Aarden

Wij wezen als het ware welverworteld wanneer wij aarden, gedijend als een boom. En ieders aard is als de grond der daden in het leven. Dan moeten aard en zijn afleiding aarden wel iets met aarde maken hebben. En toch verschillen ze geheel van herkomst, wat aan hun Duitse evenknieën Art en Erde nog te merken is. Laat ons hier dan wroeten in het verleden van met name aard. Lees verder “Aarden”

De heilgodin

Uit de tijd dat Rome het Rijnland bezette met het oog op de rest van Germanië zijn ons vele namen van daar inheemse godheden overgeleverd. De meeste vindt men op de zogenaamde wijstenen waarmee men eer bewees of blijk gaf een gelofte aan zulke wezens te hebben vervuld. Vaak komt zo’n naam weinig voor en is het gissen naar de betekenis. In het geval van Alateivia, bekend van een enkele wijsteen, kunnen we echter met enig vertrouwen zeggen: dit ware een godin die voor lijfelijk heil werd ingeroepen. Lees verder “De heilgodin”

IJzer uit de grond

In de zesde eeuw voor Chr. is de Noordse IJzertijd begonnen: van Nederland tot in Zweden gaan de Germanen eindelijk hun eigen ijzer winnen. Niet uit groeven in de bergen zoals de Kelten in het zuiden, maar uit de bodem langs beken en vlieten op de juiste plekken. Daar schuilen kluiten van ijzer, zand en klei die men met het nodige wassen en verhitten terugbrengt tot ruwijzer. Wij kennen deze kluiten en de grond waar ze in gevonden worden als oer. Dat zij de ongeziene evenknie van een Latijns woord voor een andere, dure stof. Lees verder “IJzer uit de grond”