Galmen des heidendoms in onze oordnamen
Stil draagt het landschap de sporen onzer voorouders, van tijden lang vervlogen, van hoge schoonheid en verzwegen wreedheid onder zon en maan. Nog immer ook heugt hier het heidense volksgeloof in de namen van oorden en stromen te lande, al zijn het nu nog enkele maar. Of misschien wel vele meer dan wij denken… Lees verder “Galmen des heidendoms in onze oordnamen”
Noch jimmer de simmer
In de benaming van het warme jaargetijde vallen Fries en Schots simmer op met hun afwijkende klinker, zo naast Engels summer, Zweeds sommar, Duits Sommer en Nederlands zomer. Deze is te begrijpen vanuit—en vertelt ons iets over—de verloren, oeroude verbuiging van het woord. Lees verder “Noch jimmer de simmer”
De trappen van vergelijking in het wild
De taal met onregelmatigheden heeft diepte, toont groene ouderdom. Welige scheefgroei maakt dat wij niet goed–goeder–goedst maar goed–beter–best zeggen. En waren de trappen van vergelijking geheel niet getemd, geen van zulke verschillen geëffend, dan klonk het zelfs nog jong–juur–juist. Lees verder “De trappen van vergelijking in het wild”
Waarom zij lijsters heten
Het licht in deze wereld straalt te beter bij de hoge klanken der vogels, en de lijsters zingen schoner dan menig ander hier in verentooi. De zanglijsters in het bijzonder worden bij noeming geëerd, maar de naam lijster zou op zich al naar hun opmerkelijke stemgeluid verwijzen kunnen. Lees verder “Waarom zij lijsters heten”
Van goud is gulden
Rijk is onze taal met het achtervoegsel -en in woorden als eiken, stalen en linnen, voor aard, afkomst of maak. Het kon van invloed zijn op de klinker van het grondwoord, al werd het verschil vaak weer geëffend. Zo hebben wij zowel gulden als gouden en vroeger bijvoorbeeld ook hulten naast houten. Lees verder “Van goud is gulden”
Deze boom houdt heksen weg
Met een geweld aan geurige bloemen tiert ieder voorjaar vroeg de gewone vogelkers, een verdrijver van toverkollen volgens oud volksgeloof. Het is een eigenschap die wellicht besloten ligt in de Oostenrijkse benaming Alexen, die bovendien te vereenzelvigen zij met onze kruidnaam alsem. Lees verder “Deze boom houdt heksen weg”
De Noorman lijdt het genadeloze noodlot
Als een kunstige koortsdroom woedt The Northman (2022) op het witte doek: vlagen van vervoering in heidense geest wisselen met botbrekend geweld in de hervertelling van een oud en eenvoudig verhaal—over de koningszoon Amleth die zijn vader wreken zal. Lees verder “De Noorman lijdt het genadeloze noodlot”
Wat heil, het is weer lengetijn!
De lente, voluit de lengetijn, heet zo om het lengen der dagen in Middelgaard. Het is een schoon woord dat evenwel een ander verdrong: het oorspronkelijke Germaanse, zelfs Indo-Europese woord, dat tot voor kort nog bestond in het hoge noorden van Nederland, als Gronings woars. Lees verder “Wat heil, het is weer lengetijn!”
De voornaamwoorden van vroeger
Het had wellicht niet veel gescheeld of we zeiden nu niet die man en die vrouw maar za man en zoe vrouw, nog volgens de oorspronkelijke Germaanse voornaamwoordenschat, voordat die in de dochtertalen op verschillende wijzen omgewrocht raakte. Lees verder “De voornaamwoorden van vroeger”
De Huigen en het Humsterland
Welk Germaans volk werd er in de vroege middeleeuwen in Béowulf en andere werken bedoeld met de Huigen? En klopt het vermoeden van sommige geleerden dat de oude Friese gouwnaam Hugumarchi, nu het Humsterland in Groningen, een herinnering aan deze mensen bewaart? Lees verder “De Huigen en het Humsterland”
Eg gangi í tokuni
Aan het einde van haar wat onheilspellende lied Í tokuni zingt Eivør Pálsdottir over het dolen í endaleysu óvissuni ‘in het eindeloze onwisse’, een helderheid in het ons veelal nevelige Faeröers. Sommige streektaligen hier zullen meer van haar spraak begrijpen, waaronder de naam van het lied. Lees verder “Eg gangi í tokuni”