor de vereenzelviging met de zuidelijke van de twee Romeinse wegen tussen Nijmegen en Katwijk en Zee. Waar de noordelijke liep is bekend door opgravingen in onder meer Arnhem, Vechten en Alphen, alle aan de Rijn en dus de noordgrens van het Rijk. De zuidelijke weg daarentegen moet ergens door het Land van Maas en Waal geleid hebben.
De Koningstraat lijkt daar te zuidelijk van sommige gevonden vīllae te lopen, werpt Van der Heijden tegen, al is het opmerkelijk dat een straat in Druten door de inwoners van oudsher de Twaalf Mijlse Afweg genoemd wordt. De Peutingerkaart, een derde- of vierde-eeuwse Romeinse reiskaart waarvan het oudste handschrift uit de dertiende eeuw stamt, heeft immers Ad duodecimum ‘bij de twaalfde (maalpijl)’ als oord aan die zuidelijke weg en geeft er nergens anders een telwoord. Bovendien zijn er vooral langs de Koningsweg en -straat meerdere kavels die sinds lang Hosterd heten, net een naam die verder naar het zuiden en oosten meerdere malen langs een belangrijke Romeinse weg voorkomt, zelfs gebruikt is om diens verloop te achterhalen, en in die gevallen een verbastering is van Hofstad e.d. in de betekenis ‘hoeve’.
Nu, Romeinse wegen hadden doorgaans hun eigen namen, naar de omgeving of bestemming, maar ze kwamen tevens bekend te staan onder de algemene aanduiding via pūblica ‘openbare weg’, ook bondiger pūblica, waarin de u dus lang was. In de ontwikkeling van het Germaans tot het Oudnederlands werd een b een v binnen woorden en werd die v ook nog eens een f indien er meteen een l op volgde. Hetzelfde is gebeurd in wafel als afleiding van weven. We zagen ook dat een lange u ervoor verkort kon raken. Uit dit alles volgt dat bij vroege ontlening pūblica zich in onze taal ontwikkeld zou hebben tot *pūflika en vandaar uiteindelijk enerzijds *puiflik/*puifelik en anderzijds *puflik/*puffelik, waarbij aanpassing aan -lijk niet onverwacht zou zijn. We zouden dus uitkomen op net of nagenoeg de vormen die onze oordnaam had en heeft.
Besluit
Puiflijk, die vreemde naam in het Land van Maas en Waal, is op twee wijzen te duiden. Hij kan verwant zijn aan woorden als poffertje en voorzien zijn van niet één maar twee achtervoegsels ter verkleining. Dan is de betekenis ‘bultje’ in verwijzing naar die hoogte waar de Oude Toren van het dorp op staat. Maar de naam is in vorm en zin ook uitstekend te herleiden tot Latijn (via) pūblica ‘openbare (weg)’, in dit geval de Koningsweg ter plekke. Als deze duiding klopt kan ze ons echter niet vertellen of die weg aangelegd is door de koningen der Franken, die het Latijn als ambtelijke taal gebruikten, of dat hij reeds bestond in de tijd van de bezetting uit het zuiden. Dat vergt nog steeds opgravingen.
Beelden
‘Gezicht op Puiflijk bij Druten’ (1750–1800) van onbekende hand, beschikbaar gesteld door het Rijksmuseum.
Kaart van het Land van Maas en Waal (1799) door Cornelis van Baarsel, beschikbaar gesteld door het Rijksmuseum.
Verwijzingen
Berkel, G. van & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard (2018)
Bo, L. De, Westvlaamsch Idioticon (Gent, 1892)
Bosworth, J. & T.N. Toller, An Anglo-Saxon Dictionary (Oxford, 1989)
Edelman, C. H., “Oudheidkundige resultaten van de bodemkartering”, in KNAW, Akademiedagen III (1950), herdrukt in Boor en Spade IV (1951), blz. 307–25
Ekwall, E., The Concise Oxford Dictionary of Englich Place-names, Fourth Edition (Oxford, 1991)
Grant, W. e.a., Scottish National Dictionary (webuitgave)
Gysseling, M., Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226), I-II (Tongeren, 1960)
Heijden, P. van der, Onderzoek naar de lokatie van de zuidelijke route op de Tabula Peutingeriana (Nijmegen, 1997)
INL, Middelnederlandsch Woordenboek (webuitgave)
INL, Oudnederlands Woordenboek (webuitgave)
INL, Woordenboek der Nederlandsche Taal (webuitgave)
Kakebeeke, A.D., “Het Nederlandse gedeelte van de Peutingerkaart. Een heemkudige bijdrage: Ad Duodecimum”, in Brabants Heem IV-1, (1952), blz. 3-13
Künzel, R.E. e.a., Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200 (Amsterdam, 1988)
Niermeyer, J.F. e.a., Mediae Latinitatis lexicon minus: Ab-Zucarum (Leiden, 1976)
Offord, M.Y., The Parlement of the Thre Ages (Oxford, 1959)
Philippa, M., e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (webuitgave)
Scott, M.R., The Germanic Toponymicon of Southern Scotland: Place-Name Elements and their contribution to the Lexicon and Onomasticon (PhD thesis) (Glasgow, 2004)
Ongeacht het Romeins of niet zou zijn, het is altijd leuk wanneer hun schaduw mogelijks opduikt in de meest onwaarschijnlijke plekken die het groot puiflijk ontgaat.